Hortus Delft

Dinsdag 18 augustus 2026
Een mooi dagje uit met Jessica naar de Hortus Delft. Ik ben niet geïnteresseerd in alleen planten, daarom is het zo leuk dat er nu keramiek is.

Rennende cactusjes.

Ik heb mijn tas even hier neergezet, het wordt me te zwaar met alles wat ik geplukt heb.

Deze schildpad heeft het nog zwaarder.

De gekste bloemen/planten kom je hier tegen, zoals de Thalia dealbata.

Een driebandtijgerlangpootmug gaat gelukkig even voor de foto zitten.

In een overdekt tentje staan bomen/planten met specerijen. Prachtige planten.

Na een lekker broodje gaan we verder met de keramiekroute, maar we stappen niet in het bootje.

Bloemetjes en bijtjes.

Eenvoudig, maar mooi.

Goede uitbeelding van mieren, waarin uitgebeeld wordt dat mieren wel 50x hun eigen gewicht kunnen dragen.

Na de Hortus gaan we naar een vogelkijkhut. Dat is geen succes, het is helemaal volgegroeid met riet, dus niets te zien. Ja toch wel, de segrijnslakken hebben een kunstwerk achtergelaten. Met hun rasperige tong gaan ze heen en weer om algen te eten.

We wandelen een heel eind, alleen is het niet echt een natuurgebied, meer parkachtig. In Delft eerst maar eens koffie dicht bij het gemeentehuis en dan een eettent zoeken.

De Tajine bij Hummus is zo veel dat ik dat niet eens op krijg. Het is wel heel lekker. En zo hebben we genoten van een heerlijk dagje.

Grote beer

Maandag 17 augustus 2026
Op de derde maandag van de maand geef ik altijd de excursies bij het Kennemermeer in de zomermaanden. De groep is wat kleiner, maar het enthousiasme is groot. De vorige keer schreef ik dat de bonte mijtenwesp zeer zeldzaam was, maar ik zie op waarneming.nl dat ze de laatste tijd veel worden waargenomen.

Het nazomergitje is een klein zweefvliegje.

Bruine kleuren van de gestreepte goudspanner, meestal zijn ze geler.

Therèse laat een foto zien van een uitgebloeide parnassia en geeft de parnassia aan mij, mag ik ook een foto maken, jammer, niet zo mooi als die van Therèse.

Ik loop iets achter en word opeens heel enthousiast geroepen, ze hebben een grote beer gevonden! Hij lijkt me heel vers. En zo leuk dat rode begin van de voorpootjes.

’s Middags heb ik nog schelpentelverplichting. Leuk dat ik zo vaak word gevraagd wat het allemaal is. Bij de pier zijn de paardenanemonen goed te zien. Dat roze erboven is denk ik puntig korstmoswier.

Anouk heeft een strandkrabje gevonden met gekleurde patronen.

Oranje luzernevlinder

Zondag 16 augustus 2026
Een muntvlindertje is een klein nachtvlindertje.

Nog een nachtvlindertje die niet meedoet voor de vlindertelling, een anjerbladroller.

Ik denk een wespje te fotograferen, is het een mier met vleugels.

Dit is al de zoveelste zwartvlekgrasmot die ik tegen kom.

De oranje luzernevlinder is een trekvlinder en ze zijn talrijk dit jaar.

Pyjamawantsen, nog even gezocht naar nimfen want die zijn zo schattig, maar helaas

Mannetje roodbandbeer ziet een beetje bleekjes.

Kaneelglasvleugelwants op uitgebloeide rode klaver.

Watergentianen

Zaterdag 15 augustus 2026
Langs de weilanden van Velserbroek zit een sloot helemaal vol met watergentianen.

En daartussen een waterhoentje met een pulletje.

Waterhoentjes zijn best schuw, maar het slootje is niet zo breed.

Haha, die kleine rottige vleugeltjes van dat pulletje en wat een schatje, haha.

Verderop slechts 1 zwanenbloem langs de kant van de sloot.

Bij het landje van Gruijters zie ik 3 oeverlopers, in gezelschap van een jonge visdief.

Maar ik kom voor de watersnippen die wel erg ver weg zitten.

De witgatjes zitten iets dichterbij.

Een visdiefje met 2 pullen.

Geelhartje

Dinsdag 11 augustus 2026
Bij het Kennemermeer tel ik naast de vlinders dit keer ook de bloeiende planten. De bloemetjes van het wilgenroosje hebben frisse kleuren.

Niet alleen het bloemetje van het geelhartje is een schoonheid, de vruchtdoosjes zijn ook prachtig.

Heel fijn dat ik de slanke gentiaan tegenkom, dan kan ik die volgende week bij de excursie laten zien.

Altijd lastig te zien welk witje er vliegt, zodra ze gaan zitten is het beter te zien, vooral als het er twee zijn!

Dat dit een sluipvlieg is zie ik wel, maar die naam ‘Peleteria rubescens’ moest ik laten opzoeken door OBS.

Rode halsbandwants op heelblaadjes.

Mooie telling met 129 dagvlinders!

Giraffemot

Dinsdag 4 augustus 2026
’s Avonds ga ik een stukje fietsen en kom bij het parkeerhok van het Kennemermeer uit. Een onbekend bladrollertje zit in een hoekje, het blijkt een giraffemot te zijn. Weer een nieuw soort voor mij.

Zo’n rode dansmug moet toch te determineren zijn, nou nee, er zijn er te veel dansmuggen.

Ik ga nog even kijken bij het stationnetje of er al wat aan de plantenbakken is gedaan. Niet dus. Er staat smalle weegbree die ik even van dichtbij bekijk. Wonderbaarlijk die meeldraden en helmknoppen.

Hooibeestje

Zaterdag 1 augustus 2026
De onderkant van de vleugels van een distelvlinder vind ik zelfs nog mooier dan de bovenkant.

Tientallen wantsjes van de kruiskruidnysius en dan meestal met de achterlijven aan elkaar. Ze zijn heel klein, net aan 3 mm.

Opeens staat het Kennemermeergebied vol met parnassia. Een van de paradepaardjes van het gebied.

Vandaag begin van de hooimaand en gelijk komen de hooibeestjes tevoorschijn.

Bijenwolven

Maandag 27 juli 2026
De gevlekte scheerling is een schermbloem zoals de peen, de vruchten daarvan zijn zo leuk.

Dat is dicht bij de fietsenstalling van de Cremermeerroute en ik zie dat er een bewaker stiekem een oogje in het zeil houdt.

De dodaarsjes worden al wat groter. Ze zijn daar steeds met z’n drietjes.

Er vliegen enkele bijenwolven bij de Koningsweg en meerdere honingbijen. Ik sta een tijdje te wachten in de hoop dat een bijenwolf een honingbij pakt, nee, niet waar ik bij sta.

Wat lief dat de man grauwe klauwier even mooi vrij gaat zitten.

Terug bij het eerste vennetje zie ik Sjek daar zitten. Hij fotografeert een jonge blauwborst, kan ik ook gelijk mee profiteren.

Mooie telling

Zaterdag 25 juli 2026
Alweer een bruine daguil op sectie 14 van het Kennemermeer.

Om de witjes van elkaar te onderscheiden maak ik als het kan een foto. Hier duidelijk een klein koolwitje.

Vrouw citroenvlinder op koninginnekruid.

Gewone koekoekshommel parasiteert op verschillende hommelsoorten.

Ik zie al meer prachtmotten, vandaag zelfs 5 en allemaal met hun koppie naar beneden.

Grote bloedbijen leven op zandgronden, waar ook de blauwe zeedistel te vinden is.

Blauwe lucht met een geel veld van heelblaadjes en rolklaver.

Insecten zijn dol op heelblaadjes, zoals de duinkegelbij.

Springspinnetjes zijn klein, maar heel snel. Ook wachten ze in een bloemetje zoals de parnassia tot er een vliegje in de buurt komt en die is dan de pineut.

Naaldaar

Donderdag 23 juli 2026
’s Morgens gaan Nico en ik naar Alkmaar om een nieuwe bank uit te zoeken en later in de middag ga ik naar het strand. Daar ruim ik rotzooi op dat er nog steeds ligt een jaar na het festival.

De groene naaldaar staat gewoon op het fietspad tussen de tegels.

Bijensoorten

Maandag 20 juli 2026
Met de excursie bij het Kennemermeer loopt iedereen langs het hek, maar ik roep ze terug, want er zit een tweekleurige uil en die willen ze toch wel graag zien.

Als een keizerlibel stil in de vegetatie hangt is die nog niet zo makkelijk te spotten.

Nu nog klein de nimf van een grauwe wants, na een paar vervelling wordt deze wel 2x zo groot.

Gewone roodpootspinnendoder op peen.

Wat een variaties kent peen, uitgebloeid is het een perfect nestje voor spinnen en andere insecten.

In bloei komen er vaak insecten nectar halen.

Nog een nachtvlinder: de purperen stipspanner.

Heel veel heelblaadjes staan in bloei en dat is een gigantische kroeg voor veel insecten. De kegelbij is daar een van.

Ook de weekschildkevers lust de nectar graag.

De gewone viltbij is algemeen, toch zie ik ze helaas weinig.

Lijkt niet op een mier en niet op een wants, dus is het de miersikkelwants.

Een groefbij herken ik wel, alleen heb je zoveel soorten daarvan, zoals de zesvlekgroefbij.

Dan heb je ook nog de bronsgroefbijen en daarvan zijn er ook nog eens vier soorten.

Van het geslacht bloedbij zijn zelfs 20 soorten.

Het vrouwtje pluimvoetbij heeft haar tassen volgeladen met stuifmeel, die wil denk ik een groot gezin stichten.

Thuis ga ik aan het werk in de tuin en daar komt een sneeuwwitte vedermot uit het gewas vliegen.

Zigzagmot

Donderdag 16 juli 2026
Een van de weinige zwartsprietdikkopjes dit jaar. Ze leggen eitjes op de rolklaver, maar ze halen dus ook nectar uit de bloem.

De bruine daguil is een nachtvlinder die overdag vliegt.

Een zeer zeldzame bonte mijtenwesp.

Zo’n mooi en bijzonder gebied en toch kom ik soms maar 1 mens tegen en die vraagt dan nog vaak waar de honingorchis staat. Er zijn gebiedjes met veel gele ratelaarbloemen en verderop een veldje met grote kattenstaart. Dit stukje staat vol met witte honingklaver, waar heel veel hommels op af komen.

Bruine zandoogjes zijn alle jaren talrijk.

Stippelzegge is zeer zeldzaam, dus nu ik het zie neem ik van alle kanten foto’s en vooral van dichtbij.

Veldhommel snoept van de witte honingklaver.

Jansvlinder op grote kattenstaart.

Icarusblauwtjes, copula, ze kijken er heel vrolijk bij.

In deze tijd zie ik altijd wel heelblaadjespalpmotten op heelblaadjes.

Een grote sluipvlieg: Cylindromyia brassicaria.

Zilt torkruid zit zo kunstig in elkaar.

Vrouw pluimvoetbij heeft heel wat stuifmuil aan haar achterpoten, dat neemt ze mee naar haar nest. Grappig dat er ook een parelmotje en een kakkerlakje?? op de heelblaadjes zitten.

De kleine parelmoervlinder nu van bovenaf.

Een kleintje: de zwartwitte snuitwapenvlieg, het is een mannetje.

Toen ik dit vlindertje voor de eerste keer zag ooit noemde ik het de zigzagmot en dat bleef ik doen en beweerde zelfs dat hij echt zo heette, kijk maar in het boek zei ik toen tegen Dik. Maar het is de gevlamde grasmot.

Fantastisch dat ik hier een koevinkje zie. Ik hoop dat ze hier uitbreiden, want in de duinen is het veel te droog geworden, daar houden ze niet van en dit blijft een gebied met vochtige ondergrond.

De wilde Bertram heeft heel veel pissenbedvliegjes te gast. Er tussen staat pijpenstrootje.

’s Avonds ga ik bij het Rode Dorp met andere mensen kijken naar de gierzwaluwen. We zien wel een stuk of 50 in de lucht en soms gieren ze vlak over onze hoofden.

Jonge kluut

Woensdag 15 juli 2026
Op weg naar het landje van Gruijters ga ik even bij de tuin van Beeckestijn langs. Ik hoop nog altijd dat ik een koninginnenpage tegen kom, die vaker in tuinen vliegt dan in de duinen. Ik dacht altijd dat dit artisjokken zijn, maar ze heten kardoen.

Even speuren in de asperge naar kevertjes en ja hoor, ik vind een paar blauwe aspergekevers.

Een hele verse gamma-uil bij de slangenmuur.

En dan door via Spaarnwoude naar Gruijters. Er is een klein stukje riet weggehaald waar je op het water kan kijken en naar de tureluur die iets te pakken lijkt te hebben.

De visdiefjes hebben hier flink gebroed.

En daar is de jonge kluut, wat is die mooi “opgedroogd”.

Na een paar rondjes foerageren lekker uitrusten bij pa of ma. Tussen alle veertjes die losgekomen zijn na de rui.

Distelvlinder

Zaterdag 11 juli 2026
Deze pinokkiomot heeft niet zo’n lange neus, het zijn gewoon de antennes die naar voren steken.

Een Icarusblauwtje legt haar eitjes op de witte honingklaver.

Aardhommels kunnen best groot worden.

Dit is echt een minimotje, de duinparelmot.

Als ik naar het heelblaadjesboorvliegje zoek zie ik hem niet, nu met vlinders tellen zie ik er één.

Op het kale stukje net buiten het Kennemermeergebied staan veel blauwe zeedistels, dit keer met een kleine parelmoervlinder.

De parelmoervlekken zitten aan de onderkant van de vleugels.

Alles is mooi aan een distelvlinder: de vorm, de kleur, de patronen, het knopje aan de antenne; geweldig.

Nog een gelukje dat de kolibrievlinder me één kans gaf om een foto te nemen.

Weer terug in het gebied waar veel brunel staat, met een kakelvers klein geaderd witje.

De wilde Bertram is maar één week op z’n mooist, nu dus.

Moerasspirea steekt er bovenuit.

Ik was al blij met veel boomblauwtjes dit jaar. Nu zie ik er zelfs 2 bij elkaar.

Nimf van een zuringrandwants ziet er wel een beetje gek uit.

Baardmannetjes

Donderdag 9 juli 2026
Met Sieneke heb ik afgesproken om naar de Marker Wadden te gaan. Eerst loop ik even rond bij de haven omdat Sieneke nog in het museum is. Zes jaar geleden was ik hier ook en toen zat meneer Hurkmans daar ook al te poepen. Beeldhouwwerk “Exposure” van Antony Gormley.

Reconstructie van “De Batavia”.

Met de boot “Nieuwe Horizon” van Natuurmonumenten varen we naar de Marker Wadden.

Alhoewel we eigenlijk voor de baadmannetjes komen (ik in ieder geval), kijken we eerst naar de planten. Even vragen we ons af of dit de vruchten van wondklaver is dat er dichtbij in bloei staat. Als we naar de onderkant kijken is het gelijk duidelijk.

Rolklaver, wilde marjolein en die witte zijn de bloemen van blaassilene.

Pastinaak zie ik niet veel, het ziet er heel leuk uit.

We lopen over de dijk met aan 2 kanten water. Aardig tafereeltje van kluut met 2 slapende jongen.

O, prachtig, er komt net een gele kwikstaart aan vliegen.

Leuk dat hij ook nog een liedje voor ons zingt.

Even daarna nog een (of dezelfde?) met een prooi, ik denk een moeraswapenvlieg.

We duiken de vogelhut De Duikeend in. Die is gebouwd in het water zodat we op ooghoogte zijn van het water. Zo kunnen we mooi de jonge kokmeeuw met een van de ouders zien.

Als we de vogelhut uit komen hoort Sieneke al snel de baardmannetjes, maar ze nu nog zien te vinden. Heel fijn dat een jonge baardman (met zwarte rug) zich zo goed laat zien.

We zien aardig wat jonge vogels, maar een mannetje zit verscholen in het riet, tot hij op een paaltje gaat zitten. Fantastisch gedaan manneke.

We lopen verder en horen een snor. We zien hem wel af en toe, maar dan heel kort. Te kort voor een foto. In het riet heb ik wel een kleine karekiet gezien.

De vogelhut “Lepelaar” heeft een lange steiger, waar je door kleine gaatjes de vogels kunt zien. Net groot genoeg om een krakeend met een pulletje te fotograferen.

In de vogelhut horen we steeds een boerenzwaluw heel dichtbij, tot we hem ontdekken, hij zit gewoon schuin boven ons hoofd, daarom gaan we snel weg om hem niet verder te storen.

Het is een vogelparadijs. Een rietzanger vindt het hier ook heel leuk en zingt het hoogste lied.

Nog een gele kwikstaart, nu in de zon zodat het geel extra oplicht.

We lopen weer richting boot die om 5 uur zal vertrekken, zodoende hebben we geen tijd meer op de “Steltloper” te bezoeken. Misschien ook niet zo erg, want daarvandaan zijn de vogels best ver weg.

Terug bij de Bataviahaven in Lelystad gaan we iets eten, dicht bij dit beeld.

Koevinkjes

Woensdag 8 juli 2026
Het eerste koevinkje zit al op me te wachten bij de vlindertelling van de Vossendel.

Het gras is al zo verdroogd dat de oeverlibellen zich niet in de vegetatie meer kan verstoppen.

Het vrouwtje van de pluimvoetbij heeft veel haren aan haar achterpoten waar de stuifmeel aan blijft hangen. Soms zie je ze tussen de tegels een holletje graven waarbij ze het zand achter zich werpen.

Er vliegen meer zwervende heidelibellen dan andere jaren.

Ik heb al veel koevinkjes geteld, maar net na sectie 12 tel ik op 1 plek 29 stuks.

Daar zit ook een groot koolwitje op het duinkruiskruid.

Het is goed dat er duinkruiskruid staat want ook vrouw keizersmantel profiteert er van.

Icarusblauwtje

Dinsdag 7 juli 2026
Ook bij de Cremermeerroute kom ik Icarusblauwtjes tegen. De mannetjes kunnen echt pronken met hun hemelsblauwe kleur.

Vrouwtjes van de wesp Gorytes laticincus jagen op imago’s van schuimcicades.

Een behangersbij duikt met z’n gezicht in een speerdistelbloem.

En net als vorig jaar kom ik hier de grauwe klauwier tegen.

Heleboel rupsen

Maandag 6 juli 2026
En nog een heerlijke dag, met Barbara op stap. Eerst natuurlijk naar het Kennemermeer waar ze alle honingorchissen wil plukken, haha.

Naar de uitgang lopend trap ik bijna op kleverige ogentroost, die hoort daar helemaal niet te staan, wel heel leuk.

Eerst wat eten bij Makai, daarna naar de duinen bij het strand voor de wolfsmelkpijlstaartrups. Er zijn er zoveel, daar hoeven we niet echt naar te zoeken.

De groene zijn nog wat jonger.

De rode zijn echt dik en bijna aan het verpoppen toe.

Spanners

Woensdag 1 juli 2026
Van de buitenkant af zie ik al een spanner op het raam van het parkeerhok zitten. Het is de grijze stipspanner.

En een aangebrande spanner daaronder.

Ik dacht dat ik de harige langsprietwapenvlieg zie, maar het is de gewone.

Er komen al meer Franse veldwespen, herkenbaar aan de oranje antennen. Het is een vriendelijke soort.

Ik let altijd op of er insecten op de honingorchissen zitten, jawel, een heel kleintje, het halmvliegje.

Het lijkt wel alsof alle soldaatjes vrij hebben gekregen en het er nu van nemen. Kleine rode weekschild op duinkruiskruid.

Harkwespen

Maandag 29 juni 2026
Het gebied dat vorig jaar helemaal onder water stond bij mijn Cremermeerroute staat nu vol met echt duizendguldenkruid.

Er staat toch voor een kapitaal, hihi.

Bij sectie 7 loop ik door naar het strand, misschien zit er een heivlinder of een rups van een wolfsmelkpijlstaart. Helaas niet, een graspieper kan mijn teleurstelling niet goedmaken.

Vanaf de hoge strandopgang is er een mooi overzicht van het gebied waar ik de vlinders tel.

Eerst nog even kijken wat er allemaal op peen zit bij sectie 7.

Heel wat kleine insectjes, waaronder een mannetje en vrouwtje sluipvlieg (Cistogaster globosa). Ik heb de foto’s aan elkaar geplakt, zodat het verschil te zien is. Er zijn zoveel soorten vliegen en dan zijn de vrouwtjes ook nog anders dan de mannetjes, de naamgeving is bijna niet te doen. Gelukkig hebben we waarneming.nl die heel veel soorten herkent.

Vreemd dat er zo weinig witjes zijn dit jaar. Af en toe kom ik eens een klein geaderd witje tegen. Daarbij is de grote kattenstaart wel aantrekkelijk voor allerlei insecten.

Harkwespen kunnen klein of groot zijn, ik weet niet of dit nu een mannetje en een vrouwtje is, of allebei van hetzelfde geslacht.

De zwervende heidelibel heeft blauw aan de onderkant van de ogen, daardoor makkelijk te onderscheiden van andere heidelibellen. Dit is een vrouwtje.

Als ik na de telling weer op de fiets ben gestapt, stop ik bij het plekje waar de grauwe klauwier zou kunnen zitten en ik ontdek hem inderdaad.

Kemphanen

Zondag 28 juni 2026
Op weg naar het landje van Gruijters kom ik eerst langs het vijvertje van Velserbeek. De viervleklibel is een makkelijke libel om te fotograferen, die gaat vaak zitten.

Ik ga vandaag voor de kleine kluutjes en ze stellen me niet teleur.

Wat een poepie.

Een van de ouders jaagt alles wat in de buurt komt weg.

Bij de Westhoffplas is er meer te zien buiten de vogelhut dan er in. Haha, die bergeenden vinden dit een betere plek.

Iets verderop zie ik 2 kemphanen, de een is donker.

En de ander heeft veel wit.

De kemphanen worden uit elkaar gehouden door 2 tureluurs.

Kemphanen worden weinig meer gezien de laatste jaren, dus leuk dat er 2 zijn.

De tureluur houdt het voor gezien en vliegt weg.

Daar achter komt net een buizerd aan vliegen en het verbaast me toch hoe scherp de foto nog is ondanks de harde wind en met 600mm uit de hand!!

Via de Houtrakbeemden fiets ik verder. Op een hooibaal zit een man torenvalk zijn prooi uit elkaar te scheuren.

Verderop komt een vrouw torenvalk aan vliegen en gaat op een paaltje zitten.

Zo ontzettend hoog als een reuzenberenklauw kan worden.

Langs een slootje zie ik kleine lisdodde, ik dacht dat heel bijzonder was, maar bij het invoeren in waarneming zie ik dat het een heel gewoon soort is.

Rups kamillevlinder

Donderdag 25 juni 2026
Op waarneming.nl heb ik gekeken of er ergens rupsen van de kamillevlinder zijn. Een plek kan ik makkelijk vinden en niet te ver weg. In de berm staat een randje reukloze kamilleplanten en ja hoor, daar zit een rups bovenop een bloem. Eindelijk gelukt.

Ik dacht dat ik deze larf van een van de lieveheersbeestjes niet eerder had gezien met dat geel. Maar dat geel is stuifmeel en het beestje is gewoon het schaakbordlieveheersbeestje.

In een andere berm staat grijskruid en ik heb een fascinatie voor fasciatie dus het valt me gelijk op dat de stengel zo breed is. Het is zo bijzonder.

’s Avonds naar het strand in de hoop zeevonk te zien. Stom dat ik verdwaal op het strand, ik begon bij het zuidelijkste deel bij de strandhuisjes en kom zelfs bijna bij de pier terug, maar daar staat mijn fiets niet. De lichtjes aan de horizon dat is Zandvoort.

Bergeendjes

Dinsdag 23 juni 2026
Omdat het toch wel warm is overdag ga ik ’s avonds naar het Vogelmeer.
Ik wil naar de vogelhut, maar het weggetje is geblokkeerd.

Ik fiets dan door, dan kan ik straks op de terugweg kijken of ze weg zijn. Dat is dan een gelukje want ik heb altijd al een kneu goed op de foto willen zetten en dat is nu gelukt.

De bloemen van de bokkenorchis hebben hele lange slippen, doet me altijd denken aan serpentine.

De Canadese ganzen hebben ook een jong van de grauwe ganzen geadopteerd.

Ook die wordt tot de orde geroepen door moeder de gans (of vader?).

Aandoenlijk die natte haartjes van de pulletjes bergeend.

Kwik, kwek, kwak en kwok.

Moeders staat er trots bij.