Koevinkjes

Woensdag 4 juli 2018
Alleen het duinkruiskruid doet het nog goed in deze kurkdroge periode. Daar zien Joke en ik nog wel vlinders op, zoals de keizersmantel.

En op sectie 11 zitten er veel koevinkjes op en er komt nog eentje aan vliegen.

Op sectie 17 zitten er zelfs 5 koevinkjes op en één bruin zandoogje.

Ik ga een keer mee met Nico naar het ziekenhuis, maar ik heb geen fototoestel bij me. Ik krijg Nico zijn Olympus E330 mee, dan kan ik nog een rondje om. Vlak bij het ziekenhuis zitten nog piepjonge meerkoetjes.

Je ziet hoe kwetsbaar zo’n koppie is.

In het water zwemmen er 2 en op het eilandje nog 4.

Ik wil het pad door de Heksloot fietsen zoals gewoonlijk, maar opeens staat er een bord dat het alleen voor voetgangers is. Nou ja, dan maar een stukje met de fiets aan de wandel, want mijn fototoestel zit in mijn fietstas. Toevallig kom ik daar ook Maarten tegen die zegt dat ze morgen orchideeën gaan tellen bij het Kennemermeer en hij vraagt of ik ook kom. In het slootje tref ik nog 2 jonge fuutjes. Eentje krijgt nog zwemles: spreid-sluit-spreid.

Duiken gaat ook nog niet zoals het hoort, het lijkt meer op watertrappelen boven water.

Jong puttertje

Dinsdag 3 juli 2018
Vandaag loop ik de Cremermeerroute, ik zou wat vroeger beginnen, maar ik vind het zo heet, dat ik weer niet vroeg ben, terwijl het buiten heerlijk is. Ik tref het dat een jong puttertje even blijft poseren.

Op de koningsweg kom ik regelmatig een kleine parelmoervlinder tegen.

Op het voetpad zit een zwartsprietdikkopje en een groot dikkopje op slangenkruid.

Terug op mijn vlinderroute zit een roodborsttapuit, die zit daar altijd in hetzelfde gebiedje.

Opeens sta ik oog in oog met een damhert.

Die er even later als een haas vandoor gaat.

De koniks staan er als gewoonlijk heel relaxed bij. Het is net alsof er bergen op de achtergrond zijn.

Op de terugweg kijk ik bij de tankval of ik dodaarsjes zie met kleintjes. Die niet, wel 7 jonge meerkkoeten met hun ouders. Ik denk dat ze hier gevoerd worden, want zodra je daar gaat staan, dan komen ze naar je toe.

Bevertjes

Maandag 2 juli 2018
Met Hanneke ga ik een rondje Kennemermeer doen. Het zou een hele warme dag zijn, hier valt het gelukkig mee, het is ideaal weer. Ik zie iets roods in een plant, oeps, het zijn 2 moertjes met rode vleugeltjes, laat ik ze maar met rust laten.

We zijn allebei gek op bevertjes, zo leuk.

Gevleugeld hertshooi.

De zeegroene zegge die we van het voorjaar zo prachtig in bloei zagen staan heeft nu vruchten.

We kijken nog naar rond wintergroen, daar staat kwelderzegge in de buurt. We kunnen deze zegge mooi determineren omdat hij precies voldoet aan de tekening (51).

We lopen tussen de struiken door waar een smal paadje is, daar staan mooie grasjes tussen.

We gaan wat eten op het terras van een strandtent. Bij de strandopgang staat het helm ons toe te wuiven.

We gaan het gebied weer in op zoek naar zoutgras, dat is moeilijk te vinden, maar is wel gelukt. Ondertussen hoor ik een rietgors en het leuke is dat ik hem zie en niet zie, omdat hij op een rietstengel zit die steeds naar beneden buigt door de wind. Een citroenvlinder snoept van de ratelaar.

Hier en daar staan een paar plukjes veenpluis.

Hanneke ziet nog knoopkruid waar ik zomaar aan voorbijgelopen ben. Ik had het hier ook niet verwacht.

Libellenexcursie

Zondag 1 juli 2018
Ik rij door de duinen naar de libellenexcursie en ik heb meer dan 100 vlinders gezien onderweg. Ik ben op tijd vertrokken zodat ik nog even langs de plek kan gaan waar het hartgespan zou moeten staan. Helaas niet gevonden en een bruinrode heidelibel lacht me uit.

Aan de waterkant bij Midden-duin staat moerasspirea.

Libellen zien we haast niet, wel eikenpages en keizersmantels.

Tussen het groen valt een grote groene sabelsprinkhaan bijna niet te ontdekken, maar bovenop het koninginnenkruid poseert deze dame mooi.

Moeraslathyrus in bloei.

In het water staat lidsteng als kleine kerstboompjes.

Op de terugweg fiets ik langs het Vogelmeer, daar is niet veel te beleven. Een kwikstaart loopt parmantig met een juffer in zijn bek.

Plantenexcursie

Vrijdag 29 juni 2018
Mensen van Floron (de plantenwerkgemeenschap) komen vandaag op bezoek bij het Kennemermeer en ik ben de gids. Na de koffie vertel ik hoe het gebied is ontstaan en een stukje geschiedenis. Daarna kan ik al gelijk de hokjespeul laten zien. De vrouwenmantel ontdekt iemand zelf.

Op de heivlinderheuvel zie ik bolletjes op het walstro en denk aan de scheerlingzaadgalmug, maar er is ook een walstropeertjesmijt (denk ik) die ook zulke galletjes maakt.

Dan ziet iemand nog de havikskruidgalwesp, dus voor mij is het ook een leuke excursie 😉

Kleine watereppe.

Gewone engelwortel.

Bij de pauze zitten we in het gras en dan loopt er een klein spinnetje over mijn broek die op de riem van de fotokoffer springt, dus is het een springspinnetje. Bij het uitzoeken blijkt het om de gestreepte springspin te gaan en die is best bijzonder.

Karel heeft vlozegge ontdekt en als je het een maal gezien hebt is het makkelijk herkenbaar.

In het zuidelijk deel zien we moeraszoutgras, rond wintergroen, zilt torkruid en veel meer honingorchissen. We gaan richting Boulevard waar we op zoek gaan naar de zeelathyrus. Eerst zien we zeepostelein.

De bladeren van de zeelathyrus zijn heel herkenbaar.

Gelukkig weet ik de naam van zeevenkel. Het valt me toch mee wat ik heb kunnen laten zien, want er zijn ook bijzondere planten die ik niet weet te staan, maar bij het Kennemermeer staan zoveel bijzondere soorten.

Geelpurperen spanner

Woensdag 27 juni 2018
Op het weiland van de Vossendelroute staat duinkruiskruid waar nog vlinders op af komen, zoals de sintjansvlinder.

Kleine koolwitjes zie ik niet veel, daarentegen doen de grote koolwitjes het onwijs goed dit jaar.

Kleine geaderde witjes willen ook uitbreiden.

Bij de Cremermeerroute staat veenwortel samen met rode waterereprijs in een poeltje.

Als ik weer doorloop naar de plek van de rupsen van de hermelijnvlinder zie ik daar een geelpurperen spanner, daar ben ik heel blij mee.

Honingorchissen

Maandag 25 juni 2018
Leuk dat er vandaag een paar andere mensen meelopen bij de excursie van het Kennemermeer. Ik wil ze de bijenorchis laten zien, maar die is al uitgebloeid. Oorsilene is ook leuk. Ik weet een plek waar de honingorchis staat en daar staat ook een groenknolorchis bij, maar later komen we langs een plek waar een hele groep honingorchissen staan.

We lopen langs een stengel waar een pop van een sintjansvlinder aan zit en dan vinden we ook nog de rups.

Prachtige grote plekken met teer guichelheil.

’s Middags loop ik de vlinderroute langs de spoorlijn, helaas is het stukje gemaaid waar ik voorgaande jaren het zwartsprietdikkopje als eerste van het land zag. Ik zie er nog wel 5 voor de telling, maar als ik naar de middenberm loop waar niet gemaaid is tel ik daar zomaar 34 stuks op een stukje van 20 meter.

Hartgespan

Zaterdag 23 en zondag 24 juni 2018
Vanavond is de tweede nationale nachtvlindernacht. Gisteravond was het in de AWD, maar dat vind ik te ver en te druk. Ik ben al vroeg bij het hek van NME en fotografeer hier ook de stokroossnuitkevers. Het is nog licht en Marja en ik maken alvast een rondje. Hier is een kweektuin en ik kom toevallig hartgespan tegen, daar wilde ik van de week naar op zoek gaan.

Twee seringensteltmotten zwerven hier.

Rups van een schedeldrager.

De kleine zomervlinder fladdert heen en weer, zit soms op het hek en gelukkig zie ik hem op de grond zitten, vlak voor iemands voeten die er geen erg in heeft.

De houtspaander zit ook op de grond, maar vlak bij het doek.

De gele tijger kan ik nog net fotograferen op het doek, daarna vliegt hij de struiken in.

De lijnsnuituil die ik vanavond ook in mijn tuin had die ziet er van voren zo uit 😉

Voor de eerste keer een groot avondrood.

Donkere marmeruil komt uit de kist.

Geelzwarte walstrowants.

Eikenlichtmot.

Hele lange snuit

Dinsdag 19 juni 2018
Bij de spoorlijn staan stokrozen, dat vraagt natuurlijk naar onderzoek naar de stokroossnuitkever. Die heeft een hele lange snuit, maar als je dan denkt aan een olifant, dan heb je het mis. Deze kever moet je bijna met een vergrootglas bekijken zo klein is hij (en zij).

Bij de renovatie van de spoorlijn is de den gespaard gebleven, daar zitten heel veel Aziatische lieveheersbeestjes op, ze zijn heel variabel.

De eerste zwartsprietdikkopjes van dit seizoen.

Een kraamwebspin maakt een heel huisje van rag.

‘s Avonds ga ik naar het Kennemermeer, de bijenorchissen staan mooi in bloei, het zijn er echter niet zo veel.

Vooral ’s avonds vliegen er veel ratelaarspanners. Ik zie ze ook regelmatig hun eitjes leggen op de ratelaars.

Naast de bevertjes staat nog een heel mooi grasje.

Aha, ik heb een honingorchis gevonden.

Op de heivlinderheuvel staan veel nachtsilenes.

Ratelaars in de avondzon.

Man steekvlieg met zijn grote pluimen, gelukkig steken de mannetjes niet.

Boksdoorn

Woensdag 13 juni 2018
Bij de Vossendel zijn al heel wat vogelkersstippelmotten uitgekomen. Leuk rijtje zo.

Meestal als roofvliegen paren heeft het vrouwtje een insect van het mannetje gekregen, nu niet. Misschien is dit een ander soort, dit zijn baardroofvliegen.

Eindelijk zien we een koevinkje en op een boom een hele verse gehakkelde aurelia.

Bij de strandopgang van de Cremermeerroute loop ik iets verder door, daar zie ik een bijzondere struik staan. Ik moet de naam opzoeken: het is de boksdoorn.

Er zit een goudwesp op een van de palen van de strandopgang, terwijl ik hem in de gaten hou zie ik zomaar een stel zakdragers op de paal zitten. Ik denk algenzakdragers, want er zit helemaal een plakaatje alg op het zakje. Binnenin zit het vrouwtje van dit vlindertje.

Vrouw oeverlibel met haar reebruine ogen.

Uitgebloeide sleutelbloem op sectie 1.

Daarna loop ik door over de Koningsweg voor de rups van de hermelijnvlinder. Maar eerst zit er een kleine sprinkhaan in de weg 😉

Toch gevonden! Op het kleine struikje van de populier zit op een blad mooi in het zicht de rups van de hermelijnvlinder, nog maar net uit het ei. Een verdieping lager zit nog het eitje op het blad.

Op de terugweg zie ik zelfs nog een rups, die is een week ouder ongeveer. Helaas is het rond zijn kop nog niet zo zuurstokroze, wat ik zo geinig vind.

Op het wandelpad zit een vrouw zandhagedis, ze blijft rustig zitten als ik foto’s neem.

Niet zoveel teken heeft ze, alleen één in haar oksel.

Bij sectie 3 vliegen nog maar een paar libellen en ik zie er 1 dood in het water liggen, ik denk dat dat een paardenbijter is.

Een kraai zit niet zo ver weg in een hoopje te pikken, even later vliegt hij de andere kant op. Ik heb hem niet de hele tijd in de gaten gehouden, maar hij zit opeens een pad uit elkaar te trekken.

Grote bonte specht

Dinsdag 12 juni 2018
Ik zit een beetje veel achter de computer, daarom stap ik ’s avonds op de fiets voor een lekker stukje fietsen door de duinen. Leuke houding van de grote bonte specht bij de volkstuintjes.

Pijpbloemen staan hier volop.

Ik fiets helemaal door naar het strand en ga daar lopend naar boven bij de strandopgang. Daar heb ik een mooi overzicht over het Zuidervlak waar ook mijn vlinderroute ligt.

Op het hoogste punt heb ik uitzicht op het brede strand van IJmuiden.

Hokjespeul

Maandag 11 juni 2018
Op zoek naar de hokjespeul kom ik blaassilene tegen.

En terwijl ik daar foto’s van maak struikel ik bijna over de hokjespeul 😉

Af en toe kom ik nog wel eens insecten tegen, zoals deze strontvlieg op akkerdistel.

Ha, nog meer vliegjes, vliegjes op het meer. Sony A68 400mm

Ik denk dat dit het zilveren fluitje is.

Zomprus.

Eigenlijk ben ik op zoek naar de eierdopmot op rond wintergroen, omdat ik die niet kan vinden is het wintergroen zelf wel een plaatje waard.

Vanwege de stippeltjes zou je denken dat dit de struiksprinkhaan is, maar daar is ze te groot voor. Dit is dus de grote groene sabelsprinkhaan.

In de buurt van de wollige sneeuwbal zit een rups van de donsvlinder.

Bloeiend heen.

Kleine parelmoervlinder op de bloem van een braam.

Er is laatst gemaaid langs het fietspad van de Dokweg en ik was al bang dat de blauwe bremraap die daar precies stond al niet meer terug zou komen. Toch zie ik er nog 2.

Eitje hermelijnvlinder

Woensdag 6 juni 2018
Het is bijna de moeite niet om vlinders te tellen langs de spoorlijn, ik heb maar 3 kleine koolwitjes geteld. Hier staat misvormd slangekruid.

Voordat ik de vlinders ga tellen bij de Cremermeerroute komen de koniks over de duinen aangehuppeld.

Een kievit moet even indruk maken.

Hier tel ik ook maar 5 dagvlinders, daarom ben ik blij met de paarsbandspanner.

Ik maak een uitstapje naar de populieren waar ik vorig jaar een eitje van de hermelijnvlinder vond. Op het zelfde lage boompje vind ik er weer een eitje.

Een jonge juffer, ik denk een watersnuffel, want er is nog net een stukje van het paddenstoeltje op segment 2 zichtbaar.

De blauwborst is nog voor z’n jongen aan het zorgen.

Eindelijk een kneu zoals ik het graag zie met dat zuurstokroze op z’n borst.

Als ik bij mijn fiets bezig ben komt er een stel spreeuwen in de buurt. De jongen gaan op het draad zitten en willen nog gevoerd worden.

Ach toe nou, pap, ik wil nog een lekker hapje!

Op de heenweg stond de Schotse hooglander al in het water en op de terugweg staat hij er nog!

Weidebeekjuffers

Maandag 4 juni 2018
Met mijn vrij-reizen-kaart ga ik naar Boxtel waar ik een fiets huur bij de NS. Ik ga voor de bos- of weidebeekjuffers en ik ben nog maar net op pad of ik zie al tientallen weidebeekjuffers bij de Kleine Aa. De mannetjes zijn overwegend blauw met een zwarte vlek op hun vleugels. Zo leuk met die hangende pootjes.

De breedscheenjuffers zijn niet zo talrijk.

Mannetje weidebeekjuffer.

Vrouwtje met een bijzondere kleur.

Hier kan ik wel uren naar kijken.

Het verschil met bosbeekjuffers is dat de vleugels daarvan helemaal zwart zijn.

Vrouwtje weidebeekjuffer heeft witte vleugelmerkjes.

Na een uur fiets ik verder. Ik kom bij een natuurgebied ‘Roond’ waar ik ga wandelen. Heerlijk rustig door bos waar een spar vol zit met sparrenappeltjes.

Hier en daar liggen grote mierenhopen van de rode bosmier, ze zijn vrij groot.
In een vennetje springt een groene kikker, ik hoor ze veel, maar zie ze zelden.

Ik kom niet veel mensen tegen, enkele genieters uitgezonderd 😉

Heel veel waterlelies in de vennen.

Hier en daar is het terrein heuvelachtig met kleine zandvlaktes.

Veenpluis in de vennetjes.

Ik volg een gemarkeerde route.

Een grote kudde koeien steekt het voetpad over.

Ik vraag me af hoe deze mooie boom heet, tot ik de tamme kastanjes op de grond zie liggen, dan is het duidelijk.

Ik bekijk de bloemen van dichtbij en ontdek een bosmeikever die daar verscholen zit.

Vind ik zo’n leuke bochelcicade (Centrotus cornutus), zit hij onder de mijten.

Behalve gewone bastaard zandloopkevers lopen hier ook groene zandloopkevers.

De bladeren van de bomen lijken wel kantwerk.

Op de fiets ga ik verder en kom bij de Beerze uit, waar nog meer weidebeekjuffers vliegen. Ingewikkeld standje, de rechter man heeft zijn lijf omhoog gebogen naar het vrouwtje, bovendien heeft hij 1 vleugel naar voren. Het mannetje links is er net bij komen vliegen en probeert ook bij het vrouwtje te komen.

Wat zijn het toch een mooitjes.

Eerst zijn de vrouwtjes geelgroen, maar later toch metalic groen.

Zo mooi al die juffertjes.

Richting het station van Boxtel kom ik langs een afgeschermd weiland met zwarte ooievaars.

Het is een soort park, maar ik kan er niets over vinden op internet. Het rare is dat de meeste vogels niet geringd zijn. Er loopt ook een paradijskraanvogel.

Ik tref het wel, want als ik langs Velserbeek fiets wordt net een jonge grote bonte specht gevoerd. Ik stap gauw van mijn fiets en heb het geluk dat ze samen nog even op een hek gaan zitten.

Ratelaars

Zondag 3 juni 2018
Distelvlinder in de zon bij het Kennemermeer.

Ach, een icarusblauwtje mist een vleugel.

Ik zie een blauwborst in het riet, maar de foto’s zijn niet mooi geworden.
Ik hoop tussen de poelruit een poelruitspanner te vinden, dat is toch te hoog gegrepen.

Een brandnetelglittermot op een bloem van de braam.

De ratelaar heeft gezelschap van een grasje.

Een of andere langpootmug op pitrus.

Distelvlinder

Donderdag 31 mei 2018
’s Avonds ga ik naar het strand. De Kromhoutstraat is een paar jaar geleden helemaal op de schop gegaan voor de nieuwe busbaan en ik had er weinig vertrouwen in dat de berm weer zo mooi zou worden. Dat valt reuze mee, er bloeit van alles. De distelvlinder komt op ossentong af.

Een groot dikkopje steekt zijn tong in ossentong.

Pluimvoetbijen profiteren van knoopkruid. Sony A77ii 18-55mm

Grote sterns en visdiefjes bij de eblijn. Af en toe moeten ze de vleugels strekken.

Mispoes.

De grote stern moet het nog maar een keer proberen.

De visdiefjes proberen ook wat te vangen.

Op de parkeerplaats van het Kennemermeer weet ik de bijenorchissen te vinden. Ze staan er prachtig bij.

Fakkelgras, zoals deze zo mooi heet.

In het avondzonnetje een aardhommel op de rietorchis.

Koniks

Woensdag 30 mei 2018
Als ik toch in Velsen-Zuid ben, dan gelijk maar even door naar Velserbeek. Jonge nijlganzen genoeg dit jaar.

Een boomklevertje vliegt van de ene naar de andere boom en daar worden 2 kleintjes gevoerd. Jammer dat ik nu net mijn telelens niet bij me heb.

Bij de Vossendel zien Joke en ik dit jaar meer grote koolwitjes dan anders.
Ik ga door naar de Cremermeerroute. Op sectie 5 een walstrobremraap.

Wilgen hebben gallen van allerlei beestjes en schimmels. Deze gal komt door de wilgentakmineervlieg.

Vreemde kleuren hebben de jonge juffers vaak.

De koniks versperren mij de weg op mijn route.

Nogal aanhalig is de ene naar de andere konik, komt omdat ze hengstig is.

Waar de zon schijnt is het behoorlijk warm, maar hier bij de Cremermeerroute is het mistig en koud.

Op het fietspad moet ik voor de tweede keer een overstekende rups redden. Dit is de rups van de grote beer.

Noordse witsnuitlibel

Dinsdag 22 mei 2018
De meeste hommels die ik zie zijn die kleine akkerhommels. In mijn tuin komt hij geregeld op de geraniums zitten.

Ik loop de Vossendel vandaag alleen, op sectie 2 nog geen vlinders, maar 2 azuurjuffers.

Omdat ik alleen ben ga ik bij het water kijken, omdat er de laatste tijd zoveel libellen gemeld worden. Nog geen bijzondere hier te zien, een viervleklibel zet eitjes af in het water.

Geen vlinders maar rupsen. Dit moet een witvlekspitskopmot worden.

En deze een tweestreepsvoorjaarsuil.

Op sectie 13 waar vaak libellen zitten zit een glassnijder, die zie ik niet vaak.

Op sectie 15 een duinrouwzwever.

Nog even kijken of de ooievaar nog op z’n plekje loopt. Nou, ik tref het, hij komt me tegemoet vliegen.

De spreeuwen nemen een bad op het voetpad van de Cremermeerroute.

Daarna nog even poetsen, je kan zien dat hij in bad is geweest, hij glimt er over.

Ik zie een vosje lopen en als je goed kijkt zie je dat hij/zij een zandhagedis in zijn bek heeft.

Man platbuik.

Argusvlinder op sectie 1.

Op sectie 4 deze schattige bloemetjes, eerst weet ik niet welk soort, maar het zal de veldkers zijn.

Over de ronde watertjes (bomkraters?) van sectie 3 vliegen vaak libellen. Ik moet wel geduld hebben om ze in de vlucht te fotograferen, redelijk gelukt van de grote keizerlibel.

Er vliegt weer een witsnuitlibel, nu is het de noordse. Gelukkig dat hij even gaat zitten, anders had ik het niet geweten.

Dacht ik bijna een goudvink te zien is het een overdreven gekleurd mannetje vink 😉. Hij slooft zich ook erg uit met zingen.

Het was al een mooie dag met leuke soorten en dan zie ik ook nog een havik in een boom zitten. Hij/zij heeft me in de gaten en vliegt weg, jammer geen foto.

Ooievaar

Zondag 20 mei 2018
Ik was niet van plan om de deur uit te gaan, maar Nico komt thuis met het verhaal dat in Santpoort een ooievaar heel dicht bij de weg in een weiland te zien is, dus ik er op af. Ja hoor, prachtig in beeld.

Even een worm naar binnen werken. Het ringnummer heb ik doorgegeven, daardoor weet ik dat hij 4 jaar is.

Nu ik toch op weg ben, ga ik door naar het Vogelmeer. O ja, daar staat in deze tijd van het jaar bilzekruid.

In Duin en Kruidberg zit een gekraagde roodstaart vaker op dit plekje te zingen.

Bontbekplevier

Zaterdag 12 mei 2018
Op de pier een bontbekplevier, wat een plezier.

Alsof de voorste voor de ander wegloopt, maar die komt net aanvliegen vanaf het andere blok.

Ze zijn zo schattig.

De grote mantelmeeuw heeft ook al zoveel kleur in het grijze gedeelte net als de noordse stormvogel op 1 mei.

Bij de Badweg ga ik bij de trap naar beneden. Daar staat winterpostelein, de bloemetjes hebben nu een veel langere steel dan eerst, zo ziet het er weer anders uit.

Rupsen

Woensdag 9 mei 2018
Met Joke loop ik de Vossendelroute om vlinders te tellen. In het bos zien we enkele rupsen bij elkaar. De rups van de perentak herken ik gelijk.

De roofvlieg heeft zijn vleugels nog niet gladgestreken.

Zo mooi dat bloeiende gras met die glinsterende sliertjes.

Een rups van een voorjaarsbladroller is op Joke haar bloes gevallen en ik pluk hem er heel voorzichtig vanaf.

Een jonge zanglijster op het bospad. Als hij wegvliegt zie ik dat hij mooie bruine vleugels en staart heeft.

We hebben toch 27 vlinders gezien op de secties en daarbuiten ook nog een stuk of 10, valt dus reuze mee. Bij de uitgang zitten nog meer rupsen. Deze donkere rups is van de wachtervlinder.

Mijn Cremermeerroute loop ik nog wel met laarzen aan, vooral het eerste stuk is nog erg nat. Daar zie ik iets glimmen in de struiken, het is een viervlek.

Hier vliegen wat gierzwaluwen, helaas niet veel.

Het bloemetje van de zilte waterranonkel zit onder water, leuk met die luchtbelletjes.

Ik ga ook nog langs hotel Duin en Kruidberg voor libellen, ik loop langs het water en daar staat zomaar een olifant 😉

Op de muur zit nog een huidje van een juffer.

Groentje

Maandag 7 mei 2018
Ik ga met de bus naar Amstelveen en ik denk dat ik het makkelijk kan vinden vanaf de bushalte naar Thijsse’s park, niet dus. Ik loop daar nog een hele tijd te dwalen en kom zelfs al door het park De Braak, waar ik straks naar toe wil voor het groentje. Tien over 11 kan ik me pas aansluiten bij de KNNV-groep. Dan zie ik wel gelijk de leukste plant: de rapunzel.

Wat een daslook staat hier.

Adderwortel.

Niet alleen deze prachtige kleur heeft zenegroen, maar er staan ook wat roze bloemen tussen.

Ook het wildemanskruid heb ik gezien.

Zuurbes herken ik wel.

Wonderbaarlijke bloemen heeft het waterdrieblad.

Weegbreezonnebloemen.

Genieten in het Thijsse’s park.

Een paardenstaart, of misschien holpijp?

Elke keer als je hier komt zie je weer nieuwe planten. Christoffelkruid dus.

Steenbreek.

De anderen gaan na de excursie weer weg, ik ga door naar het park De Braak voor het groentje. Als ik daar even rondloop zie ik al een man staan fotograferen en ik ben zo brutaal om er ook bij te gaan staan. Dat is niet erg, want we raken leuk aan de praat. Het groentje komt steeds terug, dat is dus helemaal geen probleem.

Opeens zie ik 3 citroenvlinders achter elkaar aan vliegen, dat is ook heel gaaf.

De lichte voorop is het vrouwtje.

Het onderste mannetje vliegt zelfs ondersteboven.

Ik ben helemaal blij met het groentje, geweldig wat leuk.

Ik loop richting uitgang en zie 2 reigers vlak bij elkaar, waarvan eentje net boven de struiken komt kijken.

Ik denk dat dit vrouwtje platbuik een slijkvlieg te pakken heeft en let eens op die bolletjes en het uiteinde van de bladen van de varen.

Allemaal leuke plantjes en bloemetje kom ik hier tegen.

Dit park is net zo mooi als Thijsse’s park.

En lopend naar het busstation kom ik langs een tuin met de Japanse berberis.

Bladeren

Vrijdag 4 mei 2018
Ik ben zo moe met het badmintonnen dat ik na een uurtje al weg ga. Ik wil nog de vlinderroute Vossendel doen omdat het eindelijk wat warmer is geworden. Ik kom door Schoonenberg en kijk nog even naar de boom met peulen die we van de winter gezien hebben, waarvan ik nog steeds de naam niet weet.

Voor het jubileumboekje van de vlindergroep van de KNNV zou ik nog een selfie maken en dat moet nu dan maar gebeuren want er is haast bij. Ik sta hier op sectie 13 en daar vinden Joke en ik meestal de meeste vlinders. Hier vliegen ook vaak veel libellen. Ik heb de camera op de zelfontspanner gezet.

Zoals elk voorjaar zijn er veel smaragdlangsprietmotten. Nu zie ik ze hoger in de eik, terwijl ze anders altijd op de vogelkers of sering zitten.

Nog meer bladeren (van de esdoorn) bij de uitgang van de Vossendel.

Water

Woensdag 2 mei 2018
Het thema voor de Foto7daagse vandaag is water en waar kan ik dan beter naar toe gaan als het strand en de pier. In het voorbijgaan op de Kromhoutstraat zie ik vanuit mijn ooghoek een blauwe bloem staan, dat moet even onderzocht worden. Misschien is het een wilde hyacint? Een steenhommel vindt het in ieder geval een lekkere eettent.

Ziet er indrukwekkend uit die golven met op de achtergrond Zandvoort.

Vergaderende scholeksters op het strand.

Deze foto had ik ook wel willen inzenden omdat ik die golf water zo geweldig vind met die waaier.

Ik denk dat dit een andere rosse grutto is als gister, haha.

Helemaal nog in winterkleed.

De scholeksters zijn uitvergaderd en gaan koffie halen.

Op het eind van de pier gaat het nog behoorlijk te keer.

Dit is de foto die ik ingestuurd heb, omdat ik het leuk vind dat die gewone zeehond kijkt alsof hij bang voor water is.

Op de Badweg zijn 2 kneutjes, ik hoop altijd dat ik een mannetje eens heel mooi op de foto kan krijgen. Eerst het vrouwtje, die heeft niet zo’n mooie roze borst.