Meldevlinder

Vrijdag 19 juni 2020
Met de nationale nachtvlindernacht wil ik wel meedoen met nachtvlinderen. Op het gebouw zit een gele bloemenkever, vind ik ook leuk.

Voor de molmboorder moet ik wel even klimmen, dat vind ik wel de moeite waard.

Er is ook op de bomen gesmeerd, daar wijst Dik een veranderlijke boktor aan, want in het donker zie je al gauw iets over het hoofd.

Maar ik zie dan wel weer de viervlekschorsloper en heeft ze nou eitjes?

Graswortelvlinder vind ik een schoonheid.

De huismoeders hebben een klerenkast vol jurkjes, zo veel verschillende kleuren en patronen.

De mooiste vlinder van vanavond is de meldevlinder.

En nog voor 12 uur een kleine zomervlinder, dan houd ik het al gauw voor gezien.

RIP zwartkop

Donderdag 18 juni 2020
In het duingebied kan je tientallen wijngaardslakken tegenkomen. Dat mensen zo’n beest in hun mond stoppen is toch onbegrijpelijk! Yak.

Na de Vossendelvlindertelling ga ik door naar hotel Duin en Kruidberg. Twee jaar geleden zaten hier sierlijke witsnuitlibellen, het zou leuk zijn als die nog eens terugkomen. Of zouden ze opgevreten zijn door de ruisvoorns?

Ik wil zo graag een smaragdlibel op de foto zetten die hier steeds amper 1 seconde stil hangt. Gelukkig wil een vroege glazenmaker wel even op één plek hangen.

Prachtig die zwanenbloemen en als extraatje een zweefvliegje.

Normaal ga ik nooit langs deze weg en juist nu moet ik een dode vogel op de weg aantreffen. Nog wel een vrouwtje zwartkop. Te veel aso’s, te veel domme mensen, te veel auto’s.

Julikever

Dinsdag 16 juni 2020
Ze zijn niet zeldzaam, toch vind je een julikever zelden. Nu zie ik er een liggen op sectie 6 van de Cremermeerroute. Hij ligt worstelend op zijn rug en ik zet hem op zijn pootjes, maar dat helpt niet lang.

Nog niet helemaal tevreden over de foto van de groenling, maar de kleuren komen beter uit dan alle andere foto’s.

Veel grasmotjes de laatste tijd, er zijn er ook verschillende, waaronder dus deze streepjesgrasmot.

Net uitgeslopen juffer, daar valt echt geen chocola van te maken, hihi. Het larvehuidje zit aan de achterkant van de stengel.

Een fitis of tjiftjaf zit een hele tijd met zijn/haar bek vol te roepen, de kindertjes zijn denk ik al vertrokken.

Papa blauwborst in zijn broedgebied.

En daar hebben we zijn kind even verderop.

Oei, het is de vraag of ik droog thuis kom. Gelukt!!

Bijenorchissen

Maandag 15 juni 2020
De excursie is behoorlijk druk, maar we proberen wel afstand te houden. Gelukkig hebben de meesten een dichtbij-verrekijker bij zich 😉 Zeegroene zegge staat hier volop en bloeit nu.

Vorig jaar heb ik geen kleverige ogentroost gezien en we gaan met z’n allen op zoek, sta ik er bijna op!!!

Ik weet oorsilene te staan.

Volgens mij een zilveren fluitje.

Helaas komen we een aso tegen die met een soort walsje door het terrein scheurt, ik kan daar zo kwaad om worden.
We lopen verder op zoek naar teer guichelheil en opeens komen we tientallen bijenorchissen tegen. Van Jos wist ik dat ze in het terrein moesten staan, alleen wist ik niet waar.

Nu dus gevonden.

We hebben al zoveel rietorchissen gezien en wat zijn ze mooi.

Dan zegt iemand dat er een hele groep gele maskerbloemen staan, daar gaan we kijken, het zijn er misschien wel 100.

Ze zijn mooi, maar het kan een plaag worden.

Er staat moeraszoutgras in de buurt.

We komen weer bij het water en tot onze verbazing kruipt daar een paling rond.

Ik wilde kamgras bij de heivlinderheuvel laten zien, daar kon ik het niet meer vinden en opeens zie ik nog een heleboel bij elkaar staan aan het eind van het pad.

Op weg naar de koffie ziet Marja een mooi vlindertje op slangenkruid, het is een lichte daguil.

Na de koffie ga ik met Ernst op zoek naar baardmannetjes, eerst aan de westkant. Daar ziet hij een bremraap en met het boek er bij komt hij op een klavervreter, best bijzonder.

Nog een rietorchis met zachtroze kleur.

Tenslotte nog een groot dikkopje op een ratelaar.

Fort benoorden

Zondag 14 juni 2020
De KNNV Haarlem gaat van alles determineren bij het Fort Benoorden, daar wil natuurlijk ook aan mee doen. Nog voordat ik er ben zie ik boerenzwaluwtjes op een tak, die kans laat ik niet glippen. Wat een enorm lange staart.

Ze zitten vlakbij.

Ik had mijn fiets gauw neergezet en als ik hem weer wil pakken zie ik een sluipwesp op het paaltje. Wat een schoonheid, wel een moeilijke naam: Xiphydria prolongata.

Op het fort is het begroeid en daar kijk ik voornamelijk naar insecten. Uitzicht op de fortgracht en daarachter ligt het landje van Gruijters.

Er staat heel erg veel knoopkruid en daar maken de insecten dankbaar gebruik van zoals deze sintjansvlinder.

Wat ik helemaal geweldig vind is dat ik een wolzwever zie vliegen, het blijkt een Villa hottentotta te zijn (echt waar hoor!).

En dan vind ik ook nog een rups van de sintjansvlinder.

Marja wijst een klein vlindertje aan en ik denk dat het een distelbladroller is, maar daar is hij een beetje te geel voor. Nog leuker is het dat het een kanariepietje is.

Een gladde spieswesp in de bloem van een braam.

Roestbruin kromlijf op een distel.

Waarneming geeft aan dat dit een grote roodoogjuffer is, maar ik heb zo mijn twijfels.

Bij een zanderig stukje barst het van de gladde spieswespjes die daar veel gaatjes hebben gegraven. Ze vangen vliegjes die ze in hun nest leggen voor de nakomelingen. De spieswespjes zijn op zich heel klein.

Het begint te onweren en we gaan naar binnen voor een rondleiding door het fort door Ziegel. Hij wijst een spin aan die daar al lang hangt en beschimmeld is.

Er zijn heel wat tekeningen en schilderijen op de muren aangebracht.

Op de terugweg ga ik weer naar het bruggetje waar de boerenzwaluwen rondvliegen en ze moeten natuurlijk ook poetsen. Sony A68 400mm

De jonge zwaluwtjes zitten bij elkaar op een tak, maar ik heb ze niet één keer gevoerd zien worden, jammer want dan sperren ze die bekjes zo lekker wijd open.

Prachtbeestjes zijn het.

Orchideeën

Vrijdag 12 juni 2020
Op mijn vlinderroute voor de deur bloeit de bonte luzerne, zo mooi die kleuren.

Toch eens van onder bekijken de peen, zeker de moeite waard.

Kraailook is weer present.

’s Middags naar het Kennemermeer, er zullen vast wel een paar insecten zijn als de baardmannetjes zich weer niet laten zien. Mannetje Icarusblauwtje wil poseren met zijn roltongetje.

Een moeraswapenvliegje in het blommetje van de boterbloem.

Jos was nogal pessimistisch over de groenknolorchissen, maar ik ze er aardig wat en met veel bloemen per steel, dus heel florissant.

Midden in het natte gebied loopt een rups van een plakker, daar ben ik fan van.

De bevertjes staan in bloei en hoe!!

Echt een feest.

Ik ben nog op zoek gegaan naar de knopbiesparelmot, die is zo klein dat je die bijna met een loep moet zoeken, ongeveer 2 mm. Dan is de grote parelmot van 4 a 5 mm makkelijker, haha.

Nog even gekeken bij het rond wintergroen, ze staan een beetje verscholen tussen de wilgen.

Daar in de buurt zit een prachtsmalsnuitje, daar ben ik best blij mee.

En dan staan ook nog de honingorchissen in bloei, dus wel hele leuke dingen gezien.

Gestippelde houtvlinder

Woensdag 10 juni 2020
Bij de Vossendel tellen Joke en ik meer hommels dan vlinders. Ik zie een zwartsprietdikkopje, maar hij is al gevlogen voordat ik een foto kan maken, wel jammer, want het is de eerste van het jaar en heel erg vroeg. Het is maar de vraag of hij goedgekeurd wordt in de telling zonder bewijs. Doordat ik nog rond kijk of ik hem zie ontdek ik een gestippelde houtvlinder.

Hij/zij zit met zijn vleugels te wapperen, ik denk om feromonen te verspreiden, dat zijn lokstoffen om een mannetje aan te trekken.

Voordat we met de route begonnen sprak een man ons aan, hij had gezien dat er dode dieren waren neergelegd voor jonge vosjes en hij vroeg of wij wisten of het boommarters of zoiets waren, hij had onduidelijke foto’s op zijn telefoon. Omdat wij niet wisten wat het was wilde ik nog gaan kijken of ik het kon vinden en daarbij kom ik in verboden gebied, maar wel mooi. Natuurlijk niks kunnen vinden.

Bij de Cremermeerroute tel ik zelfs maar 1 vlinder: een bruin zandoogje. Op het pad wat nu weer begaanbaar is omdat het water is gezakt zit een bijna zwarte pad. Ik denk dat hij dood is, maar hij vertrekt toch nog heel traag.

Een grasmus heeft het maar druk met het voeren van de kindjes.

’s Avonds laat ga ik nog naar het Kennemermeer waar een rups van een hageheld voor mijn voeten loopt, hihi.

Gelukkig staan de bijenorchissen op de bekende plek in bloei. Ik dacht al dat ze daar weg waren omdat er op andere plekken ze al lang in bloei stonden.

Ze zien er fantastisch uit, veel bloemen per steel.

Steenhommel

Dinsdag 9 juni 2020
Ik fiets weer eens langs de Heerenduinweg, misschien staan hier nog bijenorchissen. Er staat maar één aardaker, een soort lathyrusssoort.

Nog maar eens kijken bij het Kennemermeer. Op de olijfwilg zit een wilgenbladvlo, die is amper 2 mm groot.

Maar de steenhommel die ik later zie is gigagroot.

Poelruit

Vrijdag 5 juni 2020
Ik wil zo graag eens een baardmannetje fotograferen. Ze zijn gesignaleerd bij het Kennemermeer. Helaas niet gelukt. Poelruit staat nu volop te bloeien.

Ik denk een schorsvlieg te zien, maar het klopt niet helemaal. Waarneming geeft de mooie naam: Zophomyia temula, een sluipvlieg.

Dennenpijlstaart

Dinsdag 2 juni 2020
Op weg naar de nachtvlinderbijeenkomst kom ik langs dit plekje dat er in de avond net wat anders uit ziet dan overdag.

Marja laat mee een rups van een oranjetipje zien, sjonge als je het niet weet zou je dat nooit ontdekken, wat een camouflage.

Op het raam van het gebouw zit een vijfpuntszwartwitmot.

Op het laken meerdere sprinkhanen en ik kan nog net een foto maken van een vrouwtje nimf duinsabelsprinkhaan.

Wat ben ik blij dat ik vanavond toch gekomen ben. Van deze vlinder heb ik meerdere rupsen op het fietspad dood of gewond gevonden. Deze is uitgegroeid tot een prachtige grote vlinder, het is de wilgenhoutvlinder.

De paarsbandspanner is heel vers.

Het zijn echt lolbroeken die meikevers.

En nog een groot geluk met de dennenpijlstaartvlinder.

Een behoorlijk grote vlinder, ben ik ook reuzeblij mee.

Mannetje grote spikkelspanner.

Een Ophion-wesp is een grote sluipwesp.

Nachtegaal

Dinsdag 2 juni 2020
Dat begint leuk mijn vlindertelling op de oude spoorlijn: een kleine parelmoervlinder, die heb ik jaren geleden hier vaker gezien.

Een tuinbladsnijder neemt een stuifmeelbadje.

Vier bijtjes die druk heen en weer vliegen, later herken ik ze als bijenwolf.

Op de Koningsweg bij de Cremermeerroute zit een nachtegaal mooi in beeld.

Ik kom Jos tegen en hij wijst me bijenorchissen, die staan hier dus ook! Er staat een bijzondere bijenorchis bij.

Hij wijst me ook op het duifkruid, ik wist dat die hier staat, nu dus in bloei.

Evenals de Karthuizer anjer.

Zo moeilijk om een kneu leuk op de foto te krijgen, deze foto vind ik wel aardig gelukt.

Op het water bij sectie 3 tipt een vrouwtje platbuik steeds in het water om eitjes te leggen.

Ondertussen houdt man platbuik de wacht.

Grote karekiet

Maandag 1 juni 2020
Omdat ik na de excursie zo dicht bij de AWD ben ga ik daar ook struinen. Het is er behoorlijk droog zo te zien.

Er zijn behoorlijk veel herten afgeschoten, pas als ik in de buurt van de Zwanenplas ben zie ik er enkele.

Bijzondere kleur heeft deze viervlek.

Natuurlijk wil ik het rond zonnedauw zien, maar er is helemaal niets te zien, volgens mij helemaal verdroogd. Ik loop door naar het watertje er achter. Ik had niet verwacht dat ik kikkers zou zien. Ik hoor ze vaak, maar nu zie ik ze ook.

Op het riet zit een leuk wespje en die fotografeer ik met mijn telelens. Het is een dikpootwesp.

Daar vliegen ook gevlekte witsnuitlibellen.

En ze vliegen niet alleen, ze zorgen ook voor nageslacht.

Ik wil naar de Zwanenplas, maar ik loop eerst de verkeerde richting uit. Dan toch maar mijn mobieltje gepakt om de juiste richting te bepalen, dat lukt. Daar in het gras zitten 2 larven van een bladwesp, wat een leukerdjes.

Ik hoor een karekiet in het riet, maar het klinkt toch anders. Volgens mij is het een grote karekiet en dat kan bijna niet, die is zeldzaam geworden in Nederland. Toch heel zacht op mijn mobieltje het geluid gehoord en het is hem toch!!! Wat ontzettend jammer dat ik hem niet zie. Ik zal toch weer naar huis moeten.
Een vos moet eerst even zijn karwei afmaken voordat hij weg vlucht.

Huis te Vogelenzang

Maandag 1 juni 2020
We mogen weer met excursies mee, gelukkig is de animo niet groot, zodat we afstand kunnen houden vanwege de corona. Marja wijst op tepelgallen, het zijn beukengalmuggallen op de bladeren van de beuk.

Wat een schoonheid het vingerhoedskruid. Bovenin zat nog een goudwespje, helaas is de foto niet gelukt.

Meikever: effe koekeloeren welke pottenkijkers mij begluren.

Een rups van een kuifvlinder.

Ik dacht een smalle randwants, nee, het is de oogstreeprandwants.

Een behangersbijtje op de heggenrank, via waarneming.nl kom ik er achter dat het het zilveren fluitje is, altijd leuk.

Ik wist niet dat de gewone fopblaaskop zulke mooie vleugels had.

Vlak daaronder loopt een schorsmarpissa met een vlieg als prooi.

Als we bijna weer bij het eindpunt zijn zien we nog een helmkruidbladwesp.

Lieveling

Vrijdag 29 mei 2020
Aardig weer om insecten te inventariseren bij de Vondelweg. Veel snipvliegen en er komen er nog meer.

Het lijken wel trapezewerkers die gele snipvliegen.

Ik zie een lieveling vliegen, gauw er achteraan, want het is toch een van mijn lievelingen 😉

Je hebt verschillende soldaatjes en dit is de gele.

O, wat leuk, sinds jaren zie ik eindelijk weer eens een zeefwesp. Het zijn er trouwens meerdere en nog een geluk dat ik hem op de foto heb want ze jagen elkaar steeds op.

Ik fiets richting landje van Gruijters en stop bij de futen. Ik denk dat deze fuut heel wat van plan is, misschien wil hij een groot gezin, of hij denkt groot.

Bij Gruijters moet ik wel lachen. De bergeenden hebben ruzie en na een tijdje zoekt een vrouwtje haar heil bij een kluut. Ze weet dat die fel zijn, dus misschien beschermt die haar ook wel.

Hazelworm

Donderdag 28 mei 2020
Joke en ik tellen vandaag de Vossendel. Vond ik de houtlangpootmug in het asiel al leuk, nu kom ik nog een andere tegen: Dictenidia bimaculata.

Er ligt een hazelworm op het pad. Ongeveer 35 cm lang.

Hij/zij richt zijn kop wel op, maar blijft rustig liggen.

Ik kijk bij de schuimcicade of er een wespje op komt zitten, want dat zou een parasiet kunnen zijn die eitjes legt in de cicade. Er landt wel een wespje op, maar te kort om eitjes te leggen denk ik. Ze blijft wel in de buurt.

Zwartkopvuurwants onderscheidt zich van de roodkopvuurwants … juist … door de zwarte kop.

Vrouwtje geelbandlangsprietmot.

Weer eens een andere aaskever, nu de donkere i.p.v. de rupsenaaskever.

Na afloop nog naar het Kennemermeer geweest. Ik ontdek een nieuwe plek melkkruid.

Ik ging voor de bevertjes, helaas nog niet in bloei.

Kleurtjes libellen

Dinsdag 26 mei 2020
Voordat ik naar mijn vlinderroute ga kijk ik eerst bij het water bij hotel Duin en Kruidberg naar juffertjes en libellen. Roodoogjuffers schijnen het hier best naar hun zin te hebben.

Een roodoogjuffer is net uitgeslopen, hangt aan de muur en heeft een bijzondere kleur.

Ruisvoorns zwemmen hier al jaren rond.

Ik ontdek een snoek die zich doodstil onder een blad houdt. Nog wel klein.

Leuk toch, roodoogjuffers op een dotterbloem.

Mijn eigen wildwesten op de Cremermeerroute, denk maar even dat het bizons zijn, hihi.

Toch nog één argusvlinder op sectie 4.

Op sectie 3 probeer ik vliegende libellen op de foto te krijgen, maar dat is onbegonnen werk. Een waterjuffertje is braver en gaat even poseren.

Bladwesp

Dinsdag 19 mei 2020
Zondag ben ik mijn fototoestel Olympus verloren in het duingebied en ik doe een poging om hem terug te vinden, wat niet gelukt is. Natuurlijk zie ik wel weer het een en ander zoals deze borstelroofvliegen.

Die kleurtjes van deze bladwesp vind ik zo leuk. Het is een Macrophya punctumalbum. Ik heb het eerst uitgezocht, maar de naam is bevestigd door waarneming.nl.

Op het zandpad ligt een dode pantserwants.

Dit vind ik zulke moeilijke soorten wespen, waarneming maakt er ruige aardrupsendoder van. Sony A68 400mm

Citroenvlinder

Maandag 18 mei 2020
Marja en ik organiseren onze eigen excursie bij het Kennemermeer. Het is nogal kaal, zodoende hoeven we niet te zoeken naar het schorrenzoutgras. Het staat pontificaal in het zicht.

Het zwartpootsoldaatje heeft een heel leuk standje uitgekozen.

Het gebied is weer uitgebreid met een nieuw soort: de gele lis.

Vrouwtje citroenvlinder ziet heel lichtgroen. Als ze wegvliegt denkt Marja zelfs dat het een koolwitje is, maar ik had haar al zien zitten op de ratelaar.

Nog een soldaatje, Cantharis spec., want niet helemaal duidelijke kenmerken.

Hermelijnbladroller

Zondag 17 mei 2020
Ik doe nog een poging om in het duingebied argusvlinders te spotten, wat helaas tevergeefs is.
Omdat hier de bleekvlekwespbij vliegt die parasiteert op de witbaardzandbij is het toch makkelijker om deze zandbij een naam te geven. De mannetjes zijn grijs en de vrouwtjes zijn bruin.

Kleine bladsnuitkevertjes vallen op door hun kleur.

Zo’n mooi duingebied.

En toch zo vlak bij de havens en industrie.

Zandviltvlieg heeft een vachtje van zilvergrijs bont.

Op een plekje vliegen enkele grote dansvliegen.

Een rups van een page-vlinder en ik denk van de kleine vuurvlinder.

Leuk om een bladroller tegen te komen, maar het is niet altijd duidelijk welke naam ik er aan kan plakken, voorlopig doe ik het met de hermelijnbladroller.

Vosjes

Vrijdag 15 mei 2020
Er is een oproep geweest van de Vlinderstichting om argusvlinders te tellen, maar wel in een openbaar gebied. Ik vind de duinen achter de Amperestraat daar wel geschikt voor. Ik ben daar een paar jaar eerder geweest en toen zat het hele gebied vol met dit soort rupsjes en alles zat onder de spinsels. Nu is het niet zo erg meer. Het zijn de rupsjes van de kardinaalmutsstippelmot.

Kleine pimpernel staat hier gigantisch veel en op enkele zitten kleine snuitkevertjes wat een mooi kleurencontrast geeft.

Een kleine populierenboktor is een leuke vondst.

Wat vind ik dit duingebied mooi.

Op boterbloemen en braambloemen barst het van de schijnbokjes.

Volgens mij wordt het niet onderhouden, maar er komen zoveel mensen die hier hun honden uitlaten dat er veel paden uitgesleten zijn en zo wordt een open duin gevormd.

Roofvliegen zijn echte rovers. Hier heeft er een een vierbandspannertje te pakken volgens mij.

Ik heb geen enkele argusvlinder gezien, ik had ze hier wel verwacht.
Als ik naar huis wil fietsen neem ik een andere afslag dan ik van plan was en opeens zie ik een vosje lekker in het zonnetje liggen.

Van de andere kant lijkt er wel een kat aan te komen lopen, het is echter nog een vosje. Wat zijn ze ontzettend klein.

Hij drinkt was uit de waterbak en kijkt dan mijn richting uit. Wat een leukerdje om te zien.

Zomerkleedjes

Donderdag 14 mei 2020
Grote sterns en visdiefjes op het strand. Er wordt een visje aangeboden, maar mevrouw moet hem niet. Een grote bek kan hij krijgen.

Drieteenstrandlopertjes zijn al zo leuk en nu zijn ze nog heel deftig in zomerkleed ook.

Wat een prachtige vogeltjes.

De rosse grutto heeft ook het zomerkleedje aangetrokken.

En hup, allemaal even showen.

Net als de steenloper, de kleuren spatten er af.

Iets minder van kleur, deze rosse grutto. Wat een flinke hap heeft hij te pakken.

Na het strand nog even naar het Kennemermeer, wie weet zitten er nog insecten. Ja hoor, 1 bessenzweefvlieg.

Vlinders

Vrijdag 8 mei 2020
’s Morgens loop ik langs de oude spoorlijn. Op de lipbloemige plantjes zit een muntvlindertje, ze zijn nogal klein.

Alsof het klein geaderd witje licht geeft zo tegen de donkere achtergrond.

Bij de Vossendelroute zit een geblokte glasvleugelwants al op de eerste sectie.

Het pad op sectie 10 en 11 is van droog zand waar veel zandbijtjes vliegen. Een parasiet kan daar haar slag slaan, zoals deze bleekvlekwespbij. Ze parasiteert op de witbaardzandbij, dat is dus het bijtje die ik hier ook vaak zie.

Een behoorlijk lange hazelworm schiet de begroeiing in.

Als ik klaar ben met de telling zie ik nog een mannetje oranjetipje die nog even wil poseren.