Zaterdag 11 juli 2026
Deze pinokkiomot heeft niet zo’n lange neus, het zijn gewoon de antennes die naar voren steken.

Een Icarusblauwtje legt haar eitjes op de witte honingklaver.

Aardhommels kunnen best groot worden.

Dit is echt een minimotje, de duinparelmot.

Als ik naar het heelblaadjesboorvliegje zoek zie ik hem niet, nu met vlinders tellen zie ik er één.

Op het kale stukje net buiten het Kennemermeergebied staan veel blauwe zeedistels, dit keer met een kleine parelmoervlinder.

De parelmoervlekken zitten aan de onderkant van de vleugels.

Alles is mooi aan een distelvlinder: de vorm, de kleur, de patronen, het knopje aan de antenne; geweldig.

Nog een gelukje dat de kolibrievlinder me één kans gaf om een foto te nemen.

Weer terug in het gebied waar veel brunel staat, met een kakelvers klein geaderd witje.

De wilde Bertram is maar één week op z’n mooist, nu dus.

Moerasspirea steekt er bovenuit.

Ik was al blij met veel boomblauwtjes dit jaar. Nu zie ik er zelfs 2 bij elkaar.

Nimf van een zuringrandwants ziet er wel een beetje gek uit.
