Donderdag 16 juli 2026
Een van de weinige zwartsprietdikkopjes dit jaar. Ze leggen eitjes op de rolklaver, maar ze halen dus ook nectar uit de bloem.

De bruine daguil is een nachtvlinder die overdag vliegt.

Een zeer zeldzame bonte mijtenwesp.

Zo’n mooi en bijzonder gebied en toch kom ik soms maar 1 mens tegen en die vraagt dan nog vaak waar de honingorchis staat. Er zijn gebiedjes met veel gele ratelaarbloemen en verderop een veldje met grote kattenstaart. Dit stukje staat vol met witte honingklaver, waar heel veel hommels op af komen.

Bruine zandoogjes zijn alle jaren talrijk.

Stippelzegge is zeer zeldzaam, dus nu ik het zie neem ik van alle kanten foto’s en vooral van dichtbij.

Veldhommel snoept van de witte honingklaver.

Jansvlinder op grote kattenstaart.

Icarusblauwtjes, copula, ze kijken er heel vrolijk bij.

In deze tijd zie ik altijd wel heelblaadjespalpmotten op heelblaadjes.

Een grote sluipvlieg: Cylindromyia brassicaria.

Zilt torkruid zit zo kunstig in elkaar.

Vrouw pluimvoetbij heeft heel wat stuifmuil aan haar achterpoten, dat neemt ze mee naar haar nest. Grappig dat er ook een parelmotje en een kakkerlakje?? op de heelblaadjes zitten.

De kleine parelmoervlinder nu van bovenaf.

Een kleintje: de zwartwitte snuitwapenvlieg, het is een mannetje.

Toen ik dit vlindertje voor de eerste keer zag ooit noemde ik het de zigzagmot en dat bleef ik doen en beweerde zelfs dat hij echt zo heette, kijk maar in het boek zei ik toen tegen Dik. Maar het is de gevlamde grasmot.

Fantastisch dat ik hier een koevinkje zie. Ik hoop dat ze hier uitbreiden, want in de duinen is het veel te droog geworden, daar houden ze niet van en dit blijft een gebied met vochtige ondergrond.

De wilde Bertram heeft heel veel pissenbedvliegjes te gast. Er tussen staat pijpenstrootje.

’s Avonds ga ik bij het Rode Dorp met andere mensen kijken naar de gierzwaluwen. We zien wel een stuk of 50 in de lucht en soms gieren ze vlak over onze hoofden.

Jonge kluut
Woensdag 15 juli 2026
Op weg naar het landje van Gruijters ga ik even bij de tuin van Beeckestijn langs. Ik hoop nog altijd dat ik een koninginnenpage tegen kom, die vaker in tuinen vliegt dan in de duinen. Ik dacht altijd dat dit artisjokken zijn, maar ze heten kardoen.

Even speuren in de asperge naar kevertjes en ja hoor, ik vind een paar blauwe aspergekevers.

Een hele verse gamma-uil bij de slangenmuur.

En dan door via Spaarnwoude naar Gruijters. Er is een klein stukje riet weggehaald waar je op het water kan kijken en naar de tureluur die iets te pakken lijkt te hebben.

De visdiefjes hebben hier flink gebroed.

En daar is de jonge kluut, wat is die mooi “opgedroogd”.

Na een paar rondjes foerageren lekker uitrusten bij pa of ma. Tussen alle veertjes die losgekomen zijn na de rui.

Libellen
Dinsdag 14 juli 2026
Leuk toch, zo’n blauwe schildwants op de knopjes van koninginnenkruid.

Altijd even kijken bij de tankval. Die vuurlibel zit wel te pronken, maar als je goed kijkt zie je veel larvenhuidjes van libellen en juffers op de boomstronk.

De witte kwikstaart heeft dorst.

Bruinrode heidelibel op het pad.

In Schoonenberg ga ik nog even kijken of het ijsvogeltje er zit, maar ik heb gehoord dat ze daar niet meer gezien zijn. Een bloedrode heidelibel laat zich rustig fotograferen. Libellen komen toch al heel vaak op hetzelfde takje zitten na een rondje.

Boksdoorn
Distelvlinder
Zaterdag 11 juli 2026
Deze pinokkiomot heeft niet zo’n lange neus, het zijn gewoon de antennes die naar voren steken.

Een Icarusblauwtje legt haar eitjes op de witte honingklaver.

Aardhommels kunnen best groot worden.

Dit is echt een minimotje, de duinparelmot.

Als ik naar het heelblaadjesboorvliegje zoek zie ik hem niet, nu met vlinders tellen zie ik er één.

Op het kale stukje net buiten het Kennemermeergebied staan veel blauwe zeedistels, dit keer met een kleine parelmoervlinder.

De parelmoervlekken zitten aan de onderkant van de vleugels.

Alles is mooi aan een distelvlinder: de vorm, de kleur, de patronen, het knopje aan de antenne; geweldig.

Nog een gelukje dat de kolibrievlinder me één kans gaf om een foto te nemen.

Weer terug in het gebied waar veel brunel staat, met een kakelvers klein geaderd witje.

De wilde Bertram is maar één week op z’n mooist, nu dus.

Moerasspirea steekt er bovenuit.

Ik was al blij met veel boomblauwtjes dit jaar. Nu zie ik er zelfs 2 bij elkaar.

Nimf van een zuringrandwants ziet er wel een beetje gek uit.

Baardmannetjes
Donderdag 9 juli 2026
Met Sieneke heb ik afgesproken om naar de Marker Wadden te gaan. Eerst loop ik even rond bij de haven omdat Sieneke nog in het museum is. Zes jaar geleden was ik hier ook en toen zat meneer Hurkmans daar ook al te poepen. Beeldhouwwerk “Exposure” van Antony Gormley.

Reconstructie van “De Batavia”.

Met de boot “Nieuwe Horizon” van Natuurmonumenten varen we naar de Marker Wadden.

Alhoewel we eigenlijk voor de baadmannetjes komen (ik in ieder geval), kijken we eerst naar de planten. Even vragen we ons af of dit de vruchten van wondklaver is dat er dichtbij in bloei staat. Als we naar de onderkant kijken is het gelijk duidelijk.

Rolklaver, wilde marjolein en die witte zijn de bloemen van blaassilene.

Pastinaak zie ik niet veel, het ziet er heel leuk uit.

We lopen over de dijk met aan 2 kanten water. Aardig tafereeltje van kluut met 2 slapende jongen.

O, prachtig, er komt net een gele kwikstaart aan vliegen.

Leuk dat hij ook nog een liedje voor ons zingt.

Even daarna nog een (of dezelfde?) met een prooi, ik denk een moeraswapenvlieg.

We duiken de vogelhut De Duikeend in. Die is gebouwd in het water zodat we op ooghoogte zijn van het water. Zo kunnen we mooi de jonge kokmeeuw met een van de ouders zien.

Als we de vogelhut uit komen hoort Sieneke al snel de baardmannetjes, maar ze nu nog zien te vinden. Heel fijn dat een jonge baardman (met zwarte rug) zich zo goed laat zien.

We zien aardig wat jonge vogels, maar een mannetje zit verscholen in het riet, tot hij op een paaltje gaat zitten. Fantastisch gedaan manneke.

We lopen verder en horen een snor. We zien hem wel af en toe, maar dan heel kort. Te kort voor een foto. In het riet heb ik wel een kleine karekiet gezien.

De vogelhut “Lepelaar” heeft een lange steiger, waar je door kleine gaatjes de vogels kunt zien. Net groot genoeg om een krakeend met een pulletje te fotograferen.

In de vogelhut horen we steeds een boerenzwaluw heel dichtbij, tot we hem ontdekken, hij zit gewoon schuin boven ons hoofd, daarom gaan we snel weg om hem niet verder te storen.

Het is een vogelparadijs. Een rietzanger vindt het hier ook heel leuk en zingt het hoogste lied.

Nog een gele kwikstaart, nu in de zon zodat het geel extra oplicht.

We lopen weer richting boot die om 5 uur zal vertrekken, zodoende hebben we geen tijd meer op de “Steltloper” te bezoeken. Misschien ook niet zo erg, want daarvandaan zijn de vogels best ver weg.

Terug bij de Bataviahaven in Lelystad gaan we iets eten, dicht bij dit beeld.

Koevinkjes
Woensdag 8 juli 2026
Het eerste koevinkje zit al op me te wachten bij de vlindertelling van de Vossendel.

Het gras is al zo verdroogd dat de oeverlibellen zich niet in de vegetatie meer kan verstoppen.

Het vrouwtje van de pluimvoetbij heeft veel haren aan haar achterpoten waar de stuifmeel aan blijft hangen. Soms zie je ze tussen de tegels een holletje graven waarbij ze het zand achter zich werpen.

Er vliegen meer zwervende heidelibellen dan andere jaren.

Ik heb al veel koevinkjes geteld, maar net na sectie 12 tel ik op 1 plek 29 stuks.

Daar zit ook een groot koolwitje op het duinkruiskruid.

Het is goed dat er duinkruiskruid staat want ook vrouw keizersmantel profiteert er van.

Icarusblauwtje
Dinsdag 7 juli 2026
Ook bij de Cremermeerroute kom ik Icarusblauwtjes tegen. De mannetjes kunnen echt pronken met hun hemelsblauwe kleur.

Vrouwtjes van de wesp Gorytes laticincus jagen op imago’s van schuimcicades.

Een behangersbij duikt met z’n gezicht in een speerdistelbloem.

En net als vorig jaar kom ik hier de grauwe klauwier tegen.

Heleboel rupsen
Maandag 6 juli 2026
En nog een heerlijke dag, met Barbara op stap. Eerst natuurlijk naar het Kennemermeer waar ze alle honingorchissen wil plukken, haha.

Naar de uitgang lopend trap ik bijna op kleverige ogentroost, die hoort daar helemaal niet te staan, wel heel leuk.

Eerst wat eten bij Makai, daarna naar de duinen bij het strand voor de wolfsmelkpijlstaartrups. Er zijn er zoveel, daar hoeven we niet echt naar te zoeken.

De groene zijn nog wat jonger.

De rode zijn echt dik en bijna aan het verpoppen toe.

Pfoe 75
Zondag 5 juli 2026
Nou vooruit, ik word maar een keer 75 dus kan ik zelf ook wel eens op de foto.

We vertrekken uit mijn vroegere woonplaats Enkhuizen om met de boot naar Stavoren te varen. Een verrassing van Nico.

Ik dacht dat er 2 filmsterren uit de Titanic of zo mee waren, maar het zijn Jessica en Tom. Ze vieren mijn verjaardag mee en dat is hartstikke gezellig.

Van Jessica en Tom krijg ik deze kattenlamp die ze met de 3D-printer hebben gemaakt. Wat knap en wat ontzettend lief.

Het waait wel wat op het IJsselmeer, toch kunnen we lekker op het dek zitten.

Na ongeveer 1,5 uur zijn we in Stavoren en dan gaan we verder met de trein.

Onderweg eten we in Amersfoort. Het was zo een superleuke dag.

Kleine zomervlinder
Brunel
Spanners
Woensdag 1 juli 2026
Van de buitenkant af zie ik al een spanner op het raam van het parkeerhok zitten. Het is de grijze stipspanner.

En een aangebrande spanner daaronder.

Ik dacht dat ik de harige langsprietwapenvlieg zie, maar het is de gewone.

Er komen al meer Franse veldwespen, herkenbaar aan de oranje antennen. Het is een vriendelijke soort.

Ik let altijd op of er insecten op de honingorchissen zitten, jawel, een heel kleintje, het halmvliegje.

Het lijkt wel alsof alle soldaatjes vrij hebben gekregen en het er nu van nemen. Kleine rode weekschild op duinkruiskruid.

Smalboktor
Dinsdag 30 juni 2026
Dat hartje van de hoyabloem is een schoonheid op zich.

Vreemde kevertjes die viltbandkevers met hun kop helemaal naar beneden.

Meestal hebben wolfspinnen een wit eipakket onder hun lichaam. Ik weet niet waarom het hier groen is, of dat het stadium is of dat dat bij een bepaald soort spin hoort.

Zo, die zwartstipspanner is er even mooi voor gaan zitten.

Nou lekker dan, hang je daar zonder achterlijf. Veldsprinkhaan.

De wolligste hommel is de veldhommel, zo lekker fluffy.

De weegbreemot kom ik zo vaak tegen op het weiland van de Vossendel.

Zie ik iets donkers op een blaadje, dan valt mij dat op. In dit geval is het een zeer zeldzaam venstervlekmotje, jammer dat het dood is.

Gevlekte smalboktor smikkelt van duinkruiskruid.

Het feest van koevinkjes is losgebarsten. Op de secties alleen al 30, maar hier zitten er 29 bij elkaar, alleen net buiten een telsectie.

Zo’n gewoon krieltje zou je bijna schattig noemen.

Vreemde antennes heeft de eikenlichtmot.

Harkwespen
Maandag 29 juni 2026
Het gebied dat vorig jaar helemaal onder water stond bij mijn Cremermeerroute staat nu vol met echt duizendguldenkruid.

Er staat toch voor een kapitaal, hihi.

Bij sectie 7 loop ik door naar het strand, misschien zit er een heivlinder of een rups van een wolfsmelkpijlstaart. Helaas niet, een graspieper kan mijn teleurstelling niet goedmaken.

Vanaf de hoge strandopgang is er een mooi overzicht van het gebied waar ik de vlinders tel.

Eerst nog even kijken wat er allemaal op peen zit bij sectie 7.

Heel wat kleine insectjes, waaronder een mannetje en vrouwtje sluipvlieg (Cistogaster globosa). Ik heb de foto’s aan elkaar geplakt, zodat het verschil te zien is. Er zijn zoveel soorten vliegen en dan zijn de vrouwtjes ook nog anders dan de mannetjes, de naamgeving is bijna niet te doen. Gelukkig hebben we waarneming.nl die heel veel soorten herkent.

Vreemd dat er zo weinig witjes zijn dit jaar. Af en toe kom ik eens een klein geaderd witje tegen. Daarbij is de grote kattenstaart wel aantrekkelijk voor allerlei insecten.

Harkwespen kunnen klein of groot zijn, ik weet niet of dit nu een mannetje en een vrouwtje is, of allebei van hetzelfde geslacht.

De zwervende heidelibel heeft blauw aan de onderkant van de ogen, daardoor makkelijk te onderscheiden van andere heidelibellen. Dit is een vrouwtje.

Als ik na de telling weer op de fiets ben gestapt, stop ik bij het plekje waar de grauwe klauwier zou kunnen zitten en ik ontdek hem inderdaad.

Kemphanen
Zondag 28 juni 2026
Op weg naar het landje van Gruijters kom ik eerst langs het vijvertje van Velserbeek. De viervleklibel is een makkelijke libel om te fotograferen, die gaat vaak zitten.

Ik ga vandaag voor de kleine kluutjes en ze stellen me niet teleur.

Wat een poepie.

Een van de ouders jaagt alles wat in de buurt komt weg.

Bij de Westhoffplas is er meer te zien buiten de vogelhut dan er in. Haha, die bergeenden vinden dit een betere plek.

Iets verderop zie ik 2 kemphanen, de een is donker.

En de ander heeft veel wit.

De kemphanen worden uit elkaar gehouden door 2 tureluurs.

Kemphanen worden weinig meer gezien de laatste jaren, dus leuk dat er 2 zijn.

De tureluur houdt het voor gezien en vliegt weg.

Daar achter komt net een buizerd aan vliegen en het verbaast me toch hoe scherp de foto nog is ondanks de harde wind en met 600mm uit de hand!!

Via de Houtrakbeemden fiets ik verder. Op een hooibaal zit een man torenvalk zijn prooi uit elkaar te scheuren.

Verderop komt een vrouw torenvalk aan vliegen en gaat op een paaltje zitten.

Zo ontzettend hoog als een reuzenberenklauw kan worden.

Langs een slootje zie ik kleine lisdodde, ik dacht dat heel bijzonder was, maar bij het invoeren in waarneming zie ik dat het een heel gewoon soort is.

Onweer
Zaterdag 27 juni 2026
De KNNV Haarlem bestaat dit jaar 125 jaar en vandaag vieren we dat op het strand met excursies. Er wordt gekord, dat is met een sleepnet over de bodem in het water slepen en dan kijken wat er in het net zit. Daar is wel belangstelling voor.

Voor de strandexcursie met mij is weinig belangstelling, ook omdat er weinig mensen zijn vanwege de weersvoorspelling. Wel kan ik vertellen dat blauwe haarkwallen behoorlijk kunnen steken.

Half 12 wordt het zo donker dat we stoppen en gauw een strandtent binnen gaan omdat het flink begint te onweren.

’s Avonds een hele dreigende lucht boven ons huis.

En dan barst het klank- en lichtspel los.

Rups kamillevlinder
Donderdag 25 juni 2026
Op waarneming.nl heb ik gekeken of er ergens rupsen van de kamillevlinder zijn. Een plek kan ik makkelijk vinden en niet te ver weg. In de berm staat een randje reukloze kamilleplanten en ja hoor, daar zit een rups bovenop een bloem. Eindelijk gelukt.

Ik dacht dat ik deze larf van een van de lieveheersbeestjes niet eerder had gezien met dat geel. Maar dat geel is stuifmeel en het beestje is gewoon het schaakbordlieveheersbeestje.

In een andere berm staat grijskruid en ik heb een fascinatie voor fasciatie dus het valt me gelijk op dat de stengel zo breed is. Het is zo bijzonder.

’s Avonds naar het strand in de hoop zeevonk te zien. Stom dat ik verdwaal op het strand, ik begon bij het zuidelijkste deel bij de strandhuisjes en kom zelfs bijna bij de pier terug, maar daar staat mijn fiets niet. De lichtjes aan de horizon dat is Zandvoort.

Bergeendjes
Dinsdag 23 juni 2026
Omdat het toch wel warm is overdag ga ik ’s avonds naar het Vogelmeer.
Ik wil naar de vogelhut, maar het weggetje is geblokkeerd.

Ik fiets dan door, dan kan ik straks op de terugweg kijken of ze weg zijn. Dat is dan een gelukje want ik heb altijd al een kneu goed op de foto willen zetten en dat is nu gelukt.

De bloemen van de bokkenorchis hebben hele lange slippen, doet me altijd denken aan serpentine.

De Canadese ganzen hebben ook een jong van de grauwe ganzen geadopteerd.

Ook die wordt tot de orde geroepen door moeder de gans (of vader?).

Aandoenlijk die natte haartjes van de pulletjes bergeend.

Kwik, kwek, kwak en kwok.

Moeders staat er trots bij.

Rupsen hermelijnvlinder
Maandag 22 juni 2026
Soms kom ik bloeiwijzen tegen die zo grappig zijn, zoals bij de smalle weegbree langs het voetpad van de Vossendel.

De twee rupsen van de hermelijnvlinder zitten er nog steeds. Ik denk dat ze nu gauw gaan verpoppen. Zo grappig die harige slofjes. Onderaan zie je ook nog de 2 eitjes waar ze uitgekomen zijn.

Bij de tankval vliegen wat libellensoorten en het mannetje vuurlibel gaat regelmatig zitten.

Best veel watersnuffels vliegen boven het water.

Zonsondergang
Zondag 21 juni 2026
Het is warm genoeg voor zeevonk, daarom ga ik ’s avonds richting pier. Eerst kijk ik bij het parkeerhok van het Kennemermeer of er nog nachtvlinders zitten. Aan de buitenkant een grote groene sabelsprinkhaan, nu eens helemaal vrij, want anders altijd tussen het gras.

Omdat het nog lang niet donker is kijk ik ook even naar de bloeiende russen. De platte rus heeft roze meeldraden.

Goed dat ik over het parkeerterrein fiets, 3 exemplaren van het hondskruid staan in bloei.

Bij de pier wacht ik tot de zon ondergaat, dan zijn de kleuren het mooist.

De Artania gaat een mooie zonsondergang tegemoet.

Geen zeevonk gezien, wel spectaculair dat er een helikopter op het strand landt waarbij het zand omhoog waait. Er was iemand onwel geworden in de strandhuisjes.

Ossentong
Zaterdag 20 juni 2026
Bruidsmot die in de lampen hangt, haha.

Groot dikkopje zuigt met z’n enorme lange tong nectar uit rode klaver.

Ook al verstopt de duinsabelsprinkhaan zich, ik herken hem wel.

In het open gebiedje van sectie 2 staat ossentong.

Een roestbruin kromlijf heeft het achterlijf helemaal naar voren gebogen.

Terug bij mijn fiets kijk ik of er nog boorvliegen op de akkerdistel zit. Ja hoor, meerdere akkerdistelboorvliegen.

Bovendien 2 exemplaren van de graafwesp Ectemnius continuus.

Op de Badweg loopt weer een rups met gevaar voor eigen leven op het fietspad.

De bevederde poten van vogels noemen ze ook wel een broek. Deze kraai heeft dus de broek aan.

Duizendguldenkruid
Vrijdag 19 juni 2026
Ik ga nog eens kijken naar de kenmerken van de waddenorchis, ik ben nog steeds niet overtuigd dat het echt een waddenorchis is. Ik kom niet verder dan het parkeerterrein van het Kennemermeer, want ik zie wel het een en ander. Ook hier dus duizendguldenkruid.

Dit is echt duizendguldenkruid want de kelkslippen komen niet tot aan de bloem.

Dodaarsjes
Donderdag 18 juni 2026
Het lijkt wel of er ook minder vogels zijn de laatste tijd. Ik ben al heel blij met een jonge blauwborst bij de Cremermeerroute.

Bij sectie 3 zit een putter hoog in de boom en hier en daar een graspieper. Aan het eind van mijn route een jonge bedelende spreeuw, maar moeders is het zat en vliegt op.

Duizendguldenkruid doet het onwijs goed dit jaar. De kleinste soort is fraai duizenguldenkruid.

Dit is het broedgebied van de roodborsttapuiten, dus af en toe zie ik een jonkie.

Superschattig zijn de jonge dodaarsjes.

Op de terugweg kom ik langs deze boomstam met elfenbankjes.

Groot heksenkruid
Dinsdag 16 juni 2026
Ik ben benieuwd of de rupsjes van de hermelijnvlinder er nog zitten bij de Vossendel. Jazeker, nog steeds op dezelfde bladeren zelfs en ze zijn groter gegroeid.

Even verderop een donkere marmeruil, ik krijg hem net op de foto tussen het gras door.

Zijn ze niet om op te vreten de hondsdrafsnoepjes, hihi.

Bij de tankval even naar de libellen kijken. Een man grote keizerlibel laat zich goed zien.

Er vliegt één man vuurlibel rond. Die gaat even op de tak zitten en later zie ik op de foto dat er dan net een wespje achter vliegt.

In het bos staan een paar planten van de bosandoorn.

En heel veel groot heksenkruid.

Er vliegt een groep staartmezen steeds voor me uit, maar heel moeilijk te fotograferen in het bos. Toch gelukt en jeetje van heeft die een lange staart zeg.

Aan de andere kant van het pad een jonge staartmees, beetje in bedelhouding met die staart wijd.

Aan de voet van een vogelkers zit een nest van de vogelkersstippelmot en er zijn al een paar uit de pop.

Ik volg een duinrouwzwever en als die op de grond landt zie ik dat er rechts een tuinhangmatspin er naar toe sprint. De vlieg had hem in de gaten.

Een kunstwerkje van bloeiend gras.

Als ik klaar ben met de vlindertelling zie ik nog een gevlamde bladroller, dat maakt voor de telling niks uit, die telt toch niet.






