Jonge dodaars

Woensdag 11 juli 2018
Joke en ik zien de eerste Icarusblauwtjes dit seizoen en gelijk wordt er al voor nageslacht gezorgd.

Het is ook tijd voor zwavelzwammen zien we.

Na het tellen nemen we een ijsje bij de koffieboerderij. In het bovenste nest zit nog één jong zover we kunnen zien.

Ik zie dat ik een rupsje meegenomen heb van de Vossendel. Ik laat hem tussen de brandnetels vallen, maar thuis zie ik dat het een rupsje van de zilveren groenuil is en die zit altijd in bomen.

Bij de tankval ga ik kijken of ik een jong dodaarsje zie, het is er inderdaad maar één. Sony A68 400mm

Wat een parmantig schatje.

De heidelibel die hier vliegt is rood, dus de bloedrode heidelibel.

Over het veld met duinkruiskruid zie ik iets fladderen, dat zal de keizersmantel wel zijn.

Bovendien een dagpauwoog. Wat een kleuren!

De tekening op de onderkant van de vleugel van de keizersmantel.

Een roodborstje bij de uitgang van de Herenduinen.

Moeraszoutgras

Zondag 8 juli 2018
Nu ik weet waar moeraszoutgras staat bij het Kennemermeer ga ik kijken of ik het mooi op de foto kan krijgen. Eerst zie ik een puntsnuitbladroller die niet algemeen is.

De aardhommel is in slaap gedommeld.

Wonderbaarlijk zoals het moeraszoutgras er uit ziet.

Het staat in de buurt van heel veel heen.

En dwergzegge, maar die staat hier overal.

Ik kom nog een zilverstreepgrasmot tegen.

Ruw walstro.

Ik denk een hele kleine boorvlieg te zien, het is echter de prachtvlieg: Herina frondescentiae. Net op het moment van afdrukken springt hij.

Een bruin zandoogje in de avondzon.

Langs het fietspad ga ik nog even kijken of ik het vierentwintig-stippelig lieveheersbeestje zie. Wel het larfje gevonden, die zitten vaak in de buurt van de vraatsporen.

En daarnaast een ruitrandwants op het zeepkruid.

Kleintjes

Vrijdag 6 juli 2018
Gelukkig heb ik mijn fotospullen meegenomen naar badminton, want als ik daarna langs een sloot fiets zie ik kleine kuifeendjes, die zie ik zelden.

Maar jonge kluutjes heb ik nog nooit gezien, dus ik tref het.

Al helemaal zelfstandig.

Heel schattig.

Langs de Mooie Nel staan heel veel berenklauwen, het lijkt wel een berenbos.

Bij het slootje bij Penningsveer kijk ik naar krabbenscheer, je weet maar nooit of er een groene glazenmaker ooit komt. Ondanks het mooie weer, bijna geen juffertje te zien. Een weidevlekoog vind ik wel leuk, het is een zweefvlieg.

Aan de overkant van het slootje landt een atalanta op een berenklauw.

Langs het fietspad in de Heksloot staat roze duizendguldenkruid.

Landelijk plaatje.

Twee jonge eendenkontjes.

Bij het landje van Gruijters staat een grauwe gans tussen de goudknopjes.

Bevertjes

Maandag 2 juli 2018
Met Hanneke ga ik een rondje Kennemermeer doen. Het zou een hele warme dag zijn, hier valt het gelukkig mee, het is ideaal weer. Ik zie iets roods in een plant, oeps, het zijn 2 moertjes met rode vleugeltjes, laat ik ze maar met rust laten.

We zijn allebei gek op bevertjes, zo leuk.

Gevleugeld hertshooi.

De zeegroene zegge die we van het voorjaar zo prachtig in bloei zagen staan heeft nu vruchten.

We kijken nog naar rond wintergroen, daar staat kwelderzegge in de buurt. We kunnen deze zegge mooi determineren omdat hij precies voldoet aan de tekening (51).

We lopen tussen de struiken door waar een smal paadje is, daar staan mooie grasjes tussen.

We gaan wat eten op het terras van een strandtent. Bij de strandopgang staat het helm ons toe te wuiven.

We gaan het gebied weer in op zoek naar zoutgras, dat is moeilijk te vinden, maar is wel gelukt. Ondertussen hoor ik een rietgors en het leuke is dat ik hem zie en niet zie, omdat hij op een rietstengel zit die steeds naar beneden buigt door de wind. Een citroenvlinder snoept van de ratelaar.

Hier en daar staan een paar plukjes veenpluis.

Hanneke ziet nog knoopkruid waar ik zomaar aan voorbijgelopen ben. Ik had het hier ook niet verwacht.

Plantenexcursie

Vrijdag 29 juni 2018
Mensen van Floron (de plantenwerkgemeenschap) komen vandaag op bezoek bij het Kennemermeer en ik ben de gids. Na de koffie vertel ik hoe het gebied is ontstaan en een stukje geschiedenis. Daarna kan ik al gelijk de hokjespeul laten zien. De vrouwenmantel ontdekt iemand zelf.

Op de heivlinderheuvel zie ik bolletjes op het walstro en denk aan de scheerlingzaadgalmug, maar er is ook een walstropeertjesmijt (denk ik) die ook zulke galletjes maakt.

Dan ziet iemand nog de havikskruidgalwesp, dus voor mij is het ook een leuke excursie 😉

Kleine watereppe.

Gewone engelwortel.

Bij de pauze zitten we in het gras en dan loopt er een klein spinnetje over mijn broek die op de riem van de fotokoffer springt, dus is het een springspinnetje. Bij het uitzoeken blijkt het om de gestreepte springspin te gaan en die is best bijzonder.

Karel heeft vlozegge ontdekt en als je het een maal gezien hebt is het makkelijk herkenbaar.

In het zuidelijk deel zien we moeraszoutgras, rond wintergroen, zilt torkruid en veel meer honingorchissen. We gaan richting Boulevard waar we op zoek gaan naar de zeelathyrus. Eerst zien we zeepostelein.

De bladeren van de zeelathyrus zijn heel herkenbaar.

Gelukkig weet ik de naam van zeevenkel. Het valt me toch mee wat ik heb kunnen laten zien, want er zijn ook bijzondere planten die ik niet weet te staan, maar bij het Kennemermeer staan zoveel bijzondere soorten.

Hartgespan

Zaterdag 23 en zondag 24 juni 2018
Vanavond is de tweede nationale nachtvlindernacht. Gisteravond was het in de AWD, maar dat vind ik te ver en te druk. Ik ben al vroeg bij het hek van NME en fotografeer hier ook de stokroossnuitkevers. Het is nog licht en Marja en ik maken alvast een rondje. Hier is een kweektuin en ik kom toevallig hartgespan tegen, daar wilde ik van de week naar op zoek gaan.

Twee seringensteltmotten zwerven hier.

Rups van een schedeldrager.

De kleine zomervlinder fladdert heen en weer, zit soms op het hek en gelukkig zie ik hem op de grond zitten, vlak voor iemands voeten die er geen erg in heeft.

De houtspaander zit ook op de grond, maar vlak bij het doek.

De gele tijger kan ik nog net fotograferen op het doek, daarna vliegt hij de struiken in.

De lijnsnuituil die ik vanavond ook in mijn tuin had die ziet er van voren zo uit 😉

Voor de eerste keer een groot avondrood.

Donkere marmeruil komt uit de kist.

Geelzwarte walstrowants.

Eikenlichtmot.

Huiszwaluwen

Woensdag 20 juni 2018
Tot onze verrassing zien Joke en ik bij de Vossendel meerdere eikenpages.

Na het vlinders tellen gaan we wat drinken bij de boerderij. Daar zitten elk jaar huiszwaluwen en nu dus ook. Ze klimmen al bijna hun nestje uit.

Ikke, ikke, ikke.

Bekkie vol.

Wat een leukerdjes

Ik ga door naar mijn Cremermeerroute. Op het eerste stuk zie ik een bruinrode heidelibel.

Weer loop ik door om te zien of de rups van de hermelijnvlinder er nog zit. Die kleine van vorige week is aardig gegroeid, hij heeft alleen nog niet zo’n leuke roze rand rond z’n koppie.

Hele lange snuit

Dinsdag 19 juni 2018
Bij de spoorlijn staan stokrozen, dat vraagt natuurlijk naar onderzoek naar de stokroossnuitkever. Die heeft een hele lange snuit, maar als je dan denkt aan een olifant, dan heb je het mis. Deze kever moet je bijna met een vergrootglas bekijken zo klein is hij (en zij).

Bij de renovatie van de spoorlijn is de den gespaard gebleven, daar zitten heel veel Aziatische lieveheersbeestjes op, ze zijn heel variabel.

De eerste zwartsprietdikkopjes van dit seizoen.

Een kraamwebspin maakt een heel huisje van rag.

‘s Avonds ga ik naar het Kennemermeer, de bijenorchissen staan mooi in bloei, het zijn er echter niet zo veel.

Vooral ’s avonds vliegen er veel ratelaarspanners. Ik zie ze ook regelmatig hun eitjes leggen op de ratelaars.

Naast de bevertjes staat nog een heel mooi grasje.

Aha, ik heb een honingorchis gevonden.

Op de heivlinderheuvel staan veel nachtsilenes.

Ratelaars in de avondzon.

Man steekvlieg met zijn grote pluimen, gelukkig steken de mannetjes niet.

Nachtvlinderen

Vrijdag 15 juni 2018
Vanavond is er weer nachtvlinderen. Ik begin thuis al met een lijnsnuituil, die is vrij gewoon, ik verwacht in het donker toch mooie soorten. Zeker leuk is de neushoornkever.

Een mooi soort is de wegendoornspanner, net als ik afdruk gaat hij vliegen.

Zo mooi zijn de lege eierdopjes van de veelvraat.

Ik heb Ben betrapt, die wilde denk ik stiekem een rozenblaadje mee naar huis nemen.

Ook vliegjes komen op het doek zitten, eentje met hele lange antennes: Macrocera phalerata.

Een Noordse kakkerlak

Ik vind de gevlamde bladroller meer een glimmende bladroller. Het kleine witje motje heeft ook nog een naam gekregen van Ben: de witte oogklepmot.

Groot visstaartje.

Vooruit, het is volop zomer, dan mag de kleine zomervlinder niet ontbreken.

Stompvleugelgrasuil.

Ik vind het leuk dat ik het pinguintje gelijk herken.

De vlinders vliegen om ons heen en soms in onze haren, zoals deze satijnvlinder.

Mooie afsluiter om kwart over 12 van het streepkokerbeertje.

Boksdoorn

Woensdag 13 juni 2018
Bij de Vossendel zijn al heel wat vogelkersstippelmotten uitgekomen. Leuk rijtje zo.

Meestal als roofvliegen paren heeft het vrouwtje een insect van het mannetje gekregen, nu niet. Misschien is dit een ander soort, dit zijn baardroofvliegen.

Eindelijk zien we een koevinkje en op een boom een hele verse gehakkelde aurelia.

Bij de strandopgang van de Cremermeerroute loop ik iets verder door, daar zie ik een bijzondere struik staan. Ik moet de naam opzoeken: het is de boksdoorn.

Er zit een goudwesp op een van de palen van de strandopgang, terwijl ik hem in de gaten hou zie ik zomaar een stel zakdragers op de paal zitten. Ik denk algenzakdragers, want er zit helemaal een plakaatje alg op het zakje. Binnenin zit het vrouwtje van dit vlindertje.

Vrouw oeverlibel met haar reebruine ogen.

Uitgebloeide sleutelbloem op sectie 1.

Daarna loop ik door over de Koningsweg voor de rups van de hermelijnvlinder. Maar eerst zit er een kleine sprinkhaan in de weg 😉

Toch gevonden! Op het kleine struikje van de populier zit op een blad mooi in het zicht de rups van de hermelijnvlinder, nog maar net uit het ei. Een verdieping lager zit nog het eitje op het blad.

Op de terugweg zie ik zelfs nog een rups, die is een week ouder ongeveer. Helaas is het rond zijn kop nog niet zo zuurstokroze, wat ik zo geinig vind.

Op het wandelpad zit een vrouw zandhagedis, ze blijft rustig zitten als ik foto’s neem.

Niet zoveel teken heeft ze, alleen één in haar oksel.

Bij sectie 3 vliegen nog maar een paar libellen en ik zie er 1 dood in het water liggen, ik denk dat dat een paardenbijter is.

Een kraai zit niet zo ver weg in een hoopje te pikken, even later vliegt hij de andere kant op. Ik heb hem niet de hele tijd in de gaten gehouden, maar hij zit opeens een pad uit elkaar te trekken.

Hokjespeul

Maandag 11 juni 2018
Op zoek naar de hokjespeul kom ik blaassilene tegen.

En terwijl ik daar foto’s van maak struikel ik bijna over de hokjespeul 😉

Af en toe kom ik nog wel eens insecten tegen, zoals deze strontvlieg op akkerdistel.

Ha, nog meer vliegjes, vliegjes op het meer. Sony A68 400mm

Ik denk dat dit het zilveren fluitje is.

Zomprus.

Eigenlijk ben ik op zoek naar de eierdopmot op rond wintergroen, omdat ik die niet kan vinden is het wintergroen zelf wel een plaatje waard.

Vanwege de stippeltjes zou je denken dat dit de struiksprinkhaan is, maar daar is ze te groot voor. Dit is dus de grote groene sabelsprinkhaan.

In de buurt van de wollige sneeuwbal zit een rups van de donsvlinder.

Bloeiend heen.

Kleine parelmoervlinder op de bloem van een braam.

Er is laatst gemaaid langs het fietspad van de Dokweg en ik was al bang dat de blauwe bremraap die daar precies stond al niet meer terug zou komen. Toch zie ik er nog 2.

Sierlijke witsnuitlibel

Donderdag 7 juni 2018
Vandaag lopen Joke en ik de Vossendel. Niet alleen veel vlinders van het grote koolwitje dit jaar, vandaag zien we zelfs een rups.

Omdat we best goed opletten of we vlinders zien, ontgaat de smaragdlibel in het bos ons ook niet.

Ik ga naar het landgoed Duin en Kruidberg voor libellen en Joke gaat gezellig mee. Het is hier heerlijk toeven bij het water met dit schitterende weer.

Ik ga uit mijn dak als ik een sierlijke witsnuitlibel ontdek, die had ik hier helemaal niet verwacht, ook al was hij wel in de buurt van Spaarnwoude gemeld. Hij trekt zich niets aan van een grote roodoogjuffer.

De vroege glazenmaker heeft een bruin lijf en groene ogen.

Een vrouw gewone oeverlibel is net uit de larvenhuid gekropen, dat zie je aan de zilverachtige vleugels.

De ene viervlek heeft bijna geen tekening in de vleugels en deze is juist heel mooi getekend.

Dit is een libellenhuid van een larf, waar de libel uit kruipt.

We hebben samen nog wat gedronken op het terras van het hotel.

Het is hier een feest van libellen en juffers. Parende azuurjuffers.m

In een donker hoekje van het water ziet Joke jonge waterhoentjes. Bijzondere foto zo met dat groen en de weerspiegeling van het kopje.

Twee waterhoentjes lopen tussen de rododendrons.

Ik vind de gezichten van libellen niet echt mooi, maar de kleuren van de ogen van de vrouw oeverlibel wel.

Joke tikt tegen de sigaar van de lisdodde en er komt toch een hoop zaad uit gewaaid.

Er staan kunstwerken langs het water en ik ben helemaal gek van de lepelaar.

Het Friese paard van Yvonne Piller is ook geweldig.

In het water zwemmen ruisvorens (met dank aan Ben).

De grote roodoogjuffer is zo licht als een veertje.

Man sierlijke witsnuitlibel. Ze zijn zeldzaam, maar na vandaag denk ik niet meer, want hier zie ik al 3 mannetjes.

Een echte witte snuit heeft de libel.

Thuis word ik nog verrast door een zwartkamdwergspanner.

Eitje hermelijnvlinder

Woensdag 6 juni 2018
Het is bijna de moeite niet om vlinders te tellen langs de spoorlijn, ik heb maar 3 kleine koolwitjes geteld. Hier staat misvormd slangekruid.

Voordat ik de vlinders ga tellen bij de Cremermeerroute komen de koniks over de duinen aangehuppeld.

Een kievit moet even indruk maken.

Hier tel ik ook maar 5 dagvlinders, daarom ben ik blij met de paarsbandspanner.

Ik maak een uitstapje naar de populieren waar ik vorig jaar een eitje van de hermelijnvlinder vond. Op het zelfde lage boompje vind ik er weer een eitje.

Een jonge juffer, ik denk een watersnuffel, want er is nog net een stukje van het paddenstoeltje op segment 2 zichtbaar.

De blauwborst is nog voor z’n jongen aan het zorgen.

Eindelijk een kneu zoals ik het graag zie met dat zuurstokroze op z’n borst.

Als ik bij mijn fiets bezig ben komt er een stel spreeuwen in de buurt. De jongen gaan op het draad zitten en willen nog gevoerd worden.

Ach toe nou, pap, ik wil nog een lekker hapje!

Op de heenweg stond de Schotse hooglander al in het water en op de terugweg staat hij er nog!

Weidebeekjuffers

Maandag 4 juni 2018
Met mijn vrij-reizen-kaart ga ik naar Boxtel waar ik een fiets huur bij de NS. Ik ga voor de bos- of weidebeekjuffers en ik ben nog maar net op pad of ik zie al tientallen weidebeekjuffers bij de Kleine Aa. De mannetjes zijn overwegend blauw met een zwarte vlek op hun vleugels. Zo leuk met die hangende pootjes.

De breedscheenjuffers zijn niet zo talrijk.

Mannetje weidebeekjuffer.

Vrouwtje met een bijzondere kleur.

Hier kan ik wel uren naar kijken.

Het verschil met bosbeekjuffers is dat de vleugels daarvan helemaal zwart zijn.

Vrouwtje weidebeekjuffer heeft witte vleugelmerkjes.

Na een uur fiets ik verder. Ik kom bij een natuurgebied ‘Roond’ waar ik ga wandelen. Heerlijk rustig door bos waar een spar vol zit met sparrenappeltjes.

Hier en daar liggen grote mierenhopen van de rode bosmier, ze zijn vrij groot.
In een vennetje springt een groene kikker, ik hoor ze veel, maar zie ze zelden.

Ik kom niet veel mensen tegen, enkele genieters uitgezonderd 😉

Heel veel waterlelies in de vennen.

Hier en daar is het terrein heuvelachtig met kleine zandvlaktes.

Veenpluis in de vennetjes.

Ik volg een gemarkeerde route.

Een grote kudde koeien steekt het voetpad over.

Ik vraag me af hoe deze mooie boom heet, tot ik de tamme kastanjes op de grond zie liggen, dan is het duidelijk.

Ik bekijk de bloemen van dichtbij en ontdek een bosmeikever die daar verscholen zit.

Vind ik zo’n leuke bochelcicade (Centrotus cornutus), zit hij onder de mijten.

Behalve gewone bastaard zandloopkevers lopen hier ook groene zandloopkevers.

De bladeren van de bomen lijken wel kantwerk.

Op de fiets ga ik verder en kom bij de Beerze uit, waar nog meer weidebeekjuffers vliegen. Ingewikkeld standje, de rechter man heeft zijn lijf omhoog gebogen naar het vrouwtje, bovendien heeft hij 1 vleugel naar voren. Het mannetje links is er net bij komen vliegen en probeert ook bij het vrouwtje te komen.

Wat zijn het toch een mooitjes.

Eerst zijn de vrouwtjes geelgroen, maar later toch metalic groen.

Zo mooi al die juffertjes.

Richting het station van Boxtel kom ik langs een afgeschermd weiland met zwarte ooievaars.

Het is een soort park, maar ik kan er niets over vinden op internet. Het rare is dat de meeste vogels niet geringd zijn. Er loopt ook een paradijskraanvogel.

Ik tref het wel, want als ik langs Velserbeek fiets wordt net een jonge grote bonte specht gevoerd. Ik stap gauw van mijn fiets en heb het geluk dat ze samen nog even op een hek gaan zitten.

Ratelaars

Zondag 3 juni 2018
Distelvlinder in de zon bij het Kennemermeer.

Ach, een icarusblauwtje mist een vleugel.

Ik zie een blauwborst in het riet, maar de foto’s zijn niet mooi geworden.
Ik hoop tussen de poelruit een poelruitspanner te vinden, dat is toch te hoog gegrepen.

Een brandnetelglittermot op een bloem van de braam.

De ratelaar heeft gezelschap van een grasje.

Een of andere langpootmug op pitrus.

Distelvlinder

Donderdag 31 mei 2018
’s Avonds ga ik naar het strand. De Kromhoutstraat is een paar jaar geleden helemaal op de schop gegaan voor de nieuwe busbaan en ik had er weinig vertrouwen in dat de berm weer zo mooi zou worden. Dat valt reuze mee, er bloeit van alles. De distelvlinder komt op ossentong af.

Een groot dikkopje steekt zijn tong in ossentong.

Pluimvoetbijen profiteren van knoopkruid. Sony A77ii 18-55mm

Grote sterns en visdiefjes bij de eblijn. Af en toe moeten ze de vleugels strekken.

Mispoes.

De grote stern moet het nog maar een keer proberen.

De visdiefjes proberen ook wat te vangen.

Op de parkeerplaats van het Kennemermeer weet ik de bijenorchissen te vinden. Ze staan er prachtig bij.

Fakkelgras, zoals deze zo mooi heet.

In het avondzonnetje een aardhommel op de rietorchis.

Koniks

Woensdag 30 mei 2018
Als ik toch in Velsen-Zuid ben, dan gelijk maar even door naar Velserbeek. Jonge nijlganzen genoeg dit jaar.

Een boomklevertje vliegt van de ene naar de andere boom en daar worden 2 kleintjes gevoerd. Jammer dat ik nu net mijn telelens niet bij me heb.

Bij de Vossendel zien Joke en ik dit jaar meer grote koolwitjes dan anders.
Ik ga door naar de Cremermeerroute. Op sectie 5 een walstrobremraap.

Wilgen hebben gallen van allerlei beestjes en schimmels. Deze gal komt door de wilgentakmineervlieg.

Vreemde kleuren hebben de jonge juffers vaak.

De koniks versperren mij de weg op mijn route.

Nogal aanhalig is de ene naar de andere konik, komt omdat ze hengstig is.

Waar de zon schijnt is het behoorlijk warm, maar hier bij de Cremermeerroute is het mistig en koud.

Op het fietspad moet ik voor de tweede keer een overstekende rups redden. Dit is de rups van de grote beer.

Meerkoetjes

Dinsdag 29 mei 2018
Regelmatig gaat er zo’n flatgebouw voor ons huis langs.

Ik ga een tijdje in de hut van het Vogelmeer zitten kijken. Zwanen komen soms helemaal van de ene kant van het meer naar deze kant om een andere zwaan weg te jagen.

Een meerkoetenstelletje heeft nog 6 jongen.

Ik vind de brandgans zo leuk met dat kleine snaveltje.

Aan de noordkant van het Vogelmeer zie ik geen geoorde futen helaas. De kleine meerkoetjes zijn zo lelijk schattig.

Voor de libellenjacht ga ik nog even langs het Cremermeer. Best veel juffers, het is ook een heel goed libellenjaar, komt vast door het warme weer.

Meriansborstel

Woensdag 23 mei 2018
Bloeiend gras langs de spoorlijn.

Toevallig ben ik bij het asiel en ik tref het dat er een meriansborstel op de muur zit.

Vanaf het asiel rijd ik door richting strand. Afgestapt omdat ik wil weten of de bokkenorchissen er nog staan. Gelukkig wel.

Ik fiets aan het eind van de Heerenduinweg richting het Kennemermeer. Een heel gebied zit vol met spinselmotten. Dat is niet erg, juist heel goed, want doordat er zo weinig insecten zijn komt hier toch heel wat te eten voor de vogels straks. De struiken herstellen zich gelijk weer als de stippelmotjes zijn uitgevlogen.

Op het strand staat tussen de grote sterns en de visdiefjes 1 zwarte stern.

O, wat leuk, een zwartpootsoldaatje zonnebadend op het strand.

Baltsende visdiefjes.

Noordse witsnuitlibel

Dinsdag 22 mei 2018
De meeste hommels die ik zie zijn die kleine akkerhommels. In mijn tuin komt hij geregeld op de geraniums zitten.

Ik loop de Vossendel vandaag alleen, op sectie 2 nog geen vlinders, maar 2 azuurjuffers.

Omdat ik alleen ben ga ik bij het water kijken, omdat er de laatste tijd zoveel libellen gemeld worden. Nog geen bijzondere hier te zien, een viervleklibel zet eitjes af in het water.

Geen vlinders maar rupsen. Dit moet een witvlekspitskopmot worden.

En deze een tweestreepsvoorjaarsuil.

Op sectie 13 waar vaak libellen zitten zit een glassnijder, die zie ik niet vaak.

Op sectie 15 een duinrouwzwever.

Nog even kijken of de ooievaar nog op z’n plekje loopt. Nou, ik tref het, hij komt me tegemoet vliegen.

De spreeuwen nemen een bad op het voetpad van de Cremermeerroute.

Daarna nog even poetsen, je kan zien dat hij in bad is geweest, hij glimt er over.

Ik zie een vosje lopen en als je goed kijkt zie je dat hij/zij een zandhagedis in zijn bek heeft.

Man platbuik.

Argusvlinder op sectie 1.

Op sectie 4 deze schattige bloemetjes, eerst weet ik niet welk soort, maar het zal de veldkers zijn.

Over de ronde watertjes (bomkraters?) van sectie 3 vliegen vaak libellen. Ik moet wel geduld hebben om ze in de vlucht te fotograferen, redelijk gelukt van de grote keizerlibel.

Er vliegt weer een witsnuitlibel, nu is het de noordse. Gelukkig dat hij even gaat zitten, anders had ik het niet geweten.

Dacht ik bijna een goudvink te zien is het een overdreven gekleurd mannetje vink 😉. Hij slooft zich ook erg uit met zingen.

Het was al een mooie dag met leuke soorten en dan zie ik ook nog een havik in een boom zitten. Hij/zij heeft me in de gaten en vliegt weg, jammer geen foto.

Vogeltjes

Vrijdag 18 mei 2018
Met Bernadette en Jeanette ga ik bij Gruijters naar van alles kijken. Eerst wat grasjes, maar dan hoor ik al gauw de boerenzwaluw over vliegen en even verderop landt hij op een paaltje.

De rietzanger laat zich regelmatig even mooi zien.

De rietgors is ook zo lief om een tijdje goed in het zicht te zingen.

De kleine karekiet is te onderscheiden van de rietzanger doordat hij geen oogstreep heeft.

Op de terugweg van badminton kijk ik bij de vijver van Velserbeek naar libellen. Er zit niet zo veel, maar een grote roodoogjuffer kan ik goed fotograferen.

Smaragdlibel en gevlekte witsnuitlibel

Dinsdag 15 mei 2018
Hier in de omgeving zijn smaragdlibellen gesignaleerd en die zou ik ook graag willen fotograferen. Laat Joke nu onder het vlindertellen een smaragdlibel in een boom zien hangen. Even later gaat hij mooi op een blad zitten.

Aan het eind van de telling bij de Vossendel kijk ik op het hout van het hek. Daar zitten toch veel rupsen! O.a. een berkenwintervlinderrups en een grote wintervlinderrups.

Deze rups vind ik wel heel gaaf, want die is van de zwarte herfstspinner.

Ik fiets door naar de volgende vlinderroute. Daar zie ik nogal wat argusvlinders, ook buiten de secties.

Nog veel water op de paden en daar profiteren de libellen en juffers van. Dit is een azuurwaterjuffer.

In het rustige gebied waar geen mensen mogen komen zie ik heel regelmatig herten. Soms schieten ze vlak voor me weg, dan had ik ze niet gezien en zij mij niet. Leuk plaatje zo tussen de meidorens.

Had ik bij de Vossendel al het geluk om een smaragdlibel te fotograferen, hier zie ik een gevlekte witsnuitlibel die even gaat zitten, zodat ik hem de juiste naam kan geven.

Wat een gelukkie.

Een vuurjuffer is een heel gewoon soort.

Dit vind ik niet vaak, zomaar een gewei op de grond.

Man platbuik is blauw en vrouwtje is geel.

De torenvalk vliegt vlak boven me, jammer dat ik niet zo snel scherp kon stellen.

En dat is nou weer jammer van zo’n mooie dag: een doodgereden man zandhagedis op het fietspad.

Grasmineermot

Maandag 14 mei 2018
Alleen kleine koolwitjes op de spoorlijnroute. Bij sectie 19 en 20 kijk ik altijd extra goed in het gras en daar zie ik toch een klein vlindertje: een paar millimeter groot. Het is een grasmineermot.

Een smalle boktor is trouwens ook niet erg groot.