RIP zwartkop

Donderdag 18 juni 2020
In het duingebied kan je tientallen wijngaardslakken tegenkomen. Dat mensen zo’n beest in hun mond stoppen is toch onbegrijpelijk! Yak.

Na de Vossendelvlindertelling ga ik door naar hotel Duin en Kruidberg. Twee jaar geleden zaten hier sierlijke witsnuitlibellen, het zou leuk zijn als die nog eens terugkomen. Of zouden ze opgevreten zijn door de ruisvoorns?

Ik wil zo graag een smaragdlibel op de foto zetten die hier steeds amper 1 seconde stil hangt. Gelukkig wil een vroege glazenmaker wel even op één plek hangen.

Prachtig die zwanenbloemen en als extraatje een zweefvliegje.

Normaal ga ik nooit langs deze weg en juist nu moet ik een dode vogel op de weg aantreffen. Nog wel een vrouwtje zwartkop. Te veel aso’s, te veel domme mensen, te veel auto’s.

Julikever

Dinsdag 16 juni 2020
Ze zijn niet zeldzaam, toch vind je een julikever zelden. Nu zie ik er een liggen op sectie 6 van de Cremermeerroute. Hij ligt worstelend op zijn rug en ik zet hem op zijn pootjes, maar dat helpt niet lang.

Nog niet helemaal tevreden over de foto van de groenling, maar de kleuren komen beter uit dan alle andere foto’s.

Veel grasmotjes de laatste tijd, er zijn er ook verschillende, waaronder dus deze streepjesgrasmot.

Net uitgeslopen juffer, daar valt echt geen chocola van te maken, hihi. Het larvehuidje zit aan de achterkant van de stengel.

Een fitis of tjiftjaf zit een hele tijd met zijn/haar bek vol te roepen, de kindertjes zijn denk ik al vertrokken.

Papa blauwborst in zijn broedgebied.

En daar hebben we zijn kind even verderop.

Oei, het is de vraag of ik droog thuis kom. Gelukt!!

Bijenorchissen

Maandag 15 juni 2020
De excursie is behoorlijk druk, maar we proberen wel afstand te houden. Gelukkig hebben de meesten een dichtbij-verrekijker bij zich 😉 Zeegroene zegge staat hier volop en bloeit nu.

Vorig jaar heb ik geen kleverige ogentroost gezien en we gaan met z’n allen op zoek, sta ik er bijna op!!!

Ik weet oorsilene te staan.

Volgens mij een zilveren fluitje.

Helaas komen we een aso tegen die met een soort walsje door het terrein scheurt, ik kan daar zo kwaad om worden.
We lopen verder op zoek naar teer guichelheil en opeens komen we tientallen bijenorchissen tegen. Van Jos wist ik dat ze in het terrein moesten staan, alleen wist ik niet waar.

Nu dus gevonden.

We hebben al zoveel rietorchissen gezien en wat zijn ze mooi.

Dan zegt iemand dat er een hele groep gele maskerbloemen staan, daar gaan we kijken, het zijn er misschien wel 100.

Ze zijn mooi, maar het kan een plaag worden.

Er staat moeraszoutgras in de buurt.

We komen weer bij het water en tot onze verbazing kruipt daar een paling rond.

Ik wilde kamgras bij de heivlinderheuvel laten zien, daar kon ik het niet meer vinden en opeens zie ik nog een heleboel bij elkaar staan aan het eind van het pad.

Op weg naar de koffie ziet Marja een mooi vlindertje op slangenkruid, het is een lichte daguil.

Na de koffie ga ik met Ernst op zoek naar baardmannetjes, eerst aan de westkant. Daar ziet hij een bremraap en met het boek er bij komt hij op een klavervreter, best bijzonder.

Nog een rietorchis met zachtroze kleur.

Tenslotte nog een groot dikkopje op een ratelaar.

Fort benoorden

Zondag 14 juni 2020
De KNNV Haarlem gaat van alles determineren bij het Fort Benoorden, daar wil natuurlijk ook aan mee doen. Nog voordat ik er ben zie ik boerenzwaluwtjes op een tak, die kans laat ik niet glippen. Wat een enorm lange staart.

Ze zitten vlakbij.

Ik had mijn fiets gauw neergezet en als ik hem weer wil pakken zie ik een sluipwesp op het paaltje. Wat een schoonheid, wel een moeilijke naam: Xiphydria prolongata.

Op het fort is het begroeid en daar kijk ik voornamelijk naar insecten. Uitzicht op de fortgracht en daarachter ligt het landje van Gruijters.

Er staat heel erg veel knoopkruid en daar maken de insecten dankbaar gebruik van zoals deze sintjansvlinder.

Wat ik helemaal geweldig vind is dat ik een wolzwever zie vliegen, het blijkt een Villa hottentotta te zijn (echt waar hoor!).

En dan vind ik ook nog een rups van de sintjansvlinder.

Marja wijst een klein vlindertje aan en ik denk dat het een distelbladroller is, maar daar is hij een beetje te geel voor. Nog leuker is het dat het een kanariepietje is.

Een gladde spieswesp in de bloem van een braam.

Roestbruin kromlijf op een distel.

Waarneming geeft aan dat dit een grote roodoogjuffer is, maar ik heb zo mijn twijfels.

Bij een zanderig stukje barst het van de gladde spieswespjes die daar veel gaatjes hebben gegraven. Ze vangen vliegjes die ze in hun nest leggen voor de nakomelingen. De spieswespjes zijn op zich heel klein.

Het begint te onweren en we gaan naar binnen voor een rondleiding door het fort door Ziegel. Hij wijst een spin aan die daar al lang hangt en beschimmeld is.

Er zijn heel wat tekeningen en schilderijen op de muren aangebracht.

Op de terugweg ga ik weer naar het bruggetje waar de boerenzwaluwen rondvliegen en ze moeten natuurlijk ook poetsen. Sony A68 400mm

De jonge zwaluwtjes zitten bij elkaar op een tak, maar ik heb ze niet één keer gevoerd zien worden, jammer want dan sperren ze die bekjes zo lekker wijd open.

Prachtbeestjes zijn het.

Eksters

Donderdag 11 juni 2020
Verdorie, weer heel weinig te zien bij het Kennemermeer. Er zitten een stuk of 10 eksters in een boom en door de ondergaande zon lijken ze wel roze.

Gestippelde houtvlinder

Woensdag 10 juni 2020
Bij de Vossendel tellen Joke en ik meer hommels dan vlinders. Ik zie een zwartsprietdikkopje, maar hij is al gevlogen voordat ik een foto kan maken, wel jammer, want het is de eerste van het jaar en heel erg vroeg. Het is maar de vraag of hij goedgekeurd wordt in de telling zonder bewijs. Doordat ik nog rond kijk of ik hem zie ontdek ik een gestippelde houtvlinder.

Hij/zij zit met zijn vleugels te wapperen, ik denk om feromonen te verspreiden, dat zijn lokstoffen om een mannetje aan te trekken.

Voordat we met de route begonnen sprak een man ons aan, hij had gezien dat er dode dieren waren neergelegd voor jonge vosjes en hij vroeg of wij wisten of het boommarters of zoiets waren, hij had onduidelijke foto’s op zijn telefoon. Omdat wij niet wisten wat het was wilde ik nog gaan kijken of ik het kon vinden en daarbij kom ik in verboden gebied, maar wel mooi. Natuurlijk niks kunnen vinden.

Bij de Cremermeerroute tel ik zelfs maar 1 vlinder: een bruin zandoogje. Op het pad wat nu weer begaanbaar is omdat het water is gezakt zit een bijna zwarte pad. Ik denk dat hij dood is, maar hij vertrekt toch nog heel traag.

Een grasmus heeft het maar druk met het voeren van de kindjes.

’s Avonds laat ga ik nog naar het Kennemermeer waar een rups van een hageheld voor mijn voeten loopt, hihi.

Gelukkig staan de bijenorchissen op de bekende plek in bloei. Ik dacht al dat ze daar weg waren omdat er op andere plekken ze al lang in bloei stonden.

Ze zien er fantastisch uit, veel bloemen per steel.

Nachtegaal

Dinsdag 2 juni 2020
Dat begint leuk mijn vlindertelling op de oude spoorlijn: een kleine parelmoervlinder, die heb ik jaren geleden hier vaker gezien.

Een tuinbladsnijder neemt een stuifmeelbadje.

Vier bijtjes die druk heen en weer vliegen, later herken ik ze als bijenwolf.

Op de Koningsweg bij de Cremermeerroute zit een nachtegaal mooi in beeld.

Ik kom Jos tegen en hij wijst me bijenorchissen, die staan hier dus ook! Er staat een bijzondere bijenorchis bij.

Hij wijst me ook op het duifkruid, ik wist dat die hier staat, nu dus in bloei.

Evenals de Karthuizer anjer.

Zo moeilijk om een kneu leuk op de foto te krijgen, deze foto vind ik wel aardig gelukt.

Op het water bij sectie 3 tipt een vrouwtje platbuik steeds in het water om eitjes te leggen.

Ondertussen houdt man platbuik de wacht.

Grote karekiet

Maandag 1 juni 2020
Omdat ik na de excursie zo dicht bij de AWD ben ga ik daar ook struinen. Het is er behoorlijk droog zo te zien.

Er zijn behoorlijk veel herten afgeschoten, pas als ik in de buurt van de Zwanenplas ben zie ik er enkele.

Bijzondere kleur heeft deze viervlek.

Natuurlijk wil ik het rond zonnedauw zien, maar er is helemaal niets te zien, volgens mij helemaal verdroogd. Ik loop door naar het watertje er achter. Ik had niet verwacht dat ik kikkers zou zien. Ik hoor ze vaak, maar nu zie ik ze ook.

Op het riet zit een leuk wespje en die fotografeer ik met mijn telelens. Het is een dikpootwesp.

Daar vliegen ook gevlekte witsnuitlibellen.

En ze vliegen niet alleen, ze zorgen ook voor nageslacht.

Ik wil naar de Zwanenplas, maar ik loop eerst de verkeerde richting uit. Dan toch maar mijn mobieltje gepakt om de juiste richting te bepalen, dat lukt. Daar in het gras zitten 2 larven van een bladwesp, wat een leukerdjes.

Ik hoor een karekiet in het riet, maar het klinkt toch anders. Volgens mij is het een grote karekiet en dat kan bijna niet, die is zeldzaam geworden in Nederland. Toch heel zacht op mijn mobieltje het geluid gehoord en het is hem toch!!! Wat ontzettend jammer dat ik hem niet zie. Ik zal toch weer naar huis moeten.
Een vos moet eerst even zijn karwei afmaken voordat hij weg vlucht.

Lieveling

Vrijdag 29 mei 2020
Aardig weer om insecten te inventariseren bij de Vondelweg. Veel snipvliegen en er komen er nog meer.

Het lijken wel trapezewerkers die gele snipvliegen.

Ik zie een lieveling vliegen, gauw er achteraan, want het is toch een van mijn lievelingen 😉

Je hebt verschillende soldaatjes en dit is de gele.

O, wat leuk, sinds jaren zie ik eindelijk weer eens een zeefwesp. Het zijn er trouwens meerdere en nog een geluk dat ik hem op de foto heb want ze jagen elkaar steeds op.

Ik fiets richting landje van Gruijters en stop bij de futen. Ik denk dat deze fuut heel wat van plan is, misschien wil hij een groot gezin, of hij denkt groot.

Bij Gruijters moet ik wel lachen. De bergeenden hebben ruzie en na een tijdje zoekt een vrouwtje haar heil bij een kluut. Ze weet dat die fel zijn, dus misschien beschermt die haar ook wel.

Kleine kluutjes

Donderdag 21 mei 2020
Bij de vlindertelling voor de deur tel ik alleen kleine koolwitjes. Zo vreselijk jammer dat de kleine vossen die hier altijd zoveel voorkwamen er niet meer zijn, maar wie weet wordt het beter. In de stokrozen zitten stokroossnuitkevertjes die een enorme lange snuit hebben in verhouding.

Daarna ga ik naar de Vondelweg voor de insecten. Er zijn verschillende kevertjes die heel veel op elkaar lijken, maar deze zit op riet en zal de rietkever zijn.

Dan zie ik iets bijzonders: een vlieg die niet helemaal losgekomen is van de lege pop, die zit nog aan de vleugel vast. Het is de zwartvlerkstekelwapenvlieg. Op andere foto’s die ik gemaakt heb zie ik duidelijk 3 stekels zitten achter het borststuk.

Verder zijn er wel heel erg weinig insecten, zelfs als ik door het hoge gras loopt vliegt er niets op. Ik ga door naar het landje van Gruijters, daar tref ik het dat er 3 jonge kluutjes lopen. Zo jong als ze zijn zwiepen ze al met hun snaveltje heen en weer net als de oudere kluten dat doen.

Het wordt nog leuker als een boerenzwaluw voor me gaat zitten zingen.

En hij blijft nog een heel tijdje zitten ook.

Oeps, de kluut was te dichtbij.

Ik hoor al de hele tijd de koekoek en ga op zoek. Hij zit vlak boven me in de boom, maar zien doe ik hem niet, tot hij opvliegt en helemaal naar de andere kant vliegt. Gelukkie: hij komt ook weer terug.

De kluten zijn altijd zo fel als ze kleintjes hebben. “Ophoepelen”, zegt de kluut, “O, sorry hoor, ik ga al”, verontschuldigt zich mevrouw bergeend.

De ene moedereend heeft 5 kleintjes en de andere 7. Zo lief.

Ben ik vechtende tureluurs aan het fotograferen komt er een groep soepganzen in beeld. Als ik ze te pakken krijg, nou dan weet ik het wel, de pan staat al klaar, hahaha.

Ik kan niet genoeg krijgen van de kleine kluutjes. Pa of ma gaat naar het kleintje toe, die kruipt even in haar veren, maar hij wil liever op eigen benen staan.

Zo mooi die kluut.

En met het kleine kluutje.

De kleine plevieren zijn de kamasutra aan het doornemen.

Opeen staat er bij de Stelling heel veel bijenvoer. Hartstikke leuk natuurlijk, vooral omdat er al heel wat bijen en hommels op af zijn gekomen.

Op de terugweg nog even langs de ooievaars in Velserbeek. Ze zitten allebei op het nest.

Daarbij kom ik langs de vogelkooi en het valt gelijk op dat de witte pauw in vol ornaat staat. Wat is die staart dan gigantisch groot. Ook mooi die rug en veertjes op zijn kop.

Knobbelzwanen

Woensdag 20 mei 2020
Het is behoorlijk bewolkt met weinig wind en Joke en ik tellen aardig wat vlinders bij de Vossendel. O.a. 2 oranjetipjes in het bosgedeelte.

De grote koolwitjes doen het de laatste 2 jaar beter dan de kleine.

De Shetlandpony’s bij de Cremermeerroute worden oud.

In het gebied staat nog veel water, toch kan ik het zonder laarzen lopen omdat ik het weet te omzeilen. Bij sectie 3 kijk ik nog extra naar libellen en juffers. Een paartje vuurjuffer werkt aan nageslacht.

Opeens zie ik knobbelzwanen verderop vliegen.

Een Schotse hooglander kan nu nog van het water in de poeltjes genieten. Als er weer veel te weinig regen valt staat het hier straks droog.

De ene konik ziet er veel beter uit dan de ander, deze ziet er heel goed uit.

Ah, de knobbelzwanen zijn hier geland.

En twee stuks komen heel dicht in de buurt van de konik.

Die trekt zich niets aan van de zwaan.

Zomerkleedjes

Donderdag 14 mei 2020
Grote sterns en visdiefjes op het strand. Er wordt een visje aangeboden, maar mevrouw moet hem niet. Een grote bek kan hij krijgen.

Drieteenstrandlopertjes zijn al zo leuk en nu zijn ze nog heel deftig in zomerkleed ook.

Wat een prachtige vogeltjes.

De rosse grutto heeft ook het zomerkleedje aangetrokken.

En hup, allemaal even showen.

Net als de steenloper, de kleuren spatten er af.

Iets minder van kleur, deze rosse grutto. Wat een flinke hap heeft hij te pakken.

Na het strand nog even naar het Kennemermeer, wie weet zitten er nog insecten. Ja hoor, 1 bessenzweefvlieg.

Koekoek

Woensdag 6 mei 2020
Met Dick heb ik afgesproken bij de Vondelweg omdat hij mee wil kijken naar insecten. Ik wijs hem op een kleine bladwesp (Selandria serva misschien) en ik kan hem vertellen wat het verschil is met een gewone wesp (bladwesp heeft geen wespentaille).

Ik weet dat deze langpootmuggen Tipula vernalis heten, ze hebben geen Nederlandse naam. Dik wijst me op de mooie ogen van de muggen.

Een strontvlieg herken ik makkelijk. Dit is een mannetje, want geel van kleur en heel harig. Ik denk dat hij een vlindertje te pakken heeft.

En dan zijn er niet alleen langpootmuggen, maar ook steltmuggen. Dit fraaie exemplaar is Limonia phragmitidis.

We ontdekken een vlieg met een rood achterlijf en als ik goed kijk zie ik dat het een enorme snuit heeft, dus een snuitvlieg en wel de gewone.

Dit kleine snuitkevertje is een lissenboorder en hij kijkt nieuwsgierig over het randje van het blaadje van de boterbloem.

Toch weer langs het landje van Gruijters gereden, waar ik al gelijk een rietzanger hoor en hem makkelijk weet te spotten.

Bergeenden hebben een rondje gemaakt en nemen hun plekje weer in beslag.

Alsof de lepelaar op iemand afloopt die hij met open armen ontvangt.

Twee futen zitten in het water naast het landje en zijn nog aan het baltsen.

Op dezelfde plek als vorig jaar hoor ik de koekoek. Ik wil daar wel kijken of ik hem ergens zie, maar het is daar wat druk en het komt nog wel een keer, dus fiets ik verder. Daar hoor ik hem toch weer en ik loop om de bomen heen en daar zie ik hem gewoon vrij zitten. Helemaal blij ben ik, vooral omdat ik de Nikon P1000 mee heb, daarmee kan ik hem zo vol in beeld krijgen dat hij er zelfs niet helemaal op staat. Het mooist vind ik deze foto met zijn staart een beetje wijd. Mijn dag is helemaal goed, dank je de koekoek.

Zingende blauwborst

Maandag 27 april 2020
Goed vlinderweer en ik begin bij de Vossendel. Weinig vlinders, misschien komt dat wel omdat er al meer rupsenaaskevers komen.

Vanwege de corona wordt geadviseerd om zoveel mogelijk thuis te blijven, nou je ziet het, het is akelig druk in de duinen.

Gelukkig staat de Koningsweg nog onder water, daar komen geen mensen en ik heb mijn laarzen aan en de blauwborst zingt alleen voor mij.

Eindelijk het zuurstokroze van de kneu op de foto.

Slechte foto’s, maar o zo leuk die groenlingen.


Wel verbaast het me dat de foto van de torenvalk zo scherp is geworden, terwijl die toch wat verder weg zit.

Bloeiende grasjes

Zondag 26 april 2020
Nico is weer eens gevallen, maar nu met de fiets doordat een jongetje plotseling overstak. Als hij thuiskomt zit eer een elzenvlieg op zijn jas, die hij ergens opgedaan heeft onderweg, waarschijnlijk Overveen.

Ik breng de elzenvlieg naar het Kennemermeer. Daar staan zaadbolletjes, heel leuk, helaas nog geen naam van mij gekregen.

Zeegroene zegge staat hier ontzettend veel en het bloeit nu.

Een man tapuit pikt steeds in de vegetatie en kijkt af en toe op.

Op een prachtig bloeiend grasje zit een hele kleine dansmug.

Insecten

Vrijdag 25 april 2020
Weinig wind en zonnig, dat is mooi om weer insecten te inventariseren bij de Vondelweg. Eerst nog even langs Velserbeek, wie weet zitten de ooievaars op het nest. Ze zijn niet thuis. Twee kleine mantelmeeuwen maken elkaar het hof.

Pfoe, alweer hoofdpijn.

Man dansvlieg heeft meer succes, maar dat is wel nadat hij het vrouwtje een prooi heeft aangeboden. Het zijn de zilvervlek dansvliegen en die hebben rode poten.

Vreemde kleur voor een komkommerspin.

Man bosbijvlieg. De bosbijvlieg is te herkennen aan de donkere zigzagbandjes op de vleugels.

Lekker bontje heeft de pluimwoudzwever.

Bijen vind ik super moeilijk om te determineren, maar waarneming maakt er een grasbij van.

En dan moet dit een gewone geurgroefbij zijn.

Twee wespbijen bij elkaar, dan moet dit een mannetje zijn, want deze is veel kleiner.

Ik fiets daarna naar het landje van Gruijters en ik tref het dat daar een zwarte ruiter in het water staat. Sony A68 400mm

In Velserbeek heeft het nijlganzenechtpaar maar 2 kleintjes.

Hazelaaruil uit pop

Donderdag 23 april 2020
Ik wil kijken of ik baltsende geoorde futen kan fotograferen bij het Vogelmeer. Haha, dat lukt wel, maar ze zitten te ver weg, dat moet over! Een zomertaling zit ook wel ver, maar die foto is toch wel beter.

Een gekraagde roodstaart zit toch mooi te fluiten en blijft nog zitten om zijn prachtige rode borst te laten zien.

Ik loop de Vossendelroute om vlinders te tellen. Er zijn dit jaar heel weinig smaragdlangsprietmotten in het gebied. Ik zie een paar mannetjes een vrouwtje op een beschaduwde plek, terwijl ze normaal in de zon zitten. Leuk dat ronde tongetje.

Een rupsenaaskever is net geland en heeft de ondervleugels nog niet onder de dekvleugels gevouwen.

Je hebt verschillende kniptoren, dit is wel een hele mooie: de Deense kniptor.

Thuis bedenk ik opeens dat ik nog moet kijken of de pop die ik 4 november uit de duinen heb meegenomen al uitgekomen is. Jaaaa, het is een hazelaaruil geworden, wat leuk.

Ik breng hem ’s avonds naar Velserbeek en ga door naar de ooievaars. Ze zitten beide op het nest te flikflooien, maar ze klepperen niet.

Zou een ouderwetse kwaker ontsnapt zijn?

Leuk dat de herten net voor het houtwerk van ‘Velserbeek’ lopen.

Oorkwallen

Dinsdag 21 april 2020
Er waait een behoorlijke oosten wind, jammer voor het tellen van schelpen want alles wordt onderstoven door het zand. In de eblijn ligt nog wel het een en ander zoals Amerikaanse ribkwal, een zeedruif en meer dan honderd oorkwallen.

Twee strandkrabben zitten aan elkaar, maar de ene is dood en de ander leeft nog.

De ene keer zie je bijna geen vogel op het strand en vandaag zijn er rosse grutto’s, grote sterns, meeuwen en visdiefjes, allemaal dicht bij elkaar.

Zes rosse grutto’s, twee nog in winterkleed en de andere vier al heel mooi rood.

Achter de visdiefjes zijn de grote sterns zich weer aan het uitsloven.

De streepjes over de blaasjeskrab dat zijn zandkorrels die overstuiven, zo hard waait het.

Tere platschelp.

Het verbaast me dat de pier nog open is. De golven die op de pier slaan stuiven alle kanten op. Geeft wel een mooi regenboogeffect.

Geweldig dat ik ook nog regenwulpen zie, het zijn er 6.

En dan nog in de vlucht ook.

Haarlems klokkenspel

Maandag 20 april 2020
’s Middags wil ik de ooievaars op de foto zetten, maar ze zijn er niet. Dan fiets ik door naar Beeckestijn om naar de stinzeplanten te kijken. In het gebiedje waar het normaal vol staat is nu weinig te zien. Gelukkig staat het Haarlems klokkenspel even verderop volop te bloeien. Op de foto zie ik dat ze ook klierharen hebben.

Het is een bijzonder plantje.

En heel mooi.

Ik ga de kruidentuin in. Komkommerkruid vind ik zo bijzonder.

Bloemen van een of andere bes.

Gele bloemen van boerenkool met een heleboel luisjes.

Rode kool heeft ook gele bloempjes.

Op de terugweg zitten de ooievaars wel op hun plek. Een op het nest en de ander is aan het dutten.

Maar hij staat even later fier rechtop.

Moppie was ook op rust, totdat vrouwtje thuis komt.

Jonge sperwer

Woensdag 15 april 2020
Ik ga naar mijn nieuwe insectenprojectje bij de Vondelweg. Het is turen naar insectjes, daarom is een man wilde eend een makkelijkere prooi voor mijn camera.

Best veel pendelvliegen zwerven hier, zoals dit vrouwtje.

Makkelijk te onthouden naam voor deze vlieg, want het is een dambordvlieg.

Er is een greppel gegraven om het water af te voeren. Die greppel heeft een rechte kant en daar nestelen veel rosse metselbijen. Ze vliegen in en uit de holletjes, gelukkig blijft er eentje zitten voor een foto.

Ik zie 2 vogels verderop die het met elkaar aan de stok hebben, ik denk dat het een buizerd en een kraai is. Als die ene over vliegt maak ik gauw één foto en dan blijkt het om een jonge sperwer te gaan. Heb ik effe mazzel.

Nog even doorgefietst naar het landje van Gruijters, waar weinig grutto’s zijn. Wel meerdere kluten.

Kuifduiker

Zondag 12 april 2020
Een zuringwants hoort niet in mijn kamer, die zet ik lekker buiten.

Lekker lang licht, dus kan ik ’s avonds nog wel naar de pier. Het is vrijwel windstil, dat is helemaal mooi om de kuifduiker te fotograferen.

Er zwemt een man eider voorbij, die laat ik ook niet schieten.

Nu is het hoog water en de kuifduiker zit precies op een plekje waar ik bij de waterlijn kan zitten, dus een mooi laag standpunt. Soms zit het mee.

De lucht kleurt wat rood en geeft een prachtig gekleurd beeld op het water, met de aalscholver in broedkleed er bij.

Fantastisch gezicht zo met die ondergaande zon zo over de jachthaven.

Bosuil

Vrijdag 10 april 2020
In Schoonenberg zit een heel mooi bijtje. Ik heb alleen mijn camera met telelens bij me, maar daar kan ik ook prima insecten mee fotograferen. Het bijtje is een vrouwtje roodgatje, een zandbij.

Vlakbij pikt een mannetjesmerel insecten uit het gras. Zijn kop is wit vanwege leucisme, een genetische afwijking.

In Velserbeek ga ik op zoek naar de bosuil. Het is maar goed dat een man me de weg wijst, anders had ik hem niet kunnen vinden.

Dicht bij huis zitten spreeuwen in het gras. Die uitstaande veertjes bij zijn keel betekenen dat hij aan het zingen of roepen is.

Ze pikken de nachtvlinderrupsen uit het gras.

Gewone garnaal

Donderdag 9 april 2020
Het is heel laag water, dus prima om schelpen te tellen. Eerst staan er heel veel meeuwen op de eblijn, er zitten ook visdiefjes tussen, mooi, die zijn ook weer gearriveerd. Ik loop er voorzichtig met een hele grote boog omheen, toch vliegen ze op en komen niet meer terug. Er vliegen 38 wulpen over, dat is dan weer een cadeautje.

Als je de zebrastreepjes zo goed kan zien is dat duidelijk Hollands hoorntjeswier, te onderscheiden van rood hoorntjeswier.

Er ligt een grote garnaal met zijn kop in het zand en ik til hem op, dan begint hij te spartelen, daarom leg ik hem in het water.

Er valt in ieder geval heel wat te tellen vandaag, o.a. heel veel zeeboontjes. Het grotere gaatje in het midden is de mond en het kleinere is de k… (kont).

Dit schelpje had ik al bijna als tere platschelp weggeschreven, maar op de foto is te zien dat het een rechtsgestreepte platschelp is. Die bruine kleur heb ik ook niet eerder te gezien bij dit soort.

Mosselen hechten zichzelf aan hard substraat vast met byssusdraden. Die draden zijn heel sterk en gemaakt van collageen.

Nou ja zeg, mensen laten hun biggetje uit op het strand! Wat een leukerdje.

Ik ga de pier op want er zit misschien een kuifduiker. Jaaa, hij zit er nog, maar eerst vliegen er drieteentjes voorlangs.

De kuifduiker is al heel lang een wenssoort van mij, dus ben ik heel blij dat hij ook nog vrij dichtbij zit en al naar zomerkleed aan het ruien is.

Dat is nou ook toevallig dat hij precies de garnaal opvist die ik te water heb gelaten.

Afwijkende kleur

Dinsdag 7 april 2020
Er zit een mus met een afwijkende kleur in mijn tuin. Ik weet niet of het een mannetje of een vrouwtje is.

Ik vermoed een vrouwtje, want een mannetje heeft een soort stropdasje.

Met gepaste afstand loop ik met Joke de Vossendelroute. Bij de Hollandse vogelkers verwacht ik smaragdlangsprietmotten, die zijn afwezig, een struikhangmatspannetje heeft ze misschien weggejaagd, hihi.

Op een blad daar dichtbij zit een wespje, ik gok een bronswespje, maar ik weet er niet zo veel van.

Als ik de Cremermeerroute nog wil lopen, wil ik wel weten of ik daar een kano voor nodig heb. Ja dus. Het gebied staat heel erg onder water.

Ik sta daar een hele tijd te kijken en opeens zie ik de blauwborst in een struikje. Daarna niet meer tot ik hem onder de struik zie rondscharrelen en dan heb ik hem even heel fraai in beeld.

Hij heeft er geen erg in dat ik daar sta en even later zit hij bovenop het struikje te zingen en met zijn staart op en neer te wippen, prachtig.

Misschien zakt het water snel weg als het een tijdje droog blijft.

Zo’n kleur kan de tuinslak hebben, is het niet geweldig?