Zweefvliegen

Dinsdag 28 augustus 2018
Veel woeste sluipvliegen op het eerste stukje van de Vossendel.

Stom dat ik de helmkruidbladwesp niet gelijk herken.

Ik had nog foto’s willen maken van die prachtige oranjerode hertenzwammen, dat doe ik nu ook, alleen zien ze er niet meer zo florissant uit.

Er staan paddenstoelen die ik er nogal goor uit vind zien. Als ik ze goed bekijk zie ik dat er een schimmel op zit, dat ziet er uit als hele fijne stuifsneeuw, dus dichtbij wel mooi.

Een of andere boleet.

Ik volg een vliegende vliegende speld tot hij gaat zitten op een bloem van een braam, dan kan ik een foto maken.

Ik dacht dat ik nog steeds de vliegende speld achtervolg, tot ik zie dat het een andere zweefvlieg is: een van de platvoetjes.

Eerst bedelt een jong kraai bij een van zijn ouders, dan gaat hij zelf maar wat lekkers zoeken op het weiland van de Vossendel.

Bij het Cremermeer kijk ik nog eens heel goed of ik de kolibrievlinders zie bij de bloemetjes van de boksdoorn, helaas niet gezien.

Het paddenstoelenseizoen is al goed op gang gekomen. Hier staan plooirokjes.

Gewone bandspanners vliegen hier genoeg, maar op de foto krijgen is een tweede.

Op het open stuk staat een damhert, hij heeft mij niet in de gaten en ik kan mijn lens op hem richten tot hij opkijkt.

Op het fietspad stop ik voor een rups van de wilgenhoutrupsvlinder. Toevallig staat Dick Groenendijk er bij en hij zegt dat ik hem natuurlijk veilig over zet, dus ik pak de rups op, voelt best eng aan, als een soort rubber. Hij is ook heel groot.

Thuis zit er nog een zweefvlieg op mij te wachten: de menuetzweefvlieg, herkenbaar aan de dikke dijen.

Station Sloterdijk

Zondag 26 augustus 2018
Ik ga een bakkie doen bij Thijs en ga met de trein. Daarvoor moet ik wel geduld hebben op Sloterdijk, de trein heeft 20 minuten vertraging. Met een fototoestel in mijn hand vermaak ik me wel.

Zo ontdek ik ook straatliefdesgras op het perron.

Mooi stuk Nederland, dicht bij Purmerend.

Oranjerode hertenzwammen

Maandag 20 augustus 2018
Mijn ogen mankeren niets, een hele kleine rups van een kleine beer ontdek ik zomaar op een blaadje van watermunt, terwijl we met de groep van de KNNV bij het Kennemermeer wandelen.

Er wordt getwijfeld aan de naam melkkruid die ik gaf aan dit plantje. Nu Marja een plantje met vruchtjes vindt weten we het zeker dat het melkkruid is.

De bloemetjes van wolfspoot zijn onmiskenbaar.

En dan kom je zomaar zo’n gekke uitgebloeide bloem van de rietorchis tegen.

Ik kan wel zeggen dat mijn ogen superscherp zijn, want zelfs dit allerkleinste springspinnetje zie ik op een blaadje en als ik hem wil fotograferen springt hij op mijn hand. Ter plekke weet ik al dat het een blinkertje is, maar daar zijn ook weer soorten in.

Na het koffiedrinken ga ik het strand op om naar vogels te kijken. De kleine snelle drieteenstrandlopertjes rennen weer heen en weer bij elke golfslag.

Altijd leuk om een kanoet te zien.

Dan komt er een kleinere bij hem lopen en ik denk eerst dat het een jonge kanoet is, maar het is een bonte strandloper.

Toch lopen ze een heel eindje samen op alsof ze bij elkaar horen.

Blauwe lucht en een wolkenband boven land.

Vanaf de pier kijk je op het badritueel van de steenloper …

… en de bonte strandloper zingt daarbij het hoogste lied.

Ik heb nog tijd om naar de Vossendel te gaan om vlinders te tellen. Weinig dagvlinders, maar op het weiland zie ik wel wat weegbreemotten.

Tot mijn verrassing staan er in een holle boomstronk prachtige oranjerode hertenzwammen. Ze zijn nogal bijzonder, dus ik tref het. Ik moet wel flitsen, want erg licht is het hier niet.

Waterdiertjes van het Kennemermeer

Dinsdag 14 augustus 2018
De KNNV heeft een excursie met waterdiertjes in het Kennemermeer. Met netjes worden beestjes uit het water geschept en in bakken gedaan. Er zijn al gauw heel wat brakwateraasgarnaaltjes verzameld.

Ik wil eentje goed fotograferen in een dekseltje, maar die springt op mijn duim. Is gelijk goed de grootte te zien, zo klein zijn ze.

Wel een toepasselijke naam: de tijgervlokreeft.

De ovale poelslak lijkt wel goudachtig van kleur. Het beest van de gewone schijfhoren is donkerrood.

Dik en Wim zijn ook wat verder het water in gegaan.

Het traktorwieltje is wel heel klein, daarnaast de gewone schijfhoren en het Jenkins’ waterhorentje.

Dit lijkt wel een kunstwerk van de aasgarnaaltjes.

Brakwatersteurgarnaal.

De topper van vandaag: een koker van een kokerjuffer die Jenkin’s waterhorentjes op het kokertje heeft geplakt. Er zit ook een draaikolk schijfhoren op.

Dit is een levende draaikolk schijfhoren.

De moeraspoelslak fotografeer ik, maar dan wil ik ook het mondje fotograferen, ik wil hem omkeren, maar dat wil niet erg en dan waait hij uit mijn hand. Wim had hem gevonden en hij zegt dat er maar ééntje in het meer zat 😉

Verder waren er nog platworden met de prachtige naam: lugubere glijer.
Op de terugweg kijken we nog naar het bloemetje van de waternavel.

Er staat weer water in het poeltje en iemand ziet een heel klein rugstreeppadje, met moeite kan ik hem terugvinden. Het is wel gelukt.

Tropische verrassing

Zondag 5 augustus 2018
Eindelijk zijn er weer Icarusblauwtjes.

Een heel klein kevertje met de mooie naam: Neocrepidodera transversa

Zou dit weer het zilveren fluitje zijn?

Het lijkt wel de vorm van een roos, deze uitgebloeide ratelaar.

Ze kunnen aardig variabel zijn die schuimbeestjes.

Ik ben op zoek naar de knopbiesparelmot en het is eigenlijk een wonder dat ik ze vind, want ze zijn amper 2 mm.

Opeens zie ik een lichtblauw vogeltje in het gras duiken. Het lijkt een parkiet en ik sluip dichterbij om hem te kunnen zien. Even denk ik dat hij tam is omdat hij vlak langs me scheert, maar dan vliegt hij piepend een heel eind weg. Helaas geen foto.
Op de heivlinderheuvel zie ik vaak blauwvleugelsprinkhanen met mooi weer. Een vrouwtje zit op het pad en een mannetje komt al dichterbij, tot hij haar omhelst, maar daar blijft het bij.

Klein maar fijn, het geelhartje.

Muntvlindertje

Donderdag 2 augustus 2018
Er zijn maar weinig dagvlinders om te tellen op de spoortlijn, daarom maakt dit kleine muntvlindertje de telling nog een beetje leuk.

Bij de Vossendel loop ik alleen de vlinderroute en tel gelijk de nectarplanten. Ik heb dan ook even tijd om de insecten te bekijken, zoals deze woeste sluipvlieg.

Door de duinen fiets ik terug naar huis, het is nog steeds prachtig weer. Een bloedrode heidelibel steekt zo mooi af tegen de blauwe lucht. Hij zit op uitgebloeid veldhondstong.

Wezepsche heide

Woensdag 1 augustus 2018
Het is weer tijd om mijn vrij-reizen-kaart van de NS te gebruiken. Bij Wezep is een stuk heide en daar ga ik heen. Vanaf het station is het bos al heel dichtbij.

Hier is het nog droger dan bij ons, het geeft wel veel kleur, maar niet de kleur die ik voor ogen had, dat was de paarse heide.

Heidelibellen voelen zich prima thuis op de heide, zoals deze steenrode heidelibel.

Geen strakblauwe luchten meer, misschien komt er binnenkort wat regen!

Er klinkt wel een heel bekend geluid, een soort getik. Als ik de roodborsttapuit zie weet ik het dus zeker.

Hier moeten Schotse hooglanders lopen, eindelijk zie ik een jong exemplaar en even later komt zijn moeder er ook aan.

Wat een enorme stier.

Nog een steenrode heidelibel, op het laatste hei dat nog in bloei staat.

Nog nooit uitgebloeid vingerhoedskruid gezien, toch herken ik het gelijk.

Ik maak geen lange wandeling, trakteer mezelf op een softijs en zo glijdt het landschap in de buurt van Kampen om kwart voor 3 aan me voorbij in de trein. Zo ben ik mooi op tijd weer thuis.

Kleine vos

Zondag 29 juli 2018
Eindelijk een kleine vos en nog wel op mijn eigen vlinderstruik in de voortuin.

Ik ga ’s avonds naar het Kennemermeer, misschien zie ik nachtvlinders in het wild. In ieder geval wel twee aardhommels op de kattenstaart.

Hij heeft echt lange spillepoten deze kruidenspillenbeen-wants.

Weidevlekogen zie ik steeds meer.

Ik kijk ook uit naar de heelblaadjespalpmot, dat is niet moeilijk, ik zie er meerdere.

Een vlindertje van amper 1 cm blijkt toch een uiltje te zijn: een zandhalmuiltje.

Het gaat goed met de nachtvlinders: een gewone bandspanner.

Omdat het al wat donker begint te worden gebruik ik de flits bij het blauwe glidkruid.

Een aangebrande spanner op koninginnekruid.

Een pendelzweefvlieg zit verstopt onder een blad.

Harkwesp

Woensdag 18 juli 2018
Op het weiland van de Vossendel staat nog wel veel duinkruiskruid en daar zit een harkwesp op, ook leuk dat de zweefvlieg daar net in de lucht hangt.

Bij de Cremermeerroute kijk ik goed wat er allemaal op heelblaadjes zit, dit keer een metselbijtje met die grijsgevlekte ogen.

Langs het randje van de Koningsweg staan veel heelblaadjes en duindoorns, daar vliegen een paar bonte zandoogjes.

Een langlijfje op heelblaadjes.

Wat vind ik kamperfoelie toch mooi.

Twee sintjansvlinders op koninginnekruid.

Een heel erg afgevlogen grote keizerlibel. Later denk ik dat het een zuidelijke keizerlibel is, want overall staat beschreven dat de grote keizerlibel een groen borststuk heeft en de zuidelijke heeft een bruine. Toch is het de grote, vanwege de twee (licht)blauwe driehoekjes op de achterkant van het borststuk bovenop.

Bij deze foto van een mannetje kan je de kleur beter zien van de driehoekjes.

Een vrouwtje grote keizerlibel heeft groene ogen en een groener achterlijf. Hier zijn de driehoekjes ook te zien in het groen.

Ik denk dat dit drienervige zegge is.

Konijnenlatrine

Donderdag 12 juli 2018
We gaan voor de laatste keer gezamenlijk orchideeën tellen bij het Kennemermeer. We zien een konijnenlatrine en er omheen is het door de bemesting goed begroeid 😉

Na het tellen fiets ik over het fietspad langs het Kennemermeergebied, ik hoop heivlinders te zien. Een jonge veldsprinkhaan is nu al een achterpoot kwijt geraakt.

De stalkaars is nog niet verdroogd, verder ziet het er vrij troosteloos uit door de droogte.

Jonge dodaars

Woensdag 11 juli 2018
Joke en ik zien de eerste Icarusblauwtjes dit seizoen en gelijk wordt er al voor nageslacht gezorgd.

Het is ook tijd voor zwavelzwammen zien we.

Na het tellen nemen we een ijsje bij de koffieboerderij. In het bovenste nest zit nog één jong zover we kunnen zien.

Ik zie dat ik een rupsje meegenomen heb van de Vossendel. Ik laat hem tussen de brandnetels vallen, maar thuis zie ik dat het een rupsje van de zilveren groenuil is en die zit altijd in bomen.

Bij de tankval ga ik kijken of ik een jong dodaarsje zie, het is er inderdaad maar één. Sony A68 400mm

Wat een parmantig schatje.

De heidelibel die hier vliegt is rood, dus de bloedrode heidelibel.

Over het veld met duinkruiskruid zie ik iets fladderen, dat zal de keizersmantel wel zijn.

Bovendien een dagpauwoog. Wat een kleuren!

De tekening op de onderkant van de vleugel van de keizersmantel.

Een roodborstje bij de uitgang van de Herenduinen.

Jonge roodborsttapuit

Maandag 9 juli 2018
In de buurt van de tankval zitten ook veel koevinkjes.

Ik ga de Cremermeerroute tellen. Op sectie 7 zitten 2 bruine blauwtjes.

Op sectie 4 zie ik vrijwel altijd roodborsttapuiten en vandaag een jonge.

Het voorzichtige piepje van een pieper.

Moeraszoutgras

Zondag 8 juli 2018
Nu ik weet waar moeraszoutgras staat bij het Kennemermeer ga ik kijken of ik het mooi op de foto kan krijgen. Eerst zie ik een puntsnuitbladroller die niet algemeen is.

De aardhommel is in slaap gedommeld.

Wonderbaarlijk zoals het moeraszoutgras er uit ziet.

Het staat in de buurt van heel veel heen.

En dwergzegge, maar die staat hier overal.

Ik kom nog een zilverstreepgrasmot tegen.

Ruw walstro.

Ik denk een hele kleine boorvlieg te zien, het is echter de prachtvlieg: Herina frondescentiae. Net op het moment van afdrukken springt hij.

Een bruin zandoogje in de avondzon.

Langs het fietspad ga ik nog even kijken of ik het vierentwintig-stippelig lieveheersbeestje zie. Wel het larfje gevonden, die zitten vaak in de buurt van de vraatsporen.

En daarnaast een ruitrandwants op het zeepkruid.

Kleintjes

Vrijdag 6 juli 2018
Gelukkig heb ik mijn fotospullen meegenomen naar badminton, want als ik daarna langs een sloot fiets zie ik kleine kuifeendjes, die zie ik zelden.

Maar jonge kluutjes heb ik nog nooit gezien, dus ik tref het.

Al helemaal zelfstandig.

Heel schattig.

Langs de Mooie Nel staan heel veel berenklauwen, het lijkt wel een berenbos.

Bij het slootje bij Penningsveer kijk ik naar krabbenscheer, je weet maar nooit of er een groene glazenmaker ooit komt. Ondanks het mooie weer, bijna geen juffertje te zien. Een weidevlekoog vind ik wel leuk, het is een zweefvlieg.

Aan de overkant van het slootje landt een atalanta op een berenklauw.

Langs het fietspad in de Heksloot staat roze duizendguldenkruid.

Landelijk plaatje.

Twee jonge eendenkontjes.

Bij het landje van Gruijters staat een grauwe gans tussen de goudknopjes.

Orchideeën tellen

Donderdag 5 juli 2018
Heerlijk om weer in dit prachtige gebied orchideeën te tellen met Maarten. Wilgen, riet, moerasrolklaver en veel moeraswespenorchideeën (te veel om te tellen, die tellen we niet).

De laatst rietorchidee die nog bloeit.

Een enkele groenknolorchidee staat nog in bloei.

Maarten laat me de stippelzegge zien.

Hij vindt het ook heel leuk zoals de groenknollen groeien tussen de resten van de knopbies.

Koevinkjes

Woensdag 4 juli 2018
Alleen het duinkruiskruid doet het nog goed in deze kurkdroge periode. Daar zien Joke en ik nog wel vlinders op, zoals de keizersmantel.

En op sectie 11 zitten er veel koevinkjes op en er komt nog eentje aan vliegen.

Op sectie 17 zitten er zelfs 5 koevinkjes op en één bruin zandoogje.

Ik ga een keer mee met Nico naar het ziekenhuis, maar ik heb geen fototoestel bij me. Ik krijg Nico zijn Olympus E330 mee, dan kan ik nog een rondje om. Vlak bij het ziekenhuis zitten nog piepjonge meerkoetjes.

Je ziet hoe kwetsbaar zo’n koppie is.

In het water zwemmen er 2 en op het eilandje nog 4.

Ik wil het pad door de Heksloot fietsen zoals gewoonlijk, maar opeens staat er een bord dat het alleen voor voetgangers is. Nou ja, dan maar een stukje met de fiets aan de wandel, want mijn fototoestel zit in mijn fietstas. Toevallig kom ik daar ook Maarten tegen die zegt dat ze morgen orchideeën gaan tellen bij het Kennemermeer en hij vraagt of ik ook kom. In het slootje tref ik nog 2 jonge fuutjes. Eentje krijgt nog zwemles: spreid-sluit-spreid.

Duiken gaat ook nog niet zoals het hoort, het lijkt meer op watertrappelen boven water.

Jong puttertje

Dinsdag 3 juli 2018
Vandaag loop ik de Cremermeerroute, ik zou wat vroeger beginnen, maar ik vind het zo heet, dat ik weer niet vroeg ben, terwijl het buiten heerlijk is. Ik tref het dat een jong puttertje even blijft poseren.

Op de koningsweg kom ik regelmatig een kleine parelmoervlinder tegen.

Op het voetpad zit een zwartsprietdikkopje en een groot dikkopje op slangenkruid.

Terug op mijn vlinderroute zit een roodborsttapuit, die zit daar altijd in hetzelfde gebiedje.

Opeens sta ik oog in oog met een damhert.

Die er even later als een haas vandoor gaat.

De koniks staan er als gewoonlijk heel relaxed bij. Het is net alsof er bergen op de achtergrond zijn.

Op de terugweg kijk ik bij de tankval of ik dodaarsjes zie met kleintjes. Die niet, wel 7 jonge meerkkoeten met hun ouders. Ik denk dat ze hier gevoerd worden, want zodra je daar gaat staan, dan komen ze naar je toe.

Bevertjes

Maandag 2 juli 2018
Met Hanneke ga ik een rondje Kennemermeer doen. Het zou een hele warme dag zijn, hier valt het gelukkig mee, het is ideaal weer. Ik zie iets roods in een plant, oeps, het zijn 2 moertjes met rode vleugeltjes, laat ik ze maar met rust laten.

We zijn allebei gek op bevertjes, zo leuk.

Gevleugeld hertshooi.

De zeegroene zegge die we van het voorjaar zo prachtig in bloei zagen staan heeft nu vruchten.

We kijken nog naar rond wintergroen, daar staat kwelderzegge in de buurt. We kunnen deze zegge mooi determineren omdat hij precies voldoet aan de tekening (51).

We lopen tussen de struiken door waar een smal paadje is, daar staan mooie grasjes tussen.

We gaan wat eten op het terras van een strandtent. Bij de strandopgang staat het helm ons toe te wuiven.

We gaan het gebied weer in op zoek naar zoutgras, dat is moeilijk te vinden, maar is wel gelukt. Ondertussen hoor ik een rietgors en het leuke is dat ik hem zie en niet zie, omdat hij op een rietstengel zit die steeds naar beneden buigt door de wind. Een citroenvlinder snoept van de ratelaar.

Hier en daar staan een paar plukjes veenpluis.

Hanneke ziet nog knoopkruid waar ik zomaar aan voorbijgelopen ben. Ik had het hier ook niet verwacht.

Libellenexcursie

Zondag 1 juli 2018
Ik rij door de duinen naar de libellenexcursie en ik heb meer dan 100 vlinders gezien onderweg. Ik ben op tijd vertrokken zodat ik nog even langs de plek kan gaan waar het hartgespan zou moeten staan. Helaas niet gevonden en een bruinrode heidelibel lacht me uit.

Aan de waterkant bij Midden-duin staat moerasspirea.

Libellen zien we haast niet, wel eikenpages en keizersmantels.

Tussen het groen valt een grote groene sabelsprinkhaan bijna niet te ontdekken, maar bovenop het koninginnenkruid poseert deze dame mooi.

Moeraslathyrus in bloei.

In het water staat lidsteng als kleine kerstboompjes.

Op de terugweg fiets ik langs het Vogelmeer, daar is niet veel te beleven. Een kwikstaart loopt parmantig met een juffer in zijn bek.

Plantenexcursie

Vrijdag 29 juni 2018
Mensen van Floron (de plantenwerkgemeenschap) komen vandaag op bezoek bij het Kennemermeer en ik ben de gids. Na de koffie vertel ik hoe het gebied is ontstaan en een stukje geschiedenis. Daarna kan ik al gelijk de hokjespeul laten zien. De vrouwenmantel ontdekt iemand zelf.

Op de heivlinderheuvel zie ik bolletjes op het walstro en denk aan de scheerlingzaadgalmug, maar er is ook een walstropeertjesmijt (denk ik) die ook zulke galletjes maakt.

Dan ziet iemand nog de havikskruidgalwesp, dus voor mij is het ook een leuke excursie 😉

Kleine watereppe.

Gewone engelwortel.

Bij de pauze zitten we in het gras en dan loopt er een klein spinnetje over mijn broek die op de riem van de fotokoffer springt, dus is het een springspinnetje. Bij het uitzoeken blijkt het om de gestreepte springspin te gaan en die is best bijzonder.

Karel heeft vlozegge ontdekt en als je het een maal gezien hebt is het makkelijk herkenbaar.

In het zuidelijk deel zien we moeraszoutgras, rond wintergroen, zilt torkruid en veel meer honingorchissen. We gaan richting Boulevard waar we op zoek gaan naar de zeelathyrus. Eerst zien we zeepostelein.

De bladeren van de zeelathyrus zijn heel herkenbaar.

Gelukkig weet ik de naam van zeevenkel. Het valt me toch mee wat ik heb kunnen laten zien, want er zijn ook bijzondere planten die ik niet weet te staan, maar bij het Kennemermeer staan zoveel bijzondere soorten.

Geelpurperen spanner

Woensdag 27 juni 2018
Op het weiland van de Vossendelroute staat duinkruiskruid waar nog vlinders op af komen, zoals de sintjansvlinder.

Kleine koolwitjes zie ik niet veel, daarentegen doen de grote koolwitjes het onwijs goed dit jaar.

Kleine geaderde witjes willen ook uitbreiden.

Bij de Cremermeerroute staat veenwortel samen met rode waterereprijs in een poeltje.

Als ik weer doorloop naar de plek van de rupsen van de hermelijnvlinder zie ik daar een geelpurperen spanner, daar ben ik heel blij mee.

Honingorchissen

Maandag 25 juni 2018
Leuk dat er vandaag een paar andere mensen meelopen bij de excursie van het Kennemermeer. Ik wil ze de bijenorchis laten zien, maar die is al uitgebloeid. Oorsilene is ook leuk. Ik weet een plek waar de honingorchis staat en daar staat ook een groenknolorchis bij, maar later komen we langs een plek waar een hele groep honingorchissen staan.

We lopen langs een stengel waar een pop van een sintjansvlinder aan zit en dan vinden we ook nog de rups.

Prachtige grote plekken met teer guichelheil.

’s Middags loop ik de vlinderroute langs de spoorlijn, helaas is het stukje gemaaid waar ik voorgaande jaren het zwartsprietdikkopje als eerste van het land zag. Ik zie er nog wel 5 voor de telling, maar als ik naar de middenberm loop waar niet gemaaid is tel ik daar zomaar 34 stuks op een stukje van 20 meter.

Hartgespan

Zaterdag 23 en zondag 24 juni 2018
Vanavond is de tweede nationale nachtvlindernacht. Gisteravond was het in de AWD, maar dat vind ik te ver en te druk. Ik ben al vroeg bij het hek van NME en fotografeer hier ook de stokroossnuitkevers. Het is nog licht en Marja en ik maken alvast een rondje. Hier is een kweektuin en ik kom toevallig hartgespan tegen, daar wilde ik van de week naar op zoek gaan.

Twee seringensteltmotten zwerven hier.

Rups van een schedeldrager.

De kleine zomervlinder fladdert heen en weer, zit soms op het hek en gelukkig zie ik hem op de grond zitten, vlak voor iemands voeten die er geen erg in heeft.

De houtspaander zit ook op de grond, maar vlak bij het doek.

De gele tijger kan ik nog net fotograferen op het doek, daarna vliegt hij de struiken in.

De lijnsnuituil die ik vanavond ook in mijn tuin had die ziet er van voren zo uit 😉

Voor de eerste keer een groot avondrood.

Donkere marmeruil komt uit de kist.

Geelzwarte walstrowants.

Eikenlichtmot.

Hele lange snuit

Dinsdag 19 juni 2018
Bij de spoorlijn staan stokrozen, dat vraagt natuurlijk naar onderzoek naar de stokroossnuitkever. Die heeft een hele lange snuit, maar als je dan denkt aan een olifant, dan heb je het mis. Deze kever moet je bijna met een vergrootglas bekijken zo klein is hij (en zij).

Bij de renovatie van de spoorlijn is de den gespaard gebleven, daar zitten heel veel Aziatische lieveheersbeestjes op, ze zijn heel variabel.

De eerste zwartsprietdikkopjes van dit seizoen.

Een kraamwebspin maakt een heel huisje van rag.

‘s Avonds ga ik naar het Kennemermeer, de bijenorchissen staan mooi in bloei, het zijn er echter niet zo veel.

Vooral ’s avonds vliegen er veel ratelaarspanners. Ik zie ze ook regelmatig hun eitjes leggen op de ratelaars.

Naast de bevertjes staat nog een heel mooi grasje.

Aha, ik heb een honingorchis gevonden.

Op de heivlinderheuvel staan veel nachtsilenes.

Ratelaars in de avondzon.

Man steekvlieg met zijn grote pluimen, gelukkig steken de mannetjes niet.

Boksdoorn

Woensdag 13 juni 2018
Bij de Vossendel zijn al heel wat vogelkersstippelmotten uitgekomen. Leuk rijtje zo.

Meestal als roofvliegen paren heeft het vrouwtje een insect van het mannetje gekregen, nu niet. Misschien is dit een ander soort, dit zijn baardroofvliegen.

Eindelijk zien we een koevinkje en op een boom een hele verse gehakkelde aurelia.

Bij de strandopgang van de Cremermeerroute loop ik iets verder door, daar zie ik een bijzondere struik staan. Ik moet de naam opzoeken: het is de boksdoorn.

Er zit een goudwesp op een van de palen van de strandopgang, terwijl ik hem in de gaten hou zie ik zomaar een stel zakdragers op de paal zitten. Ik denk algenzakdragers, want er zit helemaal een plakaatje alg op het zakje. Binnenin zit het vrouwtje van dit vlindertje.

Vrouw oeverlibel met haar reebruine ogen.

Uitgebloeide sleutelbloem op sectie 1.

Daarna loop ik door over de Koningsweg voor de rups van de hermelijnvlinder. Maar eerst zit er een kleine sprinkhaan in de weg 😉

Toch gevonden! Op het kleine struikje van de populier zit op een blad mooi in het zicht de rups van de hermelijnvlinder, nog maar net uit het ei. Een verdieping lager zit nog het eitje op het blad.

Op de terugweg zie ik zelfs nog een rups, die is een week ouder ongeveer. Helaas is het rond zijn kop nog niet zo zuurstokroze, wat ik zo geinig vind.

Op het wandelpad zit een vrouw zandhagedis, ze blijft rustig zitten als ik foto’s neem.

Niet zoveel teken heeft ze, alleen één in haar oksel.

Bij sectie 3 vliegen nog maar een paar libellen en ik zie er 1 dood in het water liggen, ik denk dat dat een paardenbijter is.

Een kraai zit niet zo ver weg in een hoopje te pikken, even later vliegt hij de andere kant op. Ik heb hem niet de hele tijd in de gaten gehouden, maar hij zit opeens een pad uit elkaar te trekken.