Geveerde witvleugeluil

Vrijdag 5 oktober 2018
Na het badminton fiets ik nog naar het Kennemermeer. Ik tref het wel, want op het parkeerhok zitten twee geveerde witvleugeluilen.

De tweede zit net om het hoekje in de schaduw en die fotografeer ik met flits.

Ik ga op zoek naar insecten, maar na goed zoeken heb ik alleen wat muggen en vliegen gezien. Het is echt treurig met de insecten. Een cotoneaster is geen wilde plant, misschien hier gekomen door vogels die de zaden uitgepoept hebben.

Ook op de melkdistel zit geen insect.

Een ouder zilvermeeuw vliegt over met 2 jongen schreeuwend er achteraan.

Koffiebroodjes en tijgerbollen

Donderdag 4 oktober 2018
Met Hanneke ga ik gezellig op pad naar de AWD. We gaan naar ingang De Zilk en dat vind ik te ver om op de fiets te doen en ik mag lekker meerijden in de auto. Al gauw zien we in de AWD een mannetje damhert, hij is rustig aan het grazen. We hebben ook geen herten horen burlen, misschien te vroeg in het jaar of te laat op de dag?

Dat lijkt me ook gezellig, met een gezelschap zo in de duinen rondrijden.

Op mest zijn ook paddenstoeltjes te vinden.

Het lijken net koffiebroodjes, deze dennenvoetzwammen. We zijn helemaal verrukt van deze kleurige zwammen.

Een oranje slijmzwam.

We hebben zelf brood meegenomen, anders hadden we een hap moeten nemen uit deze tijgerbollen.

Jammer dat ik bijna geen namen weet van paddenstoelen, dit is ook een leuk exemplaar.

De zadelzwam ken ik wel, maar als je de jonge exemplaren zonder die grote zou zien, dan zou het nog een probleem zijn om op de naam te komen.

Paddenstoelen.

Er zijn hier veel stronken van dennenbomen waar paddenstoelen op groeien en dit zouden dennenzwavelkopjes kunnen zijn.

Hele grote paddenstoelen.

In de AWD (Amsterdamse Waterleiding Duinen) mag je overal struinen. Soms is het wat dichtbegroeid, maar meestal leent het landschap zich daar ook wel voor.

Zomaar een paar plantjes rood guichelheil.

Er staan wel honderden bleekgele droogbloemen op een droog veldje.

Doornappels staan juist op plekken waar de grond omgewoeld is geweest.

En dan komen we alweer bij het Oosterkanaal en zijn dicht bij de uitgang.

We nemen nog een lekkere pannenkoek bij de Ruygenhoek tot besluit.

Vogelkers

Donderdag 27 september 2018
Op de spoorlijn tel ik nog heel wat kleine koolwitjes. Rare tijd van het jaar dat de Amerikaanse vogelkers bloeit.

Er zijn al heel wat spreeuwen op doortocht, maar ze moeten ook opvetten.

Na het tellen van de 4 vlinders van de Cremermeerroute ga ik door naar het Vogelmeer. Een aalscholver probeert zijn vleugels te drogen terwijl hij nog in het water is.

De ene dag zijn de koniks hier en de volgende dag zijn ze weer een heel stuk verderop.

Grote gaap

Dinsdag 25 september 2018
De blauwe reiger staat een beetje te dommelen op de steiger van de jachthaven en moet dan even gapen.

Als het vrouwtje wilde eend zich uit schudt zie je de mooie kleuren goed.

Zonnig weer met dreigende wolken.

Aalscholver naast de pier.

Ik ga naar het Kennemermeer op zoek naar insecten, alleen een muurwesp op de witte honingklaver.

Op de fiets langs de Heerenduinweg zie ik een bedeguargal, dus even van dichtbij bekijken. Er zit een krabspin op.

In die bedeguargal zitten dus larfjes van wespjes en daar komt een ander sluipwespje op af: de Torymus bedeguaris, die legt haar eitjes op of in die larfjes.

Zandambrosia

Maandag 17 september 2018
Bij de wandeling door het gebied van het Kennemermeer bekijken we de peultjes van de moerasrolklaver.

De rozetbladeren van de oorsilene, zou daar de naam van komen, het lijkt op oortjes.

Deze oorsilene staat nog vol in bloei.

Er komt iemand met een plantje met de vraag welke dat is. Bij de anderen is het niet bekend, ik weet het wel. Het is zandambrosia. We gaan op zoek naar meerdere exemplaren, maar kunnen ze niet meer vinden.
Dit zou zomaar zomerbitterling kunnen zijn.

Net voordat ik mijn fiets pad staan er nog een paar zwartwordende wasplaten voor mijn voeten.

Na de koffie fiets ik over het fietspad langs het Kennemermeer en daar staat het volop van de zandambrosia.

Van dichtbij ziet het er zo uit.

Ook de asperge heeft hele mooie bloempjes.

Een akkerhommel profiteert nog van het bloeiende slangenkruid.

’s Avonds is er een mooie zonsondergang met op de voorgrond meerkoetjes die het water in sjezen.

Stabrechtse heide

Zondag 16 september 2018
Met de trein ga ik naar Geldrop om van daaruit naar de Stabrechtse hei te wandelen. Toppunt van ironie: een valse Christusdoorn voor de H. Brigidakerk.

Ik loop langs de Rul, een smal riviertje. Onderweg kom ik een plant tegen die ik zo niet herken. Het is radijs.

Er vliegen hier nog zwaluwen, bij ons zijn ze al vertrokken. De hei ziet er hier ook niet zo rooskleurig uit.

Mooie veulens staan hier in de wei.

Ik moet toch weer even de peen dichterbij bekijken. Er zit een kameleon krabspin in die een vliegje te pakken heeft.

Ach wat liggen die kalveren daar lief.

Ik heb het laarzenpad gelopen, waar niet veel aan was. Nu sta ik bij het informatiebord waar ergens een paddenstoelaanwijzing moet staan, maar die is niet te vinden.

Ik ga naar links, het is vrij druk met wandelaars. Franse veldwespen vliegen hier.

Aan het eind van het pad bij een kruising denk ik dat ik toch verkeerd ben gelopen en ga weer terug naar het infobord. Daar ga ik de hei op in de hoop dat het wat kleurig is, maar ik denk het niet. De blauwe lucht geeft de meeste kleur.

Verder is er niet veel aan en zelfs teleurstellend als ik bij een plek kom waar normaal een vennetje was, die is helemaal verdroogd.

Jammer dat de wandeling nu over zo’n klein stuk heide gaat. Het is nog druk met fietsers en wandelaars ook. Ik kom weer op hetzelfde pad terecht waar ik verkeerd was gelopen, dus nu voor de 3e keer dit stuk. Nu ontdek ik wel vliegende mieren, een heel nest.

In de trein naar huis zie ik in de buurt van Den Bosch heteluchtballonnen.

Kustmelde

Maandag 10 september 2018
Omdat ik er gister niet uit kwam welke plant het nu was dat Sieneke op geel cichorei vond lijken ga ik vandaag opnieuw kijken naar de planten langs het voetpad van de jachthaven. Ik kom uit op gewoon biggenkruid.

Een bleke vlekwortelmot zit op bijvoet.

Deze knopjes van bijvoet zijn nog heel vers. Uitgebloeid lijken ze heel erg op duinaveruit, alleen het blad is heel anders.

Daar staat ook melde en dat is wel een heel erg moeilijk soort, ik kom hierbij vanwege de bultjes op de knopjes op kustmelde.

Ik ga nog even kijken op het strand of ik betere foto’s kan maken van de bontbekpleviertjes, die staan er niet beter op, maar de achtergrond vind ik wel mooi.

Tapuit

Zondag 9 september 2018
Sieneke die ik ken van de KNNV loopt vandaag mee met de strandwacht. Gelukkig ligt er wel het een en ander, zoals de duidelijk getekende kompaskwal.

Verder veel apenhaar op het strand en deze schoen is er helemaal door overwoekerd. Op het apenhaar zitten veel strandvliegen en zo te zien komen er nog veel meer bij binnenkort.

Je kan zien dat het een werkschoen is geweest, de verf zit er nog op. Bovendien een Nieuwzeelandse pok.

Voor het eerst vinden we gedoornde sepia’s en meteen maar 3 tegelijk.

Met Sieneke ga ik na afloop nog de pier op. Op het strand zitten maar liefst een stuk of 35 bontbekpleviertjes die gezelschap gehouden worden door bonte strandlopers.

Voordat we verder de pier op gaan maak ik eerst een foto van de heldere lucht.

En aan het eind van de pier, deze met de weerspiegeling van de zon op het water.

Behalve een kanoet zijn er niet veel vogels op de pier.

We lopen over het voetpad langs de jachthaven terug. Een tapuit vliegt voor ons uit. Hij blijft even staan voor de foto en vliegt dan weer verder. Dat kan ik niet zeggen van de tapuit die ik vanmorgen vond langs het voetpad langs de Kanaaldijk.

We kijken naar de planten omdat hier zoveel bijzonders staat. Kamille is een van de gewone soorten.

Sneue kneu

Dinsdag 4 september 2018
Na het avondeten fiets ik langs de jachthaven, wie weet kom ik het wezeltje nog tegen. Helaas wel een sneue kneu. Die ziet er slecht uit en dat komt waarschijnlijk omdat zijn snavel vergroeid is.

Ik fiets voor niks helemaal naar het eind van de pier. Terug bij het begin van de pier maak ik een foto van de ondergaande zon.

Daar zwemmen twee zwanen, waarvan er een geringd is.

Stadsreus

Vrijdag 31 augustus 2018
Meissie Moppie.

Ik ga naar het Kennemermeer er zal toch wel wat te insecteren zijn? Ik zal vooral de heelblaadjes goed inspecteren. Ja hoor, een donker miniwespje met legboor. Thuis zie ik dat ze mooi groen is.

Een stadsreus in de vrije natuur.

Een limonadewesp heeft een dambordvlieg te pakken.

Een purperen stipspanner, een klein vlindertje.

Peen met 2 mieren.

Bij het water vliegen enkele paardenbijters.

Ik vraag me steeds af welke vogeltjes steeds in het gras zitten en piepend wegvliegen als ik er aan kom. Logisch dat dat graspiepers zijn.

De doodshoofdzweefvlieg fotografeer ik meestal op de rug omdat die tekening zo duidelijk is. Zo van voren zijn ze hartstikke leuk, vooral met dat uitstekende tongetje.

Zweefvliegen

Dinsdag 28 augustus 2018
Veel woeste sluipvliegen op het eerste stukje van de Vossendel.

Stom dat ik de helmkruidbladwesp niet gelijk herken.

Ik had nog foto’s willen maken van die prachtige oranjerode hertenzwammen, dat doe ik nu ook, alleen zien ze er niet meer zo florissant uit.

Er staan paddenstoelen die ik er nogal goor uit vind zien. Als ik ze goed bekijk zie ik dat er een schimmel op zit, dat ziet er uit als hele fijne stuifsneeuw, dus dichtbij wel mooi.

Een of andere boleet.

Ik volg een vliegende vliegende speld tot hij gaat zitten op een bloem van een braam, dan kan ik een foto maken.

Ik dacht dat ik nog steeds de vliegende speld achtervolg, tot ik zie dat het een andere zweefvlieg is: een van de platvoetjes.

Eerst bedelt een jong kraai bij een van zijn ouders, dan gaat hij zelf maar wat lekkers zoeken op het weiland van de Vossendel.

Bij het Cremermeer kijk ik nog eens heel goed of ik de kolibrievlinders zie bij de bloemetjes van de boksdoorn, helaas niet gezien.

Het paddenstoelenseizoen is al goed op gang gekomen. Hier staan plooirokjes.

Gewone bandspanners vliegen hier genoeg, maar op de foto krijgen is een tweede.

Op het open stuk staat een damhert, hij heeft mij niet in de gaten en ik kan mijn lens op hem richten tot hij opkijkt.

Op het fietspad stop ik voor een rups van de wilgenhoutrupsvlinder. Toevallig staat Dick Groenendijk er bij en hij zegt dat ik hem natuurlijk veilig over zet, dus ik pak de rups op, voelt best eng aan, als een soort rubber. Hij is ook heel groot.

Thuis zit er nog een zweefvlieg op mij te wachten: de menuetzweefvlieg, herkenbaar aan de dikke dijen.

Station Sloterdijk

Zondag 26 augustus 2018
Ik ga een bakkie doen bij Thijs en ga met de trein. Daarvoor moet ik wel geduld hebben op Sloterdijk, de trein heeft 20 minuten vertraging. Met een fototoestel in mijn hand vermaak ik me wel.

Zo ontdek ik ook straatliefdesgras op het perron.

Mooi stuk Nederland, dicht bij Purmerend.

Oranjerode hertenzwammen

Maandag 20 augustus 2018
Mijn ogen mankeren niets, een hele kleine rups van een kleine beer ontdek ik zomaar op een blaadje van watermunt, terwijl we met de groep van de KNNV bij het Kennemermeer wandelen.

Er wordt getwijfeld aan de naam melkkruid die ik gaf aan dit plantje. Nu Marja een plantje met vruchtjes vindt weten we het zeker dat het melkkruid is.

De bloemetjes van wolfspoot zijn onmiskenbaar.

En dan kom je zomaar zo’n gekke uitgebloeide bloem van de rietorchis tegen.

Ik kan wel zeggen dat mijn ogen superscherp zijn, want zelfs dit allerkleinste springspinnetje zie ik op een blaadje en als ik hem wil fotograferen springt hij op mijn hand. Ter plekke weet ik al dat het een blinkertje is, maar daar zijn ook weer soorten in.

Na het koffiedrinken ga ik het strand op om naar vogels te kijken. De kleine snelle drieteenstrandlopertjes rennen weer heen en weer bij elke golfslag.

Altijd leuk om een kanoet te zien.

Dan komt er een kleinere bij hem lopen en ik denk eerst dat het een jonge kanoet is, maar het is een bonte strandloper.

Toch lopen ze een heel eindje samen op alsof ze bij elkaar horen.

Blauwe lucht en een wolkenband boven land.

Vanaf de pier kijk je op het badritueel van de steenloper …

… en de bonte strandloper zingt daarbij het hoogste lied.

Ik heb nog tijd om naar de Vossendel te gaan om vlinders te tellen. Weinig dagvlinders, maar op het weiland zie ik wel wat weegbreemotten.

Tot mijn verrassing staan er in een holle boomstronk prachtige oranjerode hertenzwammen. Ze zijn nogal bijzonder, dus ik tref het. Ik moet wel flitsen, want erg licht is het hier niet.

Waterdiertjes van het Kennemermeer

Dinsdag 14 augustus 2018
De KNNV heeft een excursie met waterdiertjes in het Kennemermeer. Met netjes worden beestjes uit het water geschept en in bakken gedaan. Er zijn al gauw heel wat brakwateraasgarnaaltjes verzameld.

Ik wil eentje goed fotograferen in een dekseltje, maar die springt op mijn duim. Is gelijk goed de grootte te zien, zo klein zijn ze.

Wel een toepasselijke naam: de tijgervlokreeft.

De ovale poelslak lijkt wel goudachtig van kleur. Het beest van de gewone schijfhoren is donkerrood.

Dik en Wim zijn ook wat verder het water in gegaan.

Het traktorwieltje is wel heel klein, daarnaast de gewone schijfhoren en het Jenkins’ waterhorentje.

Dit lijkt wel een kunstwerk van de aasgarnaaltjes.

Brakwatersteurgarnaal.

De topper van vandaag: een koker van een kokerjuffer die Jenkin’s waterhorentjes op het kokertje heeft geplakt. Er zit ook een draaikolk schijfhoren op.

Dit is een levende draaikolk schijfhoren.

De moeraspoelslak fotografeer ik, maar dan wil ik ook het mondje fotograferen, ik wil hem omkeren, maar dat wil niet erg en dan waait hij uit mijn hand. Wim had hem gevonden en hij zegt dat er maar ééntje in het meer zat 😉

Verder waren er nog platworden met de prachtige naam: lugubere glijer.
Op de terugweg kijken we nog naar het bloemetje van de waternavel.

Er staat weer water in het poeltje en iemand ziet een heel klein rugstreeppadje, met moeite kan ik hem terugvinden. Het is wel gelukt.

Tropische verrassing

Zondag 5 augustus 2018
Eindelijk zijn er weer Icarusblauwtjes.

Een heel klein kevertje met de mooie naam: Neocrepidodera transversa

Zou dit weer het zilveren fluitje zijn?

Het lijkt wel de vorm van een roos, deze uitgebloeide ratelaar.

Ze kunnen aardig variabel zijn die schuimbeestjes.

Ik ben op zoek naar de knopbiesparelmot en het is eigenlijk een wonder dat ik ze vind, want ze zijn amper 2 mm.

Opeens zie ik een lichtblauw vogeltje in het gras duiken. Het lijkt een parkiet en ik sluip dichterbij om hem te kunnen zien. Even denk ik dat hij tam is omdat hij vlak langs me scheert, maar dan vliegt hij piepend een heel eind weg. Helaas geen foto.
Op de heivlinderheuvel zie ik vaak blauwvleugelsprinkhanen met mooi weer. Een vrouwtje zit op het pad en een mannetje komt al dichterbij, tot hij haar omhelst, maar daar blijft het bij.

Klein maar fijn, het geelhartje.

Muntvlindertje

Donderdag 2 augustus 2018
Er zijn maar weinig dagvlinders om te tellen op de spoortlijn, daarom maakt dit kleine muntvlindertje de telling nog een beetje leuk.

Bij de Vossendel loop ik alleen de vlinderroute en tel gelijk de nectarplanten. Ik heb dan ook even tijd om de insecten te bekijken, zoals deze woeste sluipvlieg.

Door de duinen fiets ik terug naar huis, het is nog steeds prachtig weer. Een bloedrode heidelibel steekt zo mooi af tegen de blauwe lucht. Hij zit op uitgebloeid veldhondstong.

Wezepsche heide

Woensdag 1 augustus 2018
Het is weer tijd om mijn vrij-reizen-kaart van de NS te gebruiken. Bij Wezep is een stuk heide en daar ga ik heen. Vanaf het station is het bos al heel dichtbij.

Hier is het nog droger dan bij ons, het geeft wel veel kleur, maar niet de kleur die ik voor ogen had, dat was de paarse heide.

Heidelibellen voelen zich prima thuis op de heide, zoals deze steenrode heidelibel.

Geen strakblauwe luchten meer, misschien komt er binnenkort wat regen!

Er klinkt wel een heel bekend geluid, een soort getik. Als ik de roodborsttapuit zie weet ik het dus zeker.

Hier moeten Schotse hooglanders lopen, eindelijk zie ik een jong exemplaar en even later komt zijn moeder er ook aan.

Wat een enorme stier.

Nog een steenrode heidelibel, op het laatste hei dat nog in bloei staat.

Nog nooit uitgebloeid vingerhoedskruid gezien, toch herken ik het gelijk.

Ik maak geen lange wandeling, trakteer mezelf op een softijs en zo glijdt het landschap in de buurt van Kampen om kwart voor 3 aan me voorbij in de trein. Zo ben ik mooi op tijd weer thuis.

Kleine vos

Zondag 29 juli 2018
Eindelijk een kleine vos en nog wel op mijn eigen vlinderstruik in de voortuin.

Ik ga ’s avonds naar het Kennemermeer, misschien zie ik nachtvlinders in het wild. In ieder geval wel twee aardhommels op de kattenstaart.

Hij heeft echt lange spillepoten deze kruidenspillenbeen-wants.

Weidevlekogen zie ik steeds meer.

Ik kijk ook uit naar de heelblaadjespalpmot, dat is niet moeilijk, ik zie er meerdere.

Een vlindertje van amper 1 cm blijkt toch een uiltje te zijn: een zandhalmuiltje.

Het gaat goed met de nachtvlinders: een gewone bandspanner.

Omdat het al wat donker begint te worden gebruik ik de flits bij het blauwe glidkruid.

Een aangebrande spanner op koninginnekruid.

Een pendelzweefvlieg zit verstopt onder een blad.

Harkwesp

Woensdag 18 juli 2018
Op het weiland van de Vossendel staat nog wel veel duinkruiskruid en daar zit een harkwesp op, ook leuk dat de zweefvlieg daar net in de lucht hangt.

Bij de Cremermeerroute kijk ik goed wat er allemaal op heelblaadjes zit, dit keer een metselbijtje met die grijsgevlekte ogen.

Langs het randje van de Koningsweg staan veel heelblaadjes en duindoorns, daar vliegen een paar bonte zandoogjes.

Een langlijfje op heelblaadjes.

Wat vind ik kamperfoelie toch mooi.

Twee sintjansvlinders op koninginnekruid.

Een heel erg afgevlogen grote keizerlibel. Later denk ik dat het een zuidelijke keizerlibel is, want overall staat beschreven dat de grote keizerlibel een groen borststuk heeft en de zuidelijke heeft een bruine. Toch is het de grote, vanwege de twee (licht)blauwe driehoekjes op de achterkant van het borststuk bovenop.

Bij deze foto van een mannetje kan je de kleur beter zien van de driehoekjes.

Een vrouwtje grote keizerlibel heeft groene ogen en een groener achterlijf. Hier zijn de driehoekjes ook te zien in het groen.

Ik denk dat dit drienervige zegge is.

Konijnenlatrine

Donderdag 12 juli 2018
We gaan voor de laatste keer gezamenlijk orchideeën tellen bij het Kennemermeer. We zien een konijnenlatrine en er omheen is het door de bemesting goed begroeid 😉

Na het tellen fiets ik over het fietspad langs het Kennemermeergebied, ik hoop heivlinders te zien. Een jonge veldsprinkhaan is nu al een achterpoot kwijt geraakt.

De stalkaars is nog niet verdroogd, verder ziet het er vrij troosteloos uit door de droogte.

Jonge dodaars

Woensdag 11 juli 2018
Joke en ik zien de eerste Icarusblauwtjes dit seizoen en gelijk wordt er al voor nageslacht gezorgd.

Het is ook tijd voor zwavelzwammen zien we.

Na het tellen nemen we een ijsje bij de koffieboerderij. In het bovenste nest zit nog één jong zover we kunnen zien.

Ik zie dat ik een rupsje meegenomen heb van de Vossendel. Ik laat hem tussen de brandnetels vallen, maar thuis zie ik dat het een rupsje van de zilveren groenuil is en die zit altijd in bomen.

Bij de tankval ga ik kijken of ik een jong dodaarsje zie, het is er inderdaad maar één. Sony A68 400mm

Wat een parmantig schatje.

De heidelibel die hier vliegt is rood, dus de bloedrode heidelibel.

Over het veld met duinkruiskruid zie ik iets fladderen, dat zal de keizersmantel wel zijn.

Bovendien een dagpauwoog. Wat een kleuren!

De tekening op de onderkant van de vleugel van de keizersmantel.

Een roodborstje bij de uitgang van de Herenduinen.

Jonge roodborsttapuit

Maandag 9 juli 2018
In de buurt van de tankval zitten ook veel koevinkjes.

Ik ga de Cremermeerroute tellen. Op sectie 7 zitten 2 bruine blauwtjes.

Op sectie 4 zie ik vrijwel altijd roodborsttapuiten en vandaag een jonge.

Het voorzichtige piepje van een pieper.

Moeraszoutgras

Zondag 8 juli 2018
Nu ik weet waar moeraszoutgras staat bij het Kennemermeer ga ik kijken of ik het mooi op de foto kan krijgen. Eerst zie ik een puntsnuitbladroller die niet algemeen is.

De aardhommel is in slaap gedommeld.

Wonderbaarlijk zoals het moeraszoutgras er uit ziet.

Het staat in de buurt van heel veel heen.

En dwergzegge, maar die staat hier overal.

Ik kom nog een zilverstreepgrasmot tegen.

Ruw walstro.

Ik denk een hele kleine boorvlieg te zien, het is echter de prachtvlieg: Herina frondescentiae. Net op het moment van afdrukken springt hij.

Een bruin zandoogje in de avondzon.

Langs het fietspad ga ik nog even kijken of ik het vierentwintig-stippelig lieveheersbeestje zie. Wel het larfje gevonden, die zitten vaak in de buurt van de vraatsporen.

En daarnaast een ruitrandwants op het zeepkruid.

Kleintjes

Vrijdag 6 juli 2018
Gelukkig heb ik mijn fotospullen meegenomen naar badminton, want als ik daarna langs een sloot fiets zie ik kleine kuifeendjes, die zie ik zelden.

Maar jonge kluutjes heb ik nog nooit gezien, dus ik tref het.

Al helemaal zelfstandig.

Heel schattig.

Langs de Mooie Nel staan heel veel berenklauwen, het lijkt wel een berenbos.

Bij het slootje bij Penningsveer kijk ik naar krabbenscheer, je weet maar nooit of er een groene glazenmaker ooit komt. Ondanks het mooie weer, bijna geen juffertje te zien. Een weidevlekoog vind ik wel leuk, het is een zweefvlieg.

Aan de overkant van het slootje landt een atalanta op een berenklauw.

Langs het fietspad in de Heksloot staat roze duizendguldenkruid.

Landelijk plaatje.

Twee jonge eendenkontjes.

Bij het landje van Gruijters staat een grauwe gans tussen de goudknopjes.

Orchideeën tellen

Donderdag 5 juli 2018
Heerlijk om weer in dit prachtige gebied orchideeën te tellen met Maarten. Wilgen, riet, moerasrolklaver en veel moeraswespenorchideeën (te veel om te tellen, die tellen we niet).

De laatst rietorchidee die nog bloeit.

Een enkele groenknolorchidee staat nog in bloei.

Maarten laat me de stippelzegge zien.

Hij vindt het ook heel leuk zoals de groenknollen groeien tussen de resten van de knopbies.