Besjes heggenrank

Zondag 6 september 2020
Eigenwijs als ik ben toch weer naar het Kennemermeer in de hoop de witte ekster en heel misschien de roze spreeuw te zien, mooi niet dus. Ik loop het hele zandpad af langs de westkant, daar staan toch heel andere planten dan in het gebied zelf, zoals veel bitterzoet en maar 1 pluk zwarte nachtschade.

Langs het fietspad zie ik een sliertjes besjes en vraag me af of dat van de heggenrank kan zijn. Later opgezocht en het is dus zo.

Mispoes

Dinsdag 1 september 2020
Ik ga naar het Kennemermeer in de hoop een roze spreeuw en/of de witte ekster te zien, kom ik wel thuis met kleurige vogels, de puttertjes, maar niet de gewenste soorten.

Bij het parkeerhok even controleren of er nachtvlinders zitten. Nee, wel een klein springspinnetje die loert op een vlieg, het duurt even dan valt hij aan …. MISPOES!

Het hele meer rondgelopen op zoek naar de vogels. Ik zie een uitgebloeide moerasmelkdistel, die is anders dan andere uitgebloeide melkdistels.

Parelmoermot

Dinsdag 18 augustus 2020
Bij het Kennemermeer zie ik maar weinig bijzonders, pas als ik weer in de buurt van de heggenrank ben vliegt er een parelmoermot.

Dan pak ik mijn fiets en zie ik die houtduiven op een rijtje, dat vind ik wel weer geinig.

Best een mooi duifje.

Witte ekster

Maandag 17 augustus 2020
Het gebied van het Kennemermeer is nog vochtig en dat is te zien op de hageheld die zit te drogen nu de zon schijnt.

Een heel slecht jaar voor de kleine vos, gelukkig zien we er af en toe nog één.

Eerst moet ik zoeken naar de bonte paardenstaart, dan wijst Marja ons een heel gebiedje waar het er vol mee staat.

Iemand ziet een witte ekster en ik kan hem nog net op de foto zetten voordat hij weg vliegt.

Ik wijs de excursiegroep op de strandpaal die in het gebied staat, hier was vroeger het strand en de eblijn is tegenwoordig een kilometer hier vandaan. Even verderop staat hennepnetel.

Hier zie ik een gewone citroenzweefvlieg (niet te verwarren met de citroenpendelvlieg).

Op weg naar de koffie zie ik een klein dingetje in de duinaveruit, niemand weet wat het is, dus gevraagd op het forum. Het is door een sluipwespje gemaakt nadat zij een rups heeft geparasiteerd.

Met Sieneke ga ik nog het strand op. Dit is geen jonge zilvermeeuw dat zien we wel, we vermoeden een jonge kleine mantelmeeuw en dat klopt.

De ene keer is er op het strand geen vogel te bekennen en andere keren zit het vol, zoals hier met grote sterns en visdiefjes, ook met jonge er tussen.

We gaan de planten bekijken op de nieuwe duintjes die hier op het strand zijn gevormd. Daar loopt een basterdzandloopkever, die heeft een afwijkende kleur, want die donkere patroontjes op het dekschild moeten wit zijn.

Zoals bij deze basterdzandloopkever met prachtige kleuren.

De lucht breekt even op, maar ik ben toch blij dat ik gauw naar huis ben gefietst omdat het begint te hozen als ik net binnen ben.

Een satijnvleugelsikkelmot heeft een droog plekje uitgezocht op mijn schuur.

Russenbladvlo

Zondag 16 augustus 2020
Voordat ik het gebied van het Kennemermeer in ga kijk ik eerst bij het parkeerbetaalhok. Er zit een kleine hageheld te rusten.

Helaas was deze grote beer in het spinnenweb beland.

Bij de hennepnetel en heggenrank kijk ik goed of er nog iets leuks bij is, ja hoor, een zesvlekkige groefbij.

De gamma-uilen vliegen volop dit jaar.

De russenbladvlo nestelt in de zomprus en dat is goed te zien.

’s Avonds krijgen we toch een hoosbui zodat de riolen het niet kunnen verwerken.

Grote bloedbij

Zondag 2 augustus 2020
Nog een keer ga ik een poging wagen om Betonie te vinden langs de Heerenduinweg, dan geef ik het op. De bijvoetgalmug doet het wel erg goed in de bijvoet.

Ik ben aan het vergelijken geweest met de gele composieten, die met die witte haartjes is de kleine leeuwentand.

Toch weer naar het plekje met de blauwe zeedistel. Zou het vrouwtje duinvilla nu eitjes aan het leggen zijn?

Een woest sluipvlieg.

Mooi, een harkwesp en een grote bloedbij op de blauwe zeedistel.

Telling

Donderdag 30 juli 2020
De 2 mannen van de vrienden van het Kennemerstrand hebben het gebied rond het Kennemermeer al geteld op honing- en groenknolorchissen. Alleen het natte gedeelte gaan we vandaag met meerdere personen doen en dan alleen 8 afgezette stukken. Maarten en ik nemen 2 voor onze rekening, maar hoe goed we ook zoeken, we zien niets. In de andere 6 vakken zijn er ook maar 48 geteld. Dat is behoorlijk teleurstellend dus. De honingorchis heeft het wel heel goed gedaan dit jaar, maar de groenknol is het aantal gehalveerd. Maarten laat me nog wel de bonte paardenstaart zien, die is heel zeldzaam.

Misschien zie ik vandaag wel heivlinders op het stukje langs het Kennemermeer, want die wordt ook heel zeldzaam. Niet gezien. In de peen zit een nestje nimfen van de groene schildwants, ze zijn net uit de eitjes gekropen.

Nog Betonie gezocht langs de Heerenduinweg, ik kan het niet vinden. Late ogentroost staat hier wel.

Vuurwants

Dinsdag 28 juli 2020
Sieneke liet me vorige week een foto van een plantje zien dat Betonie blijkt te zijn en dat staat langs de Heerenduinweg. Dat is een hele lange weg en dat wordt zoeken, zoeken, zoeken. Ik denk kleine tijm gevonden te hebben, dat blijkt dan ook nog grote tijm te zijn, dus helaas niet zeldzaam.

Dat scherm van de peen is een pracht verstopplaats voor insecten zoals de struiksprinkhaan.

Het fietspad langs het Kennemermeer eindigt in het zuiden bij het strand, lekker om ook even het strand op te gaan, waar de strandhuisjes keurig op rij staan.

Onvoorspelbaar hoe het strand er uit ziet. In het midden van die leuke bultjes en daarachter weer helemaal glad.

Op weg naar huis stop ik bij zeepkruid, misschien zit het 24-stippelig lieveheersbeestje er in. Tot mijn verbazing zie ik wel een vuurwants, die is dus behoorlijk noordwaarts aan het trekken.

Kustbehangersbij

Zondag 26 juli 2020
Ik wil zo graag dat de heivlinder nog bij het Kennemermeer zit, dus ga ik weer kijken bij de blauwe zeedistels. Geen heivlinder gezien! Een nimf van een miersikkelwants zit op de kleine leeuwentand.

Een gewone grashalmdansvlieg met wel hele gekke poten en bovendien een prooi met groene oogjes.

Uitgebloeide peen.

Hoe mooi kan dat zijn.

De kustbehangersbij op een blauwe zeedistel en onderaan op het blad een heel klein haantje, het grassteilkopje.

Grote behaarde pantserwants heet dit kleine beestje.

Nog een poging wagen bij het Kennemermeer voor de baardmannetjes, maar dat is denk ik een verloren strijd. De boerenzwaluwtjes doen nog hun best.

Behalve één, die is neergestreken op het zand en komt voorlopig niet meer in de lucht, zoooo moe.

Eerst zie ik een kwikstaartje op de oever en dan komt er een oeverloper vanuit het riet tevoorschijn.

Op de Lange Nieuwstraat zijn plantjes geplant die op Betonie lijken daarom trek ik er 1 uit om te vergelijken. Laat daar nou net een eitje van een gaasvlieg op zitten, zie ook onderin de foto!

Russen

Vrijdag 24 juli 2020
Toch eens kijken welke russen het nu zijn die ik gister meegenomen heb. De tengere rus lijkt mij wel duidelijk.

De zilte rus is voor 95% zeker.

Scherpe fijnstraal

Donderdag 23 juli 2020
Met Sieneke en Hanneke heb ik vanmiddag afgesproken bij het Kennemermeer. Nu ga ik eens serieus op zoek naar scherp fijnstraal en ik vind maar 2 planten. De ene is al uitgebloeid en er staat er nog een in bloei.

Overal in het gebied staan vleugeltjesbloemen, paars en roze, maar ze zijn er ook in het wit.

Zoveel kattenstaarten als er dit jaar staan, mooi combinatie met de ratelaars.

In het voorjaar zo prachtig in bloei en nu met donkere vruchten, de zeegroene zegge.

Wat hebben we een gezellige middag gehad met z’n drietjes, heerlijk.

Duinvilla

Maandag 20 juli 2020
De mensen die met de excursie mee gaan bij het Kennemermeer kunnen volop genieten. Een vrouwtje citroenvlinder op kattenstaart.

Ik denk een hottentottavilla te zien, in de duinen is het echter de duinvilla, deze ziet er inderdaad iets anders uit.

Een paar plantjes maar van het blauw glidkruid.

We gaan nog even langs de hokjespeul, dit jaar erg klein gebleven, bloeit nu wel.

Dagpauwogen

Zaterdag 11 juli 2020
Ik laat Ziegel kennis maken met de pracht van het Kennemermeergebied. Het verbaast hem dat er zoveel zeldzame planten hier staan. De peen is wel een hele algemene plant, maar er zit toevallig wel een bruidsmot op.

Ik denk dat er miljoenen kleine rode weekschildkevers op dit moment in Nederland zijn. Deze zitten op engelwortel.

We zien 2 dagpauwogen achter elkaar aan vliegen, gelukkig zitten ze een momentje stil en kan ik ze met de telelens fotograferen.

Ziegel had in ieder geval een leuke en leerzame middag.

Bijenorchissen

Maandag 15 juni 2020
De excursie is behoorlijk druk, maar we proberen wel afstand te houden. Gelukkig hebben de meesten een dichtbij-verrekijker bij zich 😉 Zeegroene zegge staat hier volop en bloeit nu.

Vorig jaar heb ik geen kleverige ogentroost gezien en we gaan met z’n allen op zoek, sta ik er bijna op!!!

Ik weet oorsilene te staan.

Volgens mij een pluimvoetbij op schermhavikskruid.

Helaas komen we een aso tegen die met een soort walsje door het terrein scheurt, ik kan daar zo kwaad om worden.
We lopen verder op zoek naar teer guichelheil en opeens komen we tientallen bijenorchissen tegen. Van Jos wist ik dat ze in het terrein moesten staan, alleen wist ik niet waar.

Nu dus gevonden.

We hebben al zoveel rietorchissen gezien en wat zijn ze mooi.

Dan zegt iemand dat er een hele groep gele maskerbloemen staan, daar gaan we kijken, het zijn er misschien wel 100.

Ze zijn mooi, maar het kan een plaag worden.

Er staat moeraszoutgras in de buurt.

We komen weer bij het water en tot onze verbazing kruipt daar een paling rond.

Ik wilde kamgras bij de heivlinderheuvel laten zien, daar kon ik het niet meer vinden en opeens zie ik nog een heleboel bij elkaar staan aan het eind van het pad.

Op weg naar de koffie ziet Marja een mooi vlindertje op slangenkruid, het is een lichte daguil.

Na de koffie ga ik met Ernst op zoek naar baardmannetjes, eerst aan de westkant. Daar ziet hij een bremraap en met het boek er bij komt hij op een klavervreter, best bijzonder.

Nog een rietorchis met zachtroze kleur.

Tenslotte nog een groot dikkopje op een ratelaar.

Orchideeën

Vrijdag 12 juni 2020
Op mijn vlinderroute voor de deur bloeit de bonte luzerne, zo mooi die kleuren.

Toch eens van onder bekijken de peen, zeker de moeite waard.

Kraailook is weer present.

’s Middags naar het Kennemermeer, er zullen vast wel een paar insecten zijn als de baardmannetjes zich weer niet laten zien. Mannetje Icarusblauwtje wil poseren met zijn roltongetje.

Een moeraswapenvliegje in het blommetje van de boterbloem.

Jos was nogal pessimistisch over de groenknolorchissen, maar ik ze er aardig wat en met veel bloemen per steel, dus heel florissant.

Midden in het natte gebied loopt een rups van een plakker, daar ben ik fan van.

De bevertjes staan in bloei en hoe!!

Echt een feest.

Ik ben nog op zoek gegaan naar de knopbiesparelmot, die is zo klein dat je die bijna met een loep moet zoeken, ongeveer 2 mm. Dan is de grote parelmot van 4 a 5 mm makkelijker, haha.

Nog even gekeken bij het rond wintergroen, ze staan een beetje verscholen tussen de wilgen.

Daar in de buurt zit een prachtsmalsnuitje, daar ben ik best blij mee.

En dan staan ook nog de honingorchissen in bloei, dus wel hele leuke dingen gezien.

Eksters

Donderdag 11 juni 2020
Verdorie, weer heel weinig te zien bij het Kennemermeer. Er zitten een stuk of 10 eksters in een boom en door de ondergaande zon lijken ze wel roze.

Gestippelde houtvlinder

Woensdag 10 juni 2020
Bij de Vossendel tellen Joke en ik meer hommels dan vlinders. Ik zie een zwartsprietdikkopje, maar hij is al gevlogen voordat ik een foto kan maken, wel jammer, want het is de eerste van het jaar en heel erg vroeg. Het is maar de vraag of hij goedgekeurd wordt in de telling zonder bewijs. Doordat ik nog rond kijk of ik hem zie ontdek ik een gestippelde houtvlinder.

Hij/zij zit met zijn vleugels te wapperen, ik denk om feromonen te verspreiden, dat zijn lokstoffen om een mannetje aan te trekken.

Voordat we met de route begonnen sprak een man ons aan, hij had gezien dat er dode dieren waren neergelegd voor jonge vosjes en hij vroeg of wij wisten of het boommarters of zoiets waren, hij had onduidelijke foto’s op zijn telefoon. Omdat wij niet wisten wat het was wilde ik nog gaan kijken of ik het kon vinden en daarbij kom ik in verboden gebied, maar wel mooi. Natuurlijk niks kunnen vinden.

Bij de Cremermeerroute tel ik zelfs maar 1 vlinder: een bruin zandoogje. Op het pad wat nu weer begaanbaar is omdat het water is gezakt zit een bijna zwarte pad. Ik denk dat hij dood is, maar hij vertrekt toch nog heel traag.

Een grasmus heeft het maar druk met het voeren van de kindjes.

’s Avonds laat ga ik nog naar het Kennemermeer waar een rups van een hageheld voor mijn voeten loopt, hihi.

Gelukkig staan de bijenorchissen op de bekende plek in bloei. Ik dacht al dat ze daar weg waren omdat er op andere plekken ze al lang in bloei stonden.

Ze zien er fantastisch uit, veel bloemen per steel.

Steenhommel

Dinsdag 9 juni 2020
Ik fiets weer eens langs de Heerenduinweg, misschien staan hier nog bijenorchissen. Er staat maar één aardaker, een soort lathyrusssoort.

Nog maar eens kijken bij het Kennemermeer. Op de olijfwilg zit een wilgenbladvlo, die is amper 2 mm groot.

Maar de steenhommel die ik later zie is gigagroot.

Poelruit

Vrijdag 5 juni 2020
Ik wil zo graag eens een baardmannetje fotograferen. Ze zijn gesignaleerd bij het Kennemermeer. Helaas niet gelukt. Poelruit staat nu volop te bloeien.

Ik denk een schorsvlieg te zien, maar het klopt niet helemaal. Waarneming geeft de mooie naam: Zophomyia temula, een sluipvlieg.

Citroenvlinder

Maandag 18 mei 2020
Marja en ik organiseren onze eigen excursie bij het Kennemermeer. Het is nogal kaal, zodoende hoeven we niet te zoeken naar het schorrenzoutgras. Het staat pontificaal in het zicht.

Het zwartpootsoldaatje heeft een heel leuk standje uitgekozen.

Het gebied is weer uitgebreid met een nieuw soort: de gele lis.

Vrouwtje citroenvlinder ziet heel lichtgroen. Als ze wegvliegt denkt Marja zelfs dat het een koolwitje is, maar ik had haar al zien zitten op de ratelaar.

Nog een soldaatje, Cantharis spec., want niet helemaal duidelijke kenmerken.

Zomerkleedjes

Donderdag 14 mei 2020
Grote sterns en visdiefjes op het strand. Er wordt een visje aangeboden, maar mevrouw moet hem niet. Een grote bek kan hij krijgen.

Drieteenstrandlopertjes zijn al zo leuk en nu zijn ze nog heel deftig in zomerkleed ook.

Wat een prachtige vogeltjes.

De rosse grutto heeft ook het zomerkleedje aangetrokken.

En hup, allemaal even showen.

Net als de steenloper, de kleuren spatten er af.

Iets minder van kleur, deze rosse grutto. Wat een flinke hap heeft hij te pakken.

Na het strand nog even naar het Kennemermeer, wie weet zitten er nog insecten. Ja hoor, 1 bessenzweefvlieg.

Bloeiende grasjes

Zondag 26 april 2020
Nico is weer eens gevallen, maar nu met de fiets doordat een jongetje plotseling overstak. Als hij thuiskomt zit eer een elzenvlieg op zijn jas, die hij ergens opgedaan heeft onderweg, waarschijnlijk Overveen.

Ik breng de elzenvlieg naar het Kennemermeer. Daar staan zaadbolletjes, heel leuk, helaas nog geen naam van mij gekregen.

Zeegroene zegge staat hier ontzettend veel en het bloeit nu.

Een man tapuit pikt steeds in de vegetatie en kijkt af en toe op.

Op een prachtig bloeiend grasje zit een hele kleine dansmug.

Oorkwallen

Dinsdag 21 april 2020
Er waait een behoorlijke oosten wind, jammer voor het tellen van schelpen want alles wordt onderstoven door het zand. In de eblijn ligt nog wel het een en ander zoals Amerikaanse ribkwal, een zeedruif en meer dan honderd oorkwallen.

Twee strandkrabben zitten aan elkaar, maar de ene is dood en de ander leeft nog.

De ene keer zie je bijna geen vogel op het strand en vandaag zijn er rosse grutto’s, grote sterns, meeuwen en visdiefjes, allemaal dicht bij elkaar.

Zes rosse grutto’s, twee nog in winterkleed en de andere vier al heel mooi rood.

Achter de visdiefjes zijn de grote sterns zich weer aan het uitsloven.

De streepjes over de blaasjeskrab dat zijn zandkorrels die overstuiven, zo hard waait het.

Tere platschelp.

Het verbaast me dat de pier nog open is. De golven die op de pier slaan stuiven alle kanten op. Geeft wel een mooi regenboogeffect.

Geweldig dat ik ook nog regenwulpen zie, het zijn er 6.

En dan nog in de vlucht ook.

Wilgen

Maandag 20 april 2020
Omdat er geen excursies gegeven mogen worden met meerdere personen door het corona-virus gaan Marja en ik samen naar het Kennemermeer. Daar staan wilgensoorten die met elkaar gekruist kunnen zijn, dus het is moeilijk om precies te weten welk soort het is. Deze wilg met smalle bladeren kennen we al helemaal niet.

Vrouwelijke bloeiwijze van waarschijnlijk de kruipwilg.

Mannelijke bloeiwijze.

Er staat maar één cluster van de gulden sleutelbloem.

Pfoe, de Amerikaanse vogelkers staat hier al in knop, dat is niet zo leuk. Misschien weten de snuitkevertjes er wel raad mee, alhoewel ik zie dat ze alleen van het blad vreten.

De oprolpissebed is de enige pissebed die zich op rolt.

Als we nog eens op zoek gaan naar kandelaartjes, dan weet ik nu een grote plek met honderden te vinden.

Alsof de rietkruisspin zomaar in de lucht hangt.