Zigzagmot

Donderdag 16 juli 2026
Een van de weinige zwartsprietdikkopjes dit jaar. Ze leggen eitjes op de rolklaver, maar ze halen dus ook nectar uit de bloem.

De bruine daguil is een nachtvlinder die overdag vliegt.

Een zeer zeldzame bonte mijtenwesp.

Zo’n mooi en bijzonder gebied en toch kom ik soms maar 1 mens tegen en die vraagt dan nog vaak waar de honingorchis staat. Er zijn gebiedjes met veel gele ratelaarbloemen en verderop een veldje met grote kattenstaart. Dit stukje staat vol met witte honingklaver, waar heel veel hommels op af komen.

Bruine zandoogjes zijn alle jaren talrijk.

Stippelzegge is zeer zeldzaam, dus nu ik het zie neem ik van alle kanten foto’s en vooral van dichtbij.

Veldhommel snoept van de witte honingklaver.

Jansvlinder op grote kattenstaart.

Icarusblauwtjes, copula, ze kijken er heel vrolijk bij.

In deze tijd zie ik altijd wel heelblaadjespalpmotten op heelblaadjes.

Een grote sluipvlieg: Cylindromyia brassicaria.

Zilt torkruid zit zo kunstig in elkaar.

Vrouw pluimvoetbij heeft heel wat stuifmuil aan haar achterpoten, dat neemt ze mee naar haar nest. Grappig dat er ook een parelmotje en een kakkerlakje?? op de heelblaadjes zitten.

De kleine parelmoervlinder nu van bovenaf.

Een kleintje: de zwartwitte snuitwapenvlieg, het is een mannetje.

Toen ik dit vlindertje voor de eerste keer zag ooit noemde ik het de zigzagmot en dat bleef ik doen en beweerde zelfs dat hij echt zo heette, kijk maar in het boek zei ik toen tegen Dik. Maar het is de gevlamde grasmot.

Fantastisch dat ik hier een koevinkje zie. Ik hoop dat ze hier uitbreiden, want in de duinen is het veel te droog geworden, daar houden ze niet van en dit blijft een gebied met vochtige ondergrond.

De wilde Bertram heeft heel veel pissenbedvliegjes te gast. Er tussen staat pijpenstrootje.

’s Avonds ga ik bij het Rode Dorp met andere mensen kijken naar de gierzwaluwen. We zien wel een stuk of 50 in de lucht en soms gieren ze vlak over onze hoofden.

Jonge kluut

Woensdag 15 juli 2026
Op weg naar het landje van Gruijters ga ik even bij de tuin van Beeckestijn langs. Ik hoop nog altijd dat ik een koninginnenpage tegen kom, die vaker in tuinen vliegt dan in de duinen. Ik dacht altijd dat dit artisjokken zijn, maar ze heten kardoen.

Even speuren in de asperge naar kevertjes en ja hoor, ik vind een paar blauwe aspergekevers.

Een hele verse gamma-uil bij de slangenmuur.

En dan door via Spaarnwoude naar Gruijters. Er is een klein stukje riet weggehaald waar je op het water kan kijken en naar de tureluur die iets te pakken lijkt te hebben.

De visdiefjes hebben hier flink gebroed.

En daar is de jonge kluut, wat is die mooi “opgedroogd”.

Na een paar rondjes foerageren lekker uitrusten bij pa of ma. Tussen alle veertjes die losgekomen zijn na de rui.

Libellen

Dinsdag 14 juli 2026
Leuk toch, zo’n blauwe schildwants op de knopjes van koninginnenkruid.

Altijd even kijken bij de tankval. Die vuurlibel zit wel te pronken, maar als je goed kijkt zie je veel larvenhuidjes van libellen en juffers op de boomstronk.

De witte kwikstaart heeft dorst.

Bruinrode heidelibel op het pad.

In Schoonenberg ga ik nog even kijken of het ijsvogeltje er zit, maar ik heb gehoord dat ze daar niet meer gezien zijn. Een bloedrode heidelibel laat zich rustig fotograferen. Libellen komen toch al heel vaak op hetzelfde takje zitten na een rondje.

Baardmannetjes

Donderdag 9 juli 2026
Met Sieneke heb ik afgesproken om naar de Marker Wadden te gaan. Eerst loop ik even rond bij de haven omdat Sieneke nog in het museum is. Zes jaar geleden was ik hier ook en toen zat meneer Hurkmans daar ook al te poepen. Beeldhouwwerk “Exposure” van Antony Gormley.

Reconstructie van “De Batavia”.

Met de boot “Nieuwe Horizon” van Natuurmonumenten varen we naar de Marker Wadden.

Alhoewel we eigenlijk voor de baadmannetjes komen (ik in ieder geval), kijken we eerst naar de planten. Even vragen we ons af of dit de vruchten van wondklaver is dat er dichtbij in bloei staat. Als we naar de onderkant kijken is het gelijk duidelijk.

Rolklaver, wilde marjolein en die witte zijn de bloemen van blaassilene.

Pastinaak zie ik niet veel, het ziet er heel leuk uit.

We lopen over de dijk met aan 2 kanten water. Aardig tafereeltje van kluut met 2 slapende jongen.

O, prachtig, er komt net een gele kwikstaart aan vliegen.

Leuk dat hij ook nog een liedje voor ons zingt.

Even daarna nog een (of dezelfde?) met een prooi, ik denk een moeraswapenvlieg.

We duiken de vogelhut De Duikeend in. Die is gebouwd in het water zodat we op ooghoogte zijn van het water. Zo kunnen we mooi de jonge kokmeeuw met een van de ouders zien.

Als we de vogelhut uit komen hoort Sieneke al snel de baardmannetjes, maar ze nu nog zien te vinden. Heel fijn dat een jonge baardman (met zwarte rug) zich zo goed laat zien.

We zien aardig wat jonge vogels, maar een mannetje zit verscholen in het riet, tot hij op een paaltje gaat zitten. Fantastisch gedaan manneke.

We lopen verder en horen een snor. We zien hem wel af en toe, maar dan heel kort. Te kort voor een foto. In het riet heb ik wel een kleine karekiet gezien.

De vogelhut “Lepelaar” heeft een lange steiger, waar je door kleine gaatjes de vogels kunt zien. Net groot genoeg om een krakeend met een pulletje te fotograferen.

In de vogelhut horen we steeds een boerenzwaluw heel dichtbij, tot we hem ontdekken, hij zit gewoon schuin boven ons hoofd, daarom gaan we snel weg om hem niet verder te storen.

Het is een vogelparadijs. Een rietzanger vindt het hier ook heel leuk en zingt het hoogste lied.

Nog een gele kwikstaart, nu in de zon zodat het geel extra oplicht.

We lopen weer richting boot die om 5 uur zal vertrekken, zodoende hebben we geen tijd meer op de “Steltloper” te bezoeken. Misschien ook niet zo erg, want daarvandaan zijn de vogels best ver weg.

Terug bij de Bataviahaven in Lelystad gaan we iets eten, dicht bij dit beeld.

Icarusblauwtje

Dinsdag 7 juli 2026
Ook bij de Cremermeerroute kom ik Icarusblauwtjes tegen. De mannetjes kunnen echt pronken met hun hemelsblauwe kleur.

Vrouwtjes van de wesp Gorytes laticincus jagen op imago’s van schuimcicades.

Een behangersbij duikt met z’n gezicht in een speerdistelbloem.

En net als vorig jaar kom ik hier de grauwe klauwier tegen.

Harkwespen

Maandag 29 juni 2026
Het gebied dat vorig jaar helemaal onder water stond bij mijn Cremermeerroute staat nu vol met echt duizendguldenkruid.

Er staat toch voor een kapitaal, hihi.

Bij sectie 7 loop ik door naar het strand, misschien zit er een heivlinder of een rups van een wolfsmelkpijlstaart. Helaas niet, een graspieper kan mijn teleurstelling niet goedmaken.

Vanaf de hoge strandopgang is er een mooi overzicht van het gebied waar ik de vlinders tel.

Eerst nog even kijken wat er allemaal op peen zit bij sectie 7.

Heel wat kleine insectjes, waaronder een mannetje en vrouwtje sluipvlieg (Cistogaster globosa). Ik heb de foto’s aan elkaar geplakt, zodat het verschil te zien is. Er zijn zoveel soorten vliegen en dan zijn de vrouwtjes ook nog anders dan de mannetjes, de naamgeving is bijna niet te doen. Gelukkig hebben we waarneming.nl die heel veel soorten herkent.

Vreemd dat er zo weinig witjes zijn dit jaar. Af en toe kom ik eens een klein geaderd witje tegen. Daarbij is de grote kattenstaart wel aantrekkelijk voor allerlei insecten.

Harkwespen kunnen klein of groot zijn, ik weet niet of dit nu een mannetje en een vrouwtje is, of allebei van hetzelfde geslacht.

De zwervende heidelibel heeft blauw aan de onderkant van de ogen, daardoor makkelijk te onderscheiden van andere heidelibellen. Dit is een vrouwtje.

Als ik na de telling weer op de fiets ben gestapt, stop ik bij het plekje waar de grauwe klauwier zou kunnen zitten en ik ontdek hem inderdaad.

Kemphanen

Zondag 28 juni 2026
Op weg naar het landje van Gruijters kom ik eerst langs het vijvertje van Velserbeek. De viervleklibel is een makkelijke libel om te fotograferen, die gaat vaak zitten.

Ik ga vandaag voor de kleine kluutjes en ze stellen me niet teleur.

Wat een poepie.

Een van de ouders jaagt alles wat in de buurt komt weg.

Bij de Westhoffplas is er meer te zien buiten de vogelhut dan er in. Haha, die bergeenden vinden dit een betere plek.

Iets verderop zie ik 2 kemphanen, de een is donker.

En de ander heeft veel wit.

De kemphanen worden uit elkaar gehouden door 2 tureluurs.

Kemphanen worden weinig meer gezien de laatste jaren, dus leuk dat er 2 zijn.

De tureluur houdt het voor gezien en vliegt weg.

Daar achter komt net een buizerd aan vliegen en het verbaast me toch hoe scherp de foto nog is ondanks de harde wind en met 600mm uit de hand!!

Via de Houtrakbeemden fiets ik verder. Op een hooibaal zit een man torenvalk zijn prooi uit elkaar te scheuren.

Verderop komt een vrouw torenvalk aan vliegen en gaat op een paaltje zitten.

Zo ontzettend hoog als een reuzenberenklauw kan worden.

Langs een slootje zie ik kleine lisdodde, ik dacht dat heel bijzonder was, maar bij het invoeren in waarneming zie ik dat het een heel gewoon soort is.

Bergeendjes

Dinsdag 23 juni 2026
Omdat het toch wel warm is overdag ga ik ’s avonds naar het Vogelmeer.
Ik wil naar de vogelhut, maar het weggetje is geblokkeerd.

Ik fiets dan door, dan kan ik straks op de terugweg kijken of ze weg zijn. Dat is dan een gelukje want ik heb altijd al een kneu goed op de foto willen zetten en dat is nu gelukt.

De bloemen van de bokkenorchis hebben hele lange slippen, doet me altijd denken aan serpentine.

De Canadese ganzen hebben ook een jong van de grauwe ganzen geadopteerd.

Ook die wordt tot de orde geroepen door moeder de gans (of vader?).

Aandoenlijk die natte haartjes van de pulletjes bergeend.

Kwik, kwek, kwak en kwok.

Moeders staat er trots bij.

Ossentong

Zaterdag 20 juni 2026
Bruidsmot die in de lampen hangt, haha.

Groot dikkopje zuigt met z’n enorme lange tong nectar uit rode klaver.

Ook al verstopt de duinsabelsprinkhaan zich, ik herken hem wel.

In het open gebiedje van sectie 2 staat ossentong.

Een roestbruin kromlijf heeft het achterlijf helemaal naar voren gebogen.

Terug bij mijn fiets kijk ik of er nog boorvliegen op de akkerdistel zit. Ja hoor, meerdere akkerdistelboorvliegen.

Bovendien 2 exemplaren van de graafwesp Ectemnius continuus.

Op de Badweg loopt weer een rups met gevaar voor eigen leven op het fietspad.

De bevederde poten van vogels noemen ze ook wel een broek. Deze kraai heeft dus de broek aan.

Dodaarsjes

Donderdag 18 juni 2026
Het lijkt wel of er ook minder vogels zijn de laatste tijd. Ik ben al heel blij met een jonge blauwborst bij de Cremermeerroute.

Bij sectie 3 zit een putter hoog in de boom en hier en daar een graspieper. Aan het eind van mijn route een jonge bedelende spreeuw, maar moeders is het zat en vliegt op.

Duizendguldenkruid doet het onwijs goed dit jaar. De kleinste soort is fraai duizenguldenkruid.

Dit is het broedgebied van de roodborsttapuiten, dus af en toe zie ik een jonkie.

Superschattig zijn de jonge dodaarsjes.

Op de terugweg kom ik langs deze boomstam met elfenbankjes.

Groot heksenkruid

Dinsdag 16 juni 2026
Ik ben benieuwd of de rupsjes van de hermelijnvlinder er nog zitten bij de Vossendel. Jazeker, nog steeds op dezelfde bladeren zelfs en ze zijn groter gegroeid.

Even verderop een donkere marmeruil, ik krijg hem net op de foto tussen het gras door.

Zijn ze niet om op te vreten de hondsdrafsnoepjes, hihi.

Bij de tankval even naar de libellen kijken. Een man grote keizerlibel laat zich goed zien.

Er vliegt één man vuurlibel rond. Die gaat even op de tak zitten en later zie ik op de foto dat er dan net een wespje achter vliegt.

In het bos staan een paar planten van de bosandoorn.

En heel veel groot heksenkruid.

Er vliegt een groep staartmezen steeds voor me uit, maar heel moeilijk te fotograferen in het bos. Toch gelukt en jeetje van heeft die een lange staart zeg.

Aan de andere kant van het pad een jonge staartmees, beetje in bedelhouding met die staart wijd.

Aan de voet van een vogelkers zit een nest van de vogelkersstippelmot en er zijn al een paar uit de pop.

Ik volg een duinrouwzwever en als die op de grond landt zie ik dat er rechts een tuinhangmatspin er naar toe sprint. De vlieg had hem in de gaten.

Een kunstwerkje van bloeiend gras.

Als ik klaar ben met de vlindertelling zie ik nog een gevlamde bladroller, dat maakt voor de telling niks uit, die telt toch niet.

Geoorde futen

Donderdag 28 mei 2026
Het is mooi weer en ik ga naar het Vogelmeer met m’n supertelelens, eens kijken of de geoorde futen al kleintjes hebben. Net als ik aan kom vliegt er een jonge kwikstaart vlak voor me en gaat op een takje zitten. Goed gedaan Kwikkie!

Ik heb het rijk alleen in de hut en kan alle kanten op kijken. Recht vooruit is de aalscholverkolonie, nu beter te zien met mijn 600mm-lens.

Links twee wilde eenden aan het paren.

Oeps, ze ontsnapt.

Verder weg een racende knobbelzwaan.

Een kievit die langs de oever allerlei insecten op pikt.

Als je goed kijkt zie je allemaal grijze golfjes op het lichte verendek van de tafeleendman.

Het vrouwtje van de geoorde fuut wil gezinsuitbreiding, maar hij heeft daar geen zin in.

Hij komt zo dichtbij dat je kan zien hoe zacht die veertjes zijn.

Vrouwtje krakeend poetst zich nog eens op. Moet je die kleuren zien, zo mooi.

Waterereprijs

Woensdag 27 mei 2026
Op het pad van de Cremermeerroute staat rode waterereprijs, met zulke tere bloemetjes.

Naast het pad is een jonge blauwborst zich behoorlijk aan het uitsloven.

De driedistel is zeldzaam. De bloemen krijgen niet meer kleur dan dit strogeel.

Mannetjesereprijs is klein maar fijn.

Ik loop door naar de vogelhut bij het Duinmeer. Vogels zijn er wel, alleen niets bijzonders. Vlak voor de hut staat heggenrank en daarop zitten veel wantsjes, het duinkortkopje.

Terug op de route verschillende vogels met rupsen in hun bek, zoals de grasmus.

Thuis kan ik nog de akelei fotograferen voordat deze helemaal uitgebloeid is. Het is een inheemse plant die al in mijn tuin staat vanaf 1972 toen we er kwamen wonen.

Wespendief

Dinsdag 26 mei 2026
Op de poortdeur zit een zwartvlekdwergspanner, net op tijd opgemerkt voordat ik op de fiets stap.

Ik ga vlinders tellen bij de Vossendel. Bij het natte stukje bij de tankval lopen veel oeverkortschildkevertjes (Paederidus ruficollis). Ze zijn heel klein en beweeglijk, toch kan ik met mijn telelens een paar goede foto’s maken.

Er zijn 3 soorten schorpioenvliegen en dit is een vrouwtje weideschorpioenvlieg. Wel een gekke snavelsnuit hebben ze.

Ik ga nog terug naar sectie 19 in de hoop de staartmeesjes te zien, maar in de lucht zie ik heel wat anders: een buizerd en een wespendief. In grootte schelen ze elkaar niet veel.

Mooi zo met dat licht door de vleugels van de wespendief.

Ik ben nu toch in de buurt van hotel Duin en Kruidberg, dus daar eens kijken of er nog libellen rondzoeven. De vuurjuffers zijn niet talrijk dit jaar.

De watersnuffels proberen wel voor uitbreiding te zorgen.

De viervlek heeft in totaal 4 vlekjes op de vleugels.

Op de terugweg nog even door Schoonenberg gefietst. In de warmere periodes zijn daar altijd schildpadden.

Blaasjespistoolkokermot

Vrijdag 22 mei 2026
Bij de Vossendel zie ik staartmeesjes en ik hoop al zo lang op jonge staartmeesjes en ik denk dat ik er nu een op de foto heb. Kenmerk van jonge bedelende vogels is dat ze hun vleugels zo laag houden. Hier is de staart ook heel wijd.

Ook al zou het geen jong zijn, dat zijn ze nog steeds heel leuk.

Aparte tekening heeft de rups van de dubbelstipvoorjaarsuil.

Alweer zie ik een rups van een krakeling, als ik hem fotografeer zit er nog een rups van een perentak naast.

Een boskrabspin zit op het puntje van een blad.

Die streepjes zijn goed te zien op de rups van een kleine voorjaarsuil, maar op de foto zie ik stipjes op de poten en zelfs op de kop is een patroontje!

Nooit verwacht dat ik hier een blaasjespistoolkokermot zou tegen komen, wow.

Wat een prachtig patroon heeft deze hooiwagenvrouw (Platybunus pinetorum), ze zijn zeldzaam, maar de populaties breiden zich wel uit.

Een zanglijster is op het pad insecten aan het zoeken, het lijkt mij een jonge vogel, de mondhoeken zijn nog geel.

’s Avonds ga ik naar de kweektuin in Haarlem voor inventarisatie. Op de Gelderse roos zitten larven van sneeuwbalhaantjes, dat zijn echt vreetmachines.

Op heel veel knoppen van de rododendron zitten rododendronknopvreters, een soort zwammetje.

Er wordt een laken opgezet om te gaan nachtvlinderen, alleen is het nu nog veel te licht en Ben gaat met een paraplu onder de cypres op de takken tikken zodat er insecten in de paraplu vallen. Daarbij is een jeneverbeskielwants in de plu gevallen.

Op de rand van de plu zitten twee schattige kevertjes: Pachyrhinus lethierryi, twee zeldzame exoten die het hier naar hun zin hebben.

Ik doe niet mee met nachtvlinderen en ga op tijd naar huis voordat het helemaal donker wordt.

Jonge groenlingen

Donderdag 21 mei 2026
Op de Koningsweg op mijn vlinderroute op het Zuidervlak landt een groenling. Die zijn zo schuw dat ik al blij ben met deze (niet zo scherpe) foto.

Nog blijer ben ik met foto’s van jonge groenlingen!

Als een van de ouders op een takje gaat zitten zie je de rode poten goed.

In de verte komt een kolonne Exmoors mijn kant op. Fantastisch die lichte neuzen. Achter de groep loopt de Shetlander.

Ze zijn al dichterbij gekomen.

Ik ga naar rechts het gebied in, waar de kleine pimpernel bloeit. Bovenin zitten de vrouwelijke rode stempels. De mannelijke helmknoppen hangen beneden.

Paardenstaarten van de koniks.

Sommige koniks zien er wat verwaarloosd uit, maar deze kont ziet er welvarend uit.

Visdiefjes

Zaterdag 16 mei 2026
Nu ik zo’n kanjer van een lens heb kan ik daar mooi gebruik van maken door naar de pier te gaan, want dan kan de camera zo vanuit de fietstas gepakt worden. Heel veel visdiefjes op het strand en hier en daar een grote stern er tussen.

Een steenloper ziet er in zomerkleed lang zo saai niet uit als in de winter.

Leuk dat er ook een rosse grutto komt foerageren.

De visdiefjesclub vliegt geregeld op. Links-midden-boven een grote stern, die met dat witte voorhoofd.

Wat zijn ze klein die bontbekpleviertjes.

Wie vindt drieteentjes nou niet leuk? Vooral als ze aan het badderen zijn, ook kopje-onder.

Ik ben tevreden en ga niet verder de pier op.

Grasmus

Zaterdag 9 mei 2026
Waar ik mijn fiets altijd neerzet bij het Kennemermeer, daar hoor ik altijd de meeste vogels zingen. De grasmus heeft een herkenbaar geluid, want ik ben heel slecht in het herkennen van vogelgeluiden. Als ik ze zie weet ik het wel.

Bij de berkenboom op sectie 11 heb ik de meeste kans op insecten. Maar liefst een stuk of 10 wespbijen die daar vliegen, ze hebben het gemunt op zandbijen.

Het wordt al aardig droog in het gebied, maar in het vochtige gedeelte staan de echte koekoeksbloemen volop.

Dit is dus een zandbijtje.

Stinkend Vogelmeer

Vrijdag 8 mei 2026
Heerlijk weer om eens naar het Vogelmeer te gaan, ik ben er al een tijd niet geweest en ik ga voor de geoorde futen. Ze zitten vlak voor de vogelhut, beter kan ik het niet treffen.

Ahum, ik heb wel mijn 600-mm-lens op mijn camera, dus ze moeten ook niet te dichtbij komen.

Het stinkt verschrikkelijk, dat komt door de aalscholvers, de stinkerds.

Er zijn takken opgestapeld en daar zitten altijd insecten, zoals wespjes op. Na een tijdje zie ik ook nog een zandhagedisje.

Er loopt een springspinnetje heen en weer, maar ik denk dat dit geen spinnetjes van de springspin is, ze zijn ongeveer 1 mm en het zijn er heel wat.

Ik loop naar de overkant van het fietspad om de meidoorn te bekijken of deze eenstijlig of tweestijlig is en zie prompt een rups van een krakeling, zo gaaf.

Het is trouwens een eenstijlige meidoorn.

Ik fiets op een fietspad dat heet “Doordewoestijn”, vorig jaar stond dat hele gebied onder water, haha. Een kleurig vinkje doet zijn deuntje met vinkerslag. Mooie staart heeft hij!

Even verderop een roodborsttapuit, die gezelschap krijgt van een kneu.

Kneutjes blijven nooit lang zitten, nu gelukkig wel even.

De braamsluiper bij de Waterleidingweg laat zich goed zien.

Veel meer viooltjes dan vorig jaar. Goed voor de parelmoervlinders!.

Argusvlinder

Donderdag 7 mei 2026
Het kan maar net met een temperatuur van 16 graden om vlinders te tellen, met onzekere weersverwachtingen ga ik toch naar het Zuidervlak. Onderweg door Duin en Kruidberg is het bewolkt en ook zonnig.

Speciaal voor de argusvlinder ga ik tellen en ik zie er 3 op de vlinderroute.

Bij sectie 3 zie ik een libel in het water spartelen, voorzichtig vis ik haar er uit, maar ook mond-op-mond-beademing mag niet meer baten, hahaha. Ze is ook al aangevreten zie ik.

Er is geen gemaskerd bal geweest in de duinen, dit is een bekkenbot van een of ander dier.

Ik hoor de koekoek steeds roepen en na de telling ga ik even kijken waar hij zit. Ik zie hem wel, maar te ver weg voor een foto.

Knobbelzwanen

Dinsdag 5 mei 2026
In Heemskerk ga ik een nieuwe tweedehands lens halen. Tja je wilt altijd meer en voor de prijs kan ik het niet laten. Het is een 600mm-lens en het voordeel is dat ik de vogels nog dichterbij kan halen. Het nadeel is: welke foto is goed voor mijn weblog, keuze uit vele foto’s dus. Op weg naar de waterberging waar altijd vogels zitten kom ik eerst jonge knobbelzwaantjes tegen.

Ze zitten daar in een sloot in een woonwijk.

Bij de waterberging draai ik mijn nieuwe lens op mijn toestel en probeer hem uit op een brandgans die best ver zit.

Oeps, deze langere lens is wel windgevoelig, ik zoek steun bij een boom en richt mijn lens op een fuut die niet zo ver zit. Wow, de veertjes zie ik goed.

Stelletje krakeend. Even daarna vliegen ze op. Geinige foto had ik gemaakt, van 3 krakeenden boven elkaar, maar niet scherp. Haha, met zo’n lens kan ik beter niet uit de hand fotograferen.

Op de terugweg kom ik langs een berm met pimpernel, een van mijn favoriete plantensoorten. Ik denk dat het ingezaaide is, dus geen kleine pimpernel, maar moespimpernel.

Zwanen aan de wandel

Vrijdag 1 mei 2026
Ondanks dat het Cremermeergebied heel droog is geworden blijven er altijd natte stukken over waar ik mijn laarzen voor nodig heb voor mijn vlinderroute, ook al is het maar 1 of 2 stappen. Blaartrekkende boterbloem houdt wel van nattigheid.

De dotterbloemen doen het hier goed.

Schitterende kleur heeft zenegroen, vooral in combinatie met de bruinige bloeiende zegge.

Iemand heeft hier denk ik gelopen terwijl hij een appel at en heeft het klokhuis weggegooid zodat er nu een appelboom staat.

Het is hier zwaar genieten omdat ik hier mag komen terwijl het gebied afgesloten is, zo lekker rustig en wat een prachtig gebied.

Enkele bruine winterjuffers bij het watertje van sectie 3. Deze winterjuffers hebben in het voorjaar blauwe ogen.

In het water een gewone poelslak, ze zijn best groot.

Een spin die onder water loopt is de poelpiraat.

Het duin achter de koniks is hoog en bovenop is een uitzichtpunt voor wandelaars.

Bij sectie 9 staat een vrij kleine vogel en gelukkig blijft hij staan tot ik een goede foto heb. Gelukkig maar, want ik dacht dat het een groenpootruiter was, maar het is een bosruiter.

Bij de laatste sectie kijk ik achterom en zie dat 2 zwanen rustig voor de koniks uit lopen. Zo geinig.

Klutenshow

Zaterdag 25 april 2026
Bij het landje van Gruijters zitten veel kokmeeuwen op de eilandjes. Af en toe gaan ze het water in om de vleugels te strekken.

Een stelletje is nog aan het baltsen.

Sjek zegt dat er een bosruiter even verderop zit. Hij heeft mot met de tureluur en springt het water uit.

Gelukkig komt hij dichterbij voor een betere foto.

Ik ben op weg naar het plekje van gister voor de snor en zie een wilde eend met pulletjes, altijd leuk.

De snor hoor ik niet en ik ga terug naar Gruijters, onderweg nog een paar pulletjes van de Canadese gans gefotografeerd.

Bij Gruijters heeft een visdiefje ergens een visje gestolen. Hap, slik, weg.

En op naar de volgende vangst.

Een IJslandse grutto is donkerder dan een gewone grutto.

Een krakeend komt met zijn landingsgestel uit aan vliegen.

Knokkende kluten, Badr Hadi is er niks bij.

Wegwezen jij.

De lichte weerspiegeling van de golfjes aan de onderkant de vleugels.

Links-rechts bewegend gaat de snavel steeds in het water om klein spul te vangen.

Dotterbloemen

Vrijdag 24 april 2026
Er is een dotterbloemexcursie bij molen De Veer. Op weg kom ik langs weilanden en het verbaast me dat ik zo weinig kieviten zie. Deze twee zijn de enige. Zouden de andere in het gras verborgen zitten met jongen?

Nico J. vertelt de geschiedenis van 125 jaar geleden van de dotterbloemen in deze buurt. Er staan er niet zoveel omdat ze ontkiemen op kale grond en dat is er bijna niet meer.

Heel leuk dat we de snor heel goed horen, maar zien ho maar. Na de excursie ga ik nog terug naar de plek van de snor en zie hem even. De rietzangers laten zich wel goed zien en vooral horen.

Tafeleend

Dinsdag 21 april 2026
Op weg naar Haarlem kom ik langs al die rijkbloeiende bermen met raapzaad.

Fraai kleed heeft deze tafeleend, ik vermoed dat het een jong mannetje is.

Langs de Spaarndamseweg staat heel veel oeverzegge in bloei.