Meldevlinder

Vrijdag 19 juni 2020
Met de nationale nachtvlindernacht wil ik wel meedoen met nachtvlinderen. Op het gebouw zit een gele bloemenkever, vind ik ook leuk.

Voor de molmboorder moet ik wel even klimmen, dat vind ik wel de moeite waard.

Er is ook op de bomen gesmeerd, daar wijst Dik een veranderlijke boktor aan, want in het donker zie je al gauw iets over het hoofd.

Maar ik zie dan wel weer de viervlekschorsloper en heeft ze nou eitjes?

Graswortelvlinder vind ik een schoonheid.

De huismoeders hebben een klerenkast vol jurkjes, zo veel verschillende kleuren en patronen.

De mooiste vlinder van vanavond is de meldevlinder.

En nog voor 12 uur een kleine zomervlinder, dan houd ik het al gauw voor gezien.

Julikever

Dinsdag 16 juni 2020
Ze zijn niet zeldzaam, toch vind je een julikever zelden. Nu zie ik er een liggen op sectie 6 van de Cremermeerroute. Hij ligt worstelend op zijn rug en ik zet hem op zijn pootjes, maar dat helpt niet lang.

Nog niet helemaal tevreden over de foto van de groenling, maar de kleuren komen beter uit dan alle andere foto’s.

Veel grasmotjes de laatste tijd, er zijn er ook verschillende, waaronder dus deze streepjesgrasmot.

Net uitgeslopen juffer, daar valt echt geen chocola van te maken, hihi. Het larvehuidje zit aan de achterkant van de stengel.

Een fitis of tjiftjaf zit een hele tijd met zijn/haar bek vol te roepen, de kindertjes zijn denk ik al vertrokken.

Papa blauwborst in zijn broedgebied.

En daar hebben we zijn kind even verderop.

Oei, het is de vraag of ik droog thuis kom. Gelukt!!

Bijenorchissen

Maandag 15 juni 2020
De excursie is behoorlijk druk, maar we proberen wel afstand te houden. Gelukkig hebben de meesten een dichtbij-verrekijker bij zich 😉 Zeegroene zegge staat hier volop en bloeit nu.

Vorig jaar heb ik geen kleverige ogentroost gezien en we gaan met z’n allen op zoek, sta ik er bijna op!!!

Ik weet oorsilene te staan.

Volgens mij een zilveren fluitje.

Helaas komen we een aso tegen die met een soort walsje door het terrein scheurt, ik kan daar zo kwaad om worden.
We lopen verder op zoek naar teer guichelheil en opeens komen we tientallen bijenorchissen tegen. Van Jos wist ik dat ze in het terrein moesten staan, alleen wist ik niet waar.

Nu dus gevonden.

We hebben al zoveel rietorchissen gezien en wat zijn ze mooi.

Dan zegt iemand dat er een hele groep gele maskerbloemen staan, daar gaan we kijken, het zijn er misschien wel 100.

Ze zijn mooi, maar het kan een plaag worden.

Er staat moeraszoutgras in de buurt.

We komen weer bij het water en tot onze verbazing kruipt daar een paling rond.

Ik wilde kamgras bij de heivlinderheuvel laten zien, daar kon ik het niet meer vinden en opeens zie ik nog een heleboel bij elkaar staan aan het eind van het pad.

Op weg naar de koffie ziet Marja een mooi vlindertje op slangenkruid, het is een lichte daguil.

Na de koffie ga ik met Ernst op zoek naar baardmannetjes, eerst aan de westkant. Daar ziet hij een bremraap en met het boek er bij komt hij op een klavervreter, best bijzonder.

Nog een rietorchis met zachtroze kleur.

Tenslotte nog een groot dikkopje op een ratelaar.

Fort benoorden

Zondag 14 juni 2020
De KNNV Haarlem gaat van alles determineren bij het Fort Benoorden, daar wil natuurlijk ook aan mee doen. Nog voordat ik er ben zie ik boerenzwaluwtjes op een tak, die kans laat ik niet glippen. Wat een enorm lange staart.

Ze zitten vlakbij.

Ik had mijn fiets gauw neergezet en als ik hem weer wil pakken zie ik een sluipwesp op het paaltje. Wat een schoonheid, wel een moeilijke naam: Xiphydria prolongata.

Op het fort is het begroeid en daar kijk ik voornamelijk naar insecten. Uitzicht op de fortgracht en daarachter ligt het landje van Gruijters.

Er staat heel erg veel knoopkruid en daar maken de insecten dankbaar gebruik van zoals deze sintjansvlinder.

Wat ik helemaal geweldig vind is dat ik een wolzwever zie vliegen, het blijkt een Villa hottentotta te zijn (echt waar hoor!).

En dan vind ik ook nog een rups van de sintjansvlinder.

Marja wijst een klein vlindertje aan en ik denk dat het een distelbladroller is, maar daar is hij een beetje te geel voor. Nog leuker is het dat het een kanariepietje is.

Een gladde spieswesp in de bloem van een braam.

Roestbruin kromlijf op een distel.

Waarneming geeft aan dat dit een grote roodoogjuffer is, maar ik heb zo mijn twijfels.

Bij een zanderig stukje barst het van de gladde spieswespjes die daar veel gaatjes hebben gegraven. Ze vangen vliegjes die ze in hun nest leggen voor de nakomelingen. De spieswespjes zijn op zich heel klein.

Het begint te onweren en we gaan naar binnen voor een rondleiding door het fort door Ziegel. Hij wijst een spin aan die daar al lang hangt en beschimmeld is.

Er zijn heel wat tekeningen en schilderijen op de muren aangebracht.

Op de terugweg ga ik weer naar het bruggetje waar de boerenzwaluwen rondvliegen en ze moeten natuurlijk ook poetsen. Sony A68 400mm

De jonge zwaluwtjes zitten bij elkaar op een tak, maar ik heb ze niet één keer gevoerd zien worden, jammer want dan sperren ze die bekjes zo lekker wijd open.

Prachtbeestjes zijn het.

Orchideeën

Vrijdag 12 juni 2020
Op mijn vlinderroute voor de deur bloeit de bonte luzerne, zo mooi die kleuren.

Toch eens van onder bekijken de peen, zeker de moeite waard.

Kraailook is weer present.

’s Middags naar het Kennemermeer, er zullen vast wel een paar insecten zijn als de baardmannetjes zich weer niet laten zien. Mannetje Icarusblauwtje wil poseren met zijn roltongetje.

Een moeraswapenvliegje in het blommetje van de boterbloem.

Jos was nogal pessimistisch over de groenknolorchissen, maar ik ze er aardig wat en met veel bloemen per steel, dus heel florissant.

Midden in het natte gebied loopt een rups van een plakker, daar ben ik fan van.

De bevertjes staan in bloei en hoe!!

Echt een feest.

Ik ben nog op zoek gegaan naar de knopbiesparelmot, die is zo klein dat je die bijna met een loep moet zoeken, ongeveer 2 mm. Dan is de grote parelmot van 4 a 5 mm makkelijker, haha.

Nog even gekeken bij het rond wintergroen, ze staan een beetje verscholen tussen de wilgen.

Daar in de buurt zit een prachtsmalsnuitje, daar ben ik best blij mee.

En dan staan ook nog de honingorchissen in bloei, dus wel hele leuke dingen gezien.

Gestippelde houtvlinder

Woensdag 10 juni 2020
Bij de Vossendel tellen Joke en ik meer hommels dan vlinders. Ik zie een zwartsprietdikkopje, maar hij is al gevlogen voordat ik een foto kan maken, wel jammer, want het is de eerste van het jaar en heel erg vroeg. Het is maar de vraag of hij goedgekeurd wordt in de telling zonder bewijs. Doordat ik nog rond kijk of ik hem zie ontdek ik een gestippelde houtvlinder.

Hij/zij zit met zijn vleugels te wapperen, ik denk om feromonen te verspreiden, dat zijn lokstoffen om een mannetje aan te trekken.

Voordat we met de route begonnen sprak een man ons aan, hij had gezien dat er dode dieren waren neergelegd voor jonge vosjes en hij vroeg of wij wisten of het boommarters of zoiets waren, hij had onduidelijke foto’s op zijn telefoon. Omdat wij niet wisten wat het was wilde ik nog gaan kijken of ik het kon vinden en daarbij kom ik in verboden gebied, maar wel mooi. Natuurlijk niks kunnen vinden.

Bij de Cremermeerroute tel ik zelfs maar 1 vlinder: een bruin zandoogje. Op het pad wat nu weer begaanbaar is omdat het water is gezakt zit een bijna zwarte pad. Ik denk dat hij dood is, maar hij vertrekt toch nog heel traag.

Een grasmus heeft het maar druk met het voeren van de kindjes.

’s Avonds laat ga ik nog naar het Kennemermeer waar een rups van een hageheld voor mijn voeten loopt, hihi.

Gelukkig staan de bijenorchissen op de bekende plek in bloei. Ik dacht al dat ze daar weg waren omdat er op andere plekken ze al lang in bloei stonden.

Ze zien er fantastisch uit, veel bloemen per steel.

Kleine vos

Woensdag 3 juni 2020
Met Joke loop ik de Vossendelroute en op het eerste stuk zien we al een kleine vos. Daar ben ik blij mee, want vorige jaar heb ik hem bijna niet gezien.

Dennenpijlstaart

Dinsdag 2 juni 2020
Op weg naar de nachtvlinderbijeenkomst kom ik langs dit plekje dat er in de avond net wat anders uit ziet dan overdag.

Marja laat mee een rups van een oranjetipje zien, sjonge als je het niet weet zou je dat nooit ontdekken, wat een camouflage.

Op het raam van het gebouw zit een vijfpuntszwartwitmot.

Op het laken meerdere sprinkhanen en ik kan nog net een foto maken van een vrouwtje nimf duinsabelsprinkhaan.

Wat ben ik blij dat ik vanavond toch gekomen ben. Van deze vlinder heb ik meerdere rupsen op het fietspad dood of gewond gevonden. Deze is uitgegroeid tot een prachtige grote vlinder, het is de wilgenhoutvlinder.

De paarsbandspanner is heel vers.

Het zijn echt lolbroeken die meikevers.

En nog een groot geluk met de dennenpijlstaartvlinder.

Een behoorlijk grote vlinder, ben ik ook reuzeblij mee.

Mannetje grote spikkelspanner.

Een Ophion-wesp is een grote sluipwesp.

Nachtegaal

Dinsdag 2 juni 2020
Dat begint leuk mijn vlindertelling op de oude spoorlijn: een kleine parelmoervlinder, die heb ik jaren geleden hier vaker gezien.

Een tuinbladsnijder neemt een stuifmeelbadje.

Vier bijtjes die druk heen en weer vliegen, later herken ik ze als bijenwolf.

Op de Koningsweg bij de Cremermeerroute zit een nachtegaal mooi in beeld.

Ik kom Jos tegen en hij wijst me bijenorchissen, die staan hier dus ook! Er staat een bijzondere bijenorchis bij.

Hij wijst me ook op het duifkruid, ik wist dat die hier staat, nu dus in bloei.

Evenals de Karthuizer anjer.

Zo moeilijk om een kneu leuk op de foto te krijgen, deze foto vind ik wel aardig gelukt.

Op het water bij sectie 3 tipt een vrouwtje platbuik steeds in het water om eitjes te leggen.

Ondertussen houdt man platbuik de wacht.

Lieveling

Vrijdag 29 mei 2020
Aardig weer om insecten te inventariseren bij de Vondelweg. Veel snipvliegen en er komen er nog meer.

Het lijken wel trapezewerkers die gele snipvliegen.

Ik zie een lieveling vliegen, gauw er achteraan, want het is toch een van mijn lievelingen 😉

Je hebt verschillende soldaatjes en dit is de gele.

O, wat leuk, sinds jaren zie ik eindelijk weer eens een zeefwesp. Het zijn er trouwens meerdere en nog een geluk dat ik hem op de foto heb want ze jagen elkaar steeds op.

Ik fiets richting landje van Gruijters en stop bij de futen. Ik denk dat deze fuut heel wat van plan is, misschien wil hij een groot gezin, of hij denkt groot.

Bij Gruijters moet ik wel lachen. De bergeenden hebben ruzie en na een tijdje zoekt een vrouwtje haar heil bij een kluut. Ze weet dat die fel zijn, dus misschien beschermt die haar ook wel.

Hazelworm

Donderdag 28 mei 2020
Joke en ik tellen vandaag de Vossendel. Vond ik de houtlangpootmug in het asiel al leuk, nu kom ik nog een andere tegen: Dictenidia bimaculata.

Er ligt een hazelworm op het pad. Ongeveer 35 cm lang.

Hij/zij richt zijn kop wel op, maar blijft rustig liggen.

Ik kijk bij de schuimcicade of er een wespje op komt zitten, want dat zou een parasiet kunnen zijn die eitjes legt in de cicade. Er landt wel een wespje op, maar te kort om eitjes te leggen denk ik. Ze blijft wel in de buurt.

Zwartkopvuurwants onderscheidt zich van de roodkopvuurwants … juist … door de zwarte kop.

Vrouwtje geelbandlangsprietmot.

Weer eens een andere aaskever, nu de donkere i.p.v. de rupsenaaskever.

Na afloop nog naar het Kennemermeer geweest. Ik ontdek een nieuwe plek melkkruid.

Ik ging voor de bevertjes, helaas nog niet in bloei.

Kleurtjes libellen

Dinsdag 26 mei 2020
Voordat ik naar mijn vlinderroute ga kijk ik eerst bij het water bij hotel Duin en Kruidberg naar juffertjes en libellen. Roodoogjuffers schijnen het hier best naar hun zin te hebben.

Een roodoogjuffer is net uitgeslopen, hangt aan de muur en heeft een bijzondere kleur.

Ruisvoorns zwemmen hier al jaren rond.

Ik ontdek een snoek die zich doodstil onder een blad houdt. Nog wel klein.

Leuk toch, roodoogjuffers op een dotterbloem.

Mijn eigen wildwesten op de Cremermeerroute, denk maar even dat het bizons zijn, hihi.

Toch nog één argusvlinder op sectie 4.

Op sectie 3 probeer ik vliegende libellen op de foto te krijgen, maar dat is onbegonnen werk. Een waterjuffertje is braver en gaat even poseren.

Witte tijger

Zaterdag 23 mei 2020
Bij de koffiekamer van het asiel zitten vaak nachtvlinders, daarom neem ik wel eens mijn grote toestel mee en ik tref er vandaag de witte tijger aan.

Even hoger zit een meriansborstel.

Kleine kluutjes

Donderdag 21 mei 2020
Bij de vlindertelling voor de deur tel ik alleen kleine koolwitjes. Zo vreselijk jammer dat de kleine vossen die hier altijd zoveel voorkwamen er niet meer zijn, maar wie weet wordt het beter. In de stokrozen zitten stokroossnuitkevertjes die een enorme lange snuit hebben in verhouding.

Daarna ga ik naar de Vondelweg voor de insecten. Er zijn verschillende kevertjes die heel veel op elkaar lijken, maar deze zit op riet en zal de rietkever zijn.

Dan zie ik iets bijzonders: een vlieg die niet helemaal losgekomen is van de lege pop, die zit nog aan de vleugel vast. Het is de zwartvlerkstekelwapenvlieg. Op andere foto’s die ik gemaakt heb zie ik duidelijk 3 stekels zitten achter het borststuk.

Verder zijn er wel heel erg weinig insecten, zelfs als ik door het hoge gras loopt vliegt er niets op. Ik ga door naar het landje van Gruijters, daar tref ik het dat er 3 jonge kluutjes lopen. Zo jong als ze zijn zwiepen ze al met hun snaveltje heen en weer net als de oudere kluten dat doen.

Het wordt nog leuker als een boerenzwaluw voor me gaat zitten zingen.

En hij blijft nog een heel tijdje zitten ook.

Oeps, de kluut was te dichtbij.

Ik hoor al de hele tijd de koekoek en ga op zoek. Hij zit vlak boven me in de boom, maar zien doe ik hem niet, tot hij opvliegt en helemaal naar de andere kant vliegt. Gelukkie: hij komt ook weer terug.

De kluten zijn altijd zo fel als ze kleintjes hebben. “Ophoepelen”, zegt de kluut, “O, sorry hoor, ik ga al”, verontschuldigt zich mevrouw bergeend.

De ene moedereend heeft 5 kleintjes en de andere 7. Zo lief.

Ben ik vechtende tureluurs aan het fotograferen komt er een groep soepganzen in beeld. Als ik ze te pakken krijg, nou dan weet ik het wel, de pan staat al klaar, hahaha.

Ik kan niet genoeg krijgen van de kleine kluutjes. Pa of ma gaat naar het kleintje toe, die kruipt even in haar veren, maar hij wil liever op eigen benen staan.

Zo mooi die kluut.

En met het kleine kluutje.

De kleine plevieren zijn de kamasutra aan het doornemen.

Opeen staat er bij de Stelling heel veel bijenvoer. Hartstikke leuk natuurlijk, vooral omdat er al heel wat bijen en hommels op af zijn gekomen.

Op de terugweg nog even langs de ooievaars in Velserbeek. Ze zitten allebei op het nest.

Daarbij kom ik langs de vogelkooi en het valt gelijk op dat de witte pauw in vol ornaat staat. Wat is die staart dan gigantisch groot. Ook mooi die rug en veertjes op zijn kop.

Knobbelzwanen

Woensdag 20 mei 2020
Het is behoorlijk bewolkt met weinig wind en Joke en ik tellen aardig wat vlinders bij de Vossendel. O.a. 2 oranjetipjes in het bosgedeelte.

De grote koolwitjes doen het de laatste 2 jaar beter dan de kleine.

De Shetlandpony’s bij de Cremermeerroute worden oud.

In het gebied staat nog veel water, toch kan ik het zonder laarzen lopen omdat ik het weet te omzeilen. Bij sectie 3 kijk ik nog extra naar libellen en juffers. Een paartje vuurjuffer werkt aan nageslacht.

Opeens zie ik knobbelzwanen verderop vliegen.

Een Schotse hooglander kan nu nog van het water in de poeltjes genieten. Als er weer veel te weinig regen valt staat het hier straks droog.

De ene konik ziet er veel beter uit dan de ander, deze ziet er heel goed uit.

Ah, de knobbelzwanen zijn hier geland.

En twee stuks komen heel dicht in de buurt van de konik.

Die trekt zich niets aan van de zwaan.

Citroenvlinder

Maandag 18 mei 2020
Marja en ik organiseren onze eigen excursie bij het Kennemermeer. Het is nogal kaal, zodoende hoeven we niet te zoeken naar het schorrenzoutgras. Het staat pontificaal in het zicht.

Het zwartpootsoldaatje heeft een heel leuk standje uitgekozen.

Het gebied is weer uitgebreid met een nieuw soort: de gele lis.

Vrouwtje citroenvlinder ziet heel lichtgroen. Als ze wegvliegt denkt Marja zelfs dat het een koolwitje is, maar ik had haar al zien zitten op de ratelaar.

Nog een soldaatje, Cantharis spec., want niet helemaal duidelijke kenmerken.

Hermelijnbladroller

Zondag 17 mei 2020
Ik doe nog een poging om in het duingebied argusvlinders te spotten, wat helaas tevergeefs is.
Omdat hier de bleekvlekwespbij vliegt die parasiteert op de witbaardzandbij is het toch makkelijker om deze zandbij een naam te geven. De mannetjes zijn grijs en de vrouwtjes zijn bruin.

Kleine bladsnuitkevertjes vallen op door hun kleur.

Zo’n mooi duingebied.

En toch zo vlak bij de havens en industrie.

Zandviltvlieg heeft een vachtje van zilvergrijs bont.

Op een plekje vliegen enkele grote dansvliegen.

Een rups van een page-vlinder en ik denk van de kleine vuurvlinder.

Leuk om een bladroller tegen te komen, maar het is niet altijd duidelijk welke naam ik er aan kan plakken, voorlopig doe ik het met de hermelijnbladroller.

Vosjes

Vrijdag 15 mei 2020
Er is een oproep geweest van de Vlinderstichting om argusvlinders te tellen, maar wel in een openbaar gebied. Ik vind de duinen achter de Amperestraat daar wel geschikt voor. Ik ben daar een paar jaar eerder geweest en toen zat het hele gebied vol met dit soort rupsjes en alles zat onder de spinsels. Nu is het niet zo erg meer. Het zijn de rupsjes van de kardinaalmutsstippelmot.

Kleine pimpernel staat hier gigantisch veel en op enkele zitten kleine snuitkevertjes wat een mooi kleurencontrast geeft.

Een kleine populierenboktor is een leuke vondst.

Wat vind ik dit duingebied mooi.

Op boterbloemen en braambloemen barst het van de schijnbokjes.

Volgens mij wordt het niet onderhouden, maar er komen zoveel mensen die hier hun honden uitlaten dat er veel paden uitgesleten zijn en zo wordt een open duin gevormd.

Roofvliegen zijn echte rovers. Hier heeft er een een vierbandspannertje te pakken volgens mij.

Ik heb geen enkele argusvlinder gezien, ik had ze hier wel verwacht.
Als ik naar huis wil fietsen neem ik een andere afslag dan ik van plan was en opeens zie ik een vosje lekker in het zonnetje liggen.

Van de andere kant lijkt er wel een kat aan te komen lopen, het is echter nog een vosje. Wat zijn ze ontzettend klein.

Hij drinkt was uit de waterbak en kijkt dan mijn richting uit. Wat een leukerdje om te zien.

Vlinders

Vrijdag 8 mei 2020
’s Morgens loop ik langs de oude spoorlijn. Op de lipbloemige plantjes zit een muntvlindertje, ze zijn nogal klein.

Alsof het klein geaderd witje licht geeft zo tegen de donkere achtergrond.

Bij de Vossendelroute zit een geblokte glasvleugelwants al op de eerste sectie.

Het pad op sectie 10 en 11 is van droog zand waar veel zandbijtjes vliegen. Een parasiet kan daar haar slag slaan, zoals deze bleekvlekwespbij. Ze parasiteert op de witbaardzandbij, dat is dus het bijtje die ik hier ook vaak zie.

Een behoorlijk lange hazelworm schiet de begroeiing in.

Als ik klaar ben met de telling zie ik nog een mannetje oranjetipje die nog even wil poseren.

Viervlek

Donderdag 7 mei 2020
Lekker rustig weer om de Cremermeerroute te lopen. Wel mijn laarzen aan zodat ik de hele route kan lopen. Al gauw zit er een viervlek voor mijn neus.

Ik zie aardig wat vlinders, waaronder enkele argusvlinders. Bij de 3 ronde poeltjes vind ik witte slakkenhuizen in het gras, het zijn gewone poelslakken die in het water bruin zijn.

Ik vind het leuk om in mijn tuin naar insecten te kijken, helaas zijn er niet zo veel. Af en toe komt er een hommel van de geraniums snoepen.

Kaneelglasvleugelwants

Donderdag 30 april 2020
Ik moest de vlinders nog tellen langs de spoorlijn, dus op pad! Zie ik nu pas dat er een appelboom staat.

Al behoorlijk groot, dus hij moet er al langer staan.

De gemeente heeft lipbloemige plantjes in bakken op het stationnetje gezet en daar komen heel veel insecten op af. Voor het eerst een kaneelglasvleugelwants.

Rosse metselbijen zitten hier meer.

In de poort vind ik een dode bij, maar zo kan ik hem wel van alle kanten fotograferen. Wat een prachtige kleuren hebben de haren aan zijn poten. Misschien is het een zwartbronzen zandbij.

Zingende blauwborst

Maandag 27 april 2020
Goed vlinderweer en ik begin bij de Vossendel. Weinig vlinders, misschien komt dat wel omdat er al meer rupsenaaskevers komen.

Vanwege de corona wordt geadviseerd om zoveel mogelijk thuis te blijven, nou je ziet het, het is akelig druk in de duinen.

Gelukkig staat de Koningsweg nog onder water, daar komen geen mensen en ik heb mijn laarzen aan en de blauwborst zingt alleen voor mij.

Eindelijk het zuurstokroze van de kneu op de foto.

Slechte foto’s, maar o zo leuk die groenlingen.


Wel verbaast het me dat de foto van de torenvalk zo scherp is geworden, terwijl die toch wat verder weg zit.

Hazelaaruil uit pop

Donderdag 23 april 2020
Ik wil kijken of ik baltsende geoorde futen kan fotograferen bij het Vogelmeer. Haha, dat lukt wel, maar ze zitten te ver weg, dat moet over! Een zomertaling zit ook wel ver, maar die foto is toch wel beter.

Een gekraagde roodstaart zit toch mooi te fluiten en blijft nog zitten om zijn prachtige rode borst te laten zien.

Ik loop de Vossendelroute om vlinders te tellen. Er zijn dit jaar heel weinig smaragdlangsprietmotten in het gebied. Ik zie een paar mannetjes een vrouwtje op een beschaduwde plek, terwijl ze normaal in de zon zitten. Leuk dat ronde tongetje.

Een rupsenaaskever is net geland en heeft de ondervleugels nog niet onder de dekvleugels gevouwen.

Je hebt verschillende kniptoren, dit is wel een hele mooie: de Deense kniptor.

Thuis bedenk ik opeens dat ik nog moet kijken of de pop die ik 4 november uit de duinen heb meegenomen al uitgekomen is. Jaaaa, het is een hazelaaruil geworden, wat leuk.

Ik breng hem ’s avonds naar Velserbeek en ga door naar de ooievaars. Ze zitten beide op het nest te flikflooien, maar ze klepperen niet.

Zou een ouderwetse kwaker ontsnapt zijn?

Leuk dat de herten net voor het houtwerk van ‘Velserbeek’ lopen.