Keizersmantel

Donderdag 11 juli 2019
Op sectie 3 van de Vossendel komen Joke en ik een keizersmantel tegen die nogal vliegerig is. Op sectie 4 zien we er weer een en misschien is dat dezelfde.

Het einde van sectie 19 is de plek waar de koevinkjes zitten.

Bij sectie 7 zit een bruine pissenbed heel stil, ik fotografeer hem en wil hem dichterbij hebben, maar dan is hij toch snel. Zoef weg is ie.

Vorige keer dacht ik dat de gallen uit de naaldbomen waren gevallen, maar het zijn aardappelgalwespgallen en vallen uit de eiken. Het zijn er meer dan 100. Ik breek er een door zodat ik de binnenkant kan zien.

Sommige geaderde witjes zijn bijna zwart geaderd, andere hebben weer donkergele aders.

Op de Cremermeerroute houden de damherten me altijd in de gaten.

Een jonge blauwborst is zich aan het poetsen en heeft mij niet in de gaten.

Wat een geluk dat het maar een klein stuk is dat verbrand is, potverdorie de duinen zullen maar in de brand staan als ik er rond loop en als ik er niet ben is het al erg genoeg.

In de buurt bij de uitgang staat een ree, ik zie het te laat en fiets even terug. Gelukkig blijft hij staan. Hij heeft maar 1 hoorn (een eenhoornree?).

Stippelzegge

Dinsdag 9 juli 2019
We gaan weer orchideeën tellen en vandaag houd ik Maarten gezelschap omdat ik de GPS bedien 😉. We vinden een nieuwe groeiplek van teer guichelheil op een plek waar we dat niet zo verwachtten.

In de buurt staat ook geelhartje.

Maarten laat me een grote plek met dwergbloem zien, het is een onooglijk klein plantje.

Met een ongelooflijk klein bloemetje.

Op een enkele plek staat stippelzegge.

Heel zeldzaam.

Wel lopen we gewoon over het kamgras.

Wolhandkrab

Maandag 8 juli 2019
Voordat ik het strand op ga fotografeer ik een jonge kokmeeuw in de jachthaven. Het is daar zo ondiep dat het lijkt alsof hij over de bodem loopt.

Een enorme wolhandkrab vinden we op het strand.

Visdiefjes en een jonge grote stern die roept, maar daar wordt niet naar geluisterd.

Jonge kuifeendjes

Vrijdag 5 juli 2019
In het munitiebos toch weer een nieuw soort vlieg gezien: de dikdijbastvlieg. Naam heb ik via Facebook, toch wel handig.

Een vlieg op moederkruid.

Witte halvemaanzweefvlieg nog wapperend met de vleugels.

Klein wespje met flinke biceps.

Vliegende speld op grote klis.

Op een bunker in de Heksloot zitten steeds 2 kneuen, dit keer niet eens zo ver weg.

Gelijk door naar het landje van Gruijters waar ik aan de overkant jonge bergeenden zie.

Een kluut en een lepelaar dicht bij elkaar.

In een sloot bij de weilanden van Velserbroek zit een trotse moeder kuifeend met 6 kleintjes.

Ze doen allemaal hun eigen ding, de voorste ligt op zijn rug, de linker is aan het poetsen, de middelste neemt een duik en de rechtse is aan het relaxen.

Prachtsmalsnuitje

Woensdag 3 juli 2019
Vandaag gaan we wel orchideeën tellen bij het Kennemermeer. Ik tref het dat ik dan net een prachtsmalsnuitje zie, wat een bijzonder vlindertje.

We tellen dus de groenknolorchideeën en de honingorchideeën.

Omdat Maarten er niet is tel ik een deel in m’n eentje. Als ik mijn fototas even neer zet komt er gelijk een ekster op af, die denkt dat er wat lekkers te halen is.

Een steekvlieg op de honingorchidee.

De moeraswespenorchidee tellen we niet, daar staan er zoveel van.

Tegen etenstijd is de ekster er weer, hihi. Hij krijgt een stukje brood met pindakaas. Canon SX60HS

Wilde peen, dat zie je zo, haha.

Dankbare plant, komen insecten op af en woekert niet.

Een duinrouwzwever met meeldraden van de moeraswespenorchidee op z’n kop.

Joop en ik lopen de vlinderroute hier, maar dat gaat in rap tempo en levert niet veel op. We zien denken we knoopkruid alhoewel het er toch anders uit ziet en we nemen er foto’s van. Later hoor ik dat het de bergcentaurie is.

Zwervende heidelibel

Dinsdag 2 juli 2019
Vlinderroute spoorlijn met op de heenweg 33 vlinders en terug 40, aardige score. De hazenpootjes glimmen in de zon.

Zelfs een snelle grote keizerlibel ontsnapt niet aan het fietsverkeer.

Op het grasveld van de Vossendel zit een wantsensluipvlieg. Mooi en een vrij groot beest.

Deze keer zie ik een vrouw zwervende heidelibel bij de Cremermeerroute, nu op sectie 6.

Ze kunnen alle kanten op draaien met hun kop.

Ja hoor, buiten de secties zie ik een distelvlinder. Die zuigt mineralen op.

Kunstwerken

Maandag 1 juli 2019
Bij het Kennemermeer zou ik orchideeën gaan tellen dacht ik, toch verkeerd begrepen, er is niemand. Nou ja, kan ik naar de ‘kunstwerken’ kijken op de parkeerplaats.

Ik fiets een rondje in het havengebied en kom langs Semafoor waar volgens Richard een nest torenvalken zit. Ik kijk wel even rond, maar ik weet nu al zeker dat ik het niet kan vinden. Ik pak mijn verrekijker en zie dat ze op Forteiland meeuwen aan het ringen zijn. De man rechts houdt 2 jonge meeuwen in zijn hand. De helmen zijn nodig tegen de aanvallen van de meeuwen die dat niet leuk vinden.

Nog maar een stuk gefietst en ik kom langs de Heerenduinweg. Daar zitten 2 eksters, de ene heeft een extreem lange staart en de ander heeft flink ingeleverd.

’s Avonds ga ik met Richard naar het Semafoor, daar laat hij het nest van de torenvalken zien.

Op de terugweg kom ik langs de Haringkade waar jonge meeuwen op het dak zitten. Ach gossie, die poten!

Kleine mantelmeeuwen hebben gele poten.

Libellenexcursie

Zondag 30 juni 2019
De KNNV doet een wandeling Middenduin voor een libellen- en vlinderexcursie. Deze dikke kever is een kleine julikever.

Tandem watersnuffels.

Die mooie aar van de kalmoes is me nooit eerder opgevallen.

Waar riet is zijn rietkevers denk ik wel eens.

Hier zie ik vaker het zwarte verfdrupje.

Zo’n kans krijg ik niet vaak dat een jong fuutje zo dicht bij zit.

Ze zijn zo leuk.

Met hun geinige maskertjes.

Het is alsof ze zich geen raad weten met hun poten, toch schieten ze soms als een motorbootje vooruit.

We zien ook nog een mooie eikenpage. De gevlekte smalboktor is algemeen, toch is dit de eerste voor mij.

De kleine moeraswapenvlieg staat er netjes op.

Nog niet veel gezien dit jaar: de kleine vuurvlinder. Hier op ratelaar.

Veel larven van een bladwesp op de wederik.

Terwijl Renate druk aan het libellentellen is vind ik een bruine winterjuffer, dat vindt ze heel leuk. Kan ze ons gelijk wijzen op de houding van de vleugels, die aan een kant van het lijf gehouden worden. Ook bijzonder zijn de blauwe ogen.

Ernst ziet blaasjeskruid in het water, dat is een vleesetende plant.

Hooglanders

Donderdag 27 juni 2019
Alhoewel ik weinig sint-Jacobsvlinders heb gezien zijn de rupsen er wel.

Wat lief een jonge Schotse hooglander met sproeten op zijn neus. O nee, dat zijn vliegen.

Met een zorgzame moeder. Bij de tankval.

In de Herenduinen staan een heleboel pijpbloemen bij elkaar.

Op de vlinderroute ‘Cremermeer’ kom ik nog een graspieper tegen.

Een groot dikkopje op veldhondstong.

Een bruin en zwarte hooglander in het mooie landschap waar ik vlinders tel.

Op de terugweg weer gekeken bij de dodaars in de tankval, kom ik thuis zie ik op de foto dat er jong dodaarsje links op het nest zit, had ik dat geweten, dan was ik denk ik toch wat dichterbij gaan staan.

Kapoentje

Woensdag 26 juni 2019
Op de schuurdeur zat op 12 juni een larf van een kapoentje (Scymnus), die heb ik in een potje gedaan met een blad van de hibiscus met luizen er op in de hoop dat het beestje ging verpoppen en als imago er uit kwam. Ik hield het beestje in de gaten, het heeft nog een paar dagen heen en weer gelopen totdat het stil in een vrucht van de hibiscus lag. Ik heb nog een paar keer gekeken in het potje en zag dat de pop wat gehavend was, maar zag geen beestje en opeens zie ik hem over de computer lopen, dus is hij toch ontsnapt. Wat een geluk dat ik hem toch nog kan fotograferen en dat met een extra macro-voorzetlensje, want het beestje is maar 1 tot 2 mm klein.

De keuken is in één dag ingebouwd en ziet er prachtig uit.

Zomerbladroller

Maandag 24 juni 2019
Wat een klein vlindertje is die zomerbladroller. Hij zit in mijn tuin.

De kleine koolwitjes komen los langs de spoorlijn. De invasie van distelvlinders is alweer gestopt, zoveel waren het er niet.

Schorrenzoutgras

Zaterdag 22 juni 2019
Met Barbara heb ik ’s middags afgesproken bij het Kennemermeer. Bij de ingang sta ik even stil bij het riet dat zo mooi bloeit.

Dan ga ik kijken of ik Barbara zie. Met Theo komt ze helemaal uit Drente om de bijzondere planten hier te kunnen zien. Ze zijn al een poos in het gebied, maar zijn nog dicht in de buurt, het schiet ook niet op met zoveel moois. Een kleine discussie of dit de bitterkruidbremraap is of de walstrobremraap, het verschil is heel moeilijk te zien. In de buurt staat heel veel walstro, dus zal die het wel zijn.

Er zwemmen kikkervisjes in het poeltje en omdat ik eisnoeren van de rugstreeppad hier gezien heb zullen die het wel zijn.

Ik laat ze de honing- en groenknolorchideeën zien, geelhartje, ogentroost en nog veel meer. Gelukkig kan ik het schorrenzoutgras nog terug vinden. Hier in bloei.

Uitgebloeid.

En vruchtdragend.

Wat was het leuk om Barbara weer eens te zien, genieten vandaag.

Wesp met diamantjes

Vrijdag 21 juni 2019
Ik ga weer insecten zoeken in het munitiebos. Als ik daar naar toe fiets kom ik 2 groene spechten tegen die op een grasveldje zitten. Jammer, jammer, jammer, dat ik ze niet op de foto heb kunnen krijgen, ze zijn ook zo schuw.
Dankzij goed zoeken vind ik best veel hele kleine insectjes, deze menuetzweefvlieg is daar nog groot bij.

Een aardhommel is sowieso groot.

Ik denk dat dit een goudwesp is, niet eens zo heel klein voor een goudwesp. Het lijken wel diamantjes op zijn lijf.

Springspinnetje

Dinsdag 18 juni 2019
Bij de vlinderroute voor de deur is een sluipwesp gevangen door een spin.

Helaas geen zwartsprietdikkopjes op mijn vlinderroute en in de middenberm zitten er maar 6.

’s Middags is het warmer en loop ik de Vossendel-route. Een springspinnetje springt op mijn arm, wat een mooitje, ik denk de bonte springspin.

Ik let op een zweefvlieg en zie dat hier een mooie jasmijn staat te bloeien.

Deze larf heb ik niet eerder gezien, toch heb ik gelijk de goede naam te pakken, het is de larf van de rupsenaaskever.

Hondskruid

Maandag 17 juni 2019
De excursie van vandaag begint met het hondskruid, het staat er prachtig bij, ook al is het er maar één. Sony A77ii 18-55mm

Bijna alles wat er staat is zeldzaam, zo ook de bitterling.

Marja vraagt aan mij welke plant ze nu weer gevonden heeft en ik ben gelijk enthousiast want het is schorrenzoutgras. Ook al heb ik dat nooit eerder gezien, ik herken het gelijk. Foto’s komen later nog wel.
Op de heivlinderduin vind ik weer zulke pluisdingetjes, achteraf kom ik er achter dat het haartjeskokermotten zijn, toch leuk om te weten.

De blauwe schildwants heb ik wel meer gezien hier, vorige keer ook met nimfen en die zijn rood.

’s Middags fiets ik naar mijn vlinderroute bij het Cremermeer. Onderweg kom ik mest op het fietspad tegen met zwammetjes. Moeder en kind.

En opa en oma en neef en nicht en …. 😉

In het watertje aan het begin van de route zitten al een hele tijd jonge meerkoetjes en ze worden al groter.

Ik heb bijna mijn hele route gelopen niets bijzonders gezien tot ik bij het laatste stuk ben. Ik denk dat ik een vuurlibel zie en ik fotografeer hem van alle kanten. Met de blauwe onderkant van de ogen blijkt het een zwervende heidelibel te zijn.

Hij vliegt ook nog een eindje met me mee (of het zijn er twee?).

Marker Wadden

Vrijdag 14 juni 2019
Waarneming en Natuurmonumenten willen soorten tellen op de Marker Wadden en nodigt mensen daarvoor uit op Facebook. Dat is natuurlijk een geweldig aanbod. Toen ik in de trein zat regende het nog. Om 12 uur varen we vanuit Lelystad uit en dan is het prachtig weer. In de haven ligt de Batavia en er voor zie je een hooverflyer die zijn best doet, maar steeds in het water valt.

Het lijkt wel een maanlandschap op het nieuwe land.

Toch begint het al aardig groen te worden.

Want het staat helemaal vol met moerasandijvie.

Ach een klein kluutje en zijn moeder gaat er een tijdje vandoor, even rust voor haar/hem.

Niet gek dat er al korenbloemen staan, ze zijn prachtig.

Dit is de moerasandijvie van dichtbij.

Vanuit de kijkhut ‘Lepelaar’ zie ik heel wat casarca’s, vind ik geweldig. Veertig jaar geleden zag ik zo’n eend in het Noordzeekanaal zitten, daarna nooit meer gezien. Het schijnt dat ze hier ruien.

Iemand zegt dat er een boerenzwaluw voor de hut zit, maar ik zie hem niet. Ik hang mijn fototoestel uit de kijkpost en gok dat ik hem op de foto kan krijgen en dat lukt aardig.

Eindelijk eens het goudknopje van dichtbij kunnen fotograferen.

Copulerende strekspinnen: dus spinnen hebben het eiland al wel veroverd. Sony A77ii 18-55mm

Een hoefbladvedermot zou kunnen kloppen, want er staat genoeg klein hoefblad.

Jammer dat we alweer richting de Willem Barentsz moeten, want half 6 vertrekt die weer.

Toch nog een mooi plaatje van grote klaprozen.

Het wordt weer iets bewolkt en dat geeft een heel bijzondere sfeer over het water.

Ook machtig mooi die zonnenstralen.

Op de heenweg zijn we natuurlijk ook langs dit beeld gevaren. Het staat er vanwege de Exposure 2010.

In Lelystad ga ik wat eten op een terras. Daarna nog een tijdje op de bus wachten en ondertussen de vogels fotograferen die gebruik maken van de gierzwaluwnesten. Een spreeuw gaat naar binnen en buiten en een huismus, waarbij hij zijn staart als steun gebruikt.

Poelruit

Zondag 9 juni 2019
Bij het Kennemermeer staat de hokjespeul nog niet in bloei, de blaassilene die er bij staat wel.

Er zijn gigantische ‘kunstwerken’ geplaatst op de parkeerplaats.

Ik zie 2 goudvinken vliegen, ik weet niet waar ze landen en geef het op. Ik hoor al een maand lang de (tuin)fluiter hier, helaas nog niet één keer kunnen zien. Dan ga ik maar insecten zoeken. Ik heb bijna een vergrootglas nodig voor deze knutjes.

Ik kom Anneke tegen en terwijl we staan te praten wijst ze moeraszoutgras aan, daar ben ik natuurlijk heel blij mee.

Wilgenhaantjes zijn best klein.

Tussen het riet staat blauw glidkruid.

Dat is in de buurt van poelruit, dat nu bloeit.

Een wegslak op het pad.