Dennenpijlstaart

Dinsdag 2 juni 2020
Op weg naar de nachtvlinderbijeenkomst kom ik langs dit plekje dat er in de avond net wat anders uit ziet dan overdag.

Marja laat mee een rups van een oranjetipje zien, sjonge als je het niet weet zou je dat nooit ontdekken, wat een camouflage.

Op het raam van het gebouw zit een vijfpuntszwartwitmot.

Op het laken meerdere sprinkhanen en ik kan nog net een foto maken van een vrouwtje nimf duinsabelsprinkhaan.

Wat ben ik blij dat ik vanavond toch gekomen ben. Van deze vlinder heb ik meerdere rupsen op het fietspad dood of gewond gevonden. Deze is uitgegroeid tot een prachtige grote vlinder, het is de wilgenhoutvlinder.

De paarsbandspanner is heel vers.

Het zijn echt lolbroeken die meikevers.

En nog een groot geluk met de dennenpijlstaartvlinder.

Een behoorlijk grote vlinder, ben ik ook reuzeblij mee.

Mannetje grote spikkelspanner.

Een Ophion-wesp is een grote sluipwesp.

Nachtegaal

Dinsdag 2 juni 2020
Dat begint leuk mijn vlindertelling op de oude spoorlijn: een kleine parelmoervlinder, die heb ik jaren geleden hier vaker gezien.

Een tuinbladsnijder neemt een stuifmeelbadje.

Vier bijtjes die druk heen en weer vliegen, later herken ik ze als bijenwolf.

Op de Koningsweg bij de Cremermeerroute zit een nachtegaal mooi in beeld.

Ik kom Jos tegen en hij wijst me bijenorchissen, die staan hier dus ook! Er staat een bijzondere bijenorchis bij.

Hij wijst me ook op het duifkruid, ik wist dat die hier staat, nu dus in bloei.

Evenals de Karthuizer anjer.

Zo moeilijk om een kneu leuk op de foto te krijgen, deze foto vind ik wel aardig gelukt.

Op het water bij sectie 3 tipt een vrouwtje platbuik steeds in het water om eitjes te leggen.

Ondertussen houdt man platbuik de wacht.

Grote karekiet

Maandag 1 juni 2020
Omdat ik na de excursie zo dicht bij de AWD ben ga ik daar ook struinen. Het is er behoorlijk droog zo te zien.

Er zijn behoorlijk veel herten afgeschoten, pas als ik in de buurt van de Zwanenplas ben zie ik er enkele.

Bijzondere kleur heeft deze viervlek.

Natuurlijk wil ik het rond zonnedauw zien, maar er is helemaal niets te zien, volgens mij helemaal verdroogd. Ik loop door naar het watertje er achter. Ik had niet verwacht dat ik kikkers zou zien. Ik hoor ze vaak, maar nu zie ik ze ook.

Op het riet zit een leuk wespje en die fotografeer ik met mijn telelens. Het is een dikpootwesp.

Daar vliegen ook gevlekte witsnuitlibellen.

En ze vliegen niet alleen, ze zorgen ook voor nageslacht.

Ik wil naar de Zwanenplas, maar ik loop eerst de verkeerde richting uit. Dan toch maar mijn mobieltje gepakt om de juiste richting te bepalen, dat lukt. Daar in het gras zitten 2 larven van een bladwesp, wat een leukerdjes.

Ik hoor een karekiet in het riet, maar het klinkt toch anders. Volgens mij is het een grote karekiet en dat kan bijna niet, die is zeldzaam geworden in Nederland. Toch heel zacht op mijn mobieltje het geluid gehoord en het is hem toch!!! Wat ontzettend jammer dat ik hem niet zie. Ik zal toch weer naar huis moeten.
Een vos moet eerst even zijn karwei afmaken voordat hij weg vlucht.

Huis te Vogelenzang

Maandag 1 juni 2020
We mogen weer met excursies mee, gelukkig is de animo niet groot, zodat we afstand kunnen houden vanwege de corona. Marja wijst op tepelgallen, het zijn beukengalmuggallen op de bladeren van de beuk.

Wat een schoonheid het vingerhoedskruid. Bovenin zat nog een goudwespje, helaas is de foto niet gelukt.

Meikever: effe koekeloeren welke pottenkijkers mij begluren.

Een rups van een kuifvlinder.

Ik dacht een smalle randwants, nee, het is de oogstreeprandwants.

Een behangersbijtje op de heggenrank, via waarneming.nl kom ik er achter dat het het zilveren fluitje is, altijd leuk.

Ik wist niet dat de gewone fopblaaskop zulke mooie vleugels had.

Vlak daaronder loopt een schorsmarpissa met een vlieg als prooi.

Als we bijna weer bij het eindpunt zijn zien we nog een helmkruidbladwesp.

Lieveling

Vrijdag 29 mei 2020
Aardig weer om insecten te inventariseren bij de Vondelweg. Veel snipvliegen en er komen er nog meer.

Het lijken wel trapezewerkers die gele snipvliegen.

Ik zie een lieveling vliegen, gauw er achteraan, want het is toch een van mijn lievelingen 😉

Je hebt verschillende soldaatjes en dit is de gele.

O, wat leuk, sinds jaren zie ik eindelijk weer eens een zeefwesp. Het zijn er trouwens meerdere en nog een geluk dat ik hem op de foto heb want ze jagen elkaar steeds op.

Ik fiets richting landje van Gruijters en stop bij de futen. Ik denk dat deze fuut heel wat van plan is, misschien wil hij een groot gezin, of hij denkt groot.

Bij Gruijters moet ik wel lachen. De bergeenden hebben ruzie en na een tijdje zoekt een vrouwtje haar heil bij een kluut. Ze weet dat die fel zijn, dus misschien beschermt die haar ook wel.

Hazelworm

Donderdag 28 mei 2020
Joke en ik tellen vandaag de Vossendel. Vond ik de houtlangpootmug in het asiel al leuk, nu kom ik nog een andere tegen: Dictenidia bimaculata.

Er ligt een hazelworm op het pad. Ongeveer 35 cm lang.

Hij/zij richt zijn kop wel op, maar blijft rustig liggen.

Ik kijk bij de schuimcicade of er een wespje op komt zitten, want dat zou een parasiet kunnen zijn die eitjes legt in de cicade. Er landt wel een wespje op, maar te kort om eitjes te leggen denk ik. Ze blijft wel in de buurt.

Zwartkopvuurwants onderscheidt zich van de roodkopvuurwants … juist … door de zwarte kop.

Vrouwtje geelbandlangsprietmot.

Weer eens een andere aaskever, nu de donkere i.p.v. de rupsenaaskever.

Na afloop nog naar het Kennemermeer geweest. Ik ontdek een nieuwe plek melkkruid.

Ik ging voor de bevertjes, helaas nog niet in bloei.

Kleurtjes libellen

Dinsdag 26 mei 2020
Voordat ik naar mijn vlinderroute ga kijk ik eerst bij het water bij hotel Duin en Kruidberg naar juffertjes en libellen. Roodoogjuffers schijnen het hier best naar hun zin te hebben.

Een roodoogjuffer is net uitgeslopen, hangt aan de muur en heeft een bijzondere kleur.

Ruisvoorns zwemmen hier al jaren rond.

Ik ontdek een snoek die zich doodstil onder een blad houdt. Nog wel klein.

Leuk toch, roodoogjuffers op een dotterbloem.

Mijn eigen wildwesten op de Cremermeerroute, denk maar even dat het bizons zijn, hihi.

Toch nog één argusvlinder op sectie 4.

Op sectie 3 probeer ik vliegende libellen op de foto te krijgen, maar dat is onbegonnen werk. Een waterjuffertje is braver en gaat even poseren.

Bladwesp

Dinsdag 19 mei 2020
Zondag ben ik mijn fototoestel Olympus verloren in het duingebied en ik doe een poging om hem terug te vinden, wat niet gelukt is. Natuurlijk zie ik wel weer het een en ander zoals deze borstelroofvliegen.

Die kleurtjes van deze bladwesp vind ik zo leuk. Het is een Macrophya punctumalbum. Ik heb het eerst uitgezocht, maar de naam is bevestigd door waarneming.nl.

Op het zandpad ligt een dode pantserwants.

Dit vind ik zulke moeilijke soorten wespen, waarneming maakt er ruige aardrupsendoder van. Sony A68 400mm

Citroenvlinder

Maandag 18 mei 2020
Marja en ik organiseren onze eigen excursie bij het Kennemermeer. Het is nogal kaal, zodoende hoeven we niet te zoeken naar het schorrenzoutgras. Het staat pontificaal in het zicht.

Het zwartpootsoldaatje heeft een heel leuk standje uitgekozen.

Het gebied is weer uitgebreid met een nieuw soort: de gele lis.

Vrouwtje citroenvlinder ziet heel lichtgroen. Als ze wegvliegt denkt Marja zelfs dat het een koolwitje is, maar ik had haar al zien zitten op de ratelaar.

Nog een soldaatje, Cantharis spec., want niet helemaal duidelijke kenmerken.

Hermelijnbladroller

Zondag 17 mei 2020
Ik doe nog een poging om in het duingebied argusvlinders te spotten, wat helaas tevergeefs is.
Omdat hier de bleekvlekwespbij vliegt die parasiteert op de witbaardzandbij is het toch makkelijker om deze zandbij een naam te geven. De mannetjes zijn grijs en de vrouwtjes zijn bruin.

Kleine bladsnuitkevertjes vallen op door hun kleur.

Zo’n mooi duingebied.

En toch zo vlak bij de havens en industrie.

Zandviltvlieg heeft een vachtje van zilvergrijs bont.

Op een plekje vliegen enkele grote dansvliegen.

Een rups van een page-vlinder en ik denk van de kleine vuurvlinder.

Leuk om een bladroller tegen te komen, maar het is niet altijd duidelijk welke naam ik er aan kan plakken, voorlopig doe ik het met de hermelijnbladroller.

Vosjes

Vrijdag 15 mei 2020
Er is een oproep geweest van de Vlinderstichting om argusvlinders te tellen, maar wel in een openbaar gebied. Ik vind de duinen achter de Amperestraat daar wel geschikt voor. Ik ben daar een paar jaar eerder geweest en toen zat het hele gebied vol met dit soort rupsjes en alles zat onder de spinsels. Nu is het niet zo erg meer. Het zijn de rupsjes van de kardinaalmutsstippelmot.

Kleine pimpernel staat hier gigantisch veel en op enkele zitten kleine snuitkevertjes wat een mooi kleurencontrast geeft.

Een kleine populierenboktor is een leuke vondst.

Wat vind ik dit duingebied mooi.

Op boterbloemen en braambloemen barst het van de schijnbokjes.

Volgens mij wordt het niet onderhouden, maar er komen zoveel mensen die hier hun honden uitlaten dat er veel paden uitgesleten zijn en zo wordt een open duin gevormd.

Roofvliegen zijn echte rovers. Hier heeft er een een vierbandspannertje te pakken volgens mij.

Ik heb geen enkele argusvlinder gezien, ik had ze hier wel verwacht.
Als ik naar huis wil fietsen neem ik een andere afslag dan ik van plan was en opeens zie ik een vosje lekker in het zonnetje liggen.

Van de andere kant lijkt er wel een kat aan te komen lopen, het is echter nog een vosje. Wat zijn ze ontzettend klein.

Hij drinkt was uit de waterbak en kijkt dan mijn richting uit. Wat een leukerdje om te zien.

Zomerkleedjes

Donderdag 14 mei 2020
Grote sterns en visdiefjes op het strand. Er wordt een visje aangeboden, maar mevrouw moet hem niet. Een grote bek kan hij krijgen.

Drieteenstrandlopertjes zijn al zo leuk en nu zijn ze nog heel deftig in zomerkleed ook.

Wat een prachtige vogeltjes.

De rosse grutto heeft ook het zomerkleedje aangetrokken.

En hup, allemaal even showen.

Net als de steenloper, de kleuren spatten er af.

Iets minder van kleur, deze rosse grutto. Wat een flinke hap heeft hij te pakken.

Na het strand nog even naar het Kennemermeer, wie weet zitten er nog insecten. Ja hoor, 1 bessenzweefvlieg.

Vlinders

Vrijdag 8 mei 2020
’s Morgens loop ik langs de oude spoorlijn. Op de lipbloemige plantjes zit een muntvlindertje, ze zijn nogal klein.

Alsof het klein geaderd witje licht geeft zo tegen de donkere achtergrond.

Bij de Vossendelroute zit een geblokte glasvleugelwants al op de eerste sectie.

Het pad op sectie 10 en 11 is van droog zand waar veel zandbijtjes vliegen. Een parasiet kan daar haar slag slaan, zoals deze bleekvlekwespbij. Ze parasiteert op de witbaardzandbij, dat is dus het bijtje die ik hier ook vaak zie.

Een behoorlijk lange hazelworm schiet de begroeiing in.

Als ik klaar ben met de telling zie ik nog een mannetje oranjetipje die nog even wil poseren.

Viervlek

Donderdag 7 mei 2020
Lekker rustig weer om de Cremermeerroute te lopen. Wel mijn laarzen aan zodat ik de hele route kan lopen. Al gauw zit er een viervlek voor mijn neus.

Ik zie aardig wat vlinders, waaronder enkele argusvlinders. Bij de 3 ronde poeltjes vind ik witte slakkenhuizen in het gras, het zijn gewone poelslakken die in het water bruin zijn.

Ik vind het leuk om in mijn tuin naar insecten te kijken, helaas zijn er niet zo veel. Af en toe komt er een hommel van de geraniums snoepen.

Koekoek

Woensdag 6 mei 2020
Met Dick heb ik afgesproken bij de Vondelweg omdat hij mee wil kijken naar insecten. Ik wijs hem op een kleine bladwesp (Selandria serva misschien) en ik kan hem vertellen wat het verschil is met een gewone wesp (bladwesp heeft geen wespentaille).

Ik weet dat deze langpootmuggen Tipula vernalis heten, ze hebben geen Nederlandse naam. Dik wijst me op de mooie ogen van de muggen.

Een strontvlieg herken ik makkelijk. Dit is een mannetje, want geel van kleur en heel harig. Ik denk dat hij een vlindertje te pakken heeft.

En dan zijn er niet alleen langpootmuggen, maar ook steltmuggen. Dit fraaie exemplaar is Limonia phragmitidis.

We ontdekken een vlieg met een rood achterlijf en als ik goed kijk zie ik dat het een enorme snuit heeft, dus een snuitvlieg en wel de gewone.

Dit kleine snuitkevertje is een lissenboorder en hij kijkt nieuwsgierig over het randje van het blaadje van de boterbloem.

Toch weer langs het landje van Gruijters gereden, waar ik al gelijk een rietzanger hoor en hem makkelijk weet te spotten.

Bergeenden hebben een rondje gemaakt en nemen hun plekje weer in beslag.

Alsof de lepelaar op iemand afloopt die hij met open armen ontvangt.

Twee futen zitten in het water naast het landje en zijn nog aan het baltsen.

Op dezelfde plek als vorig jaar hoor ik de koekoek. Ik wil daar wel kijken of ik hem ergens zie, maar het is daar wat druk en het komt nog wel een keer, dus fiets ik verder. Daar hoor ik hem toch weer en ik loop om de bomen heen en daar zie ik hem gewoon vrij zitten. Helemaal blij ben ik, vooral omdat ik de Nikon P1000 mee heb, daarmee kan ik hem zo vol in beeld krijgen dat hij er zelfs niet helemaal op staat. Het mooist vind ik deze foto met zijn staart een beetje wijd. Mijn dag is helemaal goed, dank je de koekoek.

Kaneelglasvleugelwants

Donderdag 30 april 2020
Ik moest de vlinders nog tellen langs de spoorlijn, dus op pad! Zie ik nu pas dat er een appelboom staat.

Al behoorlijk groot, dus hij moet er al langer staan.

De gemeente heeft lipbloemige plantjes in bakken op het stationnetje gezet en daar komen heel veel insecten op af. Voor het eerst een kaneelglasvleugelwants.

Rosse metselbijen zitten hier meer.

In de poort vind ik een dode bij, maar zo kan ik hem wel van alle kanten fotograferen. Wat een prachtige kleuren hebben de haren aan zijn poten. Misschien is het een zwartbronzen zandbij.

Zingende blauwborst

Maandag 27 april 2020
Goed vlinderweer en ik begin bij de Vossendel. Weinig vlinders, misschien komt dat wel omdat er al meer rupsenaaskevers komen.

Vanwege de corona wordt geadviseerd om zoveel mogelijk thuis te blijven, nou je ziet het, het is akelig druk in de duinen.

Gelukkig staat de Koningsweg nog onder water, daar komen geen mensen en ik heb mijn laarzen aan en de blauwborst zingt alleen voor mij.

Eindelijk het zuurstokroze van de kneu op de foto.

Slechte foto’s, maar o zo leuk die groenlingen.


Wel verbaast het me dat de foto van de torenvalk zo scherp is geworden, terwijl die toch wat verder weg zit.

Bloeiende grasjes

Zondag 26 april 2020
Nico is weer eens gevallen, maar nu met de fiets doordat een jongetje plotseling overstak. Als hij thuiskomt zit eer een elzenvlieg op zijn jas, die hij ergens opgedaan heeft onderweg, waarschijnlijk Overveen.

Ik breng de elzenvlieg naar het Kennemermeer. Daar staan zaadbolletjes, heel leuk, helaas nog geen naam van mij gekregen.

Zeegroene zegge staat hier ontzettend veel en het bloeit nu.

Een man tapuit pikt steeds in de vegetatie en kijkt af en toe op.

Op een prachtig bloeiend grasje zit een hele kleine dansmug.

Insecten

Vrijdag 25 april 2020
Weinig wind en zonnig, dat is mooi om weer insecten te inventariseren bij de Vondelweg. Eerst nog even langs Velserbeek, wie weet zitten de ooievaars op het nest. Ze zijn niet thuis. Twee kleine mantelmeeuwen maken elkaar het hof.

Pfoe, alweer hoofdpijn.

Man dansvlieg heeft meer succes, maar dat is wel nadat hij het vrouwtje een prooi heeft aangeboden. Het zijn de zilvervlek dansvliegen en die hebben rode poten.

Vreemde kleur voor een komkommerspin.

Man bosbijvlieg. De bosbijvlieg is te herkennen aan de donkere zigzagbandjes op de vleugels.

Lekker bontje heeft de pluimwoudzwever.

Bijen vind ik super moeilijk om te determineren, maar waarneming maakt er een grasbij van.

En dan moet dit een gewone geurgroefbij zijn.

Twee wespbijen bij elkaar, dan moet dit een mannetje zijn, want deze is veel kleiner.

Ik fiets daarna naar het landje van Gruijters en ik tref het dat daar een zwarte ruiter in het water staat. Sony A68 400mm

In Velserbeek heeft het nijlganzenechtpaar maar 2 kleintjes.

Hazelaaruil uit pop

Donderdag 23 april 2020
Ik wil kijken of ik baltsende geoorde futen kan fotograferen bij het Vogelmeer. Haha, dat lukt wel, maar ze zitten te ver weg, dat moet over! Een zomertaling zit ook wel ver, maar die foto is toch wel beter.

Een gekraagde roodstaart zit toch mooi te fluiten en blijft nog zitten om zijn prachtige rode borst te laten zien.

Ik loop de Vossendelroute om vlinders te tellen. Er zijn dit jaar heel weinig smaragdlangsprietmotten in het gebied. Ik zie een paar mannetjes een vrouwtje op een beschaduwde plek, terwijl ze normaal in de zon zitten. Leuk dat ronde tongetje.

Een rupsenaaskever is net geland en heeft de ondervleugels nog niet onder de dekvleugels gevouwen.

Je hebt verschillende kniptoren, dit is wel een hele mooie: de Deense kniptor.

Thuis bedenk ik opeens dat ik nog moet kijken of de pop die ik 4 november uit de duinen heb meegenomen al uitgekomen is. Jaaaa, het is een hazelaaruil geworden, wat leuk.

Ik breng hem ’s avonds naar Velserbeek en ga door naar de ooievaars. Ze zitten beide op het nest te flikflooien, maar ze klepperen niet.

Zou een ouderwetse kwaker ontsnapt zijn?

Leuk dat de herten net voor het houtwerk van ‘Velserbeek’ lopen.

Oorkwallen

Dinsdag 21 april 2020
Er waait een behoorlijke oosten wind, jammer voor het tellen van schelpen want alles wordt onderstoven door het zand. In de eblijn ligt nog wel het een en ander zoals Amerikaanse ribkwal, een zeedruif en meer dan honderd oorkwallen.

Twee strandkrabben zitten aan elkaar, maar de ene is dood en de ander leeft nog.

De ene keer zie je bijna geen vogel op het strand en vandaag zijn er rosse grutto’s, grote sterns, meeuwen en visdiefjes, allemaal dicht bij elkaar.

Zes rosse grutto’s, twee nog in winterkleed en de andere vier al heel mooi rood.

Achter de visdiefjes zijn de grote sterns zich weer aan het uitsloven.

De streepjes over de blaasjeskrab dat zijn zandkorrels die overstuiven, zo hard waait het.

Tere platschelp.

Het verbaast me dat de pier nog open is. De golven die op de pier slaan stuiven alle kanten op. Geeft wel een mooi regenboogeffect.

Geweldig dat ik ook nog regenwulpen zie, het zijn er 6.

En dan nog in de vlucht ook.

Haarlems klokkenspel

Maandag 20 april 2020
’s Middags wil ik de ooievaars op de foto zetten, maar ze zijn er niet. Dan fiets ik door naar Beeckestijn om naar de stinzeplanten te kijken. In het gebiedje waar het normaal vol staat is nu weinig te zien. Gelukkig staat het Haarlems klokkenspel even verderop volop te bloeien. Op de foto zie ik dat ze ook klierharen hebben.

Het is een bijzonder plantje.

En heel mooi.

Ik ga de kruidentuin in. Komkommerkruid vind ik zo bijzonder.

Bloemen van een of andere bes.

Gele bloemen van boerenkool met een heleboel luisjes.

Rode kool heeft ook gele bloempjes.

Op de terugweg zitten de ooievaars wel op hun plek. Een op het nest en de ander is aan het dutten.

Maar hij staat even later fier rechtop.

Moppie was ook op rust, totdat vrouwtje thuis komt.

Wilgen

Maandag 20 april 2020
Omdat er geen excursies gegeven mogen worden met meerdere personen door het corona-virus gaan Marja en ik samen naar het Kennemermeer. Daar staan wilgensoorten die met elkaar gekruist kunnen zijn, dus het is moeilijk om precies te weten welk soort het is. Deze wilg met smalle bladeren kennen we al helemaal niet.

Vrouwelijke bloeiwijze van waarschijnlijk de kruipwilg.

Mannelijke bloeiwijze.

Er staat maar één cluster van de gulden sleutelbloem.

Pfoe, de Amerikaanse vogelkers staat hier al in knop, dat is niet zo leuk. Misschien weten de snuitkevertjes er wel raad mee, alhoewel ik zie dat ze alleen van het blad vreten.

De oprolpissebed is de enige pissebed die zich op rolt.

Als we nog eens op zoek gaan naar kandelaartjes, dan weet ik nu een grote plek met honderden te vinden.

Alsof de rietkruisspin zomaar in de lucht hangt.

Eikenpurpermot

Donderdag 16 april 2020
Lekker dat mijn vlinderroute voor de deur begint en goed dat ik een dichtbij-verrekijker bij me heb, want anders zou ik alle witjes voor kleine koolwitjes uitmaken en nu zie ik dat er een klein geaderd witje bij zit. Op de aangeplante plantjes zitten de meeste insecten, o.a. een gele halvemaanzweefvlieg.

Omdat het mooi weer is en ik nog wat oranjetipjes verwacht bij de Vossendel ga ik daar ook tellen. Wel wat oranjetipjes gezien, helaas maar 1 op een sectie. Twee eikenpurpermotjes op een blad, leuk dat ik hem goed kan fotograferen.

Ik ga nog naar de Cremermeerroute om te kijken of het nog wat wordt deze week om te tellen. Nou het ziet er niet naar uit.

Zie ik dat nou goed, als ik voorbij die boom fiets? Ja, hoor, zomaar 2 eenzame schoenen onder de boom.