Pop ligusterpijlstaart

Vrijdag 25 mei 2018
Er komt een pop van een ligusterpijlstaart tevoorschijn als ik aan het vegen ben. Ik stop hem weer terug onder de schuifdeur, met wat grond er over. Ik hoop zo dat ik mee kan maken als de vlinder tevoorschijn komt.

Meriansborstel

Woensdag 23 mei 2018
Bloeiend gras langs de spoorlijn.

Toevallig ben ik bij het asiel en ik tref het dat er een meriansborstel op de muur zit.

Vanaf het asiel rijd ik door richting strand. Afgestapt omdat ik wil weten of de bokkenorchissen er nog staan. Gelukkig wel.

Ik fiets aan het eind van de Heerenduinweg richting het Kennemermeer. Een heel gebied zit vol met spinselmotten. Dat is niet erg, juist heel goed, want doordat er zo weinig insecten zijn komt hier toch heel wat te eten voor de vogels straks. De struiken herstellen zich gelijk weer als de stippelmotjes zijn uitgevlogen.

Op het strand staat tussen de grote sterns en de visdiefjes 1 zwarte stern.

O, wat leuk, een zwartpootsoldaatje zonnebadend op het strand.

Baltsende visdiefjes.

Noordse witsnuitlibel

Dinsdag 22 mei 2018
De meeste hommels die ik zie zijn die kleine akkerhommels. In mijn tuin komt hij geregeld op de geraniums zitten.

Ik loop de Vossendel vandaag alleen, op sectie 2 nog geen vlinders, maar 2 azuurjuffers.

Omdat ik alleen ben ga ik bij het water kijken, omdat er de laatste tijd zoveel libellen gemeld worden. Nog geen bijzondere hier te zien, een viervleklibel zet eitjes af in het water.

Geen vlinders maar rupsen. Dit moet een witvlekspitskopmot worden.

En deze een tweestreepsvoorjaarsuil.

Op sectie 13 waar vaak libellen zitten zit een glassnijder, die zie ik niet vaak.

Op sectie 15 een duinrouwzwever.

Nog even kijken of de ooievaar nog op z’n plekje loopt. Nou, ik tref het, hij komt me tegemoet vliegen.

De spreeuwen nemen een bad op het voetpad van de Cremermeerroute.

Daarna nog even poetsen, je kan zien dat hij in bad is geweest, hij glimt er over.

Ik zie een vosje lopen en als je goed kijkt zie je dat hij/zij een zandhagedis in zijn bek heeft.

Man platbuik.

Argusvlinder op sectie 1.

Op sectie 4 deze schattige bloemetjes, eerst weet ik niet welk soort, maar het zal de veldkers zijn.

Over de ronde watertjes (bomkraters?) van sectie 3 vliegen vaak libellen. Ik moet wel geduld hebben om ze in de vlucht te fotograferen, redelijk gelukt van de grote keizerlibel.

Er vliegt weer een witsnuitlibel, nu is het de noordse. Gelukkig dat hij even gaat zitten, anders had ik het niet geweten.

Dacht ik bijna een goudvink te zien is het een overdreven gekleurd mannetje vink 😉. Hij slooft zich ook erg uit met zingen.

Het was al een mooie dag met leuke soorten en dan zie ik ook nog een havik in een boom zitten. Hij/zij heeft me in de gaten en vliegt weg, jammer geen foto.

Smaragdlibel en gevlekte witsnuitlibel

Dinsdag 15 mei 2018
Hier in de omgeving zijn smaragdlibellen gesignaleerd en die zou ik ook graag willen fotograferen. Laat Joke nu onder het vlindertellen een smaragdlibel in een boom zien hangen. Even later gaat hij mooi op een blad zitten.

Aan het eind van de telling bij de Vossendel kijk ik op het hout van het hek. Daar zitten toch veel rupsen! O.a. een berkenwintervlinderrups en een grote wintervlinderrups.

Deze rups vind ik wel heel gaaf, want die is van de zwarte herfstspinner.

Ik fiets door naar de volgende vlinderroute. Daar zie ik nogal wat argusvlinders, ook buiten de secties.

Nog veel water op de paden en daar profiteren de libellen en juffers van. Dit is een azuurwaterjuffer.

In het rustige gebied waar geen mensen mogen komen zie ik heel regelmatig herten. Soms schieten ze vlak voor me weg, dan had ik ze niet gezien en zij mij niet. Leuk plaatje zo tussen de meidorens.

Had ik bij de Vossendel al het geluk om een smaragdlibel te fotograferen, hier zie ik een gevlekte witsnuitlibel die even gaat zitten, zodat ik hem de juiste naam kan geven.

Wat een gelukkie.

Een vuurjuffer is een heel gewoon soort.

Dit vind ik niet vaak, zomaar een gewei op de grond.

Man platbuik is blauw en vrouwtje is geel.

De torenvalk vliegt vlak boven me, jammer dat ik niet zo snel scherp kon stellen.

En dat is nou weer jammer van zo’n mooie dag: een doodgereden man zandhagedis op het fietspad.

Grasmineermot

Maandag 14 mei 2018
Alleen kleine koolwitjes op de spoorlijnroute. Bij sectie 19 en 20 kijk ik altijd extra goed in het gras en daar zie ik toch een klein vlindertje: een paar millimeter groot. Het is een grasmineermot.

Een smalle boktor is trouwens ook niet erg groot.

Rupsen

Woensdag 9 mei 2018
Met Joke loop ik de Vossendelroute om vlinders te tellen. In het bos zien we enkele rupsen bij elkaar. De rups van de perentak herken ik gelijk.

De roofvlieg heeft zijn vleugels nog niet gladgestreken.

Zo mooi dat bloeiende gras met die glinsterende sliertjes.

Een rups van een voorjaarsbladroller is op Joke haar bloes gevallen en ik pluk hem er heel voorzichtig vanaf.

Een jonge zanglijster op het bospad. Als hij wegvliegt zie ik dat hij mooie bruine vleugels en staart heeft.

We hebben toch 27 vlinders gezien op de secties en daarbuiten ook nog een stuk of 10, valt dus reuze mee. Bij de uitgang zitten nog meer rupsen. Deze donkere rups is van de wachtervlinder.

Mijn Cremermeerroute loop ik nog wel met laarzen aan, vooral het eerste stuk is nog erg nat. Daar zie ik iets glimmen in de struiken, het is een viervlek.

Hier vliegen wat gierzwaluwen, helaas niet veel.

Het bloemetje van de zilte waterranonkel zit onder water, leuk met die luchtbelletjes.

Ik ga ook nog langs hotel Duin en Kruidberg voor libellen, ik loop langs het water en daar staat zomaar een olifant 😉

Op de muur zit nog een huidje van een juffer.

Kameeltje en dromedaris

Maandag 7 mei en dinsdag 8 mei 2018
Drukke dag vandaag want er is vanavond ook nog nachtvlinderen. De eikentandvlinder is aardig groot, mooi getekend beest.

De veelvraat blijft lang fladderen, maar als ze eenmaal zit gaat ze gelijk eitjes leggen.

De lindepijlstaart zie ik nu voor het eerst.

De dromedaris ook.

De witte tijger is me wel bekend, wat een sneeuwwitte vlinder.

Een schoonheid is de hazelaaruil.

Ook de hermelijnvlinder is een beauty.

Gestippelde oogspanner.

Als ik bij de kist ga kijken tref ik het dat ik net de snuitvlinder zie, na 3 foto’s is hij alweer vertrokken.

Zoveel vlinders van het klein avondrood vanavond: een stuk of 15.

En als toetje het kameeltje, wat een mooie soorten.

Het is wel tegen 1 uur dat ik naar huis ga.

Groentje

Maandag 7 mei 2018
Ik ga met de bus naar Amstelveen en ik denk dat ik het makkelijk kan vinden vanaf de bushalte naar Thijsse’s park, niet dus. Ik loop daar nog een hele tijd te dwalen en kom zelfs al door het park De Braak, waar ik straks naar toe wil voor het groentje. Tien over 11 kan ik me pas aansluiten bij de KNNV-groep. Dan zie ik wel gelijk de leukste plant: de rapunzel.

Wat een daslook staat hier.

Adderwortel.

Niet alleen deze prachtige kleur heeft zenegroen, maar er staan ook wat roze bloemen tussen.

Ook het wildemanskruid heb ik gezien.

Zuurbes herken ik wel.

Wonderbaarlijke bloemen heeft het waterdrieblad.

Weegbreezonnebloemen.

Genieten in het Thijsse’s park.

Een paardenstaart, of misschien holpijp?

Elke keer als je hier komt zie je weer nieuwe planten. Christoffelkruid dus.

Steenbreek.

De anderen gaan na de excursie weer weg, ik ga door naar het park De Braak voor het groentje. Als ik daar even rondloop zie ik al een man staan fotograferen en ik ben zo brutaal om er ook bij te gaan staan. Dat is niet erg, want we raken leuk aan de praat. Het groentje komt steeds terug, dat is dus helemaal geen probleem.

Opeens zie ik 3 citroenvlinders achter elkaar aan vliegen, dat is ook heel gaaf.

De lichte voorop is het vrouwtje.

Het onderste mannetje vliegt zelfs ondersteboven.

Ik ben helemaal blij met het groentje, geweldig wat leuk.

Ik loop richting uitgang en zie 2 reigers vlak bij elkaar, waarvan eentje net boven de struiken komt kijken.

Ik denk dat dit vrouwtje platbuik een slijkvlieg te pakken heeft en let eens op die bolletjes en het uiteinde van de bladen van de varen.

Allemaal leuke plantjes en bloemetje kom ik hier tegen.

Dit park is net zo mooi als Thijsse’s park.

En lopend naar het busstation kom ik langs een tuin met de Japanse berberis.

Bladeren

Vrijdag 4 mei 2018
Ik ben zo moe met het badmintonnen dat ik na een uurtje al weg ga. Ik wil nog de vlinderroute Vossendel doen omdat het eindelijk wat warmer is geworden. Ik kom door Schoonenberg en kijk nog even naar de boom met peulen die we van de winter gezien hebben, waarvan ik nog steeds de naam niet weet.

Voor het jubileumboekje van de vlindergroep van de KNNV zou ik nog een selfie maken en dat moet nu dan maar gebeuren want er is haast bij. Ik sta hier op sectie 13 en daar vinden Joke en ik meestal de meeste vlinders. Hier vliegen ook vaak veel libellen. Ik heb de camera op de zelfontspanner gezet.

Zoals elk voorjaar zijn er veel smaragdlangsprietmotten. Nu zie ik ze hoger in de eik, terwijl ze anders altijd op de vogelkers of sering zitten.

Nog meer bladeren (van de esdoorn) bij de uitgang van de Vossendel.

Hazelwormen

Donderdag 3 mei 2018
Als ik de deur op slot doe zie ik 2 zwarte vliegen op de deur zitten. De grote is het vrouwtje en de kleine met bolle ogen het mannetje.

In de duinen zie ik een hazelworm op het fietspad liggen. Ik stap af om te kijken of hij nog leeft, want het is te gevaarlijk op de racebaan waar racefietsers overheen scheuren. Hij beweegt nog wel. Ik leg een meetlat langs hem voor een foto op waarneming.nl. Daarna zet ik hem in de berm.

Vanuit de vogelhut is er niet veel te zien op het Vogelmeer. Enige kuifeenden en wat andere watervogels, dat is alles.

Nog even verder kijken, helaas ligt daar een dode platgereden hazelworm. Fiets ik terug, dan zie ik zomaar een lepelaar, die stond er op de heenweg niet.

Hij vertrekt ook even later weer. Het is een jonge vogel aan de zwarte veren in de vleugels te zien.

Twee tapuiten vlak in de buurt van het fietspad vind ik wel even de moeite om af te stappen.

Nog weer verderop hoor ik een koekoek en ik ga op onderzoek uit. Vrij ver weg zie ik hem zitten, jammer dat ik hem niet dichterbij kan spotten, want hij vliegt weg.

Ik loop daar een beetje rond omdat ik dacht dat ik een goudvink zag en zie een bont zandoogje.

De goudvink bleek een gewone vink te zijn. Ik zie wel een gekraagde roodstaartmannetje, helaas ook wat te ver. Een boomleeuwerik gaat wel even mooi voor me staan. Het lijkt wel of hij een galappeltje te pakken heeft.

De eerste kleine vuurvlinder spot ik hier.

Seringensteltmot

Dinsdag 1 mei 2018
Moppie is niet alleen een fotomodel, ze is ook een lekker kroelkip.

Een paar jaar geleden had ik seringensteltmotten in mijn tuin, daarna een paar jaar niet gezien. Nu zie ik er weer eentje op de poortdeur.

Ik kom langs de jachthaven als ik naar het strand fiets. Twee tapuiten vliegen daar en ik ben al bang dat ze weg vliegen. Gelukkig wil er een wel poseren.

Gelukkig is er weer volop algenbloei in het zeewater. Het ziet er niet zo lekker uit, het is echter puur voedsel voor alles wat leeft in de zee.

Het lijkt wel of een meeuw uitgeput in het water ligt. Hij wordt opgejaagd door een hond en vliegt toch nog even.

Op de foto zie ik dat het een noordse stormvogel is. Het grijs van de vleugel is niet saai, maar heeft allerlei kleuren. Ook de snavel is heel apart.

Als de drieteenstrandlopertjes in zomerkleed komen zijn er al minder op het strand. De meeste zullen onderweg zijn naar hun broedgebied in hoog Arctische poolstreken.

In tegenstelling tot de grutto is de rosse grutto een zoutwatervogel. Deze is volledig in zomerkleed.

De drieteentjes moeten flink eten om straks de grote reis naar het noorden te maken.

Spreeuwen broeden wel hier in de buurt.

Daslook

Donderdag 26 april 2018
Als ik bij het katje langs geweest ben ga ik even door naar Velserbeek, kijken of ik een daslookgitje zie. Ik kijk verbaasd op als ik een geel bloemetje zie in de daslook, dat is echter een bloemetje van de boom er boven.

Eindelijk een Vlaamse gaai die vrij zit, natuurlijk nu ik mijn telelens niet bij me heb, met de 18-55 lens gaat het echter ook wel.

Ik ga ook even naar Beeckestijn op zoek naar de hondstand, niet eens gevonden. Een smaragdlangsprietmot op een paardenbloem is ook leuk.

Nachtegaal

Donderdag 19 april 2018
De dodaarsjes zijn druk bezig met hun nest in de tankval.

In Duin en Kruidberg hoor ik een tjiftjaf, even koekeloeren, dan zie ik hem ook.

Op de website van de Vlinderstichting schreef iemand dat hij zijn route beter per kano had kunnen doen, dus er wordt dan wel gewoon gelopen. Ik neem mijn laarzen mee en probeer de Cremermeerroute te lopen, ik zie wel of het lukt. Ik zie graspiepers als een parachuutje omlaag vallen, heel leuk. De kievit loopt hier weer rond, misschien dezelfde als vorig jaar.

Ik vorder al tot sectie 4, ik heb een andere route genomen en dat gaat goed. Daar zie ik een roodborsttapuit.

Daar in de buurt ook een kneu-vrouwtje.

Behalve sectie 8 heb ik toch de hele route kunnen lopen en het resultaat is 4 vlinders.
Ik zie 2 nachtegalen achter elkaar aan zitten, vooral door de rode staarten zie ik ze tussen de struiken vliegen. Ik heb veel geluk als er een bovenop een tak gaat zingen en die ander gaat ook nog op een tak zingen.

Bij het kraantje van Duin en Kruidberg staat muskuskruid.

Nachtvlinders fotograferen

Donderdag 12 april 2018
Bij Ter Kleef krijgen we een les nachtvlinders fotograferen. Eerst theorie, dan uitproberen in de tuin waar een magnolia staat.

De gele bloemen van de mahonia lichten mooi op in het flitslicht.

Heel leuk die zwarte achtergrond bij de zuurbes.

Een segrijnslak die nog op pad gaat.

Aha, eindelijk komen ook de nachtvlinders er aan. Een dennenuil zoekt Ingrid op.

Een kleintje in de kist: de preimot.

Leuk dat we geleerd hebben de vlinders van voren te fotograferen. Zo zie je de geveerde antennes van de nunvlinder goed.

Gekke kat

Dinsdag 10 april 2018
Moppie is zo ontzettend lief en die zwarte vlekjes op haar kussentjes vind ik zo leuk. Ze kan zo lekker gek doen.

Eerst loop ik de vlinderroute langs het spoor, maar geen enkele vlinder gezien.
Met Joke Dubelaar inventariseer ik de Vossendelroute en daar zien we 2 dagpauwogen.

Daarna nog even koffie gedronken met Joke omdat we elkaar al een tijd niet gezien hebben.
Door de duinen fiets ik terug, daar zit mijn leuke lievelingsvogel: de kneu. Helaas wat te grauw weer, maar het roze op zijn borst is goed te zien.

Bij de tuintjes zit de grote bonte specht weer van de pindakaas te snoepen, het koolmeesje er onder vind ik een snoepje 😉

Vlinderroutes

Zaterdag 7 april 2018
Ideaal weer om vlinders te tellen: 17 graden, onbewolkt en windkracht 2, dus op naar de Vossendel. Even kijken of het dwerggras er al staat, nee dus, wel de zandhoornbloem.

Ik ben al bijna aan het eind van de route en alleen nog maar een dagpauwoog en citroenvlinder gezien. Buiten de route nog wel een gehakkelde aurelia. Een sluipvlieg (Lypha dubia) is ook interessant.

Een boomklever bij zijn nest.

Een meisjesvink laat zich mooi fotograferen vlak bij mijn fiets.

Gelijk er achteraan doe ik de spoorlijn vanwege het vlinderweer. Heel snel zie ik 2 kleine vossen voorbijvliegen, dat is alles aan vlinders. Dit is een vleesvlieg, een andere dan bij de Vossendel.

We hebben vanavond bij het nachtvlinderen nog maar net het doek opgezet of er zit al een wilgensteltmot op. Pentax K5 macrolens 50mm

Van de lente-orvlinders, heeft er een een ronde lichte vlek en de ander een grote rechthoekige.

De tweestreepvoorjaarsuil lijkt wel een gouden lijf te hebben.

De grote voorjaarsspanner kan allerlei kleuren hebben.

Wat een leukerdje, de oranje/lichte kaartmot.

Kuifaalscholver

Maandag 2 april 2018, tweede paasdag
’s Morgens is er een excursie van de KNNV bij Beeckestijn. Het is nogal vochtig weer, toch een leuke groep mensen. Het is nog niet overdadig met stinzeplanten. De vroege hyacint staat er wel mooi bij.

Gelijk er achter aan heb ik strandwacht. Ook leuk want de hele groep was uitgenodigd. Frank heeft nog het schildje van een harig porseleinkrabbetje meegenomen die we vorige keer hadden gevonden. Kleintje hoor!

Na het koffiedrinken ga ik nog naar de pier. Het mannetje kuifaalscholver zwemt meer aan het begin van de pier. Die kuif is wel heel geinig en lijkt wel uit 2 staartjes te bestaan.

Eens kijken of de zwarte zee-eenden er nog zitten. Nog maar een paar, wel een met een afwijkende kleur, misschien nog jong? Staat niet zo in het vogelboek.

Wat een grote platpoten hebben ze.

De kuifaalscholvers zijn zeker dol op botervisjes, die vangen ze vaak.

Zelden zie ik ze zo mooi in zomerkleed.

Bij het katje die ik een paar dagen verzorg zit een voorjaarszakdrager bij de voordeur.

Bovenaan zit een kleine voorjaarsuil.

Aardappelgalwesp

Vrijdag 17 november 2017
Bij het nachtvlinder is ook flink gesmeerd op de bomen en Dik heeft een beestje naar het doek meegenomen, waarvan ik denk dat het een mier is, maar het blijkt een wespje te zijn: de aardappelgalwesp.

Altijd leuk als de zwarte herfstspinner langs komt.

Bij de bomen waar gesmeerd is hangen veel kleine wintervlinders aan takjes. Bij deze zijn de vleugels nog niet helemaal opgepompt.

Een zuidelijke boomsprinkhaan heeft als volwassen exemplaar hele kleine vleugels in tegenstelling tot de boomsprinkhaan.

De grote wintervlinder komt op de achterkant van het doek zitten.

Om een uur of 10 gaan we naar huis, ik fiets met Dik mee en die wil nog even kijken bij verlichte zuilen, daar zien we toch nog een oranje kruidenmot, ook leuk.

Cicades

Woensdag 18 oktober 2017
Omdat er vorige week zo weinig vlinders waren, nemen we vandaag een herkansing met nachtvlinderen. We beginnen met een satijnlichtmot, die had ik dus laatst in een potje waar hij uit een pop kwam, die ik zag op Nico zijn jas. Deze lijkt trouwens veel groter.

Op het gebouw zit een platte wielwebspin, ze lijken al mooier te worden.

Ik zie een donsvlinder op de bank bij de kist.

Zandslakken zijn zeldzaam, hier zitten honderden, op de grond, tussen de begroeiing en op de ramen. Het lijkt alsof er een ringetje zand precies om het ademhalingsgat zit. Even later is dat ringetje zand aan de achterkant van de slak uit elkaar gevallen.

Vandaag is het ook niet druk met vlinders, met een meidoornuil ben ik ook tevreden.

De meeste zandslakken hebben mooie patronen, daarom vraag ik me af of die rechtse ook een zandslak is.

Op de bladeren zit een herfstspanner.

En een papegaaitje hangt in de begroeiing.

Die wordt gevangen in een potje, maar hij blijft met de vleugels dicht. Ik tik tegen het potje en dan doet het papegaaitje zijn vleugels wel wijd zodat ik de mooie kleuren kan zien.

Haha, die antenne van de segrijnslak.

Roodstreepspanner

Tja, ik kan het niet laten om toch nog eens te kijken bij het Kennemermeer naar de baardmannetjes. Er vliegen weer heel veel spreeuwen en als ze een eindje voor me op het pad landen ga ik niet verder.

Aan de noordkant zitten er veel in de duindoorns.

Mazzel dat ik de roodstreepspanner zie landen, dan kan ik hem fotograferen. Het is een trekvlinder die nu best veel gezien wordt.

Oranje zon

Dinsdag 17 oktober 2017
Gister zag ik 10 baardmannetjes bij het Kennemermeer, maar omdat ik met de excursie mee was kon ik er niet achteraan om te fotograferen. Vandaag wil ik nog een poging wagen. Bij het Kennemermeer zie ik niets, dan ga ik naar het zuiden, die kant vlogen ze op. Langs het pad bij de IJmuiderslag verwacht ik niet zomaar een tomaat, misschien heeft iemand daar een tomaat gegeten en daar zaden verspreid?

Even verderop een mooie rups, die blijkt van de groente-uil te zijn. Zo gevarieerd van kleur kan die zijn, laatst vond ik een in mijn tuin en die rups was groen met een gele streep.

Omdat je hier vrij mag lopen worden de duinen open gehouden en krijg je stuifzand. Dicht bij zee maakt de wind zelfs diepe kuilen met grillige structuren.

Dit zijn nog ouderwetse duinen.

Er staat vandaag behoorlijk wind.

In dat stuk riet hoopte ik de baardmannetjes te zien, niets gehoord en niets gezien helaas.

Zo fantastisch die duinen hier.

Flink begroeid met duindoorns, die met de oranje besjes zijn de vrouwelijke planten, die zonder besjes zijn de mannelijke.

Zo uitgesleten kan het zand zijn.

Kom ik zomaar de beesten van de Lange Nieuwstraat tegen, ik wist niet dat die hier stonden. Bij het opknappen van de Lange Nieuw waren ze opeens verdwenen.

Een oranje zon, door het Sahara-zand, maar ook door de bosbranden in Portugal, misschien zijn de vlekjes wel roetdeeltjes daarvan.

Witvlakvlinder

Vrijdag 13 oktober 2017
We beginnen vanavond bij het nachtvlinderen met een hoekbanddennenspanner.

Schietmotten komen elke keer op licht af, maar daar zijn ook verschillende soorten van, zoals deze Limnephilus lunatus.

Een agaatvlinder zit een tijd op het doek, vliegt op een gegeven moment op en even later zien we hem op de stang zitten.

Ik ga bij de kist kijken, daar zie ik altijd tientallen zandslakken.

Maar liefst 3 verschillende mooie cicades, heel apart die kleuren.

Een krompootdoodgraver komt ons ook even vermaken.

De groene cicade heet Viridicerus ustulatus.

Marja en ik staan nog bij het doek, de anderen zijn bij het smeer aan het kijken. De witvlakvlinder komt even op het doek, vliegt tegen de lamp, vliegt heen en weer en eindelijk blijft hij stil op mijn fototoestel zitten. Ik ben blij dat ik mijn nieuwe toestel, de Sony A68, met dezelfde lens als op de A77ii, bij me heb.

Haha, die snuit van die vlinder met die grote geveerde antennes.

Ik wil hem van mijn toestel af hebben en tik hem voorzichtig aan, dan gaat hij op mijn hand zitten.

Vanwege de kleuren deze cicade op de foto gezet.

Hazelworm

Woensdag 27 september 2017
Dit is officieel de laatste week dat we vlinders tellen. Joke en ik zien niet veel vlinders, het is ook fris. Het is een beter jaar voor paddenstoelen. In het weiland staan zwartwordende wasplaten.

Verder op de route rodekoolzwammetjes.

Ter afsluiting nemen we nog een kop koffie. Daarna loop ik de Cremermeerroute. Toch nog 4 soorten vlinders. En een rietgors.

De laatste vlinder is gelukkig een vuurvlinder, die heb ik nog niet veel gezien dit jaar.

Op de fiets zie ik gelukkig op tijd dat er een hazelworm over het pad kruipt.

Het lijkt net een echte slang met dat tongetje.

Omdat ik bang ben dat hij overreden wordt pak ik hem (brrrr) bij de staart en zet hem in het gras.

Ik ga naar het Vogelmeer en hoor vogelgezang, maar weet niet wat het is, dan zie ik net het koppie van de zwartkop.

Een roodborst gaat uitdagend in het zicht staan.

Satijnlichtmot

Maandag 25 september 2017
Toen ik de jas waarmee Nico gevallen was wilde wassen, zag ik een kleine pop van een vlinder op zijn rugkant. Ik heb hem er voorzichtig afgepeuterd en in een potje gedaan en niet meer naar omgekeken. Nu zie ik opeens dat er een vlindertje uitgekomen is en nog wel een bijzondere: de satijnlichtmot.

Dan heb ik nog iets van vorige week: de zaden van de grote waterweegbree had ik meegenomen van het Westelijk tuinbouwgebied voor determinatie.

’s Middags strandwacht met Cora, er valt niet zo veel te beleven, toch blijven de kleine heremietkreeftjes leuk als ze nog leven, ze jagen elkaar uit de huisjes, rennen met het geleende huisje over het zand of ze graven zich in.

Een kleine mantelmeeuw heeft gele poten, deze heeft een ring en die kan ik weer doorgeven aan de ringer.

De laatste tijd zie ik al vaker halfgeknotte strandschelpen half uit het zand steken. Met hun voet graven ze zich in, maar deze heeft zelfs een sleuf gemaakt.

Deze grijze zwemkrab is belaagd geworden door een meeuw en heeft zich proberen in te graven.

Ik wil hem beter bekijken en zet hem in het water, dat wordt dus ook niets om goed te bekijken.

De blaasjeskrab is wel heel mooi, maar hij hoort hier niet.

Deze is nog levend en dat laat hij merken ook.