Pop roesje

Woensdag 25 september 2019
Ondanks dat het herfstachtig weer is ga ik toch vlinders tellen want 10 minuutjes heeft de zon geschenen. Als ik aan kom bij de Vossendel is het toch geheel bewolkt. Ik hou al een paar weken het wespennest in de gaten. Eindelijk lukt het om een goede foto van de wesp te maken zodat ik nu weet dat het de gewone wesp is. Ik zie alleen geen bekleding in het nest.

Er zijn al heel veel paddenstoelen, o.a. deze zwavelkopjes.

Ik ben alleen en loop een stuk de andere kant op, het lijkt alsof de duinen mooier zijn op de plekken waar je eigenlijk niet mag komen.

Glimmer-inktzwammetjes.

Ik ga op zoek naar het brandnetelblad waar de pop van het roesje in moet zitten, want een boswachter gelooft niet dat de pop van een roesje in een brandnetelblad kan zitten. Bij het zoeken zie ik een boomknobbelspinnetje.

En vrouwtjes van de vliegende speld.

Ik ben blij dat ik het blad met de pop nog terug kan vinden zodat ik een goede foto er van kan maken. Ik neem de pop ook mee.

Inspinrupsje

Maandag 23 september 2019
Het is wel erg bewolkt, maar de zon komt er nog net doorheen en ik ga vlinders tellen op de spoorlijn. Op de terugweg trekt het helemaal open en wordt het warmer, toch begint het net te regenen als ik klaar ben. Het valt me op dat de vlinders die ik nu zie zo heel erg vers zijn. Klein koolwitje op grote zandkool.

’s Middags vind ik een klein rupsje op mijn vest. Ik weet niet wat voor soort het is, maar zet hem op een blad van de sering. Als ik even later weer kijk zie ik dat hij zich heeft ingesponnen, terwijl ik dacht dat hij nog lang niet klaar is. Volgens mij spinnen ze zich alleen in als ze gaan verpoppen. Ik houd het wel in de gaten want dan wil ik ook weten welk soort dit is. Ik denk een seringensteltmot, want er zijn vraatspoortjes in het blad.

Gewone kielwants

Zondag 22 september 2019
Op zondag is het overal druk, behalve bij het Kennemermeer, daarom ga ik graag op zondag daar naar toe. Een Icarusblauwtje geniet ook van de rust.

Ik wil me meer verdiepen in planten en ik denk dat dit de vertakte leeuwentand is.

Stijve ogentroost ken ik al lang.

Eindelijk eens gelukt de vleugeltjesbloem een beetje fatsoenlijk op de foto te krijgen.

Nog eens kijken of de gewone kielwantsjes er nog zitten. Oei, wat zijn ze gegroeid, ze zijn al één vervelling verder, behalve eentje.

En op een ander blad zitten er nog meer in een stadium eerder dus.

Bloemetjes van de heggenrank.

Gele luzernevlinder

Zaterdag 21 september 2019
Er moet een kleine strandloper ergens op de pier zitten, helaas niet gevonden. Er staat veel meer wind dan ik verwachtte, dus best lastig om te fotograferen. Er komt een kleine vuurvlinder aan fladderen die op de pier gaat zitten.

Heel vreemd die kuiltjes in het zand op het strand.

Ik ga de duinen bij het strand weer op, omdat hier best veel bijzondere planten staan. Blinde bij op zeeraket.

De knollenbladwesp heb ik al tientallen keren op Facebook voorbij zien komen. Die komt dus erg vaak voor, hier vliegen er ook een stuk of 15.

Ooooh, leuk, nu eens een gele luzernevlinder. Die gaat mooi op de zeewolfsmelk zitten.

Duizendknoop

Vrijdag 20 september 2019
Geen Japanse duizendknoop op het stationnetje, maar Fallopia compacta.

Ik kan bijna geen insect vinden in het munitiebos, een slakkendodervlieg is een van de weinige.

De sneeuwbes komt van nature voor in Noord-Amerika.

Ik weet niet of dit normaal is dat er nu nog jonge zwaluwtjes zijn die om eten roepen.

Ze zien er zo lekker fluffy uit.

Dollende paarden.

Mooi hoor.

Duintijger

Woensdag 18 september 2019
Met Joke loop ik de Vossendelroute, het kan nog net met 17 graden, maar we zien wel aardig wat soorten vlinders. In het bos ziet de heksenboter er lekker uit, hihi. Het is een slijmzwam.

Bij de brandnetels kijken we of we nog insecten zien. Het lijkt wel of er een dode vlinder onder een blad hangt. In tegendeel, het is een roesje, die net springlevend uit de pop is gekropen.

Dan moet de pop niet ver weg zijn en dat klopt, die hangt er (linksonder) naast. Ingevouwen in een brandnetelblad.

Er zitten ook meerdere insecten in dat gebiedje, o.a. een tienstippelig en een tienvlek lieveheersbeestje.

Op weg naar de Cremermeerroute vliegen er 4 boompiepers in de buurt van het fietspad.

Op sectie 5 zie ik een groene stinkwants, dan nog een en bovendien nog een vervellingshuidje (rechts). Sony A77ii 18-55mm

Over de hele route staat hier en daar agrimonie, die heeft kleine gele bloemetjes, maar als het uitgebloeid is krijgt het zo’n leuk belletje.

Op heelblaadjes vind ik verschillende kleine rupsjes.

Een huistijger die door de duinen loopt lijkt me een duintijger.

Ze ziet er goed uit en is niet heel bang, dus ik denk dat ze wel een baasje moet hebben.

De koniks hebben een mooi plekje in de Herenduinen gevonden.

Moeraskartelblad

Maandag 16 september 2019
Met de excursie bij het Kennemermeer stuiten we op een hele aparte kleur van het moeraskartelblad.

Jammer dat het wat regenachtig somber weer is. Ach druppels op paddenrus is ook mooi om te zien.

Bij de uitgang kijken we altijd op de bladen van de els. Ja hoor, de nimfen van de gewone kielwants zitten er weer.

Na de koffie ga ik met Irene richting strand. In de duinen daar staan veel soorten planten, zoals het zeewolfsmelk. Daar ga ik op zoek naar de rups van de wolfsmelkpijlstaart, maar tevergeefs.

De paardenstaart woekert hier wel heel erg.

Nog een dagpauwoog op schermhavikskruid.

Melganzevoet ziet er uit als snoepjes.

Ik kom hier zomaar smal vlieszaad tegen. Je ziet het vliesje aan de plant.

De bergen riemwier liggen vandaag al een stuk hoger op het strand.

Hazenpootje

Zondag 8 september 2019
Lekker struinen bij het Kennemermeer. Een klein sluipwespje op de parnassia, maar een nog veel kleiner springstaartje net onder de meeldraad.

Ik zie 51 tinten grijs in de wolken.

Hier en daar hazenpootjes op een kluitje.

Een bosbijvlieg heeft bruine zigzagbandjes over de vleugel.

Ginkelse heide

Woensdag 28 augustus 2019
De hei moet nu in bloei staan, dus hup naar de Ginkelse hei. Ik stap uit de trein in Ede, maar loop al gelijk verkeerd. Wel leuk dat ik nu langs een mooie muurschilderij kom.

Door de droogte is de hei niet uitbundig paars.

Heel fijn dat hier nog klokjesgentianen staan. Ik heb nog gekeken of er heel misschien eitjes op zitten van het gentiaanblauwtje, maar dat zou wel heel toevallig zijn, niet dus.

Er zijn veel hooibeestjes en kleine vuurvlinders.
Hier staan net zo goed veel Amerikaanse vogelkers. Er staat een grote groep bij elkaar met bessen en daar zitten maar liefst een stuk of 7 atalanta’s op, tot ze een voor een weggejaagd worden door een hoornaar.

Ik heb mijn fototoestel op een paal gezet en de zelfontspanner gebruikt, dat is even rennen en kijken of de foto gelukt is, hihi. Ik gebruik vandaag alleen de Sony A68, maar wissel af en toe van lens (18-55 of 70-400mm). Vandaag loop ik op mijn sandalen en dat bevalt me stukken beter dan die zware schoenen.

Wat leuk dat ik een hond in actie zie bij een grote groep schapen.

Even uithijgen.

De herderin heeft 3 honden bij zich en een ervan draagt tassen, met water neem ik aan. Wat een enorme kudde.

Ik kom door het bos De Sijsselt.

Bij dit pad ben ik linksaf geslagen en ik denk dat ik zo naar station Ede-Wageningen loop.

Helaas zie ik op mijn mobieltje dat ik al verder van het station af ga, maar ik heb geen zin om terug te gaan en ik verwacht zo een pad naar rechts zodat ik over de spoorbaan de andere kant op kan. Verdikkeme, het pad gaat niet naar rechts, maar naar links, toch loop ik door en ga door een tunnel die onder de snelweg loopt. Op Google map zie ik geen afslag over het spoor, dus moet ik dat hele stuk terug en ik heb al zo lang gelopen. Dan zie ik dat er toch een overgang over het spoor is en kan ik aan de andere kant terug naar het station, pff gelukkig, want mijn water is bijna op. Ik heb maar liefst 34.602 stappen gedaan.

Vliegendoder

Dinsdag 27 augustus 2019
Als ik even op de bank zit komt Moppie erbij om lekker te kroelen, daarbij gaat ze rustig op mijn tablet liggen.

Ik ga nog eens insecten inventariseren in het munitiebos. Gelukkig springt hij niet weg, de bruinscheenspringwants.

Miersikkelwants.

Bruinrode heidelibel poseert even geduldig.

Sluipwesp, misschien Apechthis compunctor.

De Duitse wesp schraapt van de berenklauw om het nest te bekleden.

Deze wesp is een vliegendoder, ze neemt een vlieg mee naar haar nest, om daarna eitjes te leggen en de larven eten van de vlieg.

Sommige vliegjes zijn best wel een beetje schattig.

Geen wonder dat ik zo weinig insecten zie, de insecten die er zijn zitten op 1 plant, dus dat moet ik maar net treffen.

Ik ga nog even bij het landje van Gruijters kijken. Veel kieviten, waaronder veel jonge vogels gelukkig.

Op een weiland waar normaal de paarden staan zit een puttertje van een pluis te plukken.

Thuis zet ik een satijnvleugelsikkelmot buiten.

Zandkool

Maandag 26 augustus 2019
Met zoveel grote zandkool langs de oude spoorlijn kan het niet missen of ik zie koolwitjes en het zijn er vandaag maar liefst 47 op de heenweg en 36 op de terugweg. Met 29 graden is het heerlijk vlinderweer, dus ik zie ook nog andere soorten.

Gelijk doe ik ook de Cremermeerroute. Een grote keizerlibel legt haar eitjes bij een takje, maar linksonder zie je een larf van een libel die dat door heeft en ze oppeuzelt.

De paapjes zijn denk ik op trek, ik zie ze hier vaker.

De goudoogdazen hebben het altijd op mij gemunt met dat warme weer, misschien vliegen hier al een paar rond met mijn DNA ;-(

Sikkelwants

Vrijdag 23 augustus 2019
Dit jaar waren er veel distelvlinders en atalanta’s in Nederland.

Ik ben op zoek naar insecten bij het Kennemermeer en ontdek daarbij een kogelspin, misschien een hangmatspin?

Toch nog een insect: een weidevlekoog.

Een honingbij op munt.

Een akkerhommel op klaver.

En na goed zoeken nog een nimf sikkelwants: Nabis numbatis.

Een strekpoot heb ik al een tijdje niet meer gezien, aparte hooiwagen.

Oosterplas

Donderdag 22 augustus 2019
Ik ga toch nog een keer kijken bij de Oosterplas of het jonge dodaarsje dichtbij wil komen, zodat ik die pootjes ook op de foto kan krijgen. Er zit er wel eentje, die duikt steeds tussen de waterplanten.

Waterpunge.

Ik wil de beekpunge nog eens fotograferen, maar nu verwar ik het met ereprijs, beetje jammer.

Zijdezachte veertjes van de jonge geoorde fuut.

Ik ga naar het vogelmeer. Opeens is de vogelhut gesloopt, jammer, maar misschien komt er een nieuwe. Op het hout zitten wel altijd wat insecten, nu zit er een behangersbij.

Zwaluwen

Woensdag 21 augustus 2019
Joke en ik vinden eitjes op de grond. Ik denk dat ze van de wijngaardslak zijn die hier veel zit. Normaal moeten die in de grond zitten, maar het lijkt wel omgewoeld te zijn.

Met 21 graden nog best veel vlinders gezien, maar toch minder dan andere jaren. Net als ik op de fiets wil stappen zie ik iets wandelen over het pad, dus ik met mijn neus er bovenop, want best klein. Het is de nimf van een bruine getande randwants.

Bij het hek staat een groepje parasolzwammen.

Dan door naar de Cremermeerroute. Op sectie 11 staan slanke gentianen.

Hier zie ik veel roodborsttapuiten en een jonge roodborsttapuit is dan ook geen uitzondering.

Ook hier aardig wat vlinders geteld. Er vliegt een grote groep boerenzwaluwen, ze gaan even rusten, zodat ik kan zien dat er een jonge oeverzwaluw tussen zit.

Maar ook een huiszwaluw in de groep.

Ze vliegen laag boven het water om insectjes te vangen.

Bij het volgen van de zwaluwen ontdek ik een blauwborst aan de waterkant.

Thuis ontdek ik een nieuw soort spin op de schuur: een staartspin, er zit inderdaad een klein staartje achteraan.

Herina frondescentiae

Maandag 19 augustus 2019
De parnassia staat nu volop in bloei bij het Kennemermeer. Er zit ook een klein vliegje op met de naam Herina frondescentiae. Het is een ‘prachtvliegje’, dat zie je zo.

Mijn medewandelaars zijn allemaal gek op de parnassia, want ook uitgebloeid is het de moeite waard om goed te bekijken.

Wantsjes komen we ook tegen, zoals deze behaarde schaduwwants.

Doodgewoon peen, hoe mooi kan het zijn.

De bessenwants is een grote wants.

Bloemetje geelhartje en een uitgebloeide er naast.

Een krabspinnetje.

Marja ontdekt weer wat nieuws: de kleine morgenster.

De rode kornoelje zorgt ook voor een verrassing in dit gebied.

Na de koffie ga ik met Hanneke nog even het strand op, er liggen heel veel Amerikaanse zwaardschedes.

Eikenprocessierupsvlinder

Donderdag 8 augustus 2019
Het is weer eens tijd om in het munitiebos te struinen op zoek naar insecten. Ha, ik kom een sikkelwants tegen, dat is alvast wat.

Ik moet bijna zoeken met een vergrootglas, dit is een wespje van amper 3 mm.

Deze lijkt hetzelfde, maar dat achterlijf is veel boller.

Een bosbijvlieg.

Veel pantserjuffers vliegen hier rond.

’s Avonds is het ideaal weer voor het nachtvlinderen. Een van de kokermotjes.

Marja en ik staan bij de kist te kijken als er een gevlekte mierenleeuw aan komt vliegen. Ik zie er zelfs nog een.

De teunisbloemen gaan ’s nachts helemaal open.

Daar is de ellendeling van deze zomer: de eikenprocessierups. We hadden er een stuk of 40.

Die ogen van de gewone tweevleugel!

Tussen de planken van het gebouw kijken we altijd heel goed, daar zit vaak van alles tussen, zoals deze vrouw duinsabelsprinkhaan.

Er is ook gesmeerd en we hopen op weeskinderen. Die zijn er wel, maar ook heel veel pissebedden en hier zitten 2 boskakkerlakken bij.

We hebben 2 karmozijn weeskinderen en 1 rood weeskind.

De grote zwartwitmot komt nog even tegen half 2 en dan nog opruimen, alleen is het dan wel erg vochtig.

Mooie excursie

Maandag 5 augustus 2019
Met de KNNV loop ik mee met de maandagmorgenexcursie in duingebied Bleek en Berg. Iemand wijst ons op beekpunge. Dat behoort tot het geslacht Veronica (ereprijs), terwijl waterpunge een Primulaceae is (vijf kroonbladen). Punge betekent buidel.

Nog een leuke ontdekking: een wespenorchidee.

We komen precies op het goede moment: een geoorde fuut met een jonkie.

En vlak voor ons zelfs een jong van een dodaars, hij vangt nog een visje ook. Zo lang wil ik al eens jonge dodaars fotograferen en nu zit er zomaar een vlakbij.

Kleine steentijm komt nog maar sporadisch voor in Nederland.

Marja zegt dat als je de heuvel op gaat dan kom je als je het pad volgt gewoon weer op hetzelfde punt uit. Ik wil dus van bovenaf een foto van de groep maken, alleen staan er te veel bomen voor. Ik loop door, maar de groep zie ik niet meer.

Ik ben veel te snel gelopen, want ik kom al bij de parkeerplaats uit en is nog niemand. Heb ik wel mooi de gelegenheid om koolwantsjes te fotograferen en een grote rupsendoder.

Het duurt nog een aardig tijdje voordat ze komen, daarna gaan we met de groep koffie drinken.
Ik hoop dat de jonge dodaars nog zo dichtbij zit, daarom ga ik weer naar de Oosterplas, ja, dat had ik gedroomd, nu zitten ze verder weg. Een jonge fuut jaagt op visjes en dat lukt aardig.

Wel erg leuk dat jonge dodaarsje.

Later op de middag loop ik toch nog met Frank strandwacht. Er liggen grote banken met schelpkokerwormen en daar pikken de zilvermeeuwen van. Ik kan er zelfs een fotograferen. Ik had zo’n beest nog nooit gezien.

Op het fietspad valt mijn oog op een ketting van slakjes op een lantaarnpaal, wat een grappig gezicht.

In het parkeerhuisje kijk ik nog naar nachtvlinders. Jammer dat er een vertrapte groene korstmosuil op de grond ligt.

Het is spreeuwentrek en heel veel spreeuwen strijken neer in de bramenstruiken. Dit is een jonge spreeuw.

Oranje luzernevlinder

Zaterdag 3 augustus 2019
’s Avonds ga ik naar het Kennemermeer op zoek naar insecten. Een oranje luzernevlinder krijgt al wat slaap en gaat rusten op een blaadje, zo kan ik hem van alle kanten fotograferen.

Gatsie, die libel heeft een ingedeukt oog, wat eng.

Een heelblaadjespalpmot, natuurlijk op heelblaadjes.

Het wordt al aardig duister als ik langs de vissershaven terug fiets.

België

Donderdag 1 augustus 2019
Lekker ritje met de trein, vanaf Sloterdijk gaat de sneltrein in één keer naar Maastricht. Daar huur ik een OV-fiets en ga richting St. Pietersberg. Onderweg in Maastricht kom ik natuurlijk al mooie plekjes tegen.

Bij een boomgaard hangt een bord dat je daar zelf fruit mag plukken. Dat vind ik wel heel aardig. Ik loop daar een heel tijdje rond op zoek naar insecten, bij de rottende pruimen op de grond zie ik wespen genoeg. Ik pluk 3 pruimen en eet er 2 op, die zijn verrukkelijk. De derde is al half opgevreten, die gooi ik weg.

Ik fiets een stukje en opeens ben ik bij de Sint Pietersberg. Ik zet de fiets op slot en ga daar naar boven. Ik dacht altijd dat het een hele berg zou zijn, maar het is meer een heuvel.

Twee vrouwen vragen of ik een foto van hun wil maken, want dit is het einde van het Pieterpad dat ze hebben gelopen in de loop der jaren. Ze mogen van mij ook een foto maken.

In de nissen van het fort zie ik 2 jonge zwarte roodstaarten. Die ene kan ik mooi in beeld krijgen.

Een bij op een speerdistel.

Na een klein eindje fietsen kom ik al bij de ENCI-groeve uit. Daar sta ik een tijd te kijken want ik hoop daar een oehoe te zien. Ook een andere fotograaf met een telescoop staat te turen, maar niks hoor.

Wel een schitterend gezicht zo.

Er is een uitkijkpunt gemaakt en ik zie beneden schapen lopen.

Vanaf het uitkijkpunt kan je via trappen een heel eind naar beneden lopen.

Zelfs daar waar de schapen lopen mag je wandelen (denk ik).

Ik fiets terug naar waar ik begon bij de ENCI-groeve en ga een heel eind door een bos. Daarna wordt het weer open en in de verte staat het kasteel Cannes.

Ongemerkt ben ik in België beland. Ik ga over de brug die over het Albertkanaal is gebouwd.

Ik wil nog een stukje langs het Albertkanaal fietsen, maar ben toch verkeerd gereden. Ik ga terug en dan kom ik er wel lang. Dan gaat er een weggetje door een bos met een heel smal beekje. Een man staat te kijken naar iets, dan zegt hij iets in het Frans tegen me en ik begrijp dat hij het over beversporen heeft. Hij loopt hier elke dag en heeft niet eerder die sporen gezien zegt hij in het Nederlands.

Ik fiets terug naar Maastricht en kom dan langs het kasteel Cannes. In Maastricht fiets ik een beetje op gevoel richting station en kom opeens langs het Vrijthof.

Bij het station koop ik in een winkel een salade en een flesje en aanvaard de terugreis. Dit heb ik gefietst en gelopen:

Grote insecten

Maandag 29 juli 2019
Leuke vlindertelling bij de spoorlijn. Een verse distelvlinder landt vlak voor me, een oranje luzernevlinder die wel wil poseren, rupsen van de kompassla-uil en pyjamawantsen aan het paren. Apart is de vrijwel witte kauw die ik zie, daarvoor heb ik niet de goede camera bij me, de foto’s komen nog wel eens.
De rupsen van de kompassla-uil eten het liefst de knoppen van de kompassla.

Heel veel rupsen zelfs van de kompassla-uil.

Een pyjamawants die het hogerop zoekt, zou daar zijn bedje zijn?

De oranje luzernevlinder wilde zelfs poseren.

Ik ga de Cremermeer-vlinderroute lopen. Een behangersbij snijdt stukjes uit een blad om daar haar nest mee te behangen. Leuk dat ik die weer eens zie met een blaadje.

Ja hoor, op het stuk waar ik niet hoef te tellen zie ik 5 distelvlinders, 3 bonte en drie bruine zandoogjes, een icarusblauwtje, een argusvlinder, een hooibeestje en 3 citroenvlinders.

Een harkwesp op koninginnekruid.

Op sectie 3 en 4 zie ik vaak damherten, dit keer zie ik 2 reeën.

Een hermelijnbladroller op de besjes van duindoorn.

Leuk dat er ook een duindoornboorvlieg zit.

Als ik mijn rondje heb gedaan ga ik nog even terug naar het stukje waar zoveel vlinders zaten. Daar tref ik een jonge blauwborst.

Niet zo veel vlinders meer, wel een vrouwtje grote kommazweefvlieg.

Pyjama-party

Woensdag 24 juli 2019
Het is ’s morgens al behoorlijk warm, lekker weer om de vlinderroute voor de deur te doen. Al een tijd niet meer gezien: de pyjama-wants.

Een klein spinnetje, een blinker.

Ik kijk heel goed op de kompassla-planten naar rupsen. Ik denk dat ik een rups van de kompassla-uil heb gevonden. Achteraf is het een rups van de gamma-uil, want deze heeft twee buikpoten.

Ik heb ze toch gevonden, de rupsen van de kompassla-uil.

Vlaamse gaai

Dinsdag 23 juli 2019
Het is 27 graden, best warm om vlinders te tellen. Op het weiland van de Vossendel kom ik een eikenpage tegen, de tweede op de route.

Op het andere open stukje een blauwvleugelsprinkhaan.

Maar ook een duinsabelsprinkhaan die niet zo algemeen is.

Aan het eind van de route staat heel veel bosandoorn, het meeste is uitgebloeid, een paar nog niet.

Ik kom op de route 2 jonge bonte spechten tegen. Eerst een op het pad en later een die vrij dicht bij zit, alleen jammer van die takken.

Bij de Cremermeerroute zie ik er nog een bij de strandopgang.
Er zijn niet veel insecten, alleen de soldaatjes vermenigvuldigen zich waar je bij staat.

Drie kleuren Schotse hooglanders op één plaatje.

Het is al bijna 7 uur en nog steeds heel warm. De Vlaamse gaai heeft ook last van de warmte, maar nu heb ik eindelijk het gelukkie dat hij even blijft zitten.

Het is alsof iemand al zijn schoen heeft gezet, wel op een rare plaats.

Na de tankval zie ik maar liefst 7 zanglijsters, een paar jonge en deze mooie.

Prachtdag

Maandag 22 juli 2019
Gezellig dat Helma en Henk een dagje op visite komen. Kan ik ze gelijk de schoonheid van de Kennemermeer laten zien en dat kunnen ze zeker waarderen. Je weet ook niet wat je ziet als je de kleine bloemetjes uitvergroot zoals het sierlijk vetmuur ook wel krielparnassia genoemd.

Het zilt torkruid ziet er uit als een wit schempje tot je het in de macro-stand ziet.

We gaan wat eten en daarna de pier op. Enkele steenlopers in zomerkleed.

Maar 1 enkele paarse strandloper, ook in zomerkleed, wel heel herkenbaar aan de snavel.

Een aalscholver is zijn kleedje aan het drogen.

Op de terugweg ziet Helma een wulp. Ik was al blij dat ze op visite waren, nu is het helemaal super 😉 De wulp heeft een blaasjeskrab te pakken.

Hier ben ik heel blij mee (en Helma ook).

Een jonge spreeuw zit lekker vliegjes tussen het wier te pikken.

Wat was het een hartstikke leuke, gezellige dag.

Orchideeën tellen

Dinsdag 16 juli 2019
Omdat het gebied te groot is om alle orchideeën te tellen voor de statistieken worden er plots van 5 bij 10 meter uitgezet en dan wordt er berekend hoeveel er ongeveer in het gebied zouden kunnen staan. Dat is toch veel meer dan ze verwacht hadden. De groenknolorchidee komt op ruim 27000, alleen zijn ze niet allemaal tot bloei gekomen. Van de honingorchidee zijn ruim 5000 bloeistengels geteld. Dat maakt dit gebied wel heel bijzonder. Ook heel zeldzaam is de bonte paardenstaart waarvan hier een hele cluster staat.

In het natte gedeelte zie ik regelmatig moeraszoutgras.

Er vliegen wel een stuk of 100 gierzwaluwen over ons heen de hele tijd. De steekmuggen zitten laag.
Ik kom ook af en toe een ander insect tegen zoals deze slakkendoder.

Een spin maakt een kunstwerkje van het gras. Een venstersectorspin?

In het hok van de betaalautomaat op de parkeerplaats heb ik al 7 pinokkiomotten gezien en nu kom ik er ook weer een tegen in het wild. Die naam heeft hij gekregen vanwege de lange ‘neus’.

Maarten wil ook de bergcentaurie zien en we gaan even vergelijken met knoopkruid. Bergcentaurie staat dus wijduit.

Knoopkruid is meer beknopt en heeft een prachtige kelk.

Ik heb nog net tijd om de vlinderroute op de spoorlijn te doen en kom o.a. een bruin zandoogje tegen.

Rond wintergroen

Maandag 15 juli 2019
Bij de maandelijkse excursie bij het Kennemermeer kunnen we bijna niet meer om de honingorchideeën heen. Hier en daar staan er veel bij elkaar.

Ik pluk een motje van een grassprietje en die blijft mooi op mijn duim zitten.

Als het even kan laat ik de mensen het rond wintergroen zien, alleen al om de naam die ik de bloem altijd geef en dat slaat dan op de rode aanhangsel.

Thuis heb ik een mooie groene cicade met doorzichtige vleugels.