Zondag 16 augustus 2026
Een muntvlindertje is een klein nachtvlindertje.

Nog een nachtvlindertje die niet meedoet voor de vlindertelling, een anjerbladroller.

Ik denk een wespje te fotograferen, is het een mier met vleugels.

Dit is al de zoveelste zwartvlekgrasmot die ik tegen kom.

De oranje luzernevlinder is een trekvlinder en ze zijn talrijk dit jaar.

Pyjamawantsen, nog even gezocht naar nimfen want die zijn zo schattig, maar helaas

Mannetje roodbandbeer ziet een beetje bleekjes.

Kaneelglasvleugelwants op uitgebloeide rode klaver.

Auteur archieven: alipo
Watergentianen
Zaterdag 15 augustus 2026
Langs de weilanden van Velserbroek zit een sloot helemaal vol met watergentianen.

En daartussen een waterhoentje met een pulletje.

Waterhoentjes zijn best schuw, maar het slootje is niet zo breed.

Haha, die kleine rottige vleugeltjes van dat pulletje en wat een schatje, haha.

Verderop slechts 1 zwanenbloem langs de kant van de sloot.

Bij het landje van Gruijters zie ik 3 oeverlopers, in gezelschap van een jonge visdief.

Maar ik kom voor de watersnippen die wel erg ver weg zitten.

De witgatjes zitten iets dichterbij.

Een visdiefje met 2 pullen.

Grauwe schildwants
Zonsverduistering
Woensdag 12 augustus 2026
’s Middags tel ik vlinders bij de spoorlijn en het schijnt dat deze vuurvlinder vroeg in het seizoen is.

Nico en ik gaan ’s avonds naar de pier om naar de zonsverduistering te kijken. Vanaf de pier neem ik een foto van de mensenmassa, die zich in een baan vanaf de strandopgang naar de zee verzameld heeft.

Ik heb mijn Sony A77ii meegenomen omdat ik daar de instellingen goed van kan regelen. Toch had ik nog beter een filter op de lens kunnen zetten.

Nico heeft nog een foto genomen van mij met m’n eclipsbrilletje van 1999.

De verduistering is zo goed als afgelopen als we alweer naar huis fietsen, maar ik stap nog wel even af bij de Vissershaven voor een plaatje.

Geelhartje
Dinsdag 11 augustus 2026
Bij het Kennemermeer tel ik naast de vlinders dit keer ook de bloeiende planten. De bloemetjes van het wilgenroosje hebben frisse kleuren.

Niet alleen het bloemetje van het geelhartje is een schoonheid, de vruchtdoosjes zijn ook prachtig.

Heel fijn dat ik de slanke gentiaan tegenkom, dan kan ik die volgende week bij de excursie laten zien.

Altijd lastig te zien welk witje er vliegt, zodra ze gaan zitten is het beter te zien, vooral als het er twee zijn!

Dat dit een sluipvlieg is zie ik wel, maar die naam ‘Peleteria rubescens’ moest ik laten opzoeken door OBS.

Rode halsbandwants op heelblaadjes.

Mooie telling met 129 dagvlinders!
Knopsprietje
Witgatje
Zondag 9 augustus 2026
Bij het landje van Gruijters heeft een visdief een visje gevangen, maar hij weet niet wat hij er mee moet. Zit al een tijd met het visje op het hek, vliegt een rondje en gaat weer zitten, nog steeds met het visje.

Na het landje van Gruijters fiets ik door naar de Westhoffplas. In het verlengde stukje loopt een witgatje te foerageren.

Kustvlekoog
Zaterdag 8 augustus 2026
Bij mijn wekelijkse telrondje bij het Kennermermeer kom ik een heel groen vrouwtje van de citroenvlinder tegen.

Een pyjamawants zoekt zijn bedje op in de uitgebloeide peen.

Er zijn niet alleen weidevlekogen, maar ook kustvlekogen, deze dus.

De duinvilla is een wolzwever die haar eitjes ‘schiet’ in een nest van bijen en wespen. De larven van de duinvilla eten dan de eitjes of larven van de bij of wesp op.

Ik heb liever dat een daas op een heelblaadjes zit dan om mijn oren zoemt.

Vrouwtjes van een akkerhommel zijn stukken groter dan de mannetjes.

Boomvalken
Vrijdag 7 augustus 2026
Ik hoop nog wat vlinders te kunnen tellen bij de Cremermeerroute. Ze trekken zich niets van de paarden en Schotse hooglanders aan, maar het is gewoon geen vlinderrijk gebied.

Een kolibrievlinder verwacht ik hier niet, maar ze zijn nogal talrijk dit jaar.

Eerst zie ik al een boomvalk onderweg en ook een jonge klauwier.

Aan het eind van de telling sta ik met Jelle te praten als ik achter me een hoop geplons hoor. De koniks staan in het watertje verkoeling te zoeken.

Kijk hem eens lachen: “Haha, die ander denkt dat het limonade is, maar ik heb er stiekem in gepiest.”

De twee gaan in galop naar de groep die al verderop staat.

Met Jelle ga ik kijken naar de grauwe klauwieren. Ze zitten best ver weg, wel leuk een kleintje met z’n pappie.

Jelle zegt dat er zelfs meer boomvalken vliegen. Het valt niet mee om ze vliegend op de foto te krijgen.

Groene korstmosuil
Donderdag 6 augustus 2026
Gelukkig dat ik het vlekje op de muur beter bekijk. Want het is een kakelverse groene korstmosuil, zomaar in mijn eigen huis.

Ik ga vlinders tellen bij de Vossendel. Ik neem een heleboel foto’s van de kolibrievlinder die met zijn lange tong in de zeepkruid zit. Dan blijkt dat het kaartje in mijn fototoestel los te zitten. Gelijk opgelost en lief dat de vlinder er nog steeds zit.

Staartmeesjes blijven het hele jaar in Nederland en vliegen altijd in een groep.

Ik zie een roodborstje samen met een winterkoninkje. Het roodborstje blijft op de plek wachten …

… terwijl het winterkoninkje verstoppertje speelt.

Spinrag tussen de aangetaste bladeren van de paardenkastanje.

Giraffemot
Dinsdag 4 augustus 2026
’s Avonds ga ik een stukje fietsen en kom bij het parkeerhok van het Kennemermeer uit. Een onbekend bladrollertje zit in een hoekje, het blijkt een giraffemot te zijn. Weer een nieuw soort voor mij.

Zo’n rode dansmug moet toch te determineren zijn, nou nee, er zijn er te veel dansmuggen.

Ik ga nog even kijken bij het stationnetje of er al wat aan de plantenbakken is gedaan. Niet dus. Er staat smalle weegbree die ik even van dichtbij bekijk. Wonderbaarlijk die meeldraden en helmknoppen.

Grauwe klauwieren
Maandag 3 augustus 2026
Eens kijken of er al jongen zijn bij de geoorde futen in het Vogelmeer. Het is erg stil bij de vogelhut en ik fiets terug. Wow, zie ik daar ook zomaar een grauwe klauwier zitten, wat een plaatje!

Hier ben ik heel blij mee, wat een geluk dat ik mijn supertelelens (600mm) mee heb.

Ik fiets nog een stuk naar de Kattendel, daar is niets te zien. Even later zit er wel een vrouwtje roodborsttapuit vlak voor me.

Ik kom weer terug bij de grauwe klauwier. Hij/zij is veel verder naar achter gevlogen en daar zit er nog een. Een jonkie komt nog wel wat dichterbij.

Hooibeestje
Zaterdag 1 augustus 2026
De onderkant van de vleugels van een distelvlinder vind ik zelfs nog mooier dan de bovenkant.

Tientallen wantsjes van de kruiskruidnysius en dan meestal met de achterlijven aan elkaar. Ze zijn heel klein, net aan 3 mm.

Opeens staat het Kennemermeergebied vol met parnassia. Een van de paradepaardjes van het gebied.

Vandaag begin van de hooimaand en gelijk komen de hooibeestjes tevoorschijn.

Fietsrondje
Donderdag 30 juli 2026
Nico en ik gaan fietsen aan de noordkant van het Noordzeekanaal en steken met de pont over.

Ik vind het daar wel heel mooi fietsen via Beverwijk en Assendelf naar Buitenhuizen. De pont vertrekt net voor onze neus, dan kan ik daar mooi even rondneuzen.

Door Spaarnwoude weer terug en dan valt mij natuurlijk een stadsreus op. Groot soort zweefvlieg.

Zandhalmuiltje
Keizersmantel
Bijenwolven
Maandag 27 juli 2026
De gevlekte scheerling is een schermbloem zoals de peen, de vruchten daarvan zijn zo leuk.

Dat is dicht bij de fietsenstalling van de Cremermeerroute en ik zie dat er een bewaker stiekem een oogje in het zeil houdt.

De dodaarsjes worden al wat groter. Ze zijn daar steeds met z’n drietjes.

Er vliegen enkele bijenwolven bij de Koningsweg en meerdere honingbijen. Ik sta een tijdje te wachten in de hoop dat een bijenwolf een honingbij pakt, nee, niet waar ik bij sta.

Wat lief dat de man grauwe klauwier even mooi vrij gaat zitten.

Terug bij het eerste vennetje zie ik Sjek daar zitten. Hij fotografeert een jonge blauwborst, kan ik ook gelijk mee profiteren.

Wieren
Zondag 26 juli 2026
’s Avonds ga ik naar de zuidkant van het Kennemermeer. Op het fietspad daar zie ik nog veel gierzwaluwen en ik doe nog een poging om ze goed op de foto te krijgen, helaas. In de buurt van sectie 3 vliegen pimpelmeesjes. Zo grappig dat deze pimpelmees net doet alsof hij fluit speelt.

Aan het eind van het fietspad ben ik bijna bij het strand. Op het strand wel 4 verschillende soorten wieren op een hoop: blaaswier, riemwier, Japans bessenwier en knotswier.

Tussen de wieren vind ik een paar gewone zeepissebedden, al een tijd niet meer gezien.

Avondlucht levert altijd bijzondere kleuren op.

Helemaal als ik over de Heerenduinweg terug ga, waar de zon op de bomen schijnt.

Mooie telling
Zaterdag 25 juli 2026
Alweer een bruine daguil op sectie 14 van het Kennemermeer.

Om de witjes van elkaar te onderscheiden maak ik als het kan een foto. Hier duidelijk een klein koolwitje.

Vrouw citroenvlinder op koninginnekruid.

Gewone koekoekshommel parasiteert op verschillende hommelsoorten.

Ik zie al meer prachtmotten, vandaag zelfs 5 en allemaal met hun koppie naar beneden.

Grote bloedbijen leven op zandgronden, waar ook de blauwe zeedistel te vinden is.

Blauwe lucht met een geel veld van heelblaadjes en rolklaver.

Insecten zijn dol op heelblaadjes, zoals de duinkegelbij.

Springspinnetjes zijn klein, maar heel snel. Ook wachten ze in een bloemetje zoals de parnassia tot er een vliegje in de buurt komt en die is dan de pineut.

Vossendel
Naaldaar
Jonge vogels
Dinsdag 21 juli 2026
Op weg naar de Cremermeerroute zie ik de ouwe strandracer staan, lekker op haar gemakkie onder een boom.

Daarbij vliegt er wel iets over de grond en ik ben net op tijd om met mijn kleine toestel een foto van de licht daguil te maken.

Op de Koningsweg staan struiken langs het pad, daar zitten veel vogels te broeden en het is nu druk met jonge vogels, zoals een jonge roodborsttapuit.

Nu zie ik pas de eerste heidelibel dit jaar, zijn ze nou zo laat of heb ik er niet op gelet? Nou ja, de eerste roodbruine heidelibel dus.

Een klein stukje zand tussen alle grassen en struiken en gelijk zijn daar de blauwvleugelsprinkhanen. Het vrouwtje heeft sjans van 2 mannetjes.

Oeps, is die ree nou van mij geschrokken?

Natuurlijk gelijk er van door.

Dit vind ik nou van die krengen die de hele tijd om mijn hoofd zoemen en als het even kan mij bijten, ik denk dat er al heel wat dazen met mijn DNA rondvliegen, want ze hebben bloed nodig om eitjes te kunnen produceren.

Wat kijkt die jonge graspieper guitig naar me.

Dit vind ik nou leuk, een putter met 2 jonge puttertjes.

En even later nog een roodborsttapuit met zijn nageslacht.

Bijensoorten
Maandag 20 juli 2026
Met de excursie bij het Kennemermeer loopt iedereen langs het hek, maar ik roep ze terug, want er zit een tweekleurige uil en die willen ze toch wel graag zien.

Als een keizerlibel stil in de vegetatie hangt is die nog niet zo makkelijk te spotten.

Nu nog klein de nimf van een grauwe wants, na een paar vervelling wordt deze wel 2x zo groot.

Gewone roodpootspinnendoder op peen.

Wat een variaties kent peen, uitgebloeid is het een perfect nestje voor spinnen en andere insecten.

In bloei komen er vaak insecten nectar halen.

Nog een nachtvlinder: de purperen stipspanner.

Heel veel heelblaadjes staan in bloei en dat is een gigantische kroeg voor veel insecten. De kegelbij is daar een van.

Ook de weekschildkevers lust de nectar graag.

De gewone viltbij is algemeen, toch zie ik ze helaas weinig.

Lijkt niet op een mier en niet op een wants, dus is het de miersikkelwants.

Een groefbij herken ik wel, alleen heb je zoveel soorten daarvan, zoals de zesvlekgroefbij.

Dan heb je ook nog de bronsgroefbijen en daarvan zijn er ook nog eens vier soorten.

Van het geslacht bloedbij zijn zelfs 20 soorten.

Het vrouwtje pluimvoetbij heeft haar tassen volgeladen met stuifmeel, die wil denk ik een groot gezin stichten.

Thuis ga ik aan het werk in de tuin en daar komt een sneeuwwitte vedermot uit het gewas vliegen.

Verdwaalde rups
Zaterdag 18 juli 2026
Bij de strandmonitoring moeten we extra opletten of we een gewone kleine heremietkreeft zien of de gemaskerde. Dit is de gewone, maar hij kijkt wel erg scheel.

Nou ja zeg, midden op het strand vinden we een rups van de wolfsmelkpijlstaartvlinder, die is daar zeker naar toe gewaaid.

We brengen de rups gauw terug naar de duinen en duiken dan een strandtent in voordat de bui los barst, maar het valt mee.

Zigzagmot
Donderdag 16 juli 2026
Een van de weinige zwartsprietdikkopjes dit jaar. Ze leggen eitjes op de rolklaver, maar ze halen dus ook nectar uit de bloem.

De bruine daguil is een nachtvlinder die overdag vliegt.

Een zeer zeldzame bonte mijtenwesp.

Zo’n mooi en bijzonder gebied en toch kom ik soms maar 1 mens tegen en die vraagt dan nog vaak waar de honingorchis staat. Er zijn gebiedjes met veel gele ratelaarbloemen en verderop een veldje met grote kattenstaart. Dit stukje staat vol met witte honingklaver, waar heel veel hommels op af komen.

Bruine zandoogjes zijn alle jaren talrijk.

Stippelzegge is zeer zeldzaam, dus nu ik het zie neem ik van alle kanten foto’s en vooral van dichtbij.

Veldhommel snoept van de witte honingklaver.

Jansvlinder op grote kattenstaart.

Icarusblauwtjes, copula, ze kijken er heel vrolijk bij.

In deze tijd zie ik altijd wel heelblaadjespalpmotten op heelblaadjes.

Een grote sluipvlieg: Cylindromyia brassicaria.

Zilt torkruid zit zo kunstig in elkaar.

Vrouw pluimvoetbij heeft heel wat stuifmuil aan haar achterpoten, dat neemt ze mee naar haar nest. Grappig dat er ook een parelmotje en een kakkerlakje?? op de heelblaadjes zitten.

De kleine parelmoervlinder nu van bovenaf.

Een kleintje: de zwartwitte snuitwapenvlieg, het is een mannetje.

Toen ik dit vlindertje voor de eerste keer zag ooit noemde ik het de zigzagmot en dat bleef ik doen en beweerde zelfs dat hij echt zo heette, kijk maar in het boek zei ik toen tegen Dik. Maar het is de gevlamde grasmot.

Fantastisch dat ik hier een koevinkje zie. Ik hoop dat ze hier uitbreiden, want in de duinen is het veel te droog geworden, daar houden ze niet van en dit blijft een gebied met vochtige ondergrond.

De wilde Bertram heeft heel veel pissenbedvliegjes te gast. Er tussen staat pijpenstrootje.

’s Avonds ga ik bij het Rode Dorp met andere mensen kijken naar de gierzwaluwen. We zien wel een stuk of 50 in de lucht en soms gieren ze vlak over onze hoofden.







