Oranje luzernevlinder

Zondag 16 augustus 2026
Een muntvlindertje is een klein nachtvlindertje.

Nog een nachtvlindertje die niet meedoet voor de vlindertelling, een anjerbladroller.

Ik denk een wespje te fotograferen, is het een mier met vleugels.

Dit is al de zoveelste zwartvlekgrasmot die ik tegen kom.

De oranje luzernevlinder is een trekvlinder en ze zijn talrijk dit jaar.

Pyjamawantsen, nog even gezocht naar nimfen want die zijn zo schattig, maar helaas

Mannetje roodbandbeer ziet een beetje bleekjes.

Kaneelglasvleugelwants op uitgebloeide rode klaver.

Zonsverduistering

Woensdag 12 augustus 2026
’s Middags tel ik vlinders bij de spoorlijn en het schijnt dat deze vuurvlinder vroeg in het seizoen is.

Nico en ik gaan ’s avonds naar de pier om naar de zonsverduistering te kijken. Vanaf de pier neem ik een foto van de mensenmassa, die zich in een baan vanaf de strandopgang naar de zee verzameld heeft.

Ik heb mijn Sony A77ii meegenomen omdat ik daar de instellingen goed van kan regelen. Toch had ik nog beter een filter op de lens kunnen zetten.

Nico heeft nog een foto genomen van mij met m’n eclipsbrilletje van 1999.

De verduistering is zo goed als afgelopen als we alweer naar huis fietsen, maar ik stap nog wel even af bij de Vissershaven voor een plaatje.

Bijenwolven

Maandag 27 juli 2026
De gevlekte scheerling is een schermbloem zoals de peen, de vruchten daarvan zijn zo leuk.

Dat is dicht bij de fietsenstalling van de Cremermeerroute en ik zie dat er een bewaker stiekem een oogje in het zeil houdt.

De dodaarsjes worden al wat groter. Ze zijn daar steeds met z’n drietjes.

Er vliegen enkele bijenwolven bij de Koningsweg en meerdere honingbijen. Ik sta een tijdje te wachten in de hoop dat een bijenwolf een honingbij pakt, nee, niet waar ik bij sta.

Wat lief dat de man grauwe klauwier even mooi vrij gaat zitten.

Terug bij het eerste vennetje zie ik Sjek daar zitten. Hij fotografeert een jonge blauwborst, kan ik ook gelijk mee profiteren.

Wieren

Zondag 26 juli 2026
’s Avonds ga ik naar de zuidkant van het Kennemermeer. Op het fietspad daar zie ik nog veel gierzwaluwen en ik doe nog een poging om ze goed op de foto te krijgen, helaas. In de buurt van sectie 3 vliegen pimpelmeesjes. Zo grappig dat deze pimpelmees net doet alsof hij fluit speelt.

Aan het eind van het fietspad ben ik bijna bij het strand. Op het strand wel 4 verschillende soorten wieren op een hoop: blaaswier, riemwier, Japans bessenwier en knotswier.

Tussen de wieren vind ik een paar gewone zeepissebedden, al een tijd niet meer gezien.

Avondlucht levert altijd bijzondere kleuren op.

Helemaal als ik over de Heerenduinweg terug ga, waar de zon op de bomen schijnt.

Mooie telling

Zaterdag 25 juli 2026
Alweer een bruine daguil op sectie 14 van het Kennemermeer.

Om de witjes van elkaar te onderscheiden maak ik als het kan een foto. Hier duidelijk een klein koolwitje.

Vrouw citroenvlinder op koninginnekruid.

Gewone koekoekshommel parasiteert op verschillende hommelsoorten.

Ik zie al meer prachtmotten, vandaag zelfs 5 en allemaal met hun koppie naar beneden.

Grote bloedbijen leven op zandgronden, waar ook de blauwe zeedistel te vinden is.

Blauwe lucht met een geel veld van heelblaadjes en rolklaver.

Insecten zijn dol op heelblaadjes, zoals de duinkegelbij.

Springspinnetjes zijn klein, maar heel snel. Ook wachten ze in een bloemetje zoals de parnassia tot er een vliegje in de buurt komt en die is dan de pineut.

Verdwaalde rups

Zaterdag 18 juli 2026
Bij de strandmonitoring moeten we extra opletten of we een gewone kleine heremietkreeft zien of de gemaskerde. Dit is de gewone, maar hij kijkt wel erg scheel.

Nou ja zeg, midden op het strand vinden we een rups van de wolfsmelkpijlstaartvlinder, die is daar zeker naar toe gewaaid.

We brengen de rups gauw terug naar de duinen en duiken dan een strandtent in voordat de bui los barst, maar het valt mee.

Zigzagmot

Donderdag 16 juli 2026
Een van de weinige zwartsprietdikkopjes dit jaar. Ze leggen eitjes op de rolklaver, maar ze halen dus ook nectar uit de bloem.

De bruine daguil is een nachtvlinder die overdag vliegt.

Een zeer zeldzame bonte mijtenwesp.

Zo’n mooi en bijzonder gebied en toch kom ik soms maar 1 mens tegen en die vraagt dan nog vaak waar de honingorchis staat. Er zijn gebiedjes met veel gele ratelaarbloemen en verderop een veldje met grote kattenstaart. Dit stukje staat vol met witte honingklaver, waar heel veel hommels op af komen.

Bruine zandoogjes zijn alle jaren talrijk.

Stippelzegge is zeer zeldzaam, dus nu ik het zie neem ik van alle kanten foto’s en vooral van dichtbij.

Veldhommel snoept van de witte honingklaver.

Jansvlinder op grote kattenstaart.

Icarusblauwtjes, copula, ze kijken er heel vrolijk bij.

In deze tijd zie ik altijd wel heelblaadjespalpmotten op heelblaadjes.

Een grote sluipvlieg: Cylindromyia brassicaria.

Zilt torkruid zit zo kunstig in elkaar.

Vrouw pluimvoetbij heeft heel wat stuifmuil aan haar achterpoten, dat neemt ze mee naar haar nest. Grappig dat er ook een parelmotje en een kakkerlakje?? op de heelblaadjes zitten.

De kleine parelmoervlinder nu van bovenaf.

Een kleintje: de zwartwitte snuitwapenvlieg, het is een mannetje.

Toen ik dit vlindertje voor de eerste keer zag ooit noemde ik het de zigzagmot en dat bleef ik doen en beweerde zelfs dat hij echt zo heette, kijk maar in het boek zei ik toen tegen Dik. Maar het is de gevlamde grasmot.

Fantastisch dat ik hier een koevinkje zie. Ik hoop dat ze hier uitbreiden, want in de duinen is het veel te droog geworden, daar houden ze niet van en dit blijft een gebied met vochtige ondergrond.

De wilde Bertram heeft heel veel pissenbedvliegjes te gast. Er tussen staat pijpenstrootje.

’s Avonds ga ik bij het Rode Dorp met andere mensen kijken naar de gierzwaluwen. We zien wel een stuk of 50 in de lucht en soms gieren ze vlak over onze hoofden.

Baardmannetjes

Donderdag 9 juli 2026
Met Sieneke heb ik afgesproken om naar de Marker Wadden te gaan. Eerst loop ik even rond bij de haven omdat Sieneke nog in het museum is. Zes jaar geleden was ik hier ook en toen zat meneer Hurkmans daar ook al te poepen. Beeldhouwwerk “Exposure” van Antony Gormley.

Reconstructie van “De Batavia”.

Met de boot “Nieuwe Horizon” van Natuurmonumenten varen we naar de Marker Wadden.

Alhoewel we eigenlijk voor de baadmannetjes komen (ik in ieder geval), kijken we eerst naar de planten. Even vragen we ons af of dit de vruchten van wondklaver is dat er dichtbij in bloei staat. Als we naar de onderkant kijken is het gelijk duidelijk.

Rolklaver, wilde marjolein en die witte zijn de bloemen van blaassilene.

Pastinaak zie ik niet veel, het ziet er heel leuk uit.

We lopen over de dijk met aan 2 kanten water. Aardig tafereeltje van kluut met 2 slapende jongen.

O, prachtig, er komt net een gele kwikstaart aan vliegen.

Leuk dat hij ook nog een liedje voor ons zingt.

Even daarna nog een (of dezelfde?) met een prooi, ik denk een moeraswapenvlieg.

We duiken de vogelhut De Duikeend in. Die is gebouwd in het water zodat we op ooghoogte zijn van het water. Zo kunnen we mooi de jonge kokmeeuw met een van de ouders zien.

Als we de vogelhut uit komen hoort Sieneke al snel de baardmannetjes, maar ze nu nog zien te vinden. Heel fijn dat een jonge baardman (met zwarte rug) zich zo goed laat zien.

We zien aardig wat jonge vogels, maar een mannetje zit verscholen in het riet, tot hij op een paaltje gaat zitten. Fantastisch gedaan manneke.

We lopen verder en horen een snor. We zien hem wel af en toe, maar dan heel kort. Te kort voor een foto. In het riet heb ik wel een kleine karekiet gezien.

De vogelhut “Lepelaar” heeft een lange steiger, waar je door kleine gaatjes de vogels kunt zien. Net groot genoeg om een krakeend met een pulletje te fotograferen.

In de vogelhut horen we steeds een boerenzwaluw heel dichtbij, tot we hem ontdekken, hij zit gewoon schuin boven ons hoofd, daarom gaan we snel weg om hem niet verder te storen.

Het is een vogelparadijs. Een rietzanger vindt het hier ook heel leuk en zingt het hoogste lied.

Nog een gele kwikstaart, nu in de zon zodat het geel extra oplicht.

We lopen weer richting boot die om 5 uur zal vertrekken, zodoende hebben we geen tijd meer op de “Steltloper” te bezoeken. Misschien ook niet zo erg, want daarvandaan zijn de vogels best ver weg.

Terug bij de Bataviahaven in Lelystad gaan we iets eten, dicht bij dit beeld.

Spanners

Woensdag 1 juli 2026
Van de buitenkant af zie ik al een spanner op het raam van het parkeerhok zitten. Het is de grijze stipspanner.

En een aangebrande spanner daaronder.

Ik dacht dat ik de harige langsprietwapenvlieg zie, maar het is de gewone.

Er komen al meer Franse veldwespen, herkenbaar aan de oranje antennen. Het is een vriendelijke soort.

Ik let altijd op of er insecten op de honingorchissen zitten, jawel, een heel kleintje, het halmvliegje.

Het lijkt wel alsof alle soldaatjes vrij hebben gekregen en het er nu van nemen. Kleine rode weekschild op duinkruiskruid.

Harkwespen

Maandag 29 juni 2026
Het gebied dat vorig jaar helemaal onder water stond bij mijn Cremermeerroute staat nu vol met echt duizendguldenkruid.

Er staat toch voor een kapitaal, hihi.

Bij sectie 7 loop ik door naar het strand, misschien zit er een heivlinder of een rups van een wolfsmelkpijlstaart. Helaas niet, een graspieper kan mijn teleurstelling niet goedmaken.

Vanaf de hoge strandopgang is er een mooi overzicht van het gebied waar ik de vlinders tel.

Eerst nog even kijken wat er allemaal op peen zit bij sectie 7.

Heel wat kleine insectjes, waaronder een mannetje en vrouwtje sluipvlieg (Cistogaster globosa). Ik heb de foto’s aan elkaar geplakt, zodat het verschil te zien is. Er zijn zoveel soorten vliegen en dan zijn de vrouwtjes ook nog anders dan de mannetjes, de naamgeving is bijna niet te doen. Gelukkig hebben we waarneming.nl die heel veel soorten herkent.

Vreemd dat er zo weinig witjes zijn dit jaar. Af en toe kom ik eens een klein geaderd witje tegen. Daarbij is de grote kattenstaart wel aantrekkelijk voor allerlei insecten.

Harkwespen kunnen klein of groot zijn, ik weet niet of dit nu een mannetje en een vrouwtje is, of allebei van hetzelfde geslacht.

De zwervende heidelibel heeft blauw aan de onderkant van de ogen, daardoor makkelijk te onderscheiden van andere heidelibellen. Dit is een vrouwtje.

Als ik na de telling weer op de fiets ben gestapt, stop ik bij het plekje waar de grauwe klauwier zou kunnen zitten en ik ontdek hem inderdaad.

Onweer

Zaterdag 27 juni 2026
De KNNV Haarlem bestaat dit jaar 125 jaar en vandaag vieren we dat op het strand met excursies. Er wordt gekord, dat is met een sleepnet over de bodem in het water slepen en dan kijken wat er in het net zit. Daar is wel belangstelling voor.

Voor de strandexcursie met mij is weinig belangstelling, ook omdat er weinig mensen zijn vanwege de weersvoorspelling. Wel kan ik vertellen dat blauwe haarkwallen behoorlijk kunnen steken.

Half 12 wordt het zo donker dat we stoppen en gauw een strandtent binnen gaan omdat het flink begint te onweren.

’s Avonds een hele dreigende lucht boven ons huis.

En dan barst het klank- en lichtspel los.

Rups kamillevlinder

Donderdag 25 juni 2026
Op waarneming.nl heb ik gekeken of er ergens rupsen van de kamillevlinder zijn. Een plek kan ik makkelijk vinden en niet te ver weg. In de berm staat een randje reukloze kamilleplanten en ja hoor, daar zit een rups bovenop een bloem. Eindelijk gelukt.

Ik dacht dat ik deze larf van een van de lieveheersbeestjes niet eerder had gezien met dat geel. Maar dat geel is stuifmeel en het beestje is gewoon het schaakbordlieveheersbeestje.

In een andere berm staat grijskruid en ik heb een fascinatie voor fasciatie dus het valt me gelijk op dat de stengel zo breed is. Het is zo bijzonder.

’s Avonds naar het strand in de hoop zeevonk te zien. Stom dat ik verdwaal op het strand, ik begon bij het zuidelijkste deel bij de strandhuisjes en kom zelfs bijna bij de pier terug, maar daar staat mijn fiets niet. De lichtjes aan de horizon dat is Zandvoort.

Zonsondergang

Zondag 21 juni 2026
Het is warm genoeg voor zeevonk, daarom ga ik ’s avonds richting pier. Eerst kijk ik bij het parkeerhok van het Kennemermeer of er nog nachtvlinders zitten. Aan de buitenkant een grote groene sabelsprinkhaan, nu eens helemaal vrij, want anders altijd tussen het gras.

Omdat het nog lang niet donker is kijk ik ook even naar de bloeiende russen. De platte rus heeft roze meeldraden.

Goed dat ik over het parkeerterrein fiets, 3 exemplaren van het hondskruid staan in bloei.

Bij de pier wacht ik tot de zon ondergaat, dan zijn de kleuren het mooist.

De Artania gaat een mooie zonsondergang tegemoet.

Geen zeevonk gezien, wel spectaculair dat er een helikopter op het strand landt waarbij het zand omhoog waait. Er was iemand onwel geworden in de strandhuisjes.

Donderwolken

Dinsdag 9 juni 2026
’s Avonds ga ik naar het Kennemermeer om me te verdiepen in zeggen en biezen. De valse voszegge ken ik goed. Hier staat hij in bloei.

De platte rus moet ik nog leren determineren, lijkt op de zomprus, maar die heeft witte meeldraden voor zover ik heb kunnen kijken.

Oei, ik denk dat ik snel naar huis moet.

Nog gauw een foto bij de Vissershaven.

En een bij De Geul bij het roestkunstwerk. Het was alleen dreiging want er zijn maar een paar druppeltjes gevallen.

Jonge groenlingen

Donderdag 21 mei 2026
Op de Koningsweg op mijn vlinderroute op het Zuidervlak landt een groenling. Die zijn zo schuw dat ik al blij ben met deze (niet zo scherpe) foto.

Nog blijer ben ik met foto’s van jonge groenlingen!

Als een van de ouders op een takje gaat zitten zie je de rode poten goed.

In de verte komt een kolonne Exmoors mijn kant op. Fantastisch die lichte neuzen. Achter de groep loopt de Shetlander.

Ze zijn al dichterbij gekomen.

Ik ga naar rechts het gebied in, waar de kleine pimpernel bloeit. Bovenin zitten de vrouwelijke rode stempels. De mannelijke helmknoppen hangen beneden.

Paardenstaarten van de koniks.

Sommige koniks zien er wat verwaarloosd uit, maar deze kont ziet er welvarend uit.

Argusvlinder

Donderdag 7 mei 2026
Het kan maar net met een temperatuur van 16 graden om vlinders te tellen, met onzekere weersverwachtingen ga ik toch naar het Zuidervlak. Onderweg door Duin en Kruidberg is het bewolkt en ook zonnig.

Speciaal voor de argusvlinder ga ik tellen en ik zie er 3 op de vlinderroute.

Bij sectie 3 zie ik een libel in het water spartelen, voorzichtig vis ik haar er uit, maar ook mond-op-mond-beademing mag niet meer baten, hahaha. Ze is ook al aangevreten zie ik.

Er is geen gemaskerd bal geweest in de duinen, dit is een bekkenbot van een of ander dier.

Ik hoor de koekoek steeds roepen en na de telling ga ik even kijken waar hij zit. Ik zie hem wel, maar te ver weg voor een foto.

Zwanen aan de wandel

Vrijdag 1 mei 2026
Ondanks dat het Cremermeergebied heel droog is geworden blijven er altijd natte stukken over waar ik mijn laarzen voor nodig heb voor mijn vlinderroute, ook al is het maar 1 of 2 stappen. Blaartrekkende boterbloem houdt wel van nattigheid.

De dotterbloemen doen het hier goed.

Schitterende kleur heeft zenegroen, vooral in combinatie met de bruinige bloeiende zegge.

Iemand heeft hier denk ik gelopen terwijl hij een appel at en heeft het klokhuis weggegooid zodat er nu een appelboom staat.

Het is hier zwaar genieten omdat ik hier mag komen terwijl het gebied afgesloten is, zo lekker rustig en wat een prachtig gebied.

Enkele bruine winterjuffers bij het watertje van sectie 3. Deze winterjuffers hebben in het voorjaar blauwe ogen.

In het water een gewone poelslak, ze zijn best groot.

Een spin die onder water loopt is de poelpiraat.

Het duin achter de koniks is hoog en bovenop is een uitzichtpunt voor wandelaars.

Bij sectie 9 staat een vrij kleine vogel en gelukkig blijft hij staan tot ik een goede foto heb. Gelukkig maar, want ik dacht dat het een groenpootruiter was, maar het is een bosruiter.

Bij de laatste sectie kijk ik achterom en zie dat 2 zwanen rustig voor de koniks uit lopen. Zo geinig.

Kleine beer

Maandag 20 april 2026
De groep is niet zo groot met de excursie bij het Kennemermeer, toch is er altijd wel iemand die iets ontdekt, zoals de harige langsprietwapenvlieg. Dat is voor mij weer een cadeautje.

De enkele bandzweefvlieg onderscheidt zich van andere bandzweefvliegen door de ene onderbroken band en dan een smallere band.

Er zijn 3 soorten waterbiezen in het gebied: gewone, armbloemige en slanke waterbies. Vermoedelijk is dit de slanke, heel mooi in bloei.

Marja ziet een oud nest van de wespspin, als ik kom kijken zie ik iets bruins bewegen tussen het gras en denk gelijk aan de kleine beer, daar moet Marja om lachen, maar als ik hem voorzichtig tevoorschijn haal is het een hele verse kleine beer dus.

Als iedereen hem gefotografeerd heeft zet ik het op een wilg om bij te komen van al die aandacht.

Ik ben altijd nieuwsgierig wat voor bijtjes er rondvliegen. Een grasbijtje op een paardenbloem.

Oei, ik moet vanmiddag ook nog schelpen tellen, ik hoop dat we het droog houden.

De mensen die op het strand mee gaan tellen zeggen dat ze een flinke regenbui onderweg hebben gehad. Gelukkig houden we het met het onderzoek vrijwel droog op een paar spatjes na.

De Amerikaanse zwaardschedes hebben zich keurig in de bandensporen verzameld.

Originele duinen

Zaterdag 4 april 2026
Met Audrey ga ik kijken bij het slibstrandje of er nog iets te zien is van zeekraal. Het staat er heel verdroogd bij. Wel bloeiend klein hoefblad met een witbaardzandbijtje.

Een klein getekend wantsje die slecht te zien is op het zand. Deze zandoeverwants blijft rustig zitten, ik zie er nog een die sprongen maakt.

Er liggen veel schilden van zeekatten op het strand, natuurlijk beginnen ze klein en kunnen dus best groot worden.

Dit zijn duinen zoals ze horen te zijn. Lekker hoog en met kale zandstukken.

Het helm groeit prima op zand, hoe meer zand er bovenop komt hoe langer de plant, dus ook onder het zand.

Jammer dat het op de foto er nooit zo uit komt te zien als in het echt, evengoed een mooi duinplaatje met op de achtergrond Zandvoort.

En ik zie de eerste blauwborst van het jaar en we kunnen hem goed horen zingen.

Kevertjes

Woensdag 1 april 2026
Met Hanneke heb ik afgesproken om de lantaarntjes bij het strand te zien. Maar als ik langs de Badweg rij zie ik 7 damherten voor het Semafoor liggen. Die horen daar niet, ze lopen daar al een tijdje rond en zijn ontsnapt uit de duinen.

In de duinen bij het strand staan de lantaarntjes tussen het bruine mos. Om het mos beter te kunnen bekijken hebben we er water over gegoten en dan wordt het al heel snel groen. Dat is het fascinerende van mosjes. Het is het duinsterretje.

De grijze bolsnuittor vind ik zo vaak dat ik de naam allang ken.

Ook van de bastaardzandloopkever, alhoewel het ook wel eens een strandzandloopkever kan zijn, maar die zijn zeldzaam, deze dus niet. Wat een kaken hebben ze.

Lapsnuitkevers ken ik wel, maar de duinlapsnuitkever is nieuw voor mij.

Flevoland

Zaterdag 21 maart 2026
Met de trein ga ik naar Harderwijk waar ik een OV-fiets huur. Bij de oversteek naar de Flevopolder ligt rechts het Veluwemeer en hier kijk je op het Wolderwijd, waar geen enkele vogel zit.

Het is hartstikke koud op de fiets en als ik mijn fiets bij het Harderbos zet hangt daar een handschoen, die ziet er alleen niet zo fris meer uit. Er zit een piepklein springspinnetje op van ongeveer 2 mm.

Ik loop naar de vogelhut in de hoop een zeearend te zien, wat natuurlijk niet lukt met dit grauwe weer. Wel aardig wat soorten op het water, zoals krakeenden, meerkoeten, grauwe ganzen, tafeleenden en enkele pijlstaarten.

Een paartje slobeend komt wat dichterbij.

Er is maar één wandelrondje, beetje saai gebied. Gelukkig komt de zon er door.

Ik dacht in een optimistische bui naar de Oostvaardersplassen te kunnen fietsen, maar elke keer als ik op de kaart kijk op mijn mobiel blijft het ver weg en er is niks te zien. Dan keer ik toch maar om. Ah, daar zie ik dan toch een lief ezelveulentje.

Zo schattig met dat staartje omhoog bij het plassen.

En even knuffelen met ma-ezel.

In Amersfoort wacht Nico op me op het station.

Witte merel

Vrijdag 6 maart 2026
Eerst ga ik langs het landje van Gruijters, de kluten zijn weg en de grutto’s houden zich liever ergens anders nog op. Ik ga door naar de Westhoffplas. Heel veel vogels verspreid over het water. Als ik even achterom kijk zie ik iets wits onder een heg bewegen. Ik hoop op een leucistische merel en dat is het ook. Dat ze dan zo wit zien komt doordat het pigment (melanine) er wel is, maar door een gemis aan een bepaald eiwit komt het pigment niet in de veren.

Wat komen die oranje snavels van de grauwe ganzen mooi uit zo in de lucht.

Ik fiets een stuk door en via de skiheuvel van Spaarnwoude weer terug.

Dit is wat voor Jessica en Tom: een echte klimmuur.

Boomleeuwerik

Woensdag 25 februari 2026
Na het Hubertuspad kom ik wandelend bij het Duinmeer. Bij de vogelhut een stuk of 10 mannetjes slobeend en een paar vrouwtjes met die abnormale snavel.

De mannetjes kuifeend krijgen die mooie kleuren in het voorjaar als de zon er op schijnt.

Terug op de Koningsweg hoor ik al een tijd een boomleeuwerik en het riedeltje komt al dichterbij. Yep, ik zie hem in de boom en niet eens ver weg.

Ik moet dezelfde weg terug over het Hubertuspad en de koolmeesjes vliegen daar heen en weer.

De zandvlakte waar ik vorige week een foto van had gemaakt, ziet er van de zijkant ook mooi uit met die schaduwen.

Ik ben dicht bij het Zuidervlak, waar 7 Schotse hooglanders staan. Hun ogen zijn vaak niet te zien door de lange kuif. Ze zijn dus bruin. Deze koe mist een hoorn.

Ze heeft in ieder geval geen zakdoek nodig.

En haar tong gebruikt ze als washandje om de andere koe schoon te likken.

Zijn stuur staat scheef, hihi.

Vlakte Zuidervlak

Vrijdag 20 februari 2026
Ik ga kijken bij het Zuidervlak of het al een beetje droog wordt daar. Mijn vlinderroute staat nog onder water, maar niet zo erg als vorig jaar. Daar in de buurt is een grote vlakte kaal gemaakt. Daar lopen 3 Exmoorpony’s en in het midden het oude Shetlandertje.

Op de heenweg vond ik deze boom zo mooi afsteken tegen de lucht. Op de terugweg toch maar afgestapt voor een foto, alhoewel het denk ik mooier was geweest als de lucht blauw was.

Tropische vlinder

Zaterdag 14 februari 2026
In Naturalis is er een bijeenkomst voor de schelpenteldag in maart. Ik dacht dat ik dan wel bekenden zou tegenkomen, dus ik op pad. Ik heb me verkeken op de reistijd met de bus van Haarlem naar Leiden. Gelijk maar een broodje genomen in het restaurant van Naturalis, nadat ik de mooi versierde parkeergarage ben gepasseerd.

Niet één bekende gezien. Ook de doodshoofdvlinder ben ik helaas nooit eerder tegengekomen en hier zitten er zomaar een stuk of 15 in een doosje.

De Madagaskar sunset mot. Zulke prachtige vlinders hebben we niet in Nederland, ja, alleen opgeprikte of in een vlindertuin.