Harkwespen

Maandag 29 juni 2026
Het gebied dat vorig jaar helemaal onder water stond bij mijn Cremermeerroute staat nu vol met echt duizendguldenkruid.

Er staat toch voor een kapitaal, hihi.

Bij sectie 7 loop ik door naar het strand, misschien zit er een heivlinder of een rups van een wolfsmelkpijlstaart. Helaas niet, een graspieper kan mijn teleurstelling niet goedmaken.

Vanaf de hoge strandopgang is er een mooi overzicht van het gebied waar ik de vlinders tel.

Eerst nog even kijken wat er allemaal op peen zit bij sectie 7.

Heel wat kleine insectjes, waaronder een mannetje en vrouwtje sluipvlieg (Cistogaster globosa). Ik heb de foto’s aan elkaar geplakt, zodat het verschil te zien is. Er zijn zoveel soorten vliegen en dan zijn de vrouwtjes ook nog anders dan de mannetjes, de naamgeving is bijna niet te doen. Gelukkig hebben we waarneming.nl die heel veel soorten herkent.

Vreemd dat er zo weinig witjes zijn dit jaar. Af en toe kom ik eens een klein geaderd witje tegen. Daarbij is de grote kattenstaart wel aantrekkelijk voor allerlei insecten.

Harkwespen kunnen klein of groot zijn, ik weet niet of dit nu een mannetje en een vrouwtje is, of allebei van hetzelfde geslacht.

De zwervende heidelibel heeft blauw aan de onderkant van de ogen, daardoor makkelijk te onderscheiden van andere heidelibellen. Dit is een vrouwtje.

Als ik na de telling weer op de fiets ben gestapt, stop ik bij het plekje waar de grauwe klauwier zou kunnen zitten en ik ontdek hem inderdaad.

Rups kamillevlinder

Donderdag 25 juni 2026
Op waarneming.nl heb ik gekeken of er ergens rupsen van de kamillevlinder zijn. Een plek kan ik makkelijk vinden en niet te ver weg. In de berm staat een randje reukloze kamilleplanten en ja hoor, daar zit een rups bovenop een bloem. Eindelijk gelukt.

Ik dacht dat ik deze larf van een van de lieveheersbeestjes niet eerder had gezien met dat geel. Maar dat geel is stuifmeel en het beestje is gewoon het schaakbordlieveheersbeestje.

In een andere berm staat grijskruid en ik heb een fascinatie voor fasciatie dus het valt me gelijk op dat de stengel zo breed is. Het is zo bijzonder.

’s Avonds naar het strand in de hoop zeevonk te zien. Stom dat ik verdwaal op het strand, ik begon bij het zuidelijkste deel bij de strandhuisjes en kom zelfs bijna bij de pier terug, maar daar staat mijn fiets niet. De lichtjes aan de horizon dat is Zandvoort.

Rupsen hermelijnvlinder

Maandag 22 juni 2026
Soms kom ik bloeiwijzen tegen die zo grappig zijn, zoals bij de smalle weegbree langs het voetpad van de Vossendel.

De twee rupsen van de hermelijnvlinder zitten er nog steeds. Ik denk dat ze nu gauw gaan verpoppen. Zo grappig die harige slofjes. Onderaan zie je ook nog de 2 eitjes waar ze uitgekomen zijn.

Bij de tankval vliegen wat libellensoorten en het mannetje vuurlibel gaat regelmatig zitten.

Best veel watersnuffels vliegen boven het water.

Ossentong

Zaterdag 20 juni 2026
Bruidsmot die in de lampen hangt, haha.

Groot dikkopje zuigt met z’n enorme lange tong nectar uit rode klaver.

Ook al verstopt de duinsabelsprinkhaan zich, ik herken hem wel.

In het open gebiedje van sectie 2 staat ossentong.

Een roestbruin kromlijf heeft het achterlijf helemaal naar voren gebogen.

Terug bij mijn fiets kijk ik of er nog boorvliegen op de akkerdistel zit. Ja hoor, meerdere akkerdistelboorvliegen.

Bovendien 2 exemplaren van de graafwesp Ectemnius continuus.

Op de Badweg loopt weer een rups met gevaar voor eigen leven op het fietspad.

De bevederde poten van vogels noemen ze ook wel een broek. Deze kraai heeft dus de broek aan.

Dodaarsjes

Donderdag 18 juni 2026
Het lijkt wel of er ook minder vogels zijn de laatste tijd. Ik ben al heel blij met een jonge blauwborst bij de Cremermeerroute.

Bij sectie 3 zit een putter hoog in de boom en hier en daar een graspieper. Aan het eind van mijn route een jonge bedelende spreeuw, maar moeders is het zat en vliegt op.

Duizendguldenkruid doet het onwijs goed dit jaar. De kleinste soort is fraai duizenguldenkruid.

Dit is het broedgebied van de roodborsttapuiten, dus af en toe zie ik een jonkie.

Superschattig zijn de jonge dodaarsjes.

Op de terugweg kom ik langs deze boomstam met elfenbankjes.

Groot heksenkruid

Dinsdag 16 juni 2026
Ik ben benieuwd of de rupsjes van de hermelijnvlinder er nog zitten bij de Vossendel. Jazeker, nog steeds op dezelfde bladeren zelfs en ze zijn groter gegroeid.

Even verderop een donkere marmeruil, ik krijg hem net op de foto tussen het gras door.

Zijn ze niet om op te vreten de hondsdrafsnoepjes, hihi.

Bij de tankval even naar de libellen kijken. Een man grote keizerlibel laat zich goed zien.

Er vliegt één man vuurlibel rond. Die gaat even op de tak zitten en later zie ik op de foto dat er dan net een wespje achter vliegt.

In het bos staan een paar planten van de bosandoorn.

En heel veel groot heksenkruid.

Er vliegt een groep staartmezen steeds voor me uit, maar heel moeilijk te fotograferen in het bos. Toch gelukt en jeetje van heeft die een lange staart zeg.

Aan de andere kant van het pad een jonge staartmees, beetje in bedelhouding met die staart wijd.

Aan de voet van een vogelkers zit een nest van de vogelkersstippelmot en er zijn al een paar uit de pop.

Ik volg een duinrouwzwever en als die op de grond landt zie ik dat er rechts een tuinhangmatspin er naar toe sprint. De vlieg had hem in de gaten.

Een kunstwerkje van bloeiend gras.

Als ik klaar ben met de vlindertelling zie ik nog een gevlamde bladroller, dat maakt voor de telling niks uit, die telt toch niet.

Orchideeën

Zondag 14 juni 2026
Vorig jaar werd deze grote orchidee ontdekt en als waddenorchis gedetermineerd. Toch is het nog steeds niet bevestigd.

Er zijn nogal wat hybriden van de rietorchidee.

De eerste moeraswespenorchideeën staan alweer in bloei.

Een purperen stipspanner gaat even zitten. Eerst maak ik met mijn telelens een foto, maar met de Olympus is iets mooier geworden.

Er zijn zoveel verschillende soorten grassen dat ik daar echt een studie van maak, maar kamgras herken ik gelijk. Bloeiend is het helemaal een pracht.

Een groot dikkopje heeft vlekjes op de vleugels.

Een gewone koekoekshommel is best groot.

De parel van het Kennemermeer: de honingorchidee.

Zeewinde

Maandag 8 juni 2026
De rupsjes van de wolfsmelkpijlstaart moeten zo langzamerhand tevoorschijn komen, dus ga ik naar het strand. Ik zet mijn fiets bij het begin van de pier.

Op de duinen daar staat het helemaal vol met biestarwegras en allemaal in bloei.

Op de zeewolfsmelk zitten sluipwespjes, die kunnen het zomaar op de rupsjes van de wolfsmelkpijlstaart hebben voorzien.

Een klein schildwespje met een enorme legboor.

Een zwart kraagwespje, maar ik zie geen kraag.

Ja, gevonden. Rupsjes van de wolfsmelkpijlstaart, met de groene eitjes er bij.

Ze komen zwart uit het eitje en krijgen na elke vervelling meer kleur en ze worden groter.

Pluimvoetbij op zeemelkdistel.

Ik vermoedde al dat het een lapsnuitkever zou zijn, het is de duinlapsnuitkever.

Zeewinde is zeldzaam.

Het staat hier volop.

Torenkruid

Woensdag 3 juni 2026
Op weg naar de Cremermeerroute kom ik langs bloeiende pijpbloemen. Ze staan hier al jaren en breiden zich iets uit. Zeldzame soort.

Torenkruid langs het fietspad verderop heb ik alleen gezien in Thijsse’s Hof, nu dus in het wild en is ook zeldzaam. Met een duinkortkopje bovenop, een kleine wants.

Dit beeld van de Konik en Exmoors roept bij mij iets van een sprookje op.

Mooie banen in het zand.

Wat een schoonheid is de kleine pimpernel met vrouwelijke stempels.

Een roos uit de egelantiergroep.

Gelukkig zie ik de rups van de kleine hageheld op tijd op het pad. Hij kruipt naast een kleine pimpernel.

Hommels

Maandag 1 juni 2026
Ik hoop dat er wat vlinders zijn bij de Vossendelroute. Tja, een vrouw oeverlibel is geen vlinder.

Een kevertje op helmkruid met de toepasselijke naam: donkere helmkruidbladschaver. Het helmkruid moet er niks van hebben en steekt z’n tong uit.

Hele fijne bloempjes van grasmuur.

Oooh, 2 kleine rupsjes van de hermelijnvlinder, bovenop het blad van de balsempopulier. Een verdieping lager zitten de 2 opengebroken eitjes op een blad. Wat gaaf. Volgende keer kijken of de rupsjes er nog zitten en hoe ze gegroeid zijn.

Niet veel vlinders, wel aardig wat hommels, waaronder de tuinhommel met z’n snoet in de bloem van trosglidkruid.

Zelfs thuis heb ik hommels in mijn tuin. De weidehommel heeft bruine banden.

Bijenorchidee

Zaterdag 30 mei 2026
Voordat ik ga vlinders tellen bij het Kennemermeer controleer ik of de bijenorchis al bloeit. Ja hoor, hij lacht me al toe.

Dit is duidelijk een koningin steenhommel, alleen een koningin is zo groot.

Wondklaver werd in de oorlog gebruikt om wonden te deppen. Een akkerhommel drinkt van de nectar.

De gegolfde lichtmot is een nachtvlinder die ik niet hoef te tellen, maar ik vind hem wel leuk om tegen te komen.

Dat geldt ook voor de blauwooggrasmot met z’n lange snuit.

Geweldige kaken heeft de bastaardzandloopkever. De iriserende kleuren zie je alleen in close-up.

Ossentonggraafwants op ossentong, dat is duidelijk, want er zijn andere graafwantsen die heel erg op deze lijken.

De bevertjes doen het heel erg goed dit jaar, gelukkig maar.

De Noordse kakkerlak kom ik niet zo heel vaak tegen.

En een veenmol had ik al helemaal niet verwacht hier.

De laatste jaren zie ik hier vaker gele lissen, niet dicht bij het water, maar op het pad.

Waterereprijs

Woensdag 27 mei 2026
Op het pad van de Cremermeerroute staat rode waterereprijs, met zulke tere bloemetjes.

Naast het pad is een jonge blauwborst zich behoorlijk aan het uitsloven.

De driedistel is zeldzaam. De bloemen krijgen niet meer kleur dan dit strogeel.

Mannetjesereprijs is klein maar fijn.

Ik loop door naar de vogelhut bij het Duinmeer. Vogels zijn er wel, alleen niets bijzonders. Vlak voor de hut staat heggenrank en daarop zitten veel wantsjes, het duinkortkopje.

Terug op de route verschillende vogels met rupsen in hun bek, zoals de grasmus.

Thuis kan ik nog de akelei fotograferen voordat deze helemaal uitgebloeid is. Het is een inheemse plant die al in mijn tuin staat vanaf 1972 toen we er kwamen wonen.

Wespendief

Dinsdag 26 mei 2026
Op de poortdeur zit een zwartvlekdwergspanner, net op tijd opgemerkt voordat ik op de fiets stap.

Ik ga vlinders tellen bij de Vossendel. Bij het natte stukje bij de tankval lopen veel oeverkortschildkevertjes (Paederidus ruficollis). Ze zijn heel klein en beweeglijk, toch kan ik met mijn telelens een paar goede foto’s maken.

Er zijn 3 soorten schorpioenvliegen en dit is een vrouwtje weideschorpioenvlieg. Wel een gekke snavelsnuit hebben ze.

Ik ga nog terug naar sectie 19 in de hoop de staartmeesjes te zien, maar in de lucht zie ik heel wat anders: een buizerd en een wespendief. In grootte schelen ze elkaar niet veel.

Mooi zo met dat licht door de vleugels van de wespendief.

Ik ben nu toch in de buurt van hotel Duin en Kruidberg, dus daar eens kijken of er nog libellen rondzoeven. De vuurjuffers zijn niet talrijk dit jaar.

De watersnuffels proberen wel voor uitbreiding te zorgen.

De viervlek heeft in totaal 4 vlekjes op de vleugels.

Op de terugweg nog even door Schoonenberg gefietst. In de warmere periodes zijn daar altijd schildpadden.

Gamma-uil

Zaterdag 23 mei 2026
Voordat ik ga vlinders tellen bij het Kennemermeer kijk ik natuurlijk eerst bij het parkeerhok en ik heb beet, een vroege grasmot tegen het raam.

Ik hoop op meer distelvlinders, maar dit is alvast de eerste dit jaar.

De gouden slakkenhuisbij is nogal bruin, kleurt wel bij de gele rolklaver.

Alhoewel deze kleurencombinatie is ook mooi van de gamma-uil op moeraskartelblad.

Felle kleuren van oranje havikskruid.

Terrasjeskommazweefvlieg op boterbloem.

En deze zweefvlieg heet de onvoorspelbare bijvlieg, hoe verzinnen ze het!

Het bonte zandoogje komt heel vaak langs fladderen op het laatste stukje van de vlinderroute.

Blaasjespistoolkokermot

Vrijdag 22 mei 2026
Bij de Vossendel zie ik staartmeesjes en ik hoop al zo lang op jonge staartmeesjes en ik denk dat ik er nu een op de foto heb. Kenmerk van jonge bedelende vogels is dat ze hun vleugels zo laag houden. Hier is de staart ook heel wijd.

Ook al zou het geen jong zijn, dat zijn ze nog steeds heel leuk.

Aparte tekening heeft de rups van de dubbelstipvoorjaarsuil.

Alweer zie ik een rups van een krakeling, als ik hem fotografeer zit er nog een rups van een perentak naast.

Een boskrabspin zit op het puntje van een blad.

Die streepjes zijn goed te zien op de rups van een kleine voorjaarsuil, maar op de foto zie ik stipjes op de poten en zelfs op de kop is een patroontje!

Nooit verwacht dat ik hier een blaasjespistoolkokermot zou tegen komen, wow.

Wat een prachtig patroon heeft deze hooiwagenvrouw (Platybunus pinetorum), ze zijn zeldzaam, maar de populaties breiden zich wel uit.

Een zanglijster is op het pad insecten aan het zoeken, het lijkt mij een jonge vogel, de mondhoeken zijn nog geel.

’s Avonds ga ik naar de kweektuin in Haarlem voor inventarisatie. Op de Gelderse roos zitten larven van sneeuwbalhaantjes, dat zijn echt vreetmachines.

Op heel veel knoppen van de rododendron zitten rododendronknopvreters, een soort zwammetje.

Er wordt een laken opgezet om te gaan nachtvlinderen, alleen is het nu nog veel te licht en Ben gaat met een paraplu onder de cypres op de takken tikken zodat er insecten in de paraplu vallen. Daarbij is een jeneverbeskielwants in de plu gevallen.

Op de rand van de plu zitten twee schattige kevertjes: Pachyrhinus lethierryi, twee zeldzame exoten die het hier naar hun zin hebben.

Ik doe niet mee met nachtvlinderen en ga op tijd naar huis voordat het helemaal donker wordt.

Jonge groenlingen

Donderdag 21 mei 2026
Op de Koningsweg op mijn vlinderroute op het Zuidervlak landt een groenling. Die zijn zo schuw dat ik al blij ben met deze (niet zo scherpe) foto.

Nog blijer ben ik met foto’s van jonge groenlingen!

Als een van de ouders op een takje gaat zitten zie je de rode poten goed.

In de verte komt een kolonne Exmoors mijn kant op. Fantastisch die lichte neuzen. Achter de groep loopt de Shetlander.

Ze zijn al dichterbij gekomen.

Ik ga naar rechts het gebied in, waar de kleine pimpernel bloeit. Bovenin zitten de vrouwelijke rode stempels. De mannelijke helmknoppen hangen beneden.

Paardenstaarten van de koniks.

Sommige koniks zien er wat verwaarloosd uit, maar deze kont ziet er welvarend uit.

Rups plakker

Woensdag 20 mei 2026
Net na de ingang bij het Kennemermeer zie ik een teek, gelukkig valt hij niet naar beneden bij de fotosessie, zodat ik hem daarna plat kan knijpen.

Bij mijn favoriete berk zit een plakkerrups op een berkenblad.

Een klein kevertje die berkenbladroller of berkensigarenmaker heet knipt een berkenblad half door zodat de nerf nog heel blijft. Het afgeknipte deel wordt opgerold waar de eitjes in gelegd worden, wat een kunstwerkje.

Op een beginnend wilgenboompje zitten een heleboel luizen (Aphis farinosa), ze leven samen met mieren.

Eindelijk beginnen de rietorchideeën te bloeien.

Het barst van de zeldzame planten hier, maar margrieten zie ik hier niet veel.

Op het eind van de vlinderroute een nestje van wilgenpluis voor de mospissenbedden.

Soldaatjes

Woensdag 13 mei 2026
Ik weet dat het soldaatje bloeit op de Heerenduinweg, dus er op af. Eerst kom ik langs de bokkenorchis. Zeer teleurstellend dat er maar 1 staat.

Uitgebloeide roos is wel mooi om te zien.

Nou ja, kom ik bij het soldaatje, heeft iemand er rode draadjes aan gebonden. Waarom?? Tegen vraat van de herten misschien? Maar er staat al gaas omheen.

Bij het Kennemermeer een heel ander soldaatje, het zwartpootsoldaatje. Misschien een verkenner die stiekem om het hoekje gluurt, maar zijn schaduw verraadt hem.

Op het eind van de vlindertelling geen imago’s van vlinders, maar rupsen, zoals van de dubbelstipvoorjaarsuil

En een van mijn favorieten omdat ik die gelijk herken: rups van de plakker.

Deze kever vind ik zo geinig. Het is de berkensigarenmaker. Het vrouwtje snijdt een berkenblad doormidden, maar bij de nerf niet. Dan rolt ze het afgesneden halve blad op tot een kokertje en daar legt ze haar eitjes in. Volgende keer heb ik daar een foto van.

Veel zegge-soorten bij het Kennemermeer en dit is de ruige zegge.

Een zandtijger die aan komt vliegen, hihi.

De fraaie schijnbok gaat heel vaak naar de sportschool, dat is goed te zien.

Er zijn veel zweefvliegen die op elkaar lijken, toch herkent OBS ze goed gelukkig, zoals de moeraszweefvlieg.

Argusvlinder

Donderdag 7 mei 2026
Het kan maar net met een temperatuur van 16 graden om vlinders te tellen, met onzekere weersverwachtingen ga ik toch naar het Zuidervlak. Onderweg door Duin en Kruidberg is het bewolkt en ook zonnig.

Speciaal voor de argusvlinder ga ik tellen en ik zie er 3 op de vlinderroute.

Bij sectie 3 zie ik een libel in het water spartelen, voorzichtig vis ik haar er uit, maar ook mond-op-mond-beademing mag niet meer baten, hahaha. Ze is ook al aangevreten zie ik.

Er is geen gemaskerd bal geweest in de duinen, dit is een bekkenbot van een of ander dier.

Ik hoor de koekoek steeds roepen en na de telling ga ik even kijken waar hij zit. Ik zie hem wel, maar te ver weg voor een foto.

Gewone ereprijs

Maandag 4 mei 2026
Op het weiland van de Vossendel staat gewone ereprijs, samen met zachte ooievaarsbek.

Als de witte vlindertjes gaan zitten zijn ze wel te determineren. Dit is duidelijk een klein geaderd witje.

Insecten en spinnen weten dat ze voer zijn voor vogels, daarom leggen ze enorm veel eitjes en daar komen dan kleine spinnetjes uit bij de eitjes van de kruisspin.

Een (Vlaamse) gaai met een eikel krijg ik net goed voor de lens voordat hij weer verder vliegt.

Veldhondstong in bloei.

Vrouwtje oranjetipje heeft geen oranje tipje aan de vleugels.

De Europese hoornaar lijkt wel heel boos te kijken, maar dat kan ik ook.

Grote velden gele dovenetels in de bermen, ook hier in het bos, alleen niet zo dicht opeen.

Op het hekje een paar rupsen van de kleine en van de grote wintervlinder.

Zwanen aan de wandel

Vrijdag 1 mei 2026
Ondanks dat het Cremermeergebied heel droog is geworden blijven er altijd natte stukken over waar ik mijn laarzen voor nodig heb voor mijn vlinderroute, ook al is het maar 1 of 2 stappen. Blaartrekkende boterbloem houdt wel van nattigheid.

De dotterbloemen doen het hier goed.

Schitterende kleur heeft zenegroen, vooral in combinatie met de bruinige bloeiende zegge.

Iemand heeft hier denk ik gelopen terwijl hij een appel at en heeft het klokhuis weggegooid zodat er nu een appelboom staat.

Het is hier zwaar genieten omdat ik hier mag komen terwijl het gebied afgesloten is, zo lekker rustig en wat een prachtig gebied.

Enkele bruine winterjuffers bij het watertje van sectie 3. Deze winterjuffers hebben in het voorjaar blauwe ogen.

In het water een gewone poelslak, ze zijn best groot.

Een spin die onder water loopt is de poelpiraat.

Het duin achter de koniks is hoog en bovenop is een uitzichtpunt voor wandelaars.

Bij sectie 9 staat een vrij kleine vogel en gelukkig blijft hij staan tot ik een goede foto heb. Gelukkig maar, want ik dacht dat het een groenpootruiter was, maar het is een bosruiter.

Bij de laatste sectie kijk ik achterom en zie dat 2 zwanen rustig voor de koniks uit lopen. Zo geinig.

Rups perentak

Donderdag 30 april 2026
Na het badmintonnen heb ik nog wel puf om de spoorlijn te tellen. Slechts 3 dagvlinders. Wel heel leuk dat ik een rups van een perentak zie, die ik ook gelijk herken.

Hij is aan de wandel. De perentak is als imago nogal saai van kleur.

Teleurstellend

Woensdag 29 april 2026
Ik wil een artikeltje schrijven over stoepplantjes voor de KNNV. Nu ik er op let lijken alle plantjes wel stoepplantjes, zelfs de rolklaver groeit hier tussen de stenen.

Bij het begin van de vlindertelling bij het Kennemermeer vliegen 2 hooibeestjes, helaas komt daar nog maar heel weinig bij.

Het staat hier vol met bloeiende zeegroene zegge.

Opeens een paddenstoeltje met de bovenkant er af, zodat ik kan zien dat deze een holle stengel heeft. Het is het vingerhoedje. Ik zal hem maar niet gebruiken bij het naaien.

Als je met deze (wollige) sneeuwbal gaat gooien kom je onder de stuifmeel te zitten.

Ik ben blij dat ik nog zo’n mooi vers bruin blauwtje zie.

Kleine beer

Maandag 20 april 2026
De groep is niet zo groot met de excursie bij het Kennemermeer, toch is er altijd wel iemand die iets ontdekt, zoals de harige langsprietwapenvlieg. Dat is voor mij weer een cadeautje.

De enkele bandzweefvlieg onderscheidt zich van andere bandzweefvliegen door de ene onderbroken band en dan een smallere band.

Er zijn 3 soorten waterbiezen in het gebied: gewone, armbloemige en slanke waterbies. Vermoedelijk is dit de slanke, heel mooi in bloei.

Marja ziet een oud nest van de wespspin, als ik kom kijken zie ik iets bruins bewegen tussen het gras en denk gelijk aan de kleine beer, daar moet Marja om lachen, maar als ik hem voorzichtig tevoorschijn haal is het een hele verse kleine beer dus.

Als iedereen hem gefotografeerd heeft zet ik het op een wilg om bij te komen van al die aandacht.

Ik ben altijd nieuwsgierig wat voor bijtjes er rondvliegen. Een grasbijtje op een paardenbloem.

Oei, ik moet vanmiddag ook nog schelpen tellen, ik hoop dat we het droog houden.

De mensen die op het strand mee gaan tellen zeggen dat ze een flinke regenbui onderweg hebben gehad. Gelukkig houden we het met het onderzoek vrijwel droog op een paar spatjes na.

De Amerikaanse zwaardschedes hebben zich keurig in de bandensporen verzameld.

Rups krakeling

Woensdag 15 april 2026
Al gelijk bij de eerste secties van de Vossendel zie ik een winterkoninkje. Ik moet snel een foto maken, want er komen net mensen aan, maar ze blijven keurig even wachten.

Ach jeetje, er is een hert uit elkaar gevallen, die loopt nu nog maar met één gewei rond.

Zanglijsters laten zich vrij makkelijk fotograferen, alleen moeten ze natuurlijk niet net achter een takje gaan staan.

De vogelkers in volle bloei. Andere jaren zie ik daar veel langsprietmotten op, dit jaar (nog) niet gezien.

Ik raap een stukje vermolmd hout op. Bij inspectie zit er een snuitkevertje en een bodemkrabspin op, allebei van een paar millimeter.

De kniptor Ectinus aterrimus blijft even poseren op mijn vinger.

Ik wil een schildwants fotograferen en draai met het takje, dan ontdek ik daar een rupsje van 1 cm. Eerst dacht ik van de draak, maar het is een rupsje van de krakeling.

De bonte zandoogjes vliegen al volop.

Terug fiets ik langs de van Tuyllweg, de gemeente heeft daar flink zijn best gedaan om er iets moois van te maken. Complementaire kleuren van geel en paars doen het altijd goed. De gele dovenetels en paarse hyacinten.

Dat roze is ook een zoet kleurtje.