Oranje luzernevlinder

Zondag 16 augustus 2026
Een muntvlindertje is een klein nachtvlindertje.

Nog een nachtvlindertje die niet meedoet voor de vlindertelling, een anjerbladroller.

Ik denk een wespje te fotograferen, is het een mier met vleugels.

Dit is al de zoveelste zwartvlekgrasmot die ik tegen kom.

De oranje luzernevlinder is een trekvlinder en ze zijn talrijk dit jaar.

Pyjamawantsen, nog even gezocht naar nimfen want die zijn zo schattig, maar helaas

Mannetje roodbandbeer ziet een beetje bleekjes.

Kaneelglasvleugelwants op uitgebloeide rode klaver.

Geelhartje

Dinsdag 11 augustus 2026
Bij het Kennemermeer tel ik naast de vlinders dit keer ook de bloeiende planten. De bloemetjes van het wilgenroosje hebben frisse kleuren.

Niet alleen het bloemetje van het geelhartje is een schoonheid, de vruchtdoosjes zijn ook prachtig.

Heel fijn dat ik de slanke gentiaan tegenkom, dan kan ik die volgende week bij de excursie laten zien.

Altijd lastig te zien welk witje er vliegt, zodra ze gaan zitten is het beter te zien, vooral als het er twee zijn!

Dat dit een sluipvlieg is zie ik wel, maar die naam ‘Peleteria rubescens’ moest ik laten opzoeken door OBS.

Rode halsbandwants op heelblaadjes.

Mooie telling met 129 dagvlinders!

Kustvlekoog

Zaterdag 8 augustus 2026
Bij mijn wekelijkse telrondje bij het Kennermermeer kom ik een heel groen vrouwtje van de citroenvlinder tegen.

Een pyjamawants zoekt zijn bedje op in de uitgebloeide peen.

Er zijn niet alleen weidevlekogen, maar ook kustvlekogen, deze dus.

De duinvilla is een wolzwever die haar eitjes ‘schiet’ in een nest van bijen en wespen. De larven van de duinvilla eten dan de eitjes of larven van de bij of wesp op.

Ik heb liever dat een daas op een heelblaadjes zit dan om mijn oren zoemt.

Vrouwtjes van een akkerhommel zijn stukken groter dan de mannetjes.

Groene korstmosuil

Donderdag 6 augustus 2026
Gelukkig dat ik het vlekje op de muur beter bekijk. Want het is een kakelverse groene korstmosuil, zomaar in mijn eigen huis.

Ik ga vlinders tellen bij de Vossendel. Ik neem een heleboel foto’s van de kolibrievlinder die met zijn lange tong in de zeepkruid zit. Dan blijkt dat het kaartje in mijn fototoestel los te zitten. Gelijk opgelost en lief dat de vlinder er nog steeds zit.

Staartmeesjes blijven het hele jaar in Nederland en vliegen altijd in een groep.

Ik zie een roodborstje samen met een winterkoninkje. Het roodborstje blijft op de plek wachten …

… terwijl het winterkoninkje verstoppertje speelt.

Spinrag tussen de aangetaste bladeren van de paardenkastanje.

Giraffemot

Dinsdag 4 augustus 2026
’s Avonds ga ik een stukje fietsen en kom bij het parkeerhok van het Kennemermeer uit. Een onbekend bladrollertje zit in een hoekje, het blijkt een giraffemot te zijn. Weer een nieuw soort voor mij.

Zo’n rode dansmug moet toch te determineren zijn, nou nee, er zijn er te veel dansmuggen.

Ik ga nog even kijken bij het stationnetje of er al wat aan de plantenbakken is gedaan. Niet dus. Er staat smalle weegbree die ik even van dichtbij bekijk. Wonderbaarlijk die meeldraden en helmknoppen.

Hooibeestje

Zaterdag 1 augustus 2026
De onderkant van de vleugels van een distelvlinder vind ik zelfs nog mooier dan de bovenkant.

Tientallen wantsjes van de kruiskruidnysius en dan meestal met de achterlijven aan elkaar. Ze zijn heel klein, net aan 3 mm.

Opeens staat het Kennemermeergebied vol met parnassia. Een van de paradepaardjes van het gebied.

Vandaag begin van de hooimaand en gelijk komen de hooibeestjes tevoorschijn.

Fietsrondje

Donderdag 30 juli 2026
Nico en ik gaan fietsen aan de noordkant van het Noordzeekanaal en steken met de pont over.

Ik vind het daar wel heel mooi fietsen via Beverwijk en Assendelf naar Buitenhuizen. De pont vertrekt net voor onze neus, dan kan ik daar mooi even rondneuzen.

Door Spaarnwoude weer terug en dan valt mij natuurlijk een stadsreus op. Groot soort zweefvlieg.

Bijenwolven

Maandag 27 juli 2026
De gevlekte scheerling is een schermbloem zoals de peen, de vruchten daarvan zijn zo leuk.

Dat is dicht bij de fietsenstalling van de Cremermeerroute en ik zie dat er een bewaker stiekem een oogje in het zeil houdt.

De dodaarsjes worden al wat groter. Ze zijn daar steeds met z’n drietjes.

Er vliegen enkele bijenwolven bij de Koningsweg en meerdere honingbijen. Ik sta een tijdje te wachten in de hoop dat een bijenwolf een honingbij pakt, nee, niet waar ik bij sta.

Wat lief dat de man grauwe klauwier even mooi vrij gaat zitten.

Terug bij het eerste vennetje zie ik Sjek daar zitten. Hij fotografeert een jonge blauwborst, kan ik ook gelijk mee profiteren.

Mooie telling

Zaterdag 25 juli 2026
Alweer een bruine daguil op sectie 14 van het Kennemermeer.

Om de witjes van elkaar te onderscheiden maak ik als het kan een foto. Hier duidelijk een klein koolwitje.

Vrouw citroenvlinder op koninginnekruid.

Gewone koekoekshommel parasiteert op verschillende hommelsoorten.

Ik zie al meer prachtmotten, vandaag zelfs 5 en allemaal met hun koppie naar beneden.

Grote bloedbijen leven op zandgronden, waar ook de blauwe zeedistel te vinden is.

Blauwe lucht met een geel veld van heelblaadjes en rolklaver.

Insecten zijn dol op heelblaadjes, zoals de duinkegelbij.

Springspinnetjes zijn klein, maar heel snel. Ook wachten ze in een bloemetje zoals de parnassia tot er een vliegje in de buurt komt en die is dan de pineut.

Jonge vogels

Dinsdag 21 juli 2026
Op weg naar de Cremermeerroute zie ik de ouwe strandracer staan, lekker op haar gemakkie onder een boom.

Daarbij vliegt er wel iets over de grond en ik ben net op tijd om met mijn kleine toestel een foto van de licht daguil te maken.

Op de Koningsweg staan struiken langs het pad, daar zitten veel vogels te broeden en het is nu druk met jonge vogels, zoals een jonge roodborsttapuit.

Nu zie ik pas de eerste heidelibel dit jaar, zijn ze nou zo laat of heb ik er niet op gelet? Nou ja, de eerste roodbruine heidelibel dus.

Een klein stukje zand tussen alle grassen en struiken en gelijk zijn daar de blauwvleugelsprinkhanen. Het vrouwtje heeft sjans van 2 mannetjes.

Oeps, is die ree nou van mij geschrokken?

Natuurlijk gelijk er van door.

Dit vind ik nou van die krengen die de hele tijd om mijn hoofd zoemen en als het even kan mij bijten, ik denk dat er al heel wat dazen met mijn DNA rondvliegen, want ze hebben bloed nodig om eitjes te kunnen produceren.

Wat kijkt die jonge graspieper guitig naar me.

Dit vind ik nou leuk, een putter met 2 jonge puttertjes.

En even later nog een roodborsttapuit met zijn nageslacht.

Bijensoorten

Maandag 20 juli 2026
Met de excursie bij het Kennemermeer loopt iedereen langs het hek, maar ik roep ze terug, want er zit een tweekleurige uil en die willen ze toch wel graag zien.

Als een keizerlibel stil in de vegetatie hangt is die nog niet zo makkelijk te spotten.

Nu nog klein de nimf van een grauwe wants, na een paar vervelling wordt deze wel 2x zo groot.

Gewone roodpootspinnendoder op peen.

Wat een variaties kent peen, uitgebloeid is het een perfect nestje voor spinnen en andere insecten.

In bloei komen er vaak insecten nectar halen.

Nog een nachtvlinder: de purperen stipspanner.

Heel veel heelblaadjes staan in bloei en dat is een gigantische kroeg voor veel insecten. De kegelbij is daar een van.

Ook de weekschildkevers lust de nectar graag.

De gewone viltbij is algemeen, toch zie ik ze helaas weinig.

Lijkt niet op een mier en niet op een wants, dus is het de miersikkelwants.

Een groefbij herken ik wel, alleen heb je zoveel soorten daarvan, zoals de zesvlekgroefbij.

Dan heb je ook nog de bronsgroefbijen en daarvan zijn er ook nog eens vier soorten.

Van het geslacht bloedbij zijn zelfs 20 soorten.

Het vrouwtje pluimvoetbij heeft haar tassen volgeladen met stuifmeel, die wil denk ik een groot gezin stichten.

Thuis ga ik aan het werk in de tuin en daar komt een sneeuwwitte vedermot uit het gewas vliegen.

Zigzagmot

Donderdag 16 juli 2026
Een van de weinige zwartsprietdikkopjes dit jaar. Ze leggen eitjes op de rolklaver, maar ze halen dus ook nectar uit de bloem.

De bruine daguil is een nachtvlinder die overdag vliegt.

Een zeer zeldzame bonte mijtenwesp.

Zo’n mooi en bijzonder gebied en toch kom ik soms maar 1 mens tegen en die vraagt dan nog vaak waar de honingorchis staat. Er zijn gebiedjes met veel gele ratelaarbloemen en verderop een veldje met grote kattenstaart. Dit stukje staat vol met witte honingklaver, waar heel veel hommels op af komen.

Bruine zandoogjes zijn alle jaren talrijk.

Stippelzegge is zeer zeldzaam, dus nu ik het zie neem ik van alle kanten foto’s en vooral van dichtbij.

Veldhommel snoept van de witte honingklaver.

Jansvlinder op grote kattenstaart.

Icarusblauwtjes, copula, ze kijken er heel vrolijk bij.

In deze tijd zie ik altijd wel heelblaadjespalpmotten op heelblaadjes.

Een grote sluipvlieg: Cylindromyia brassicaria.

Zilt torkruid zit zo kunstig in elkaar.

Vrouw pluimvoetbij heeft heel wat stuifmuil aan haar achterpoten, dat neemt ze mee naar haar nest. Grappig dat er ook een parelmotje en een kakkerlakje?? op de heelblaadjes zitten.

De kleine parelmoervlinder nu van bovenaf.

Een kleintje: de zwartwitte snuitwapenvlieg, het is een mannetje.

Toen ik dit vlindertje voor de eerste keer zag ooit noemde ik het de zigzagmot en dat bleef ik doen en beweerde zelfs dat hij echt zo heette, kijk maar in het boek zei ik toen tegen Dik. Maar het is de gevlamde grasmot.

Fantastisch dat ik hier een koevinkje zie. Ik hoop dat ze hier uitbreiden, want in de duinen is het veel te droog geworden, daar houden ze niet van en dit blijft een gebied met vochtige ondergrond.

De wilde Bertram heeft heel veel pissenbedvliegjes te gast. Er tussen staat pijpenstrootje.

’s Avonds ga ik bij het Rode Dorp met andere mensen kijken naar de gierzwaluwen. We zien wel een stuk of 50 in de lucht en soms gieren ze vlak over onze hoofden.

Jonge kluut

Woensdag 15 juli 2026
Op weg naar het landje van Gruijters ga ik even bij de tuin van Beeckestijn langs. Ik hoop nog altijd dat ik een koninginnenpage tegen kom, die vaker in tuinen vliegt dan in de duinen. Ik dacht altijd dat dit artisjokken zijn, maar ze heten kardoen.

Even speuren in de asperge naar kevertjes en ja hoor, ik vind een paar blauwe aspergekevers.

Een hele verse gamma-uil bij de slangenmuur.

En dan door via Spaarnwoude naar Gruijters. Er is een klein stukje riet weggehaald waar je op het water kan kijken en naar de tureluur die iets te pakken lijkt te hebben.

De visdiefjes hebben hier flink gebroed.

En daar is de jonge kluut, wat is die mooi “opgedroogd”.

Na een paar rondjes foerageren lekker uitrusten bij pa of ma. Tussen alle veertjes die losgekomen zijn na de rui.

Libellen

Dinsdag 14 juli 2026
Leuk toch, zo’n blauwe schildwants op de knopjes van koninginnenkruid.

Altijd even kijken bij de tankval. Die vuurlibel zit wel te pronken, maar als je goed kijkt zie je veel larvenhuidjes van libellen en juffers op de boomstronk.

De witte kwikstaart heeft dorst.

Bruinrode heidelibel op het pad.

In Schoonenberg ga ik nog even kijken of het ijsvogeltje er zit, maar ik heb gehoord dat ze daar niet meer gezien zijn. Een bloedrode heidelibel laat zich rustig fotograferen. Libellen komen toch al heel vaak op hetzelfde takje zitten na een rondje.

Distelvlinder

Zaterdag 11 juli 2026
Deze pinokkiomot heeft niet zo’n lange neus, het zijn gewoon de antennes die naar voren steken.

Een Icarusblauwtje legt haar eitjes op de witte honingklaver.

Aardhommels kunnen best groot worden.

Dit is echt een minimotje, de duinparelmot.

Als ik naar het heelblaadjesboorvliegje zoek zie ik hem niet, nu met vlinders tellen zie ik er één.

Op het kale stukje net buiten het Kennemermeergebied staan veel blauwe zeedistels, dit keer met een kleine parelmoervlinder.

De parelmoervlekken zitten aan de onderkant van de vleugels.

Alles is mooi aan een distelvlinder: de vorm, de kleur, de patronen, het knopje aan de antenne; geweldig.

Nog een gelukje dat de kolibrievlinder me één kans gaf om een foto te nemen.

Weer terug in het gebied waar veel brunel staat, met een kakelvers klein geaderd witje.

De wilde Bertram is maar één week op z’n mooist, nu dus.

Moerasspirea steekt er bovenuit.

Ik was al blij met veel boomblauwtjes dit jaar. Nu zie ik er zelfs 2 bij elkaar.

Nimf van een zuringrandwants ziet er wel een beetje gek uit.

Koevinkjes

Woensdag 8 juli 2026
Het eerste koevinkje zit al op me te wachten bij de vlindertelling van de Vossendel.

Het gras is al zo verdroogd dat de oeverlibellen zich niet in de vegetatie meer kan verstoppen.

Het vrouwtje van de pluimvoetbij heeft veel haren aan haar achterpoten waar de stuifmeel aan blijft hangen. Soms zie je ze tussen de tegels een holletje graven waarbij ze het zand achter zich werpen.

Er vliegen meer zwervende heidelibellen dan andere jaren.

Ik heb al veel koevinkjes geteld, maar net na sectie 12 tel ik op 1 plek 29 stuks.

Daar zit ook een groot koolwitje op het duinkruiskruid.

Het is goed dat er duinkruiskruid staat want ook vrouw keizersmantel profiteert er van.

Icarusblauwtje

Dinsdag 7 juli 2026
Ook bij de Cremermeerroute kom ik Icarusblauwtjes tegen. De mannetjes kunnen echt pronken met hun hemelsblauwe kleur.

Vrouwtjes van de wesp Gorytes laticincus jagen op imago’s van schuimcicades.

Een behangersbij duikt met z’n gezicht in een speerdistelbloem.

En net als vorig jaar kom ik hier de grauwe klauwier tegen.

Spanners

Woensdag 1 juli 2026
Van de buitenkant af zie ik al een spanner op het raam van het parkeerhok zitten. Het is de grijze stipspanner.

En een aangebrande spanner daaronder.

Ik dacht dat ik de harige langsprietwapenvlieg zie, maar het is de gewone.

Er komen al meer Franse veldwespen, herkenbaar aan de oranje antennen. Het is een vriendelijke soort.

Ik let altijd op of er insecten op de honingorchissen zitten, jawel, een heel kleintje, het halmvliegje.

Het lijkt wel alsof alle soldaatjes vrij hebben gekregen en het er nu van nemen. Kleine rode weekschild op duinkruiskruid.

Smalboktor

Dinsdag 30 juni 2026
Dat hartje van de hoyabloem is een schoonheid op zich.

Vreemde kevertjes die viltbandkevers met hun kop helemaal naar beneden.

Meestal hebben wolfspinnen een wit eipakket onder hun lichaam. Ik weet niet waarom het hier groen is, of dat het stadium is of dat dat bij een bepaald soort spin hoort.

Zo, die zwartstipspanner is er even mooi voor gaan zitten.

Nou lekker dan, hang je daar zonder achterlijf. Veldsprinkhaan.

De wolligste hommel is de veldhommel, zo lekker fluffy.

De weegbreemot kom ik zo vaak tegen op het weiland van de Vossendel.

Zie ik iets donkers op een blaadje, dan valt mij dat op. In dit geval is het een zeer zeldzaam venstervlekmotje, jammer dat het dood is.

Gevlekte smalboktor smikkelt van duinkruiskruid.

Het feest van koevinkjes is losgebarsten. Op de secties alleen al 30, maar hier zitten er 29 bij elkaar, alleen net buiten een telsectie.

Zo’n gewoon krieltje zou je bijna schattig noemen.

Vreemde antennes heeft de eikenlichtmot.

Harkwespen

Maandag 29 juni 2026
Het gebied dat vorig jaar helemaal onder water stond bij mijn Cremermeerroute staat nu vol met echt duizendguldenkruid.

Er staat toch voor een kapitaal, hihi.

Bij sectie 7 loop ik door naar het strand, misschien zit er een heivlinder of een rups van een wolfsmelkpijlstaart. Helaas niet, een graspieper kan mijn teleurstelling niet goedmaken.

Vanaf de hoge strandopgang is er een mooi overzicht van het gebied waar ik de vlinders tel.

Eerst nog even kijken wat er allemaal op peen zit bij sectie 7.

Heel wat kleine insectjes, waaronder een mannetje en vrouwtje sluipvlieg (Cistogaster globosa). Ik heb de foto’s aan elkaar geplakt, zodat het verschil te zien is. Er zijn zoveel soorten vliegen en dan zijn de vrouwtjes ook nog anders dan de mannetjes, de naamgeving is bijna niet te doen. Gelukkig hebben we waarneming.nl die heel veel soorten herkent.

Vreemd dat er zo weinig witjes zijn dit jaar. Af en toe kom ik eens een klein geaderd witje tegen. Daarbij is de grote kattenstaart wel aantrekkelijk voor allerlei insecten.

Harkwespen kunnen klein of groot zijn, ik weet niet of dit nu een mannetje en een vrouwtje is, of allebei van hetzelfde geslacht.

De zwervende heidelibel heeft blauw aan de onderkant van de ogen, daardoor makkelijk te onderscheiden van andere heidelibellen. Dit is een vrouwtje.

Als ik na de telling weer op de fiets ben gestapt, stop ik bij het plekje waar de grauwe klauwier zou kunnen zitten en ik ontdek hem inderdaad.

Rupsen hermelijnvlinder

Maandag 22 juni 2026
Soms kom ik bloeiwijzen tegen die zo grappig zijn, zoals bij de smalle weegbree langs het voetpad van de Vossendel.

De twee rupsen van de hermelijnvlinder zitten er nog steeds. Ik denk dat ze nu gauw gaan verpoppen. Zo grappig die harige slofjes. Onderaan zie je ook nog de 2 eitjes waar ze uitgekomen zijn.

Bij de tankval vliegen wat libellensoorten en het mannetje vuurlibel gaat regelmatig zitten.

Best veel watersnuffels vliegen boven het water.

Ossentong

Zaterdag 20 juni 2026
Bruidsmot die in de lampen hangt, haha.

Groot dikkopje zuigt met z’n enorme lange tong nectar uit rode klaver.

Ook al verstopt de duinsabelsprinkhaan zich, ik herken hem wel.

In het open gebiedje van sectie 2 staat ossentong.

Een roestbruin kromlijf heeft het achterlijf helemaal naar voren gebogen.

Terug bij mijn fiets kijk ik of er nog boorvliegen op de akkerdistel zit. Ja hoor, meerdere akkerdistelboorvliegen.

Bovendien 2 exemplaren van de graafwesp Ectemnius continuus.

Op de Badweg loopt weer een rups met gevaar voor eigen leven op het fietspad.

De bevederde poten van vogels noemen ze ook wel een broek. Deze kraai heeft dus de broek aan.

Groot heksenkruid

Dinsdag 16 juni 2026
Ik ben benieuwd of de rupsjes van de hermelijnvlinder er nog zitten bij de Vossendel. Jazeker, nog steeds op dezelfde bladeren zelfs en ze zijn groter gegroeid.

Even verderop een donkere marmeruil, ik krijg hem net op de foto tussen het gras door.

Zijn ze niet om op te vreten de hondsdrafsnoepjes, hihi.

Bij de tankval even naar de libellen kijken. Een man grote keizerlibel laat zich goed zien.

Er vliegt één man vuurlibel rond. Die gaat even op de tak zitten en later zie ik op de foto dat er dan net een wespje achter vliegt.

In het bos staan een paar planten van de bosandoorn.

En heel veel groot heksenkruid.

Er vliegt een groep staartmezen steeds voor me uit, maar heel moeilijk te fotograferen in het bos. Toch gelukt en jeetje van heeft die een lange staart zeg.

Aan de andere kant van het pad een jonge staartmees, beetje in bedelhouding met die staart wijd.

Aan de voet van een vogelkers zit een nest van de vogelkersstippelmot en er zijn al een paar uit de pop.

Ik volg een duinrouwzwever en als die op de grond landt zie ik dat er rechts een tuinhangmatspin er naar toe sprint. De vlieg had hem in de gaten.

Een kunstwerkje van bloeiend gras.

Als ik klaar ben met de vlindertelling zie ik nog een gevlamde bladroller, dat maakt voor de telling niks uit, die telt toch niet.