Oranjerode hertenzwammen

Maandag 20 augustus 2018
Mijn ogen mankeren niets, een hele kleine rups van een kleine beer ontdek ik zomaar op een blaadje van watermunt, terwijl we met de groep van de KNNV bij het Kennemermeer wandelen.

Er wordt getwijfeld aan de naam melkkruid die ik gaf aan dit plantje. Nu Marja een plantje met vruchtjes vindt weten we het zeker dat het melkkruid is.

De bloemetjes van wolfspoot zijn onmiskenbaar.

En dan kom je zomaar zo’n gekke uitgebloeide bloem van de rietorchis tegen.

Ik kan wel zeggen dat mijn ogen superscherp zijn, want zelfs dit allerkleinste springspinnetje zie ik op een blaadje en als ik hem wil fotograferen springt hij op mijn hand. Ter plekke weet ik al dat het een blinkertje is, maar daar zijn ook weer soorten in.

Na het koffiedrinken ga ik het strand op om naar vogels te kijken. De kleine snelle drieteenstrandlopertjes rennen weer heen en weer bij elke golfslag.

Altijd leuk om een kanoet te zien.

Dan komt er een kleinere bij hem lopen en ik denk eerst dat het een jonge kanoet is, maar het is een bonte strandloper.

Toch lopen ze een heel eindje samen op alsof ze bij elkaar horen.

Blauwe lucht en een wolkenband boven land.

Vanaf de pier kijk je op het badritueel van de steenloper …

… en de bonte strandloper zingt daarbij het hoogste lied.

Ik heb nog tijd om naar de Vossendel te gaan om vlinders te tellen. Weinig dagvlinders, maar op het weiland zie ik wel wat weegbreemotten.

Tot mijn verrassing staan er in een holle boomstronk prachtige oranjerode hertenzwammen. Ze zijn nogal bijzonder, dus ik tref het. Ik moet wel flitsen, want erg licht is het hier niet.

Waterdiertjes van het Kennemermeer

Dinsdag 14 augustus 2018
De KNNV heeft een excursie met waterdiertjes in het Kennemermeer. Met netjes worden beestjes uit het water geschept en in bakken gedaan. Er zijn al gauw heel wat brakwateraasgarnaaltjes verzameld.

Ik wil eentje goed fotograferen in een dekseltje, maar die springt op mijn duim. Is gelijk goed de grootte te zien, zo klein zijn ze.

Wel een toepasselijke naam: de tijgervlokreeft.

De ovale poelslak lijkt wel goudachtig van kleur. Het beest van de gewone schijfhoren is donkerrood.

Dik en Wim zijn ook wat verder het water in gegaan.

Het traktorwieltje is wel heel klein, daarnaast de gewone schijfhoren en het Jenkins’ waterhorentje.

Dit lijkt wel een kunstwerk van de aasgarnaaltjes.

Brakwatersteurgarnaal.

De topper van vandaag: een koker van een kokerjuffer die Jenkin’s waterhorentjes op het kokertje heeft geplakt. Er zit ook een draaikolk schijfhoren op.

Dit is een levende draaikolk schijfhoren.

De moeraspoelslak fotografeer ik, maar dan wil ik ook het mondje fotograferen, ik wil hem omkeren, maar dat wil niet erg en dan waait hij uit mijn hand. Wim had hem gevonden en hij zegt dat er maar ééntje in het meer zat 😉

Verder waren er nog platworden met de prachtige naam: lugubere glijer.
Op de terugweg kijken we nog naar het bloemetje van de waternavel.

Er staat weer water in het poeltje en iemand ziet een heel klein rugstreeppadje, met moeite kan ik hem terugvinden. Het is wel gelukt.

Tropische verrassing

Zondag 5 augustus 2018
Eindelijk zijn er weer Icarusblauwtjes.

Een heel klein kevertje met de mooie naam: Neocrepidodera transversa

Zou dit weer het zilveren fluitje zijn?

Het lijkt wel de vorm van een roos, deze uitgebloeide ratelaar.

Ze kunnen aardig variabel zijn die schuimbeestjes.

Ik ben op zoek naar de knopbiesparelmot en het is eigenlijk een wonder dat ik ze vind, want ze zijn amper 2 mm.

Opeens zie ik een lichtblauw vogeltje in het gras duiken. Het lijkt een parkiet en ik sluip dichterbij om hem te kunnen zien. Even denk ik dat hij tam is omdat hij vlak langs me scheert, maar dan vliegt hij piepend een heel eind weg. Helaas geen foto.
Op de heivlinderheuvel zie ik vaak blauwvleugelsprinkhanen met mooi weer. Een vrouwtje zit op het pad en een mannetje komt al dichterbij, tot hij haar omhelst, maar daar blijft het bij.

Klein maar fijn, het geelhartje.

Kleine vos

Zondag 29 juli 2018
Eindelijk een kleine vos en nog wel op mijn eigen vlinderstruik in de voortuin.

Ik ga ’s avonds naar het Kennemermeer, misschien zie ik nachtvlinders in het wild. In ieder geval wel twee aardhommels op de kattenstaart.

Hij heeft echt lange spillepoten deze kruidenspillenbeen-wants.

Weidevlekogen zie ik steeds meer.

Ik kijk ook uit naar de heelblaadjespalpmot, dat is niet moeilijk, ik zie er meerdere.

Een vlindertje van amper 1 cm blijkt toch een uiltje te zijn: een zandhalmuiltje.

Het gaat goed met de nachtvlinders: een gewone bandspanner.

Omdat het al wat donker begint te worden gebruik ik de flits bij het blauwe glidkruid.

Een aangebrande spanner op koninginnekruid.

Een pendelzweefvlieg zit verstopt onder een blad.

Speerdistel

Maandag 16 juli 2018
We zien bij de excursie bij het Kennemermeer dit jaar maar weinig herfstbitterlingen. En als we een bitterling zien, dan is het zomaar de zomerbitterling die veel zeldzamer is.

Ik weet nu waar het moeraszoutgras staat, dat is heel leuk om te laten zien, zo bijzonder.

Een uitgebloeide speerdistel.

En deze heeft er een extraatje van gemaakt.

Het was even zoeken, maar we hebben de plantjes van de dwergbloem gevonden.

Een zandbijtje die zijn neus in de klaver steekt.

Zilt torkruid staat in het vochtige deel van het gebied.

Na de koffie wil Ernst nog naar de pier en ik ga een eindje mee. In de haven zie ik al jonge visdiefjes bedelen, de ouder trekt zich daar weinig van aan, die kijkt gewoon de andere kant uit.

Grauwe borstel

Zaterdag 14 juli en zondag 15 juli 2018 nachtvlinders
Vanavond is er een nachtvlindernacht georganiseerd bij het Kennemermeer. Omdat ik daar al heel lang eens wilde nachtvlinderen heb ik me daarvoor aangemeld. Een mannetje hopwortelboorder komt eerder op het doek dan de meisjes hopwortelboorder.

Wow, een grauwe borstel. Dat is het leuke als je ook eens ergens anders komt om te nachtvlinderen, dan zie je weer andere soorten.

De vliervlinder is een van de grootste vanavond.

Wat een leukerdje: de hoefijzermot.

De rietvink heb ik nu eens van voren op de foto gezet.

Ik kan wel in het circus werken: de hyena heb ik helemaal naar mijn hand gezet.

Een gewoon soort, toch heb ik hem niet eerder gezien: de variabele spanner.

Is het niet een plaatje?! De strooiselmot.

Je hebt de gele agaatspanner en de oranje, dit is de oranje agaatspanner.

Wat een edelsteentje, met een hele leuke naam: de elfenbankjesmot.

Dit is nog maar één doek. En zo stonden er nog 2 helemaal vol met vlinders.

Ik tref het dat ik net bij het goede doek sta als de grote beer langs komt fladderen. Hij is gelijk weer vertrokken ook (naar het volgende circus?).

Verder heb ik nog een hele grote watertor gezien, een hele grote ligusterpijlstaart, veel beervlinders, de braamvlinder, de vuursteenvlinder en veel micro’s, zoals de sierlijke pedaalmot. Om 4 uur ’s nachts kom ik pas thuis.

Konijnenlatrine

Donderdag 12 juli 2018
We gaan voor de laatste keer gezamenlijk orchideeën tellen bij het Kennemermeer. We zien een konijnenlatrine en er omheen is het door de bemesting goed begroeid 😉

Na het tellen fiets ik over het fietspad langs het Kennemermeergebied, ik hoop heivlinders te zien. Een jonge veldsprinkhaan is nu al een achterpoot kwijt geraakt.

De stalkaars is nog niet verdroogd, verder ziet het er vrij troosteloos uit door de droogte.

Moeraszoutgras

Zondag 8 juli 2018
Nu ik weet waar moeraszoutgras staat bij het Kennemermeer ga ik kijken of ik het mooi op de foto kan krijgen. Eerst zie ik een puntsnuitbladroller die niet algemeen is.

De aardhommel is in slaap gedommeld.

Wonderbaarlijk zoals het moeraszoutgras er uit ziet.

Het staat in de buurt van heel veel heen.

En dwergzegge, maar die staat hier overal.

Ik kom nog een zilverstreepgrasmot tegen.

Ruw walstro.

Ik denk een hele kleine boorvlieg te zien, het is echter de prachtvlieg: Herina frondescentiae. Net op het moment van afdrukken springt hij.

Een bruin zandoogje in de avondzon.

Langs het fietspad ga ik nog even kijken of ik het vierentwintig-stippelig lieveheersbeestje zie. Wel het larfje gevonden, die zitten vaak in de buurt van de vraatsporen.

En daarnaast een ruitrandwants op het zeepkruid.

Orchideeën tellen

Donderdag 5 juli 2018
Heerlijk om weer in dit prachtige gebied orchideeën te tellen met Maarten. Wilgen, riet, moerasrolklaver en veel moeraswespenorchideeën (te veel om te tellen, die tellen we niet).

De laatst rietorchidee die nog bloeit.

Een enkele groenknolorchidee staat nog in bloei.

Maarten laat me de stippelzegge zien.

Hij vindt het ook heel leuk zoals de groenknollen groeien tussen de resten van de knopbies.

Bevertjes

Maandag 2 juli 2018
Met Hanneke ga ik een rondje Kennemermeer doen. Het zou een hele warme dag zijn, hier valt het gelukkig mee, het is ideaal weer. Ik zie iets roods in een plant, oeps, het zijn 2 moertjes met rode vleugeltjes, laat ik ze maar met rust laten.

We zijn allebei gek op bevertjes, zo leuk.

Gevleugeld hertshooi.

De zeegroene zegge die we van het voorjaar zo prachtig in bloei zagen staan heeft nu vruchten.

We kijken nog naar rond wintergroen, daar staat kwelderzegge in de buurt. We kunnen deze zegge mooi determineren omdat hij precies voldoet aan de tekening (51).

We lopen tussen de struiken door waar een smal paadje is, daar staan mooie grasjes tussen.

We gaan wat eten op het terras van een strandtent. Bij de strandopgang staat het helm ons toe te wuiven.

We gaan het gebied weer in op zoek naar zoutgras, dat is moeilijk te vinden, maar is wel gelukt. Ondertussen hoor ik een rietgors en het leuke is dat ik hem zie en niet zie, omdat hij op een rietstengel zit die steeds naar beneden buigt door de wind. Een citroenvlinder snoept van de ratelaar.

Hier en daar staan een paar plukjes veenpluis.

Hanneke ziet nog knoopkruid waar ik zomaar aan voorbijgelopen ben. Ik had het hier ook niet verwacht.

Plantenexcursie

Vrijdag 29 juni 2018
Mensen van Floron (de plantenwerkgemeenschap) komen vandaag op bezoek bij het Kennemermeer en ik ben de gids. Na de koffie vertel ik hoe het gebied is ontstaan en een stukje geschiedenis. Daarna kan ik al gelijk de hokjespeul laten zien. De vrouwenmantel ontdekt iemand zelf.

Op de heivlinderheuvel zie ik bolletjes op het walstro en denk aan de scheerlingzaadgalmug, maar er is ook een walstropeertjesmijt (denk ik) die ook zulke galletjes maakt.

Dan ziet iemand nog de havikskruidgalwesp, dus voor mij is het ook een leuke excursie 😉

Kleine watereppe.

Gewone engelwortel.

Bij de pauze zitten we in het gras en dan loopt er een klein spinnetje over mijn broek die op de riem van de fotokoffer springt, dus is het een springspinnetje. Bij het uitzoeken blijkt het om de gestreepte springspin te gaan en die is best bijzonder.

Karel heeft vlozegge ontdekt en als je het een maal gezien hebt is het makkelijk herkenbaar.

In het zuidelijk deel zien we moeraszoutgras, rond wintergroen, zilt torkruid en veel meer honingorchissen. We gaan richting Boulevard waar we op zoek gaan naar de zeelathyrus. Eerst zien we zeepostelein.

De bladeren van de zeelathyrus zijn heel herkenbaar.

Gelukkig weet ik de naam van zeevenkel. Het valt me toch mee wat ik heb kunnen laten zien, want er zijn ook bijzondere planten die ik niet weet te staan, maar bij het Kennemermeer staan zoveel bijzondere soorten.

Honingorchissen

Maandag 25 juni 2018
Leuk dat er vandaag een paar andere mensen meelopen bij de excursie van het Kennemermeer. Ik wil ze de bijenorchis laten zien, maar die is al uitgebloeid. Oorsilene is ook leuk. Ik weet een plek waar de honingorchis staat en daar staat ook een groenknolorchis bij, maar later komen we langs een plek waar een hele groep honingorchissen staan.

We lopen langs een stengel waar een pop van een sintjansvlinder aan zit en dan vinden we ook nog de rups.

Prachtige grote plekken met teer guichelheil.

’s Middags loop ik de vlinderroute langs de spoorlijn, helaas is het stukje gemaaid waar ik voorgaande jaren het zwartsprietdikkopje als eerste van het land zag. Ik zie er nog wel 5 voor de telling, maar als ik naar de middenberm loop waar niet gemaaid is tel ik daar zomaar 34 stuks op een stukje van 20 meter.

Hele lange snuit

Dinsdag 19 juni 2018
Bij de spoorlijn staan stokrozen, dat vraagt natuurlijk naar onderzoek naar de stokroossnuitkever. Die heeft een hele lange snuit, maar als je dan denkt aan een olifant, dan heb je het mis. Deze kever moet je bijna met een vergrootglas bekijken zo klein is hij (en zij).

Bij de renovatie van de spoorlijn is de den gespaard gebleven, daar zitten heel veel Aziatische lieveheersbeestjes op, ze zijn heel variabel.

De eerste zwartsprietdikkopjes van dit seizoen.

Een kraamwebspin maakt een heel huisje van rag.

‘s Avonds ga ik naar het Kennemermeer, de bijenorchissen staan mooi in bloei, het zijn er echter niet zo veel.

Vooral ’s avonds vliegen er veel ratelaarspanners. Ik zie ze ook regelmatig hun eitjes leggen op de ratelaars.

Naast de bevertjes staat nog een heel mooi grasje.

Aha, ik heb een honingorchis gevonden.

Op de heivlinderheuvel staan veel nachtsilenes.

Ratelaars in de avondzon.

Man steekvlieg met zijn grote pluimen, gelukkig steken de mannetjes niet.

Hokjespeul

Maandag 11 juni 2018
Op zoek naar de hokjespeul kom ik blaassilene tegen.

En terwijl ik daar foto’s van maak struikel ik bijna over de hokjespeul 😉

Af en toe kom ik nog wel eens insecten tegen, zoals deze strontvlieg op akkerdistel.

Ha, nog meer vliegjes, vliegjes op het meer. Sony A68 400mm

Ik denk dat dit het zilveren fluitje is.

Zomprus.

Eigenlijk ben ik op zoek naar de eierdopmot op rond wintergroen, omdat ik die niet kan vinden is het wintergroen zelf wel een plaatje waard.

Vanwege de stippeltjes zou je denken dat dit de struiksprinkhaan is, maar daar is ze te groot voor. Dit is dus de grote groene sabelsprinkhaan.

In de buurt van de wollige sneeuwbal zit een rups van de donsvlinder.

Bloeiend heen.

Kleine parelmoervlinder op de bloem van een braam.

Er is laatst gemaaid langs het fietspad van de Dokweg en ik was al bang dat de blauwe bremraap die daar precies stond al niet meer terug zou komen. Toch zie ik er nog 2.

Ratelaars

Zondag 3 juni 2018
Distelvlinder in de zon bij het Kennemermeer.

Ach, een icarusblauwtje mist een vleugel.

Ik zie een blauwborst in het riet, maar de foto’s zijn niet mooi geworden.
Ik hoop tussen de poelruit een poelruitspanner te vinden, dat is toch te hoog gegrepen.

Een brandnetelglittermot op een bloem van de braam.

De ratelaar heeft gezelschap van een grasje.

Een of andere langpootmug op pitrus.

Distelvlinder

Donderdag 31 mei 2018
’s Avonds ga ik naar het strand. De Kromhoutstraat is een paar jaar geleden helemaal op de schop gegaan voor de nieuwe busbaan en ik had er weinig vertrouwen in dat de berm weer zo mooi zou worden. Dat valt reuze mee, er bloeit van alles. De distelvlinder komt op ossentong af.

Een groot dikkopje steekt zijn tong in ossentong.

Pluimvoetbijen profiteren van knoopkruid. Sony A77ii 18-55mm

Grote sterns en visdiefjes bij de eblijn. Af en toe moeten ze de vleugels strekken.

Mispoes.

De grote stern moet het nog maar een keer proberen.

De visdiefjes proberen ook wat te vangen.

Op de parkeerplaats van het Kennemermeer weet ik de bijenorchissen te vinden. Ze staan er prachtig bij.

Fakkelgras, zoals deze zo mooi heet.

In het avondzonnetje een aardhommel op de rietorchis.

Bloemen duindoorn

Dinsdag 24 april 2018
Een gal van de bramentakgalwesp kan wel 200 larfjes bevatten.

Marja liet gister de bloemen van de duindoorn zien en ik probeer ze vandaag te fotograferen. Er staan maar weinig vrouwelijke struiken, dat is jammer want aan die struiken komen de bessen in het najaar.

Het terrein staat nu vol met witte uitgebloeide bloemen van het klein hoefblad.

Op het strandje zie ik eerst een puttertje, maar even later zijn ze met z’n tweetjes. Bovenin het mannetje en onder het vrouwtje. Sony A68 400mm

Even later vliegt het vrouwtje weg en het mannetje volgt uiteraard.

Zeegroene zegge

Maandag 23 april 2018
We zijn met z’n zessen voor de excursie bij het Kennemermeer. Door de wind is het veel kouder dan ik verwachtte. Toch heel leuk dat we de blauwborst mooi kunnen zien en we horen de nachtegaal volop. Op de heivlinderheuvel staan 2 plukjes gulden sleutelbloem.

Er staat heel veel zeegroene zegge.

Een vrouwtje pluimvoetbij heeft veel haar op haar achterpoten zodat ze daar veel stuifmeel mee kan verzamelen en dat doet ze hier lekker op de paardenbloem.

Aan het eind van de excursie zie ik nog een wezeltje met een prooi, het gaat te snel voor een foto. Ik kijk nog wel even tussen de duindoorns en zie hem nog eens. Ik denk dat hij een muisje heeft.
Na het koffiedrinken lopen we zomaar langs een veldje met winterpostelein.

Ik heb nog een takje van de gewone veldbies meegenomen voor een foto.

Klein hoefblad

Klein hoefblad
Maandag 16 april 2018
Lekker weer en Izzy geniet van de zon.

Pas volgende week is de excursie bij het Kennemermeer, vandaag loop ik met Hanneke een voorlooprondje en we horen en zien heel veel vogels: nachtegaal, fitis, tjiftjaf, blauwborst, ekster, zwaluw, rietgors, braamsluiper, kneu. Hier en daar is het klein hoefblad al uitgebloeid, maar in het zand staat nog een mooie groep.

We bewonderen een groot aantal planten van de winterpostelein. In het gebied staan heel veel wilgen en ook van verschillende soorten en bovendien nog hybriden, dus het is niet te zeggen welke wilg ik voor me heb. Als de hommels er maar van kunnen profiteren.

Ik zie een puttertje bovenop een tak zitten, net op het moment dat ik de foto neem vliegt hij op en heb ik een vliegend vogeltje 😉

Veterwier

Maandag 18 september 2017
Regenachtig tijdens de excursie bij het Kennemermeer. Gelukkig was het gezellig bij het koffiedrinken. Kijk het musje rechtsonder, zo leuk.

’s Middags wel dreigende luchten, maar het gaat allemaal langs ons heen. Op het strand is het schitterend weer.


Een heel leuk plantje in de eblijn, komt me bekend voor, maar weet nog geen naam.

Grote jongens die grote mantelmeeuwen, die kunnen grote stappen maken.

Die kleine drieteenstrandloper probeert dat ook.

De kokmeeuwen duiken steeds in de golven, leuk gezicht is dat.

Grote sterns.

Kijk die 2 kanoeten eens verlegen staan achter de zilvermeeuw.

Hanneke en ik vinden nog wel veterwier en vergelijken het met riemwier. Veterwier is bijzonder, dit is de eerste keer dat ik het hier vind.

Vriendendag

Vriendendag
Zondag 17 september 2017
Op de parkeerplaats bij het Kennemermeer scharrelt een tapuit.

Ach, een Icarusblauwtje net uit de pop geklommen en de vleugels zijn nog niet opgepompt.

Bij het Kennemermeer kom ik Guido tegen die op zoek is naar de rosse franjepoot. Ik zag daar al een man een tijd aan het fotograferen, nu weet ik dus waarom.


Ik loop naar de andere oever zodat hij wat dichter bij zit, maar dan kijk ik tegen de zon in en kan ik geen goede foto’s maken. Daar staat ook Rino, met wie ik een praatje maak.
Op het strand wil ik kijken of ik de sneeuwgors zie, nee dus. Er liggen veel hopen riemwier.

Daar sta ik wel een tijdje te praten met vogelaars en ze zeggen dat er Jan van Genten bij de pier zitten. Ik fiets naar het eind van de pier, daar zie ik wel Jan, maar geen Jan van Genten. Ook met Jan sta ik een tijdje te kletsen, daarna ga ik terug naar huis, maar dan zie ik Frank op het strand en ik ga toch een eindje met hem meelopen. Hij is natuurlijk op het veter- en riemwier afgekomen. Als ik een hoopje riemwier op til komen daar strandvlooien uit tevoorschijn.

Op een krat zitten Nieuw-Zeelandse pokken.

Er staat een rosse grutto beetje eenzaam tegen de duinenrij.

Er voor lopen een heel stel bontbekpleviertjes.

Zeepaddenstoel

Zeepaddenstoel
Zondag 3 september 2017
Ik mag meelopen met een familie-uitje om wat te vertellen over het strand. Daar ben ik niet goed in, want het hoe en waarom is niet mij niet duidelijk doordat ik geen zicht heb op het zeeleven, maar ik weet wel veel namen van wat er op het strand gevonden wordt. Daarom vond ik de volgende vraag zo leuk: “Hebben al die schelpen namen?”
Jammer dat er niet veel bijzonders is aangespoeld, alleen een zeepaddenstoel.

Nog even bij het Kennemermeer gekeken. Ik kan me niet herinneren dat er ooit in september nog zoveel parnassia’s stonden.

Vliegende speld

Vrijdag 1 september 2017
Voor de inspectie van de drietandrups ga ik naar het Kennemermeer. De rupsjes zitten nog steeds op het blad. Ik kom verder een imago gewone kielwants tegen.

Als je door de vleugels naar het smalle lijfje van deze zweefvlieg kijkt zie je waarom deze de vliegende speld wordt genoemd.

Op het hek zit een springstaartje, heel klein.

Daarom probeer ik hem door mijn loep te fotograferen en dat lukt ook nog. Er komen net mensen aan en die kijken wat ik fotografeer en het verbaast hen dat ik dat kleine beestje zelfs maar in de gaten heb.

Sterallures van de watermunt.

Zo rood heb ik niet eerder een strontvlieg gezien.

Nog even kijken op het strand. Er staat zo weinig wind, dat deze zilvermeeuw de enige surfer is.

Bonte strandlopers nog half in zomerkleed. Er is er één bij die heeft nog een hele zwarte buik van het zomerkleed.

Het kleedje van een bontbekplevier is een plezier om naar te kijken.

Op het strand zelfs twee kleine koolwitjes die op de zeeraket afkomen.

Melkdistel op de rand van het strand en duinen.

Niet veel wind, wel veel wolken.

Wilgenbladvlo

Zondag 27 augustus 2017
Ik blijf de drietandrupsen in de gaten houden bij het Kennemermeer, maar er is nog meer te zien, zoals deze mini bladvlo: de wilgenbladvlo.

Bloeiende wolfspoot.

Ik volg een andere iets grotere glimmende kever. Thuis ontdek ik op de foto dat er nog 3 doorntjes ook op staan, natuurlijk heb ik die daar niet gezien, zelfs op de foto zijn ze nog niet zo makkelijk te ontdekken. De kever heeft zelfs één poot op een doorntje.

Dichter bij het water vliegen enkele paardenbijters. Ze hangen vaak op het zelfde plekje een tijdje stil, daarom kan ik de lens scherp stellen en dan wachten op het moment dat hij in beeld komt en het is gelukt 😉

Fraai duizendguldenkruid is de kleinste van de 3 soorten.

Vruchten van de moeraswespenorchidee.

Opeens zijn de nimfen van de kielwants verveld en in het imago-stadium beland.

Nationale nachtvlindernacht

Vrijdag 25 augustus 2017
Vlak voordat ik vertrek zie ik op de schuur een groot platlijfje.

Een medespeler van badminton wil graag eens mee met me naar het Kennemermeer en ik vind het leuk om hem van alles te laten zien en begin met de drietandrupsjes. Het bladmoes eten ze tussen de nerven vandaan.

Twee zweefvliegjes op een grasspriet.

De smalle zaden van het harig wilgenroosje klappen open en dan vormen de zaadjes een v-vorm, totdat ze loslaten en een harig geheel ontstaat.

Bij het Moerbergplantsoen staat een sporthal met een artistieke gevel. Helaas willen ze sommige sporthallen slopen.

Wat leuk dat Nico ’s avonds mee gaat naar het nachtvlinderen, kan hij het ook eens meemaken. Alhoewel hij een huismoeder niet echt interessant vindt, hahaha.

Er komen niet alleen vlinders op het doek af, ook een boomsprinkhaan laat zich zien.

Een duikermot is een kleine grasmot. Ben vertelt daarover dat de eitjes in het water worden afgezet.

Vaak wordt er op Facebook gevraagd welke vlinder dit is, maar dit is een schietmot, dat is geen vlinder. Hij heeft geen Nederlandse naam: Limnephilus marmoratus.

Bij het gebouw ziet Dik een waaiermot. Ik kan er maar net bij om te fotograferen.

De bruinbandspanner zit op mijn schoen, daar kan ik beter bij.