Damherten

Dinsdag 7 augustus 2018
De jonge dodaars in de tankval wordt al aardig groot.

Aparte kleur voor een sprinkhaan die ik zie op mijn vlinderroute op het zuidervlak.

Ik fiets daarna door richting het Vogelmeer. Eindelijk heeft het wat geregend en staat er wat water in de duinen, waar de damherten van profiteren.

Er mag best nog wel een bui vallen.

Ik ben naar het Vogelmeer gegaan om betere foto’s te kunnen maken van de zwaluwen, maar ze zitten niet meer in de boom. Er vliegen er nog wel een paar rond. Een fitis springt van takje naar takje.

Vogelenzangse bos

Maandag 6 augustus 2018
De eerste keer dat ik mee ga naar het Vogelenzangse bos op excursie met de KNNV. Het is nog steeds prachtig weer, zodat we grote kans op libellen hebben.

Marja laat iets zien op een blad en ik denk dat het een paddenstoeltje is en vraag het op Facebook in de paddenstoelengroep. Het is heel iets anders: het zijn eitjes van een gaasvlieg!

Juffers hebben lange dunne lijven, de schaduw van de pantserjuffer lijkt nog wel langer.

Dit vind ik leuk: een wespje met wapperende vleugels.

We zien eerst knoppergallen op de grond, verderop zien we verse knoppergallen nog aan de bomen.

Poelslakken zijn heel algemeen in zoet water.

Ik ben op de elektrische fiets en rijd door de duinen terug. Bij het Vogelmeer zitten heel veel boerenzwaluwen in de boom. Helaas heb ik niet opgelet en zie ik thuis dat de foto’s wat wazig zijn doordat de lens vuil is geworden.

Toch een foto wat ingezoomd omdat ik wil weten welke zwaluwtjes het zijn.

Tropische verrassing

Zondag 5 augustus 2018
Eindelijk zijn er weer Icarusblauwtjes.

Een heel klein kevertje met de mooie naam: Neocrepidodera transversa

Zou dit weer het zilveren fluitje zijn?

Het lijkt wel de vorm van een roos, deze uitgebloeide ratelaar.

Ze kunnen aardig variabel zijn die schuimbeestjes.

Ik ben op zoek naar de knopbiesparelmot en het is eigenlijk een wonder dat ik ze vind, want ze zijn amper 2 mm.

Opeens zie ik een lichtblauw vogeltje in het gras duiken. Het lijkt een parkiet en ik sluip dichterbij om hem te kunnen zien. Even denk ik dat hij tam is omdat hij vlak langs me scheert, maar dan vliegt hij piepend een heel eind weg. Helaas geen foto.
Op de heivlinderheuvel zie ik vaak blauwvleugelsprinkhanen met mooi weer. Een vrouwtje zit op het pad en een mannetje komt al dichterbij, tot hij haar omhelst, maar daar blijft het bij.

Klein maar fijn, het geelhartje.

Muntvlindertje

Donderdag 2 augustus 2018
Er zijn maar weinig dagvlinders om te tellen op de spoortlijn, daarom maakt dit kleine muntvlindertje de telling nog een beetje leuk.

Bij de Vossendel loop ik alleen de vlinderroute en tel gelijk de nectarplanten. Ik heb dan ook even tijd om de insecten te bekijken, zoals deze woeste sluipvlieg.

Door de duinen fiets ik terug naar huis, het is nog steeds prachtig weer. Een bloedrode heidelibel steekt zo mooi af tegen de blauwe lucht. Hij zit op uitgebloeid veldhondstong.

Wezepsche heide

Woensdag 1 augustus 2018
Het is weer tijd om mijn vrij-reizen-kaart van de NS te gebruiken. Bij Wezep is een stuk heide en daar ga ik heen. Vanaf het station is het bos al heel dichtbij.

Hier is het nog droger dan bij ons, het geeft wel veel kleur, maar niet de kleur die ik voor ogen had, dat was de paarse heide.

Heidelibellen voelen zich prima thuis op de heide, zoals deze steenrode heidelibel.

Geen strakblauwe luchten meer, misschien komt er binnenkort wat regen!

Er klinkt wel een heel bekend geluid, een soort getik. Als ik de roodborsttapuit zie weet ik het dus zeker.

Hier moeten Schotse hooglanders lopen, eindelijk zie ik een jong exemplaar en even later komt zijn moeder er ook aan.

Wat een enorme stier.

Nog een steenrode heidelibel, op het laatste hei dat nog in bloei staat.

Nog nooit uitgebloeid vingerhoedskruid gezien, toch herken ik het gelijk.

Ik maak geen lange wandeling, trakteer mezelf op een softijs en zo glijdt het landschap in de buurt van Kampen om kwart voor 3 aan me voorbij in de trein. Zo ben ik mooi op tijd weer thuis.

Kleine vos

Zondag 29 juli 2018
Eindelijk een kleine vos en nog wel op mijn eigen vlinderstruik in de voortuin.

Ik ga ’s avonds naar het Kennemermeer, misschien zie ik nachtvlinders in het wild. In ieder geval wel twee aardhommels op de kattenstaart.

Hij heeft echt lange spillepoten deze kruidenspillenbeen-wants.

Weidevlekogen zie ik steeds meer.

Ik kijk ook uit naar de heelblaadjespalpmot, dat is niet moeilijk, ik zie er meerdere.

Een vlindertje van amper 1 cm blijkt toch een uiltje te zijn: een zandhalmuiltje.

Het gaat goed met de nachtvlinders: een gewone bandspanner.

Omdat het al wat donker begint te worden gebruik ik de flits bij het blauwe glidkruid.

Een aangebrande spanner op koninginnekruid.

Een pendelzweefvlieg zit verstopt onder een blad.

Hageheld

Woensdag 25 juli 2018
Met Joke loop ik de Vossendel. Op sectie 19 zie ik een blauwoog grasmot. Ze verbaast zich dat ik dat zomaar zie.

We hebben heel veel vlinders geteld en wel een ijsje verdiend met dit warme weer. Een huiszwaluwtje steekt steeds zijn kopje uit het nest, dan zien we een zwaluw er bij in kruipen en die komt er even later weer uit. Dat blijkt dus een ouder te zijn.

Er vliegt er weer een in en als even later de ouder weer terug komt doen de jonge zwaluwtjes gelijk hun bekjes wagenwijd open.

Alhoewel die ene al buiten gevlogen heeft, dus zelf ook vliegen kan vangen, bedelt hij net zo hard.

Bij het Cremermeer let ik weer op de heelblaadjes en met success, hele kleine lieveheersbeestjes doen hun best om nog meer kleintjes te maken. Het zijn de ruigtelieveheersbeestjes.

Een graspieper zit vaak op dit plekje.

Ik weet dat ik vorig jaar de duindoornboorvliegjes heb gefotografeerd, maar nu ik ze weer zie verbaast het me toch dat ze zo ontzettend klein zijn.

Een roomvleklieveheersbeestje.

Hoe ik die krabspin met een prooi onder de parnassia zag weet ik niet meer, ik denk dat hij eerst boven op de bloem zat.

Zie ik zomaar een hageheld, ik denk zo vers dat hij nog wat sloom is, want ik haal gewoon de grasjes om hem heen weg.

Ik wist niet dat een vrouw rietgors zulke prachtige kleuren heeft.

Niet alleen op de secties zie ik argusvlinders, ook daar buiten.

Het jonge dodaarsje kan ik wel goed bekijken in de tankval, maar om goed te fotograferen lukt niet.

Harkwesp

Woensdag 18 juli 2018
Op het weiland van de Vossendel staat nog wel veel duinkruiskruid en daar zit een harkwesp op, ook leuk dat de zweefvlieg daar net in de lucht hangt.

Bij de Cremermeerroute kijk ik goed wat er allemaal op heelblaadjes zit, dit keer een metselbijtje met die grijsgevlekte ogen.

Langs het randje van de Koningsweg staan veel heelblaadjes en duindoorns, daar vliegen een paar bonte zandoogjes.

Een langlijfje op heelblaadjes.

Wat vind ik kamperfoelie toch mooi.

Twee sintjansvlinders op koninginnekruid.

Een heel erg afgevlogen grote keizerlibel. Later denk ik dat het een zuidelijke keizerlibel is, want overall staat beschreven dat de grote keizerlibel een groen borststuk heeft en de zuidelijke heeft een bruine. Toch is het de grote, vanwege de twee (licht)blauwe driehoekjes op de achterkant van het borststuk bovenop.

Bij deze foto van een mannetje kan je de kleur beter zien van de driehoekjes.

Een vrouwtje grote keizerlibel heeft groene ogen en een groener achterlijf. Hier zijn de driehoekjes ook te zien in het groen.

Ik denk dat dit drienervige zegge is.

Speerdistel

Maandag 16 juli 2018
We zien bij de excursie bij het Kennemermeer dit jaar maar weinig herfstbitterlingen. En als we een bitterling zien, dan is het zomaar de zomerbitterling die veel zeldzamer is.

Ik weet nu waar het moeraszoutgras staat, dat is heel leuk om te laten zien, zo bijzonder.

Een uitgebloeide speerdistel.

En deze heeft er een extraatje van gemaakt.

Het was even zoeken, maar we hebben de plantjes van de dwergbloem gevonden.

Een zandbijtje die zijn neus in de klaver steekt.

Zilt torkruid staat in het vochtige deel van het gebied.

Na de koffie wil Ernst nog naar de pier en ik ga een eindje mee. In de haven zie ik al jonge visdiefjes bedelen, de ouder trekt zich daar weinig van aan, die kijkt gewoon de andere kant uit.

Konijnenlatrine

Donderdag 12 juli 2018
We gaan voor de laatste keer gezamenlijk orchideeën tellen bij het Kennemermeer. We zien een konijnenlatrine en er omheen is het door de bemesting goed begroeid 😉

Na het tellen fiets ik over het fietspad langs het Kennemermeergebied, ik hoop heivlinders te zien. Een jonge veldsprinkhaan is nu al een achterpoot kwijt geraakt.

De stalkaars is nog niet verdroogd, verder ziet het er vrij troosteloos uit door de droogte.

Jonge dodaars

Woensdag 11 juli 2018
Joke en ik zien de eerste Icarusblauwtjes dit seizoen en gelijk wordt er al voor nageslacht gezorgd.

Het is ook tijd voor zwavelzwammen zien we.

Na het tellen nemen we een ijsje bij de koffieboerderij. In het bovenste nest zit nog één jong zover we kunnen zien.

Ik zie dat ik een rupsje meegenomen heb van de Vossendel. Ik laat hem tussen de brandnetels vallen, maar thuis zie ik dat het een rupsje van de zilveren groenuil is en die zit altijd in bomen.

Bij de tankval ga ik kijken of ik een jong dodaarsje zie, het is er inderdaad maar één. Sony A68 400mm

Wat een parmantig schatje.

De heidelibel die hier vliegt is rood, dus de bloedrode heidelibel.

Over het veld met duinkruiskruid zie ik iets fladderen, dat zal de keizersmantel wel zijn.

Bovendien een dagpauwoog. Wat een kleuren!

De tekening op de onderkant van de vleugel van de keizersmantel.

Een roodborstje bij de uitgang van de Herenduinen.

Moeraszoutgras

Zondag 8 juli 2018
Nu ik weet waar moeraszoutgras staat bij het Kennemermeer ga ik kijken of ik het mooi op de foto kan krijgen. Eerst zie ik een puntsnuitbladroller die niet algemeen is.

De aardhommel is in slaap gedommeld.

Wonderbaarlijk zoals het moeraszoutgras er uit ziet.

Het staat in de buurt van heel veel heen.

En dwergzegge, maar die staat hier overal.

Ik kom nog een zilverstreepgrasmot tegen.

Ruw walstro.

Ik denk een hele kleine boorvlieg te zien, het is echter de prachtvlieg: Herina frondescentiae. Net op het moment van afdrukken springt hij.

Een bruin zandoogje in de avondzon.

Langs het fietspad ga ik nog even kijken of ik het vierentwintig-stippelig lieveheersbeestje zie. Wel het larfje gevonden, die zitten vaak in de buurt van de vraatsporen.

En daarnaast een ruitrandwants op het zeepkruid.

Kleintjes

Vrijdag 6 juli 2018
Gelukkig heb ik mijn fotospullen meegenomen naar badminton, want als ik daarna langs een sloot fiets zie ik kleine kuifeendjes, die zie ik zelden.

Maar jonge kluutjes heb ik nog nooit gezien, dus ik tref het.

Al helemaal zelfstandig.

Heel schattig.

Langs de Mooie Nel staan heel veel berenklauwen, het lijkt wel een berenbos.

Bij het slootje bij Penningsveer kijk ik naar krabbenscheer, je weet maar nooit of er een groene glazenmaker ooit komt. Ondanks het mooie weer, bijna geen juffertje te zien. Een weidevlekoog vind ik wel leuk, het is een zweefvlieg.

Aan de overkant van het slootje landt een atalanta op een berenklauw.

Langs het fietspad in de Heksloot staat roze duizendguldenkruid.

Landelijk plaatje.

Twee jonge eendenkontjes.

Bij het landje van Gruijters staat een grauwe gans tussen de goudknopjes.

Bevertjes

Maandag 2 juli 2018
Met Hanneke ga ik een rondje Kennemermeer doen. Het zou een hele warme dag zijn, hier valt het gelukkig mee, het is ideaal weer. Ik zie iets roods in een plant, oeps, het zijn 2 moertjes met rode vleugeltjes, laat ik ze maar met rust laten.

We zijn allebei gek op bevertjes, zo leuk.

Gevleugeld hertshooi.

De zeegroene zegge die we van het voorjaar zo prachtig in bloei zagen staan heeft nu vruchten.

We kijken nog naar rond wintergroen, daar staat kwelderzegge in de buurt. We kunnen deze zegge mooi determineren omdat hij precies voldoet aan de tekening (51).

We lopen tussen de struiken door waar een smal paadje is, daar staan mooie grasjes tussen.

We gaan wat eten op het terras van een strandtent. Bij de strandopgang staat het helm ons toe te wuiven.

We gaan het gebied weer in op zoek naar zoutgras, dat is moeilijk te vinden, maar is wel gelukt. Ondertussen hoor ik een rietgors en het leuke is dat ik hem zie en niet zie, omdat hij op een rietstengel zit die steeds naar beneden buigt door de wind. Een citroenvlinder snoept van de ratelaar.

Hier en daar staan een paar plukjes veenpluis.

Hanneke ziet nog knoopkruid waar ik zomaar aan voorbijgelopen ben. Ik had het hier ook niet verwacht.

Plantenexcursie

Vrijdag 29 juni 2018
Mensen van Floron (de plantenwerkgemeenschap) komen vandaag op bezoek bij het Kennemermeer en ik ben de gids. Na de koffie vertel ik hoe het gebied is ontstaan en een stukje geschiedenis. Daarna kan ik al gelijk de hokjespeul laten zien. De vrouwenmantel ontdekt iemand zelf.

Op de heivlinderheuvel zie ik bolletjes op het walstro en denk aan de scheerlingzaadgalmug, maar er is ook een walstropeertjesmijt (denk ik) die ook zulke galletjes maakt.

Dan ziet iemand nog de havikskruidgalwesp, dus voor mij is het ook een leuke excursie 😉

Kleine watereppe.

Gewone engelwortel.

Bij de pauze zitten we in het gras en dan loopt er een klein spinnetje over mijn broek die op de riem van de fotokoffer springt, dus is het een springspinnetje. Bij het uitzoeken blijkt het om de gestreepte springspin te gaan en die is best bijzonder.

Karel heeft vlozegge ontdekt en als je het een maal gezien hebt is het makkelijk herkenbaar.

In het zuidelijk deel zien we moeraszoutgras, rond wintergroen, zilt torkruid en veel meer honingorchissen. We gaan richting Boulevard waar we op zoek gaan naar de zeelathyrus. Eerst zien we zeepostelein.

De bladeren van de zeelathyrus zijn heel herkenbaar.

Gelukkig weet ik de naam van zeevenkel. Het valt me toch mee wat ik heb kunnen laten zien, want er zijn ook bijzondere planten die ik niet weet te staan, maar bij het Kennemermeer staan zoveel bijzondere soorten.

Hartgespan

Zaterdag 23 en zondag 24 juni 2018
Vanavond is de tweede nationale nachtvlindernacht. Gisteravond was het in de AWD, maar dat vind ik te ver en te druk. Ik ben al vroeg bij het hek van NME en fotografeer hier ook de stokroossnuitkevers. Het is nog licht en Marja en ik maken alvast een rondje. Hier is een kweektuin en ik kom toevallig hartgespan tegen, daar wilde ik van de week naar op zoek gaan.

Twee seringensteltmotten zwerven hier.

Rups van een schedeldrager.

De kleine zomervlinder fladdert heen en weer, zit soms op het hek en gelukkig zie ik hem op de grond zitten, vlak voor iemands voeten die er geen erg in heeft.

De houtspaander zit ook op de grond, maar vlak bij het doek.

De gele tijger kan ik nog net fotograferen op het doek, daarna vliegt hij de struiken in.

De lijnsnuituil die ik vanavond ook in mijn tuin had die ziet er van voren zo uit 😉

Voor de eerste keer een groot avondrood.

Donkere marmeruil komt uit de kist.

Geelzwarte walstrowants.

Eikenlichtmot.

Huiszwaluwen

Woensdag 20 juni 2018
Tot onze verrassing zien Joke en ik bij de Vossendel meerdere eikenpages.

Na het vlinders tellen gaan we wat drinken bij de boerderij. Daar zitten elk jaar huiszwaluwen en nu dus ook. Ze klimmen al bijna hun nestje uit.

Ikke, ikke, ikke.

Bekkie vol.

Wat een leukerdjes

Ik ga door naar mijn Cremermeerroute. Op het eerste stuk zie ik een bruinrode heidelibel.

Weer loop ik door om te zien of de rups van de hermelijnvlinder er nog zit. Die kleine van vorige week is aardig gegroeid, hij heeft alleen nog niet zo’n leuke roze rand rond z’n koppie.

Hele lange snuit

Dinsdag 19 juni 2018
Bij de spoorlijn staan stokrozen, dat vraagt natuurlijk naar onderzoek naar de stokroossnuitkever. Die heeft een hele lange snuit, maar als je dan denkt aan een olifant, dan heb je het mis. Deze kever moet je bijna met een vergrootglas bekijken zo klein is hij (en zij).

Bij de renovatie van de spoorlijn is de den gespaard gebleven, daar zitten heel veel Aziatische lieveheersbeestjes op, ze zijn heel variabel.

De eerste zwartsprietdikkopjes van dit seizoen.

Een kraamwebspin maakt een heel huisje van rag.

‘s Avonds ga ik naar het Kennemermeer, de bijenorchissen staan mooi in bloei, het zijn er echter niet zo veel.

Vooral ’s avonds vliegen er veel ratelaarspanners. Ik zie ze ook regelmatig hun eitjes leggen op de ratelaars.

Naast de bevertjes staat nog een heel mooi grasje.

Aha, ik heb een honingorchis gevonden.

Op de heivlinderheuvel staan veel nachtsilenes.

Ratelaars in de avondzon.

Man steekvlieg met zijn grote pluimen, gelukkig steken de mannetjes niet.

Nachtvlinderen

Vrijdag 15 juni 2018
Vanavond is er weer nachtvlinderen. Ik begin thuis al met een lijnsnuituil, die is vrij gewoon, ik verwacht in het donker toch mooie soorten. Zeker leuk is de neushoornkever.

Een mooi soort is de wegendoornspanner, net als ik afdruk gaat hij vliegen.

Zo mooi zijn de lege eierdopjes van de veelvraat.

Ik heb Ben betrapt, die wilde denk ik stiekem een rozenblaadje mee naar huis nemen.

Ook vliegjes komen op het doek zitten, eentje met hele lange antennes: Macrocera phalerata.

Een Noordse kakkerlak

Ik vind de gevlamde bladroller meer een glimmende bladroller. Het kleine witje motje heeft ook nog een naam gekregen van Ben: de witte oogklepmot.

Groot visstaartje.

Vooruit, het is volop zomer, dan mag de kleine zomervlinder niet ontbreken.

Stompvleugelgrasuil.

Ik vind het leuk dat ik het pinguintje gelijk herken.

De vlinders vliegen om ons heen en soms in onze haren, zoals deze satijnvlinder.

Mooie afsluiter om kwart over 12 van het streepkokerbeertje.

Boksdoorn

Woensdag 13 juni 2018
Bij de Vossendel zijn al heel wat vogelkersstippelmotten uitgekomen. Leuk rijtje zo.

Meestal als roofvliegen paren heeft het vrouwtje een insect van het mannetje gekregen, nu niet. Misschien is dit een ander soort, dit zijn baardroofvliegen.

Eindelijk zien we een koevinkje en op een boom een hele verse gehakkelde aurelia.

Bij de strandopgang van de Cremermeerroute loop ik iets verder door, daar zie ik een bijzondere struik staan. Ik moet de naam opzoeken: het is de boksdoorn.

Er zit een goudwesp op een van de palen van de strandopgang, terwijl ik hem in de gaten hou zie ik zomaar een stel zakdragers op de paal zitten. Ik denk algenzakdragers, want er zit helemaal een plakaatje alg op het zakje. Binnenin zit het vrouwtje van dit vlindertje.

Vrouw oeverlibel met haar reebruine ogen.

Uitgebloeide sleutelbloem op sectie 1.

Daarna loop ik door over de Koningsweg voor de rups van de hermelijnvlinder. Maar eerst zit er een kleine sprinkhaan in de weg 😉

Toch gevonden! Op het kleine struikje van de populier zit op een blad mooi in het zicht de rups van de hermelijnvlinder, nog maar net uit het ei. Een verdieping lager zit nog het eitje op het blad.

Op de terugweg zie ik zelfs nog een rups, die is een week ouder ongeveer. Helaas is het rond zijn kop nog niet zo zuurstokroze, wat ik zo geinig vind.

Op het wandelpad zit een vrouw zandhagedis, ze blijft rustig zitten als ik foto’s neem.

Niet zoveel teken heeft ze, alleen één in haar oksel.

Bij sectie 3 vliegen nog maar een paar libellen en ik zie er 1 dood in het water liggen, ik denk dat dat een paardenbijter is.

Een kraai zit niet zo ver weg in een hoopje te pikken, even later vliegt hij de andere kant op. Ik heb hem niet de hele tijd in de gaten gehouden, maar hij zit opeens een pad uit elkaar te trekken.

Hokjespeul

Maandag 11 juni 2018
Op zoek naar de hokjespeul kom ik blaassilene tegen.

En terwijl ik daar foto’s van maak struikel ik bijna over de hokjespeul 😉

Af en toe kom ik nog wel eens insecten tegen, zoals deze strontvlieg op akkerdistel.

Ha, nog meer vliegjes, vliegjes op het meer. Sony A68 400mm

Ik denk dat dit het zilveren fluitje is.

Zomprus.

Eigenlijk ben ik op zoek naar de eierdopmot op rond wintergroen, omdat ik die niet kan vinden is het wintergroen zelf wel een plaatje waard.

Vanwege de stippeltjes zou je denken dat dit de struiksprinkhaan is, maar daar is ze te groot voor. Dit is dus de grote groene sabelsprinkhaan.

In de buurt van de wollige sneeuwbal zit een rups van de donsvlinder.

Bloeiend heen.

Kleine parelmoervlinder op de bloem van een braam.

Er is laatst gemaaid langs het fietspad van de Dokweg en ik was al bang dat de blauwe bremraap die daar precies stond al niet meer terug zou komen. Toch zie ik er nog 2.

Sierlijke witsnuitlibel

Donderdag 7 juni 2018
Vandaag lopen Joke en ik de Vossendel. Niet alleen veel vlinders van het grote koolwitje dit jaar, vandaag zien we zelfs een rups.

Omdat we best goed opletten of we vlinders zien, ontgaat de smaragdlibel in het bos ons ook niet.

Ik ga naar het landgoed Duin en Kruidberg voor libellen en Joke gaat gezellig mee. Het is hier heerlijk toeven bij het water met dit schitterende weer.

Ik ga uit mijn dak als ik een sierlijke witsnuitlibel ontdek, die had ik hier helemaal niet verwacht, ook al was hij wel in de buurt van Spaarnwoude gemeld. Hij trekt zich niets aan van een grote roodoogjuffer.

De vroege glazenmaker heeft een bruin lijf en groene ogen.

Een vrouw gewone oeverlibel is net uit de larvenhuid gekropen, dat zie je aan de zilverachtige vleugels.

De ene viervlek heeft bijna geen tekening in de vleugels en deze is juist heel mooi getekend.

Dit is een libellenhuid van een larf, waar de libel uit kruipt.

We hebben samen nog wat gedronken op het terras van het hotel.

Het is hier een feest van libellen en juffers. Parende azuurjuffers.m

In een donker hoekje van het water ziet Joke jonge waterhoentjes. Bijzondere foto zo met dat groen en de weerspiegeling van het kopje.

Twee waterhoentjes lopen tussen de rododendrons.

Ik vind de gezichten van libellen niet echt mooi, maar de kleuren van de ogen van de vrouw oeverlibel wel.

Joke tikt tegen de sigaar van de lisdodde en er komt toch een hoop zaad uit gewaaid.

Er staan kunstwerken langs het water en ik ben helemaal gek van de lepelaar.

Het Friese paard van Yvonne Piller is ook geweldig.

In het water zwemmen ruisvorens (met dank aan Ben).

De grote roodoogjuffer is zo licht als een veertje.

Man sierlijke witsnuitlibel. Ze zijn zeldzaam, maar na vandaag denk ik niet meer, want hier zie ik al 3 mannetjes.

Een echte witte snuit heeft de libel.

Thuis word ik nog verrast door een zwartkamdwergspanner.