Hartgespan

Zaterdag 23 en zondag 24 juni 2018
Vanavond is de tweede nationale nachtvlindernacht. Gisteravond was het in de AWD, maar dat vind ik te ver en te druk. Ik ben al vroeg bij het hek van NME en fotografeer hier ook de stokroossnuitkevers. Het is nog licht en Marja en ik maken alvast een rondje. Hier is een kweektuin en ik kom toevallig hartgespan tegen, daar wilde ik van de week naar op zoek gaan.

Twee seringensteltmotten zwerven hier.

Rups van een schedeldrager.

De kleine zomervlinder fladdert heen en weer, zit soms op het hek en gelukkig zie ik hem op de grond zitten, vlak voor iemands voeten die er geen erg in heeft.

De houtspaander zit ook op de grond, maar vlak bij het doek.

De gele tijger kan ik nog net fotograferen op het doek, daarna vliegt hij de struiken in.

De lijnsnuituil die ik vanavond ook in mijn tuin had die ziet er van voren zo uit 😉

Voor de eerste keer een groot avondrood.

Donkere marmeruil komt uit de kist.

Geelzwarte walstrowants.

Eikenlichtmot.

Huiszwaluwen

Woensdag 20 juni 2018
Tot onze verrassing zien Joke en ik bij de Vossendel meerdere eikenpages.

Na het vlinders tellen gaan we wat drinken bij de boerderij. Daar zitten elk jaar huiszwaluwen en nu dus ook. Ze klimmen al bijna hun nestje uit.

Ikke, ikke, ikke.

Bekkie vol.

Wat een leukerdjes

Ik ga door naar mijn Cremermeerroute. Op het eerste stuk zie ik een bruinrode heidelibel.

Weer loop ik door om te zien of de rups van de hermelijnvlinder er nog zit. Die kleine van vorige week is aardig gegroeid, hij heeft alleen nog niet zo’n leuke roze rand rond z’n koppie.

Hele lange snuit

Dinsdag 19 juni 2018
Bij de spoorlijn staan stokrozen, dat vraagt natuurlijk naar onderzoek naar de stokroossnuitkever. Die heeft een hele lange snuit, maar als je dan denkt aan een olifant, dan heb je het mis. Deze kever moet je bijna met een vergrootglas bekijken zo klein is hij (en zij).

Bij de renovatie van de spoorlijn is de den gespaard gebleven, daar zitten heel veel Aziatische lieveheersbeestjes op, ze zijn heel variabel.

De eerste zwartsprietdikkopjes van dit seizoen.

Een kraamwebspin maakt een heel huisje van rag.

‘s Avonds ga ik naar het Kennemermeer, de bijenorchissen staan mooi in bloei, het zijn er echter niet zo veel.

Vooral ’s avonds vliegen er veel ratelaarspanners. Ik zie ze ook regelmatig hun eitjes leggen op de ratelaars.

Naast de bevertjes staat nog een heel mooi grasje.

Aha, ik heb een honingorchis gevonden.

Op de heivlinderheuvel staan veel nachtsilenes.

Ratelaars in de avondzon.

Man steekvlieg met zijn grote pluimen, gelukkig steken de mannetjes niet.

Nachtvlinderen

Vrijdag 15 juni 2018
Vanavond is er weer nachtvlinderen. Ik begin thuis al met een lijnsnuituil, die is vrij gewoon, ik verwacht in het donker toch mooie soorten. Zeker leuk is de neushoornkever.

Een mooi soort is de wegendoornspanner, net als ik afdruk gaat hij vliegen.

Zo mooi zijn de lege eierdopjes van de veelvraat.

Ik heb Ben betrapt, die wilde denk ik stiekem een rozenblaadje mee naar huis nemen.

Ook vliegjes komen op het doek zitten, eentje met hele lange antennes: Macrocera phalerata.

Een Noordse kakkerlak

Ik vind de gevlamde bladroller meer een glimmende bladroller. Het kleine witje motje heeft ook nog een naam gekregen van Ben: de witte oogklepmot.

Groot visstaartje.

Vooruit, het is volop zomer, dan mag de kleine zomervlinder niet ontbreken.

Stompvleugelgrasuil.

Ik vind het leuk dat ik het pinguintje gelijk herken.

De vlinders vliegen om ons heen en soms in onze haren, zoals deze satijnvlinder.

Mooie afsluiter om kwart over 12 van het streepkokerbeertje.

Boksdoorn

Woensdag 13 juni 2018
Bij de Vossendel zijn al heel wat vogelkersstippelmotten uitgekomen. Leuk rijtje zo.

Meestal als roofvliegen paren heeft het vrouwtje een insect van het mannetje gekregen, nu niet. Misschien is dit een ander soort, dit zijn baardroofvliegen.

Eindelijk zien we een koevinkje en op een boom een hele verse gehakkelde aurelia.

Bij de strandopgang van de Cremermeerroute loop ik iets verder door, daar zie ik een bijzondere struik staan. Ik moet de naam opzoeken: het is de boksdoorn.

Er zit een goudwesp op een van de palen van de strandopgang, terwijl ik hem in de gaten hou zie ik zomaar een stel zakdragers op de paal zitten. Ik denk algenzakdragers, want er zit helemaal een plakaatje alg op het zakje. Binnenin zit het vrouwtje van dit vlindertje.

Vrouw oeverlibel met haar reebruine ogen.

Uitgebloeide sleutelbloem op sectie 1.

Daarna loop ik door over de Koningsweg voor de rups van de hermelijnvlinder. Maar eerst zit er een kleine sprinkhaan in de weg 😉

Toch gevonden! Op het kleine struikje van de populier zit op een blad mooi in het zicht de rups van de hermelijnvlinder, nog maar net uit het ei. Een verdieping lager zit nog het eitje op het blad.

Op de terugweg zie ik zelfs nog een rups, die is een week ouder ongeveer. Helaas is het rond zijn kop nog niet zo zuurstokroze, wat ik zo geinig vind.

Op het wandelpad zit een vrouw zandhagedis, ze blijft rustig zitten als ik foto’s neem.

Niet zoveel teken heeft ze, alleen één in haar oksel.

Bij sectie 3 vliegen nog maar een paar libellen en ik zie er 1 dood in het water liggen, ik denk dat dat een paardenbijter is.

Een kraai zit niet zo ver weg in een hoopje te pikken, even later vliegt hij de andere kant op. Ik heb hem niet de hele tijd in de gaten gehouden, maar hij zit opeens een pad uit elkaar te trekken.

Hokjespeul

Maandag 11 juni 2018
Op zoek naar de hokjespeul kom ik blaassilene tegen.

En terwijl ik daar foto’s van maak struikel ik bijna over de hokjespeul 😉

Af en toe kom ik nog wel eens insecten tegen, zoals deze strontvlieg op akkerdistel.

Ha, nog meer vliegjes, vliegjes op het meer. Sony A68 400mm

Ik denk dat dit het zilveren fluitje is.

Zomprus.

Eigenlijk ben ik op zoek naar de eierdopmot op rond wintergroen, omdat ik die niet kan vinden is het wintergroen zelf wel een plaatje waard.

Vanwege de stippeltjes zou je denken dat dit de struiksprinkhaan is, maar daar is ze te groot voor. Dit is dus de grote groene sabelsprinkhaan.

In de buurt van de wollige sneeuwbal zit een rups van de donsvlinder.

Bloeiend heen.

Kleine parelmoervlinder op de bloem van een braam.

Er is laatst gemaaid langs het fietspad van de Dokweg en ik was al bang dat de blauwe bremraap die daar precies stond al niet meer terug zou komen. Toch zie ik er nog 2.

Graswortelvlinder

Vrijdag 8 juni 2018
Nico roept ’s avonds dat er een vlinder in de badkamer zit. Daar ben ik blij mee, een graswortelvlinder.

Nou ja, als ik hem buiten zet, zie ik dat er nog een vlinder in de kamer zit. De gestreepte goudspanner, die zoekt het buiten verder maar uit.

Sierlijke witsnuitlibel

Donderdag 7 juni 2018
Vandaag lopen Joke en ik de Vossendel. Niet alleen veel vlinders van het grote koolwitje dit jaar, vandaag zien we zelfs een rups.

Omdat we best goed opletten of we vlinders zien, ontgaat de smaragdlibel in het bos ons ook niet.

Ik ga naar het landgoed Duin en Kruidberg voor libellen en Joke gaat gezellig mee. Het is hier heerlijk toeven bij het water met dit schitterende weer.

Ik ga uit mijn dak als ik een sierlijke witsnuitlibel ontdek, die had ik hier helemaal niet verwacht, ook al was hij wel in de buurt van Spaarnwoude gemeld. Hij trekt zich niets aan van een grote roodoogjuffer.

De vroege glazenmaker heeft een bruin lijf en groene ogen.

Een vrouw gewone oeverlibel is net uit de larvenhuid gekropen, dat zie je aan de zilverachtige vleugels.

De ene viervlek heeft bijna geen tekening in de vleugels en deze is juist heel mooi getekend.

Dit is een libellenhuid van een larf, waar de libel uit kruipt.

We hebben samen nog wat gedronken op het terras van het hotel.

Het is hier een feest van libellen en juffers. Parende azuurjuffers.m

In een donker hoekje van het water ziet Joke jonge waterhoentjes. Bijzondere foto zo met dat groen en de weerspiegeling van het kopje.

Twee waterhoentjes lopen tussen de rododendrons.

Ik vind de gezichten van libellen niet echt mooi, maar de kleuren van de ogen van de vrouw oeverlibel wel.

Joke tikt tegen de sigaar van de lisdodde en er komt toch een hoop zaad uit gewaaid.

Er staan kunstwerken langs het water en ik ben helemaal gek van de lepelaar.

Het Friese paard van Yvonne Piller is ook geweldig.

In het water zwemmen ruisvorens (met dank aan Ben).

De grote roodoogjuffer is zo licht als een veertje.

Man sierlijke witsnuitlibel. Ze zijn zeldzaam, maar na vandaag denk ik niet meer, want hier zie ik al 3 mannetjes.

Een echte witte snuit heeft de libel.

Thuis word ik nog verrast door een zwartkamdwergspanner.

Eitje hermelijnvlinder

Woensdag 6 juni 2018
Het is bijna de moeite niet om vlinders te tellen langs de spoorlijn, ik heb maar 3 kleine koolwitjes geteld. Hier staat misvormd slangekruid.

Voordat ik de vlinders ga tellen bij de Cremermeerroute komen de koniks over de duinen aangehuppeld.

Een kievit moet even indruk maken.

Hier tel ik ook maar 5 dagvlinders, daarom ben ik blij met de paarsbandspanner.

Ik maak een uitstapje naar de populieren waar ik vorig jaar een eitje van de hermelijnvlinder vond. Op het zelfde lage boompje vind ik er weer een eitje.

Een jonge juffer, ik denk een watersnuffel, want er is nog net een stukje van het paddenstoeltje op segment 2 zichtbaar.

De blauwborst is nog voor z’n jongen aan het zorgen.

Eindelijk een kneu zoals ik het graag zie met dat zuurstokroze op z’n borst.

Als ik bij mijn fiets bezig ben komt er een stel spreeuwen in de buurt. De jongen gaan op het draad zitten en willen nog gevoerd worden.

Ach toe nou, pap, ik wil nog een lekker hapje!

Op de heenweg stond de Schotse hooglander al in het water en op de terugweg staat hij er nog!

Ratelaars

Zondag 3 juni 2018
Distelvlinder in de zon bij het Kennemermeer.

Ach, een icarusblauwtje mist een vleugel.

Ik zie een blauwborst in het riet, maar de foto’s zijn niet mooi geworden.
Ik hoop tussen de poelruit een poelruitspanner te vinden, dat is toch te hoog gegrepen.

Een brandnetelglittermot op een bloem van de braam.

De ratelaar heeft gezelschap van een grasje.

Een of andere langpootmug op pitrus.

Distelvlinder

Donderdag 31 mei 2018
’s Avonds ga ik naar het strand. De Kromhoutstraat is een paar jaar geleden helemaal op de schop gegaan voor de nieuwe busbaan en ik had er weinig vertrouwen in dat de berm weer zo mooi zou worden. Dat valt reuze mee, er bloeit van alles. De distelvlinder komt op ossentong af.

Een groot dikkopje steekt zijn tong in ossentong.

Pluimvoetbijen profiteren van knoopkruid. Sony A77ii 18-55mm

Grote sterns en visdiefjes bij de eblijn. Af en toe moeten ze de vleugels strekken.

Mispoes.

De grote stern moet het nog maar een keer proberen.

De visdiefjes proberen ook wat te vangen.

Op de parkeerplaats van het Kennemermeer weet ik de bijenorchissen te vinden. Ze staan er prachtig bij.

Fakkelgras, zoals deze zo mooi heet.

In het avondzonnetje een aardhommel op de rietorchis.

Koniks

Woensdag 30 mei 2018
Als ik toch in Velsen-Zuid ben, dan gelijk maar even door naar Velserbeek. Jonge nijlganzen genoeg dit jaar.

Een boomklevertje vliegt van de ene naar de andere boom en daar worden 2 kleintjes gevoerd. Jammer dat ik nu net mijn telelens niet bij me heb.

Bij de Vossendel zien Joke en ik dit jaar meer grote koolwitjes dan anders.
Ik ga door naar de Cremermeerroute. Op sectie 5 een walstrobremraap.

Wilgen hebben gallen van allerlei beestjes en schimmels. Deze gal komt door de wilgentakmineervlieg.

Vreemde kleuren hebben de jonge juffers vaak.

De koniks versperren mij de weg op mijn route.

Nogal aanhalig is de ene naar de andere konik, komt omdat ze hengstig is.

Waar de zon schijnt is het behoorlijk warm, maar hier bij de Cremermeerroute is het mistig en koud.

Op het fietspad moet ik voor de tweede keer een overstekende rups redden. Dit is de rups van de grote beer.

Pop ligusterpijlstaart

Vrijdag 25 mei 2018
Er komt een pop van een ligusterpijlstaart tevoorschijn als ik aan het vegen ben. Ik stop hem weer terug onder de schuifdeur, met wat grond er over. Ik hoop zo dat ik mee kan maken als de vlinder tevoorschijn komt.

Meriansborstel

Woensdag 23 mei 2018
Bloeiend gras langs de spoorlijn.

Toevallig ben ik bij het asiel en ik tref het dat er een meriansborstel op de muur zit.

Vanaf het asiel rijd ik door richting strand. Afgestapt omdat ik wil weten of de bokkenorchissen er nog staan. Gelukkig wel.

Ik fiets aan het eind van de Heerenduinweg richting het Kennemermeer. Een heel gebied zit vol met spinselmotten. Dat is niet erg, juist heel goed, want doordat er zo weinig insecten zijn komt hier toch heel wat te eten voor de vogels straks. De struiken herstellen zich gelijk weer als de stippelmotjes zijn uitgevlogen.

Op het strand staat tussen de grote sterns en de visdiefjes 1 zwarte stern.

O, wat leuk, een zwartpootsoldaatje zonnebadend op het strand.

Baltsende visdiefjes.

Noordse witsnuitlibel

Dinsdag 22 mei 2018
De meeste hommels die ik zie zijn die kleine akkerhommels. In mijn tuin komt hij geregeld op de geraniums zitten.

Ik loop de Vossendel vandaag alleen, op sectie 2 nog geen vlinders, maar 2 azuurjuffers.

Omdat ik alleen ben ga ik bij het water kijken, omdat er de laatste tijd zoveel libellen gemeld worden. Nog geen bijzondere hier te zien, een viervleklibel zet eitjes af in het water.

Geen vlinders maar rupsen. Dit moet een witvlekspitskopmot worden.

En deze een tweestreepsvoorjaarsuil.

Op sectie 13 waar vaak libellen zitten zit een glassnijder, die zie ik niet vaak.

Op sectie 15 een duinrouwzwever.

Nog even kijken of de ooievaar nog op z’n plekje loopt. Nou, ik tref het, hij komt me tegemoet vliegen.

De spreeuwen nemen een bad op het voetpad van de Cremermeerroute.

Daarna nog even poetsen, je kan zien dat hij in bad is geweest, hij glimt er over.

Ik zie een vosje lopen en als je goed kijkt zie je dat hij/zij een zandhagedis in zijn bek heeft.

Man platbuik.

Argusvlinder op sectie 1.

Op sectie 4 deze schattige bloemetjes, eerst weet ik niet welk soort, maar het zal de veldkers zijn.

Over de ronde watertjes (bomkraters?) van sectie 3 vliegen vaak libellen. Ik moet wel geduld hebben om ze in de vlucht te fotograferen, redelijk gelukt van de grote keizerlibel.

Er vliegt weer een witsnuitlibel, nu is het de noordse. Gelukkig dat hij even gaat zitten, anders had ik het niet geweten.

Dacht ik bijna een goudvink te zien is het een overdreven gekleurd mannetje vink 😉. Hij slooft zich ook erg uit met zingen.

Het was al een mooie dag met leuke soorten en dan zie ik ook nog een havik in een boom zitten. Hij/zij heeft me in de gaten en vliegt weg, jammer geen foto.

Smaragdlibel en gevlekte witsnuitlibel

Dinsdag 15 mei 2018
Hier in de omgeving zijn smaragdlibellen gesignaleerd en die zou ik ook graag willen fotograferen. Laat Joke nu onder het vlindertellen een smaragdlibel in een boom zien hangen. Even later gaat hij mooi op een blad zitten.

Aan het eind van de telling bij de Vossendel kijk ik op het hout van het hek. Daar zitten toch veel rupsen! O.a. een berkenwintervlinderrups en een grote wintervlinderrups.

Deze rups vind ik wel heel gaaf, want die is van de zwarte herfstspinner.

Ik fiets door naar de volgende vlinderroute. Daar zie ik nogal wat argusvlinders, ook buiten de secties.

Nog veel water op de paden en daar profiteren de libellen en juffers van. Dit is een azuurwaterjuffer.

In het rustige gebied waar geen mensen mogen komen zie ik heel regelmatig herten. Soms schieten ze vlak voor me weg, dan had ik ze niet gezien en zij mij niet. Leuk plaatje zo tussen de meidorens.

Had ik bij de Vossendel al het geluk om een smaragdlibel te fotograferen, hier zie ik een gevlekte witsnuitlibel die even gaat zitten, zodat ik hem de juiste naam kan geven.

Wat een gelukkie.

Een vuurjuffer is een heel gewoon soort.

Dit vind ik niet vaak, zomaar een gewei op de grond.

Man platbuik is blauw en vrouwtje is geel.

De torenvalk vliegt vlak boven me, jammer dat ik niet zo snel scherp kon stellen.

En dat is nou weer jammer van zo’n mooie dag: een doodgereden man zandhagedis op het fietspad.

Grasmineermot

Maandag 14 mei 2018
Alleen kleine koolwitjes op de spoorlijnroute. Bij sectie 19 en 20 kijk ik altijd extra goed in het gras en daar zie ik toch een klein vlindertje: een paar millimeter groot. Het is een grasmineermot.

Een smalle boktor is trouwens ook niet erg groot.

Rupsen

Woensdag 9 mei 2018
Met Joke loop ik de Vossendelroute om vlinders te tellen. In het bos zien we enkele rupsen bij elkaar. De rups van de perentak herken ik gelijk.

De roofvlieg heeft zijn vleugels nog niet gladgestreken.

Zo mooi dat bloeiende gras met die glinsterende sliertjes.

Een rups van een voorjaarsbladroller is op Joke haar bloes gevallen en ik pluk hem er heel voorzichtig vanaf.

Een jonge zanglijster op het bospad. Als hij wegvliegt zie ik dat hij mooie bruine vleugels en staart heeft.

We hebben toch 27 vlinders gezien op de secties en daarbuiten ook nog een stuk of 10, valt dus reuze mee. Bij de uitgang zitten nog meer rupsen. Deze donkere rups is van de wachtervlinder.

Mijn Cremermeerroute loop ik nog wel met laarzen aan, vooral het eerste stuk is nog erg nat. Daar zie ik iets glimmen in de struiken, het is een viervlek.

Hier vliegen wat gierzwaluwen, helaas niet veel.

Het bloemetje van de zilte waterranonkel zit onder water, leuk met die luchtbelletjes.

Ik ga ook nog langs hotel Duin en Kruidberg voor libellen, ik loop langs het water en daar staat zomaar een olifant 😉

Op de muur zit nog een huidje van een juffer.

Kameeltje en dromedaris

Maandag 7 mei en dinsdag 8 mei 2018
Drukke dag vandaag want er is vanavond ook nog nachtvlinderen. De eikentandvlinder is aardig groot, mooi getekend beest.

De veelvraat blijft lang fladderen, maar als ze eenmaal zit gaat ze gelijk eitjes leggen.

De lindepijlstaart zie ik nu voor het eerst.

De dromedaris ook.

De witte tijger is me wel bekend, wat een sneeuwwitte vlinder.

Een schoonheid is de hazelaaruil.

Ook de hermelijnvlinder is een beauty.

Gestippelde oogspanner.

Als ik bij de kist ga kijken tref ik het dat ik net de snuitvlinder zie, na 3 foto’s is hij alweer vertrokken.

Zoveel vlinders van het klein avondrood vanavond: een stuk of 15.

En als toetje het kameeltje, wat een mooie soorten.

Het is wel tegen 1 uur dat ik naar huis ga.

Groentje

Maandag 7 mei 2018
Ik ga met de bus naar Amstelveen en ik denk dat ik het makkelijk kan vinden vanaf de bushalte naar Thijsse’s park, niet dus. Ik loop daar nog een hele tijd te dwalen en kom zelfs al door het park De Braak, waar ik straks naar toe wil voor het groentje. Tien over 11 kan ik me pas aansluiten bij de KNNV-groep. Dan zie ik wel gelijk de leukste plant: de rapunzel.

Wat een daslook staat hier.

Adderwortel.

Niet alleen deze prachtige kleur heeft zenegroen, maar er staan ook wat roze bloemen tussen.

Ook het wildemanskruid heb ik gezien.

Zuurbes herken ik wel.

Wonderbaarlijke bloemen heeft het waterdrieblad.

Weegbreezonnebloemen.

Genieten in het Thijsse’s park.

Een paardenstaart, of misschien holpijp?

Elke keer als je hier komt zie je weer nieuwe planten. Christoffelkruid dus.

Steenbreek.

De anderen gaan na de excursie weer weg, ik ga door naar het park De Braak voor het groentje. Als ik daar even rondloop zie ik al een man staan fotograferen en ik ben zo brutaal om er ook bij te gaan staan. Dat is niet erg, want we raken leuk aan de praat. Het groentje komt steeds terug, dat is dus helemaal geen probleem.

Opeens zie ik 3 citroenvlinders achter elkaar aan vliegen, dat is ook heel gaaf.

De lichte voorop is het vrouwtje.

Het onderste mannetje vliegt zelfs ondersteboven.

Ik ben helemaal blij met het groentje, geweldig wat leuk.

Ik loop richting uitgang en zie 2 reigers vlak bij elkaar, waarvan eentje net boven de struiken komt kijken.

Ik denk dat dit vrouwtje platbuik een slijkvlieg te pakken heeft en let eens op die bolletjes en het uiteinde van de bladen van de varen.

Allemaal leuke plantjes en bloemetje kom ik hier tegen.

Dit park is net zo mooi als Thijsse’s park.

En lopend naar het busstation kom ik langs een tuin met de Japanse berberis.

Bladeren

Vrijdag 4 mei 2018
Ik ben zo moe met het badmintonnen dat ik na een uurtje al weg ga. Ik wil nog de vlinderroute Vossendel doen omdat het eindelijk wat warmer is geworden. Ik kom door Schoonenberg en kijk nog even naar de boom met peulen die we van de winter gezien hebben, waarvan ik nog steeds de naam niet weet.

Voor het jubileumboekje van de vlindergroep van de KNNV zou ik nog een selfie maken en dat moet nu dan maar gebeuren want er is haast bij. Ik sta hier op sectie 13 en daar vinden Joke en ik meestal de meeste vlinders. Hier vliegen ook vaak veel libellen. Ik heb de camera op de zelfontspanner gezet.

Zoals elk voorjaar zijn er veel smaragdlangsprietmotten. Nu zie ik ze hoger in de eik, terwijl ze anders altijd op de vogelkers of sering zitten.

Nog meer bladeren (van de esdoorn) bij de uitgang van de Vossendel.

Hazelwormen

Donderdag 3 mei 2018
Als ik de deur op slot doe zie ik 2 zwarte vliegen op de deur zitten. De grote is het vrouwtje en de kleine met bolle ogen het mannetje.

In de duinen zie ik een hazelworm op het fietspad liggen. Ik stap af om te kijken of hij nog leeft, want het is te gevaarlijk op de racebaan waar racefietsers overheen scheuren. Hij beweegt nog wel. Ik leg een meetlat langs hem voor een foto op waarneming.nl. Daarna zet ik hem in de berm.

Vanuit de vogelhut is er niet veel te zien op het Vogelmeer. Enige kuifeenden en wat andere watervogels, dat is alles.

Nog even verder kijken, helaas ligt daar een dode platgereden hazelworm. Fiets ik terug, dan zie ik zomaar een lepelaar, die stond er op de heenweg niet.

Hij vertrekt ook even later weer. Het is een jonge vogel aan de zwarte veren in de vleugels te zien.

Twee tapuiten vlak in de buurt van het fietspad vind ik wel even de moeite om af te stappen.

Nog weer verderop hoor ik een koekoek en ik ga op onderzoek uit. Vrij ver weg zie ik hem zitten, jammer dat ik hem niet dichterbij kan spotten, want hij vliegt weg.

Ik loop daar een beetje rond omdat ik dacht dat ik een goudvink zag en zie een bont zandoogje.

De goudvink bleek een gewone vink te zijn. Ik zie wel een gekraagde roodstaartmannetje, helaas ook wat te ver. Een boomleeuwerik gaat wel even mooi voor me staan. Het lijkt wel of hij een galappeltje te pakken heeft.

De eerste kleine vuurvlinder spot ik hier.

Seringensteltmot

Dinsdag 1 mei 2018
Moppie is niet alleen een fotomodel, ze is ook een lekker kroelkip.

Een paar jaar geleden had ik seringensteltmotten in mijn tuin, daarna een paar jaar niet gezien. Nu zie ik er weer eentje op de poortdeur.

Ik kom langs de jachthaven als ik naar het strand fiets. Twee tapuiten vliegen daar en ik ben al bang dat ze weg vliegen. Gelukkig wil er een wel poseren.

Gelukkig is er weer volop algenbloei in het zeewater. Het ziet er niet zo lekker uit, het is echter puur voedsel voor alles wat leeft in de zee.

Het lijkt wel of een meeuw uitgeput in het water ligt. Hij wordt opgejaagd door een hond en vliegt toch nog even.

Op de foto zie ik dat het een noordse stormvogel is. Het grijs van de vleugel is niet saai, maar heeft allerlei kleuren. Ook de snavel is heel apart.

Als de drieteenstrandlopertjes in zomerkleed komen zijn er al minder op het strand. De meeste zullen onderweg zijn naar hun broedgebied in hoog Arctische poolstreken.

In tegenstelling tot de grutto is de rosse grutto een zoutwatervogel. Deze is volledig in zomerkleed.

De drieteentjes moeten flink eten om straks de grote reis naar het noorden te maken.

Spreeuwen broeden wel hier in de buurt.