Roek

Woensdag 3 april 2019
Ik ga naar het Kennemermeer om te kijken of ik daar mijn telefoon ben verloren en inderdaad lag hij daar op mij te wachten, wel wat nat geworden, maar hij doet het nog. Weinig vogels te horen, gelukkig wil de ekster nog wel poseren.

Ik ga naar de pier. Een aalscholver vangt de ene na de andere botervis.

Na de bocht zitten er 3 paarse strandlopers.

En op de terugweg een enkel drieteenstrandlopertje.

Dichter bij de haven een rotgans.

Maar op de terugweg, vrij dicht bij mijn huis moet ik 2 x goed kijken. Zit daar nou een roek??? Ja dus.

Kleurige spreeuw

Zondag 31 maart 2019
Op weg naar het Kennemermeer kom ik een groenling tegen die niet gelijk de benen neemt.

Bij de Kromhoutstraat loopt een zilvermeeuw steeds heen en weer zijn eigen spiegelbeeld te bewonderen. De meeste tijd kijkt hij er naar alsof hij er niks van snapt.

Bij het Kennemermeer staan de wilgen volop in bloei.

De vrouwelijke katjes zijn heel poezelig.

Ik buk om de schrijvertjes te fotograferen, daarbij het ik er geen erg in dat mijn telefoon uit mijn jaszak valt, ’s avonds zoek ik me wezenloos er naar.

Het zijn net lampjes die wilgenkatjes.

Wat een kleuren hebben die spreeuwen.

Noorse hartschelp

Maandag 18 maart 2019
Af en toe lopen er ganzen of eenden in het natte gebied van het Kennemermeer. Vandaag lopen er 4 grauwe ganzen.

Na de excursie bij het Kennemermeer drinken we koffie en daarna ga ik nog met Ernst, Hanneke en Linda het strand op. Af en toe vliegen er een heleboel meeuwen omhoog.

Er liggen best veel Amerikaanse zwaardschedes en daartussen een dubbele otterschelp.

Linda vindt een dubbelen Noorse hartschelp en ik krijg hem van haar. Een hele mooie vondst. Hier op de foto voor een eipakket van de tepelhoren.

’s Avonds maak ik thuis nog een foto van de Noorse hartschelp met pastelkleuren aan de binnenkant.

Pluimwier

Zondag 24 februari 2019
We zien een levende strandkrab op het strand.

Ik vind een garnaal met een worm er aan, wie wie nu op eet zal een raadsel blijven.

Zo ook de naam van de worm die in het water valt. Er liggen heel veel rechte donker zandkleurige staafjes van 1 cm bij, misschien wormpjes, maar het kunnen ook poepjes zijn van een of ander beest.

Verder meer dan 100 witte wormen van 5 tot 15 cm lang, maar we weten niet welk soort het is.
Ik pak een pluk zeedraad waar van alles in zit. Probeer hier maar eens wijs uit te worden. Ik zie dus lange zeedraad, tweetandzeedraad, roodwier, schelpjes van nog geen millimeter, wat plantaardig materiaal en een vinger (o, die is van mij, hahaha).

Het roodwier heb ik mee naar huis genomen en op een vel papier gedroogd. Volgens mij is het veelvertakt pluimwier.

Ik ga nog even naar het Kennemermeer op sporenjacht. Ik vind weer van die kleine sporen, nu ook met een holletje er bij.

Wilgenkatjes

Dinsdag 19 februari 2019
Gister zagen we tijdens de excursie hele kleine sporen en ik denk dat ze van een wezeltje waren. Nieuwsgierig als ik ben ga ik weer kijken of ik betere foto’s kan maken van de sporen, helaas heeft het gisteravond geregend en zijn de sporen bijna niet meer te zien.
Toevallig kom ik wel bandgroei in de duindoorn tegen. Dat kan veroorzaakt zijn door een bacterie of door beschadiging.

Wat zijn de haartjes van de wilgenkatjes sneeuwwit.

Strandtekening

Donderdag 14 februari 2019
Vanaf de pier zie ik een roodhalsfuut en vanaf het strand vliegen de drieteenstrandlopertjes naar de pier. Niet scherp helaas, maar zo mooi met die weerspiegeling.

O, wow, ze gaan weer een strandtekening maken, maar ze zijn nog maar net begonnen.

Omdat ik wil weten wat ze gaan maken ga ik een rondje om. Bij het gebouwtje van de parkeerautomaat van het Kennemermeer ga ik kijken naar mossen en korstmossen. Hier en daar plukjes gewoon muursterretje.

Nog mooier is het korstmos schotelmos. Het groeit op de voegen en dit is dus maar 1 cm hoog!

Ik loop een rondje Kennemermeer waar wat brilduikers en meerder tafeleenden en kuifeenden zitten. Daarna ga ik terug naar de pier. Ze schieten al op met de strandtekening, nu wil ik zeker zien als hij klaar is, daarom ga ik nog even de pier op.

Tjonge, tref ik het even, een grijze zeehond op een pierblok, hij ligt daar lekker in de zon en moet steeds gapen.

Dan ziet hij opeens mij.

En denkt dan: O, nee, daar heb haar weer.

Dan maar gewoon even lekker rekken en strekken.

De twee mannen zijn klaar met de strandtekening en laten een drone er boven vliegen om de tekening te filmen.

Slibanemonen

Maandag 21 januari 2019
Met de maandelijkse excursie neem ik de mensen mee het strand op, er is ook net strandwacht, dan kunnen we met z’n allen zoeken. Bij de eblijn ligt niet veel en bij de hoogwaterlijn ligt nog ijzig sneeuw.

In de boorgaten van de klompen veen vindt Hanneke slibanemonen, dat is heel leuk.

Wat is de natuur toch artistiek!

Na de koffie loop ik een rondje langs het Kennemermeer. In het water tussen het ijs zitten veel zilvermeeuwen en kokmeeuwen te poetsen.

Daarna op de fiets naar de pier. De kuifaalscholver herken ik wel als hij dichtbij zit.

Op de terugweg zie ik een stelletje brilduiker die ik op de heenweg niet zag. Het mannetje komt net boven na een duik.

Het vrouwtje moet zich even uitrekken.

Kleine rietgans

Maandag 15 oktober 2018
Bij het begin van de excursie zijn ze aan het speculeren welke gans daar nu zwemt. Ik breng uitkomst want ik heb op waarneming.nl gezien dat een kleine rietgans hier al een tijdje zit.

Frans ziet een paardenbijter hangen en die blijft een tijdje hangen zodat de anderen hem ook kunnen zien.

Een gewone hoornbloem. Uitgebloeid is het net een hoorntje.

Oei, ik loop achteraan en vind een rups van een veelvraat op het pad, waar de anderen dus gelukkig net niet op getrapt hebben.

Een galletje van de kruipwilg wordt opgesneden, nu is het larfje heel goed te zien.

We hebben al 3 zilverreigers over zien vliegen en nu vliegt er weer een over. Sny A68 400mm

Ik laat de aangetaste bloem van het harig wilgenroosje zien, maar we weten nog niet wat het precies is. De bruidssluier bloeit volop.

Na de koffie ga ik met Hanneke naar de pier. De drieteenstrandlopertjes doen een wedstrijdje wie het langst op 1 poot kan staan, verliest er eentje, dan moet die vooraan staan om de wind op te vangen 😉

Bij de jachthaven weet ik Engels gras te staan en dat laat ik aan Hanneke zien.

Icarusblauwtje

Zondag 13 oktober 2018
Het loopt tegen het einde van het plantenseizoen, daarom ga ik bij het Kennemermeer kijken of er nog iets te beleven valt voor morgen. Het is echt zoeken naar insecten, zo weinig zijn er dit jaar. En ik ben echt niet blind, zoals deze blinde bij (die ook niet blind is, maar hij heeft haren op zijn ogen). Hij zit op bezemkruiskruid.

Er vliegen nog een paar Icarusblauwtjes.

Op zoek naar insecten valt een bloem van het harig wilgenroosje op. Daar zit denk ik een schimmel op.

Geveerde witvleugeluil

Vrijdag 5 oktober 2018
Na het badminton fiets ik nog naar het Kennemermeer. Ik tref het wel, want op het parkeerhok zitten twee geveerde witvleugeluilen.

De tweede zit net om het hoekje in de schaduw en die fotografeer ik met flits.

Ik ga op zoek naar insecten, maar na goed zoeken heb ik alleen wat muggen en vliegen gezien. Het is echt treurig met de insecten. Een cotoneaster is geen wilde plant, misschien hier gekomen door vogels die de zaden uitgepoept hebben.

Ook op de melkdistel zit geen insect.

Een ouder zilvermeeuw vliegt over met 2 jongen schreeuwend er achteraan.

Grote gaap

Dinsdag 25 september 2018
De blauwe reiger staat een beetje te dommelen op de steiger van de jachthaven en moet dan even gapen.

Als het vrouwtje wilde eend zich uit schudt zie je de mooie kleuren goed.

Zonnig weer met dreigende wolken.

Aalscholver naast de pier.

Ik ga naar het Kennemermeer op zoek naar insecten, alleen een muurwesp op de witte honingklaver.

Op de fiets langs de Heerenduinweg zie ik een bedeguargal, dus even van dichtbij bekijken. Er zit een krabspin op.

In die bedeguargal zitten dus larfjes van wespjes en daar komt een ander sluipwespje op af: de Torymus bedeguaris, die legt haar eitjes op of in die larfjes.

Zandambrosia

Maandag 17 september 2018
Bij de wandeling door het gebied van het Kennemermeer bekijken we de peultjes van de moerasrolklaver.

De rozetbladeren van de oorsilene, zou daar de naam van komen, het lijkt op oortjes.

Deze oorsilene staat nog vol in bloei.

Er komt iemand met een plantje met de vraag welke dat is. Bij de anderen is het niet bekend, ik weet het wel. Het is zandambrosia. We gaan op zoek naar meerdere exemplaren, maar kunnen ze niet meer vinden.
Dit zou zomaar zomerbitterling kunnen zijn.

Net voordat ik mijn fiets pad staan er nog een paar zwartwordende wasplaten voor mijn voeten.

Na de koffie fiets ik over het fietspad langs het Kennemermeer en daar staat het volop van de zandambrosia.

Van dichtbij ziet het er zo uit.

Ook de asperge heeft hele mooie bloempjes.

Een akkerhommel profiteert nog van het bloeiende slangenkruid.

’s Avonds is er een mooie zonsondergang met op de voorgrond meerkoetjes die het water in sjezen.

Stadsreus

Vrijdag 31 augustus 2018
Meissie Moppie.

Ik ga naar het Kennemermeer er zal toch wel wat te insecteren zijn? Ik zal vooral de heelblaadjes goed inspecteren. Ja hoor, een donker miniwespje met legboor. Thuis zie ik dat ze mooi groen is.

Een stadsreus in de vrije natuur.

Een limonadewesp heeft een dambordvlieg te pakken.

Een purperen stipspanner, een klein vlindertje.

Peen met 2 mieren.

Bij het water vliegen enkele paardenbijters.

Ik vraag me steeds af welke vogeltjes steeds in het gras zitten en piepend wegvliegen als ik er aan kom. Logisch dat dat graspiepers zijn.

De doodshoofdzweefvlieg fotografeer ik meestal op de rug omdat die tekening zo duidelijk is. Zo van voren zijn ze hartstikke leuk, vooral met dat uitstekende tongetje.

Oranjerode hertenzwammen

Maandag 20 augustus 2018
Mijn ogen mankeren niets, een hele kleine rups van een kleine beer ontdek ik zomaar op een blaadje van watermunt, terwijl we met de groep van de KNNV bij het Kennemermeer wandelen.

Er wordt getwijfeld aan de naam melkkruid die ik gaf aan dit plantje. Nu Marja een plantje met vruchtjes vindt weten we het zeker dat het melkkruid is.

De bloemetjes van wolfspoot zijn onmiskenbaar.

En dan kom je zomaar zo’n gekke uitgebloeide bloem van de rietorchis tegen.

Ik kan wel zeggen dat mijn ogen superscherp zijn, want zelfs dit allerkleinste springspinnetje zie ik op een blaadje en als ik hem wil fotograferen springt hij op mijn hand. Ter plekke weet ik al dat het een blinkertje is, maar daar zijn ook weer soorten in.

Na het koffiedrinken ga ik het strand op om naar vogels te kijken. De kleine snelle drieteenstrandlopertjes rennen weer heen en weer bij elke golfslag.

Altijd leuk om een kanoet te zien.

Dan komt er een kleinere bij hem lopen en ik denk eerst dat het een jonge kanoet is, maar het is een bonte strandloper.

Toch lopen ze een heel eindje samen op alsof ze bij elkaar horen.

Blauwe lucht en een wolkenband boven land.

Vanaf de pier kijk je op het badritueel van de steenloper …

… en de bonte strandloper zingt daarbij het hoogste lied.

Ik heb nog tijd om naar de Vossendel te gaan om vlinders te tellen. Weinig dagvlinders, maar op het weiland zie ik wel wat weegbreemotten.

Tot mijn verrassing staan er in een holle boomstronk prachtige oranjerode hertenzwammen. Ze zijn nogal bijzonder, dus ik tref het. Ik moet wel flitsen, want erg licht is het hier niet.

Waterdiertjes van het Kennemermeer

Dinsdag 14 augustus 2018
De KNNV heeft een excursie met waterdiertjes in het Kennemermeer. Met netjes worden beestjes uit het water geschept en in bakken gedaan. Er zijn al gauw heel wat brakwateraasgarnaaltjes verzameld.

Ik wil eentje goed fotograferen in een dekseltje, maar die springt op mijn duim. Is gelijk goed de grootte te zien, zo klein zijn ze.

Wel een toepasselijke naam: de tijgervlokreeft.

De ovale poelslak lijkt wel goudachtig van kleur. Het beest van de gewone schijfhoren is donkerrood.

Dik en Wim zijn ook wat verder het water in gegaan.

Het traktorwieltje is wel heel klein, daarnaast de gewone schijfhoren en het Jenkins’ waterhorentje.

Dit lijkt wel een kunstwerk van de aasgarnaaltjes.

Brakwatersteurgarnaal.

De topper van vandaag: een koker van een kokerjuffer die Jenkin’s waterhorentjes op het kokertje heeft geplakt. Er zit ook een draaikolk schijfhoren op.

Dit is een levende draaikolk schijfhoren.

De moeraspoelslak fotografeer ik, maar dan wil ik ook het mondje fotograferen, ik wil hem omkeren, maar dat wil niet erg en dan waait hij uit mijn hand. Wim had hem gevonden en hij zegt dat er maar ééntje in het meer zat 😉

Verder waren er nog platworden met de prachtige naam: lugubere glijer.
Op de terugweg kijken we nog naar het bloemetje van de waternavel.

Er staat weer water in het poeltje en iemand ziet een heel klein rugstreeppadje, met moeite kan ik hem terugvinden. Het is wel gelukt.

Tropische verrassing

Zondag 5 augustus 2018
Eindelijk zijn er weer Icarusblauwtjes.

Een heel klein kevertje met de mooie naam: Neocrepidodera transversa

Zou dit weer het zilveren fluitje zijn?

Het lijkt wel de vorm van een roos, deze uitgebloeide ratelaar.

Ze kunnen aardig variabel zijn die schuimbeestjes.

Ik ben op zoek naar de knopbiesparelmot en het is eigenlijk een wonder dat ik ze vind, want ze zijn amper 2 mm.

Opeens zie ik een lichtblauw vogeltje in het gras duiken. Het lijkt een parkiet en ik sluip dichterbij om hem te kunnen zien. Even denk ik dat hij tam is omdat hij vlak langs me scheert, maar dan vliegt hij piepend een heel eind weg. Helaas geen foto.
Op de heivlinderheuvel zie ik vaak blauwvleugelsprinkhanen met mooi weer. Een vrouwtje zit op het pad en een mannetje komt al dichterbij, tot hij haar omhelst, maar daar blijft het bij.

Klein maar fijn, het geelhartje.

Kleine vos

Zondag 29 juli 2018
Eindelijk een kleine vos en nog wel op mijn eigen vlinderstruik in de voortuin.

Ik ga ’s avonds naar het Kennemermeer, misschien zie ik nachtvlinders in het wild. In ieder geval wel twee aardhommels op de kattenstaart.

Hij heeft echt lange spillepoten deze kruidenspillenbeen-wants.

Weidevlekogen zie ik steeds meer.

Ik kijk ook uit naar de heelblaadjespalpmot, dat is niet moeilijk, ik zie er meerdere.

Een vlindertje van amper 1 cm blijkt toch een uiltje te zijn: een zandhalmuiltje.

Het gaat goed met de nachtvlinders: een gewone bandspanner.

Omdat het al wat donker begint te worden gebruik ik de flits bij het blauwe glidkruid.

Een aangebrande spanner op koninginnekruid.

Een pendelzweefvlieg zit verstopt onder een blad.

Speerdistel

Maandag 16 juli 2018
We zien bij de excursie bij het Kennemermeer dit jaar maar weinig herfstbitterlingen. En als we een bitterling zien, dan is het zomaar de zomerbitterling die veel zeldzamer is.

Ik weet nu waar het moeraszoutgras staat, dat is heel leuk om te laten zien, zo bijzonder.

Een uitgebloeide speerdistel.

En deze heeft er een extraatje van gemaakt.

Het was even zoeken, maar we hebben de plantjes van de dwergbloem gevonden.

Een zandbijtje die zijn neus in de klaver steekt.

Zilt torkruid staat in het vochtige deel van het gebied.

Na de koffie wil Ernst nog naar de pier en ik ga een eindje mee. In de haven zie ik al jonge visdiefjes bedelen, de ouder trekt zich daar weinig van aan, die kijkt gewoon de andere kant uit.

Grauwe borstel

Zaterdag 14 juli en zondag 15 juli 2018 nachtvlinders
Vanavond is er een nachtvlindernacht georganiseerd bij het Kennemermeer. Omdat ik daar al heel lang eens wilde nachtvlinderen heb ik me daarvoor aangemeld. Een mannetje hopwortelboorder komt eerder op het doek dan de meisjes hopwortelboorder.

Wow, een grauwe borstel. Dat is het leuke als je ook eens ergens anders komt om te nachtvlinderen, dan zie je weer andere soorten.

De vliervlinder is een van de grootste vanavond.

Wat een leukerdje: de hoefijzermot.

De rietvink heb ik nu eens van voren op de foto gezet.

Ik kan wel in het circus werken: de hyena heb ik helemaal naar mijn hand gezet.

Een gewoon soort, toch heb ik hem niet eerder gezien: de variabele spanner.

Is het niet een plaatje?! De strooiselmot.

Je hebt de gele agaatspanner en de oranje, dit is de oranje agaatspanner.

Wat een edelsteentje, met een hele leuke naam: de elfenbankjesmot.

Dit is nog maar één doek. En zo stonden er nog 2 helemaal vol met vlinders.

Ik tref het dat ik net bij het goede doek sta als de grote beer langs komt fladderen. Hij is gelijk weer vertrokken ook (naar het volgende circus?).

Verder heb ik nog een hele grote watertor gezien, een hele grote ligusterpijlstaart, veel beervlinders, de braamvlinder, de vuursteenvlinder en veel micro’s, zoals de sierlijke pedaalmot. Om 4 uur ’s nachts kom ik pas thuis.

Konijnenlatrine

Donderdag 12 juli 2018
We gaan voor de laatste keer gezamenlijk orchideeën tellen bij het Kennemermeer. We zien een konijnenlatrine en er omheen is het door de bemesting goed begroeid 😉

Na het tellen fiets ik over het fietspad langs het Kennemermeergebied, ik hoop heivlinders te zien. Een jonge veldsprinkhaan is nu al een achterpoot kwijt geraakt.

De stalkaars is nog niet verdroogd, verder ziet het er vrij troosteloos uit door de droogte.

Moeraszoutgras

Zondag 8 juli 2018
Nu ik weet waar moeraszoutgras staat bij het Kennemermeer ga ik kijken of ik het mooi op de foto kan krijgen. Eerst zie ik een puntsnuitbladroller die niet algemeen is.

De aardhommel is in slaap gedommeld.

Wonderbaarlijk zoals het moeraszoutgras er uit ziet.

Het staat in de buurt van heel veel heen.

En dwergzegge, maar die staat hier overal.

Ik kom nog een zilverstreepgrasmot tegen.

Ruw walstro.

Ik denk een hele kleine boorvlieg te zien, het is echter de prachtvlieg: Herina frondescentiae. Net op het moment van afdrukken springt hij.

Een bruin zandoogje in de avondzon.

Langs het fietspad ga ik nog even kijken of ik het vierentwintig-stippelig lieveheersbeestje zie. Wel het larfje gevonden, die zitten vaak in de buurt van de vraatsporen.

En daarnaast een ruitrandwants op het zeepkruid.

Orchideeën tellen

Donderdag 5 juli 2018
Heerlijk om weer in dit prachtige gebied orchideeën te tellen met Maarten. Wilgen, riet, moerasrolklaver en veel moeraswespenorchideeën (te veel om te tellen, die tellen we niet).

De laatst rietorchidee die nog bloeit.

Een enkele groenknolorchidee staat nog in bloei.

Maarten laat me de stippelzegge zien.

Hij vindt het ook heel leuk zoals de groenknollen groeien tussen de resten van de knopbies.

Bevertjes

Maandag 2 juli 2018
Met Hanneke ga ik een rondje Kennemermeer doen. Het zou een hele warme dag zijn, hier valt het gelukkig mee, het is ideaal weer. Ik zie iets roods in een plant, oeps, het zijn 2 moertjes met rode vleugeltjes, laat ik ze maar met rust laten.

We zijn allebei gek op bevertjes, zo leuk.

Gevleugeld hertshooi.

De zeegroene zegge die we van het voorjaar zo prachtig in bloei zagen staan heeft nu vruchten.

We kijken nog naar rond wintergroen, daar staat kwelderzegge in de buurt. We kunnen deze zegge mooi determineren omdat hij precies voldoet aan de tekening (51).

We lopen tussen de struiken door waar een smal paadje is, daar staan mooie grasjes tussen.

We gaan wat eten op het terras van een strandtent. Bij de strandopgang staat het helm ons toe te wuiven.

We gaan het gebied weer in op zoek naar zoutgras, dat is moeilijk te vinden, maar is wel gelukt. Ondertussen hoor ik een rietgors en het leuke is dat ik hem zie en niet zie, omdat hij op een rietstengel zit die steeds naar beneden buigt door de wind. Een citroenvlinder snoept van de ratelaar.

Hier en daar staan een paar plukjes veenpluis.

Hanneke ziet nog knoopkruid waar ik zomaar aan voorbijgelopen ben. Ik had het hier ook niet verwacht.

Plantenexcursie

Vrijdag 29 juni 2018
Mensen van Floron (de plantenwerkgemeenschap) komen vandaag op bezoek bij het Kennemermeer en ik ben de gids. Na de koffie vertel ik hoe het gebied is ontstaan en een stukje geschiedenis. Daarna kan ik al gelijk de hokjespeul laten zien. De vrouwenmantel ontdekt iemand zelf.

Op de heivlinderheuvel zie ik bolletjes op het walstro en denk aan de scheerlingzaadgalmug, maar er is ook een walstropeertjesmijt (denk ik) die ook zulke galletjes maakt.

Dan ziet iemand nog de havikskruidgalwesp, dus voor mij is het ook een leuke excursie 😉

Kleine watereppe.

Gewone engelwortel.

Bij de pauze zitten we in het gras en dan loopt er een klein spinnetje over mijn broek die op de riem van de fotokoffer springt, dus is het een springspinnetje. Bij het uitzoeken blijkt het om de gestreepte springspin te gaan en die is best bijzonder.

Karel heeft vlozegge ontdekt en als je het een maal gezien hebt is het makkelijk herkenbaar.

In het zuidelijk deel zien we moeraszoutgras, rond wintergroen, zilt torkruid en veel meer honingorchissen. We gaan richting Boulevard waar we op zoek gaan naar de zeelathyrus. Eerst zien we zeepostelein.

De bladeren van de zeelathyrus zijn heel herkenbaar.

Gelukkig weet ik de naam van zeevenkel. Het valt me toch mee wat ik heb kunnen laten zien, want er zijn ook bijzondere planten die ik niet weet te staan, maar bij het Kennemermeer staan zoveel bijzondere soorten.

Honingorchissen

Maandag 25 juni 2018
Leuk dat er vandaag een paar andere mensen meelopen bij de excursie van het Kennemermeer. Ik wil ze de bijenorchis laten zien, maar die is al uitgebloeid. Oorsilene is ook leuk. Ik weet een plek waar de honingorchis staat en daar staat ook een groenknolorchis bij, maar later komen we langs een plek waar een hele groep honingorchissen staan.

We lopen langs een stengel waar een pop van een sintjansvlinder aan zit en dan vinden we ook nog de rups.

Prachtige grote plekken met teer guichelheil.

’s Middags loop ik de vlinderroute langs de spoorlijn, helaas is het stukje gemaaid waar ik voorgaande jaren het zwartsprietdikkopje als eerste van het land zag. Ik zie er nog wel 5 voor de telling, maar als ik naar de middenberm loop waar niet gemaaid is tel ik daar zomaar 34 stuks op een stukje van 20 meter.