Woensdag 27 mei 2026
Op het pad van de Cremermeerroute staat rode waterereprijs, met zulke tere bloemetjes.

Naast het pad is een jonge blauwborst zich behoorlijk aan het uitsloven.

De driedistel is zeldzaam. De bloemen krijgen niet meer kleur dan dit strogeel.

Mannetjesereprijs is klein maar fijn.

Ik loop door naar de vogelhut bij het Duinmeer. Vogels zijn er wel, alleen niets bijzonders. Vlak voor de hut staat heggenrank en daarop zitten veel wantsjes, het duinkortkopje.

Terug op de route verschillende vogels met rupsen in hun bek, zoals de grasmus.

Thuis kan ik nog de akelei fotograferen voordat deze helemaal uitgebloeid is. Het is een inheemse plant die al in mijn tuin staat vanaf 1972 toen we er kwamen wonen.

Categorie archieven: Planten
Wespendief
Dinsdag 26 mei 2026
Op de poortdeur zit een zwartvlekdwergspanner, net op tijd opgemerkt voordat ik op de fiets stap.

Ik ga vlinders tellen bij de Vossendel. Bij het natte stukje bij de tankval lopen veel oeverkortschildkevertjes (Paederidus ruficollis). Ze zijn heel klein en beweeglijk, toch kan ik met mijn telelens een paar goede foto’s maken.

Er zijn 3 soorten schorpioenvliegen en dit is een vrouwtje weideschorpioenvlieg. Wel een gekke snavelsnuit hebben ze.

Ik ga nog terug naar sectie 19 in de hoop de staartmeesjes te zien, maar in de lucht zie ik heel wat anders: een buizerd en een wespendief. In grootte schelen ze elkaar niet veel.

Mooi zo met dat licht door de vleugels van de wespendief.

Ik ben nu toch in de buurt van hotel Duin en Kruidberg, dus daar eens kijken of er nog libellen rondzoeven. De vuurjuffers zijn niet talrijk dit jaar.

De watersnuffels proberen wel voor uitbreiding te zorgen.

De viervlek heeft in totaal 4 vlekjes op de vleugels.

Op de terugweg nog even door Schoonenberg gefietst. In de warmere periodes zijn daar altijd schildpadden.

Kale jonker
Zondag 24 mei 2026
Thuis maak ik eerst foto’s van de zachte haver om de onderdelen goed te kunnen zien, zoals lemma met kafnaald, palea (stempel en helmknoppen ontbreken omdat hij niet bloeit).

Met Audrey heb ik afgesproken bij het strand. We zouden op zoek naar de strandbiet, maar die is helemaal niet moeilijk te vinden, want de plant is heel groot geworden.

We gaan het strand op, waar heel veel eipakketjes liggen van de gevlochten fuikhoorn. Zelfs massa’s op de Amerikaanse zwaardschede. In elk glazen urntje kunnen wel 300 eitjes zitten.

Ik ga alleen naar het Kennemermeer en kom bij het zuidelijke deel terecht. Daar hangen twee blauwe goudtiplangpootmuggen als trapezewerkers aan een tak.

De hele zeldzame bonte paardenstaart staat in bloei.

Op een andere plek dan gewoonlijk staan nu enkele kale jonkers.

Gamma-uil
Zaterdag 23 mei 2026
Voordat ik ga vlinders tellen bij het Kennemermeer kijk ik natuurlijk eerst bij het parkeerhok en ik heb beet, een vroege grasmot tegen het raam.

Ik hoop op meer distelvlinders, maar dit is alvast de eerste dit jaar.

De gouden slakkenhuisbij is nogal bruin, kleurt wel bij de gele rolklaver.

Alhoewel deze kleurencombinatie is ook mooi van de gamma-uil op moeraskartelblad.

Felle kleuren van oranje havikskruid.

Terrasjeskommazweefvlieg op boterbloem.

En deze zweefvlieg heet de onvoorspelbare bijvlieg, hoe verzinnen ze het!

Het bonte zandoogje komt heel vaak langs fladderen op het laatste stukje van de vlinderroute.

Blaasjespistoolkokermot
Vrijdag 22 mei 2026
Bij de Vossendel zie ik staartmeesjes en ik hoop al zo lang op jonge staartmeesjes en ik denk dat ik er nu een op de foto heb. Kenmerk van jonge bedelende vogels is dat ze hun vleugels zo laag houden. Hier is de staart ook heel wijd.

Ook al zou het geen jong zijn, dat zijn ze nog steeds heel leuk.

Aparte tekening heeft de rups van de dubbelstipvoorjaarsuil.

Alweer zie ik een rups van een krakeling, als ik hem fotografeer zit er nog een rups van een perentak naast.

Een boskrabspin zit op het puntje van een blad.

Die streepjes zijn goed te zien op de rups van een kleine voorjaarsuil, maar op de foto zie ik stipjes op de poten en zelfs op de kop is een patroontje!

Nooit verwacht dat ik hier een blaasjespistoolkokermot zou tegen komen, wow.

Wat een prachtig patroon heeft deze hooiwagenvrouw (Platybunus pinetorum), ze zijn zeldzaam, maar de populaties breiden zich wel uit.

Een zanglijster is op het pad insecten aan het zoeken, het lijkt mij een jonge vogel, de mondhoeken zijn nog geel.

’s Avonds ga ik naar de kweektuin in Haarlem voor inventarisatie. Op de Gelderse roos zitten larven van sneeuwbalhaantjes, dat zijn echt vreetmachines.

Op heel veel knoppen van de rododendron zitten rododendronknopvreters, een soort zwammetje.

Er wordt een laken opgezet om te gaan nachtvlinderen, alleen is het nu nog veel te licht en Ben gaat met een paraplu onder de cypres op de takken tikken zodat er insecten in de paraplu vallen. Daarbij is een jeneverbeskielwants in de plu gevallen.

Op de rand van de plu zitten twee schattige kevertjes: Pachyrhinus lethierryi, twee zeldzame exoten die het hier naar hun zin hebben.

Ik doe niet mee met nachtvlinderen en ga op tijd naar huis voordat het helemaal donker wordt.

Rups plakker
Woensdag 20 mei 2026
Net na de ingang bij het Kennemermeer zie ik een teek, gelukkig valt hij niet naar beneden bij de fotosessie, zodat ik hem daarna plat kan knijpen.

Bij mijn favoriete berk zit een plakkerrups op een berkenblad.

Een klein kevertje die berkenbladroller of berkensigarenmaker heet knipt een berkenblad half door zodat de nerf nog heel blijft. Het afgeknipte deel wordt opgerold waar de eitjes in gelegd worden, wat een kunstwerkje.

Op een beginnend wilgenboompje zitten een heleboel luizen (Aphis farinosa), ze leven samen met mieren.

Eindelijk beginnen de rietorchideeën te bloeien.

Het barst van de zeldzame planten hier, maar margrieten zie ik hier niet veel.

Op het eind van de vlinderroute een nestje van wilgenpluis voor de mospissenbedden.

Soldaatjes
Woensdag 13 mei 2026
Ik weet dat het soldaatje bloeit op de Heerenduinweg, dus er op af. Eerst kom ik langs de bokkenorchis. Zeer teleurstellend dat er maar 1 staat.

Uitgebloeide roos is wel mooi om te zien.

Nou ja, kom ik bij het soldaatje, heeft iemand er rode draadjes aan gebonden. Waarom?? Tegen vraat van de herten misschien? Maar er staat al gaas omheen.

Bij het Kennemermeer een heel ander soldaatje, het zwartpootsoldaatje. Misschien een verkenner die stiekem om het hoekje gluurt, maar zijn schaduw verraadt hem.

Op het eind van de vlindertelling geen imago’s van vlinders, maar rupsen, zoals van de dubbelstipvoorjaarsuil

En een van mijn favorieten omdat ik die gelijk herken: rups van de plakker.

Deze kever vind ik zo geinig. Het is de berkensigarenmaker. Het vrouwtje snijdt een berkenblad doormidden, maar bij de nerf niet. Dan rolt ze het afgesneden halve blad op tot een kokertje en daar legt ze haar eitjes in. Volgende keer heb ik daar een foto van.

Veel zegge-soorten bij het Kennemermeer en dit is de ruige zegge.

Een zandtijger die aan komt vliegen, hihi.

De fraaie schijnbok gaat heel vaak naar de sportschool, dat is goed te zien.

Er zijn veel zweefvliegen die op elkaar lijken, toch herkent OBS ze goed gelukkig, zoals de moeraszweefvlieg.

Stinkend Vogelmeer
Vrijdag 8 mei 2026
Heerlijk weer om eens naar het Vogelmeer te gaan, ik ben er al een tijd niet geweest en ik ga voor de geoorde futen. Ze zitten vlak voor de vogelhut, beter kan ik het niet treffen.

Ahum, ik heb wel mijn 600-mm-lens op mijn camera, dus ze moeten ook niet te dichtbij komen.

Het stinkt verschrikkelijk, dat komt door de aalscholvers, de stinkerds.

Er zijn takken opgestapeld en daar zitten altijd insecten, zoals wespjes op. Na een tijdje zie ik ook nog een zandhagedisje.

Er loopt een springspinnetje heen en weer, maar ik denk dat dit geen spinnetjes van de springspin is, ze zijn ongeveer 1 mm en het zijn er heel wat.

Ik loop naar de overkant van het fietspad om de meidoorn te bekijken of deze eenstijlig of tweestijlig is en zie prompt een rups van een krakeling, zo gaaf.

Het is trouwens een eenstijlige meidoorn.

Ik fiets op een fietspad dat heet “Doordewoestijn”, vorig jaar stond dat hele gebied onder water, haha. Een kleurig vinkje doet zijn deuntje met vinkerslag. Mooie staart heeft hij!

Even verderop een roodborsttapuit, die gezelschap krijgt van een kneu.

Kneutjes blijven nooit lang zitten, nu gelukkig wel even.

De braamsluiper bij de Waterleidingweg laat zich goed zien.

Veel meer viooltjes dan vorig jaar. Goed voor de parelmoervlinders!.

Knobbelzwanen
Dinsdag 5 mei 2026
In Heemskerk ga ik een nieuwe tweedehands lens halen. Tja je wilt altijd meer en voor de prijs kan ik het niet laten. Het is een 600mm-lens en het voordeel is dat ik de vogels nog dichterbij kan halen. Het nadeel is: welke foto is goed voor mijn weblog, keuze uit vele foto’s dus. Op weg naar de waterberging waar altijd vogels zitten kom ik eerst jonge knobbelzwaantjes tegen.

Ze zitten daar in een sloot in een woonwijk.

Bij de waterberging draai ik mijn nieuwe lens op mijn toestel en probeer hem uit op een brandgans die best ver zit.

Oeps, deze langere lens is wel windgevoelig, ik zoek steun bij een boom en richt mijn lens op een fuut die niet zo ver zit. Wow, de veertjes zie ik goed.

Stelletje krakeend. Even daarna vliegen ze op. Geinige foto had ik gemaakt, van 3 krakeenden boven elkaar, maar niet scherp. Haha, met zo’n lens kan ik beter niet uit de hand fotograferen.

Op de terugweg kom ik langs een berm met pimpernel, een van mijn favoriete plantensoorten. Ik denk dat het ingezaaide is, dus geen kleine pimpernel, maar moespimpernel.

Gewone ereprijs
Maandag 4 mei 2026
Op het weiland van de Vossendel staat gewone ereprijs, samen met zachte ooievaarsbek.

Als de witte vlindertjes gaan zitten zijn ze wel te determineren. Dit is duidelijk een klein geaderd witje.

Insecten en spinnen weten dat ze voer zijn voor vogels, daarom leggen ze enorm veel eitjes en daar komen dan kleine spinnetjes uit bij de eitjes van de kruisspin.

Een (Vlaamse) gaai met een eikel krijg ik net goed voor de lens voordat hij weer verder vliegt.

Veldhondstong in bloei.

Vrouwtje oranjetipje heeft geen oranje tipje aan de vleugels.

De Europese hoornaar lijkt wel heel boos te kijken, maar dat kan ik ook.

Grote velden gele dovenetels in de bermen, ook hier in het bos, alleen niet zo dicht opeen.

Op het hekje een paar rupsen van de kleine en van de grote wintervlinder.

Veenpluis
Zaterdag 2 mei 2026
Bij het Kennemermeer dansen de zilvervlekdansvliegen weer, maar soms moeten ze ook weer wat eten of drinken.

De gouden wilgenaardvlo is heel klein. Het lijkt alsof hij wat rood op zijn dekschilden is, maar dat is de weerspiegeling van mijn duim.

De foto is nogal rommelig, toch is die combinatie paars/bruin geweldig van de vleugeltjesbloem met een soort knikmos.

Ik denk dat dit een kluwenhoornbloem is, toch geeft OBS gewone hoornbloem aan.

Goh, het veenpluis bloeit al. Het is niet zo mooi als vorig jaar. De pluizen zijn nu wat kleiner.

Zwanen aan de wandel
Vrijdag 1 mei 2026
Ondanks dat het Cremermeergebied heel droog is geworden blijven er altijd natte stukken over waar ik mijn laarzen voor nodig heb voor mijn vlinderroute, ook al is het maar 1 of 2 stappen. Blaartrekkende boterbloem houdt wel van nattigheid.

De dotterbloemen doen het hier goed.

Schitterende kleur heeft zenegroen, vooral in combinatie met de bruinige bloeiende zegge.

Iemand heeft hier denk ik gelopen terwijl hij een appel at en heeft het klokhuis weggegooid zodat er nu een appelboom staat.

Het is hier zwaar genieten omdat ik hier mag komen terwijl het gebied afgesloten is, zo lekker rustig en wat een prachtig gebied.

Enkele bruine winterjuffers bij het watertje van sectie 3. Deze winterjuffers hebben in het voorjaar blauwe ogen.

In het water een gewone poelslak, ze zijn best groot.

Een spin die onder water loopt is de poelpiraat.

Het duin achter de koniks is hoog en bovenop is een uitzichtpunt voor wandelaars.

Bij sectie 9 staat een vrij kleine vogel en gelukkig blijft hij staan tot ik een goede foto heb. Gelukkig maar, want ik dacht dat het een groenpootruiter was, maar het is een bosruiter.

Bij de laatste sectie kijk ik achterom en zie dat 2 zwanen rustig voor de koniks uit lopen. Zo geinig.

Teleurstellend
Woensdag 29 april 2026
Ik wil een artikeltje schrijven over stoepplantjes voor de KNNV. Nu ik er op let lijken alle plantjes wel stoepplantjes, zelfs de rolklaver groeit hier tussen de stenen.

Bij het begin van de vlindertelling bij het Kennemermeer vliegen 2 hooibeestjes, helaas komt daar nog maar heel weinig bij.

Het staat hier vol met bloeiende zeegroene zegge.

Opeens een paddenstoeltje met de bovenkant er af, zodat ik kan zien dat deze een holle stengel heeft. Het is het vingerhoedje. Ik zal hem maar niet gebruiken bij het naaien.

Als je met deze (wollige) sneeuwbal gaat gooien kom je onder de stuifmeel te zitten.

Ik ben blij dat ik nog zo’n mooi vers bruin blauwtje zie.

Waterdrieblad
Dotterbloemen
Vrijdag 24 april 2026
Er is een dotterbloemexcursie bij molen De Veer. Op weg kom ik langs weilanden en het verbaast me dat ik zo weinig kieviten zie. Deze twee zijn de enige. Zouden de andere in het gras verborgen zitten met jongen?

Nico J. vertelt de geschiedenis van 125 jaar geleden van de dotterbloemen in deze buurt. Er staan er niet zoveel omdat ze ontkiemen op kale grond en dat is er bijna niet meer.

Heel leuk dat we de snor heel goed horen, maar zien ho maar. Na de excursie ga ik nog terug naar de plek van de snor en zie hem even. De rietzangers laten zich wel goed zien en vooral horen.

Tafeleend
Kleine beer
Maandag 20 april 2026
De groep is niet zo groot met de excursie bij het Kennemermeer, toch is er altijd wel iemand die iets ontdekt, zoals de harige langsprietwapenvlieg. Dat is voor mij weer een cadeautje.

De enkele bandzweefvlieg onderscheidt zich van andere bandzweefvliegen door de ene onderbroken band en dan een smallere band.

Er zijn 3 soorten waterbiezen in het gebied: gewone, armbloemige en slanke waterbies. Vermoedelijk is dit de slanke, heel mooi in bloei.

Marja ziet een oud nest van de wespspin, als ik kom kijken zie ik iets bruins bewegen tussen het gras en denk gelijk aan de kleine beer, daar moet Marja om lachen, maar als ik hem voorzichtig tevoorschijn haal is het een hele verse kleine beer dus.

Als iedereen hem gefotografeerd heeft zet ik het op een wilg om bij te komen van al die aandacht.

Ik ben altijd nieuwsgierig wat voor bijtjes er rondvliegen. Een grasbijtje op een paardenbloem.

Oei, ik moet vanmiddag ook nog schelpen tellen, ik hoop dat we het droog houden.

De mensen die op het strand mee gaan tellen zeggen dat ze een flinke regenbui onderweg hebben gehad. Gelukkig houden we het met het onderzoek vrijwel droog op een paar spatjes na.

De Amerikaanse zwaardschedes hebben zich keurig in de bandensporen verzameld.

Muurleeuwenbekjes
Zomerklokjes
Vrijdag 17 april 2026
Het is even zoeken naar het plekje met de vlozegge bij het Kennemermeer. Het valt nog minder op dan anders, toch gevonden en leuk dat het nu bloeit.

Ik ben aan het vlinders tellen, maar ben nieuwsgierig wat daar verderop voor witte vlekken zijn. Zo maar uit het niets staan er 2 plukken met zomerklokjes. De paal er achter is een strandpaal, niet te geloven dat dit eerst strand was.

Zomerklokjes hebben in tegenstelling tot lenteklokjes meer dan 2 bloemen aan de stengel.

Rups krakeling
Woensdag 15 april 2026
Al gelijk bij de eerste secties van de Vossendel zie ik een winterkoninkje. Ik moet snel een foto maken, want er komen net mensen aan, maar ze blijven keurig even wachten.

Ach jeetje, er is een hert uit elkaar gevallen, die loopt nu nog maar met één gewei rond.

Zanglijsters laten zich vrij makkelijk fotograferen, alleen moeten ze natuurlijk niet net achter een takje gaan staan.

De vogelkers in volle bloei. Andere jaren zie ik daar veel langsprietmotten op, dit jaar (nog) niet gezien.

Ik raap een stukje vermolmd hout op. Bij inspectie zit er een snuitkevertje en een bodemkrabspin op, allebei van een paar millimeter.

De kniptor Ectinus aterrimus blijft even poseren op mijn vinger.

Ik wil een schildwants fotograferen en draai met het takje, dan ontdek ik daar een rupsje van 1 cm. Eerst dacht ik van de draak, maar het is een rupsje van de krakeling.

De bonte zandoogjes vliegen al volop.

Terug fiets ik langs de van Tuyllweg, de gemeente heeft daar flink zijn best gedaan om er iets moois van te maken. Complementaire kleuren van geel en paars doen het altijd goed. De gele dovenetels en paarse hyacinten.

Dat roze is ook een zoet kleurtje.

Takkelingen
Dinsdag 14 april 2026
Gelukkig wijst Hans me waar de takkelingen zitten, anders moet ik weer heel goed zoeken. Die ene zit een beetje vrij, maar de andere 2 zitten een verdieping hoger en met hun kont naar me toe.

Op weg naar huis fiets ik door Velserbeek. Een rosse metselbij snoept van de hondsdraf, terwijl er niet eens een hondsdrafsnoepje op zit.

Kandelaartjes
Boomblauwtje
Woensdag 8 april 2026
Bij de Vossendel kijken Audrey en ik of we nog meer dwerggras kunnen vinden. Helaas alleen nog dat ene kleine plukje.

Een boomblauwtje fladdert vrij hoog, als hij even later voor mijn neus gaat zitten, weet ik in ieder geval zeker dat het een boomblauwtje is en geen Icarusblauwtje.

Dwergzandbij
Maandag 6 april 2026 2e paasdag
Met de KNNV ga ik vandaag naar stinzeplanten kijken op Beeckestijn. De bosanemonen staan te schitteren in de zon.

De buizerd zit op haar nest, binnenkort weer kleintjes?

Een heel klein bijtje, dan is dwergzandbij wel toepasselijk.

Uiteraard gaat de hondstand ook op de foto.

Niet alleen witte, maar ook gele bosanemonen.

’s Middags hebben we onze gezamenlijke strandwacht en we lopen met een grote groep, de kans op leuke soorten is dan groter. De fluwelen zwemkrab is behoorlijk groot.

Een eikraag van een grote tepelhoren. Je kan de eitjes in de rondjes zien zitten.

Een jong vrouwtje van de helmkrab, nog behoorlijk klein.

Wat een gekke bek heeft die zandspiering.

Er is een dode kleine pieterman gevonden en Ingeborg laat zien waar de giftige stekel zit.

Rykel is vandaag mee en hij vindt een mediterane mossel.

Als we aan de koffie zitten zien we dat de Exmoors nog op het strand lopen.

Originele duinen
Zaterdag 4 april 2026
Met Audrey ga ik kijken bij het slibstrandje of er nog iets te zien is van zeekraal. Het staat er heel verdroogd bij. Wel bloeiend klein hoefblad met een witbaardzandbijtje.

Een klein getekend wantsje die slecht te zien is op het zand. Deze zandoeverwants blijft rustig zitten, ik zie er nog een die sprongen maakt.

Er liggen veel schilden van zeekatten op het strand, natuurlijk beginnen ze klein en kunnen dus best groot worden.

Dit zijn duinen zoals ze horen te zijn. Lekker hoog en met kale zandstukken.

Het helm groeit prima op zand, hoe meer zand er bovenop komt hoe langer de plant, dus ook onder het zand.

Jammer dat het op de foto er nooit zo uit komt te zien als in het echt, evengoed een mooi duinplaatje met op de achtergrond Zandvoort.

En ik zie de eerste blauwborst van het jaar en we kunnen hem goed horen zingen.








